De loop zit er nog niet in in de abdij van Chemin Neuf

De Paulusabdij in Oosterhout, die vorig jaar door de laatste monniken verlaten is, heeft nieuwe bewoners. Vijf leden van de Franse beweging Chemin Neuf proberen er iets nieuws op te bouwen.

door Marc van Dijk

Als je op een gewone werkdag even voor het middaguur de abdijkerk binnenstapt, is er ogenschijnlijk niets veranderd. Enkele gelovigen uit de omgeving zitten klaar voor de eucharistieviering. En één voor één komen ook de bewoners van het klooster binnendruppelen, via een zijdeur die uitkomt op een gang naar het hoofdgebouw.

Dan beginnen de verschillen in het oog te springen. De gemeenschapsleden in hun witte gewaden (voorheen: donkerbruin) hebben bijna een hele rij zittingen per persoon ter beschikking. De benedictijnen die hier tot vorig jaar hun getijdengebeden vierden, hadden het ook tamelijk ruim (op het laatst waren ze met z’n vijftienen), maar de nieuwe bezetting heeft iets weg van een gezin dat in een verlaten kasteel is ingetrokken.

Ze gaan vlak bij elkaar zitten, alsof ze hopen dat de metershoge bakstenen ruimte zo iets intiemer wordt. De leden van de gemeenschap zijn gemiddeld een stuk jonger dan voorheen, en drie van hen zijn vrouw. De jongste vrouw zingt kraakhelder voor – geen gregoriaans meer, noch Oosterhuis of Barnard, maar vrolijke liedjes vol godsvertrouwen, met titels als ‘Heer Jezus Prins van Vrede’.

Sinds afgelopen zomer is de Sint Paulusabdij van de Gemeenschap Chemin Neuf. In bruikleen wel te verstaan, de benedictijner gemeenschap blijft eigenaar, en op kleine afstand leven ze vanuit hun bejaardentehuis kritisch en bemoedigend met de nieuwkomers mee (zie ’Benedictijn: gun ze het voordeel van de twijfel’). Het is in Nederland de eerste vestiging van de beweging, in Frankrijk heeft ze enkele vergelijkbare kloosters met succes weten te revitaliseren.

In 1906 werd het klooster gesticht, als een nieuwe vestiging van benedictijnen uit Noord-Frankrijk. In Oosterhout bevonden zich toen al twee kloostergemeenschappen: de benedictinessen, sinds 1901, aan de overkant van de straat, en de norbertinessen, al sinds 1271. Samen vormen ze de zogenaamde ‘heilige driehoek’, maar hoe lang nog? De Paulusabdij heeft nu als eerste van de drie een sprong naar de toekomst gewaagd. „Na een eeuw komt de vernieuwing opnieuw uit Frankrijk”, sprak de abt vorig jaar.

De negen leden van de nieuwe gemeenschap, van wie er vijf intern wonen, proberen samen ‘een plaats van herbronning en bezinning’ van de abdij te maken. Plannen zijn er genoeg, getuige een folder. ‘Kana-sessies’, om ‘te werken aan je huwelijk’, sessies over gezondheid en beroepsleven, ‘geordend aan de dienst van Jezus Christus’. Of ‘Anamnese-sessies’, waarin vastgelopen mensen ‘zich met hun levensgeschiedenis kunnen verzoenen door het herlezen ervan in het licht van Gods Woord’. Hiervoor zoekt de beweging nog geschikte christelijke psychologen, maar die zijn in Nederland tot nu toe dun gezaaid, zegt de Franse overste Damien.

Toen de benedictijnen hier een eeuw geleden kwamen, bleven zij als ‘katholieke cultuurdragers’ Frans spreken. Tot 1949 bleef Frans binnen de muren de voertaal en was het volstrekt vanzelfsprekend dat de Nederlandse jongens die intraden zich daaraan aanpasten.

Dat zou anno 2007 zowel bij de nieuwkomers als bij hun gasten niet eens opkomen. Overste Damien (39), de enige priester van het gezelschap, probeert net als de anderen zo snel mogelijk Nederlands te leren. Hij preekt nog wel in het Frans.

Na de middagviering wordt er warm gegeten, vandaag een quiche lorraine van Rita Lussi (37), een Zwitserse sociaal-pedagoog (koken gaat bij toerbeurt, zoals alle huishoudelijke taken). Het is een internationaal gezelschap, niet helemaal compleet, sommigen hebben een ‘wereldse’ baan. De anderen zijn tijdelijk ‘in dienst’ van de internationale beweging – zo gauw het allemaal echt loopt en groeit moet de club zelfvoorzienend worden.

Maar voorlopig is er nog genoeg werk aan de winkel: spontane Nederlandse intreders zijn er in het eerste half jaar niet gekomen, nieuwe leden evenmin. „Er zijn geïnteresseerden”, klinkt het voorzichtig.

Emile Loop (70), Vlaams elektro-ingenieur, is bij de beweging sinds hij twintig jaar geleden een bezoek aan Parijs bracht. Tegenwoordig fungeert hij als tolk in huis. Jacqueline Coutellier (60) is even te gast, zij was al bij de eerste bijeenkomsten van Chemin Neuf in het Lyon van de jaren zeventig. Coutellier: „We zagen in dat de echte vernieuwing uit de Amerikaanse pinksterkerken kwam. Daar hebben we inspiratie bij opgedaan.”

En dan zijn er nog de Duitse verpleegster Mirjam Rombouts (29), die al in Chemin Neuf-huizen in Duitsland en Frankrijk woonde en Frans van Beers (61), architect, twaalf jaar geleden lid geworden in Ivoorkust, waar hij ook zijn vrouw ontmoette. Hij zweert bij de Kana-sessies. „Heel goed voor de eenheid van man en vrouw.”

‘Eenheid’ is het toverwoord van Chemin Neuf, dat zich liever oecumenisch noemt dan katholiek. De eenheid van alle christenen, wereldwijd biddend in een ‘onzichtbaar klooster’. Tegelijkertijd zijn het priesterschap, de eucharistie en de kerkelijke hiërarchie wél heilig. Op een ‘oecumenische’ promotie-dvd over de Wereldjongerendagen komt één protestant aan het woord.

Misschien vanwege de spraakverwarring die af en toe optreedt tussen de disgenoten door het switchen tussen drie talen, tovert overste Damien een flap-over tevoorschijn. Met een benzinestift tekent hij een schematische weergave van het visioen van inspirator Paul Couturier.

Er verschijnen drie bolletjes met letters op het papier: links een p van protestants, rechts een o van orthodox en in het midden de k van katholiek. Vanuit de drie bolletjes tekent de overste drie pijlen naar één grote bol, het einddoel: ‘eenheid in christus’. Dan tekent hij, onderwijl uitleg gevend, een tussenfase: de buitenste bolletjes groeien vast aan het middelste bolletje.

Is het de overdreven argwaan van een kritische kijker, of is de tekening niet anders te interpreteren? Op weg naar de gedroomde eenheid is het verreweg het handigst als iedereen eerst katholiek wordt, toch?

Gelach. Daarna zwijgen. Jacqueline Coutellier legt haar hoofd in haar handen op tafel. Overste Damien ‘wil niet zeggen dat de katholieken een betere visie op de oecumene hebben’. „Maar de hiërarchische structuur van de katholieke kerk heeft tenminste als voordeel dat zij de zorg om eenheid levend houdt. Eenheid zou niet alleen een spirituele visie moeten zijn, maar ook een concrete vorm in ons kerkelijk leven.”

Jacqueline Coutellier: „Wij moedigen mensen aan om bij hun eigen kerk te blijven.”

Rita Lussi: „Wij weten net zo min als u welke vorm de eenheid zal hebben. We moeten haar samen vinden.”

www.paulusabdij.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden