De lokroep van de straat, zie die maar te weerstaan

Salim Messouli (25) weet hoe hij iemand op zijn gemak stelt. Hij spreekt je aan met je voornaam, bestelt koffie. Hij heeft een ontwapenende glimlach en kan enthousiast vertellen over zijn mbo-opleiding tot sociaal-cultureel werker, zijn bijbaantje bij de visboer op de Haagse markt en de voetballessen die hij geeft aan meisjes in de basisschoolleeftijd.

Zijn vriend Yassine Abarkane (25) maakt met iedereen een praatje. Met de moeders met wie hij net een wekelijkse opvoedbijeenkomst achter de rug heeft, de vrijwilligers die de vergaderzaal van het Stagehuis aan kant maken en het jongetje dat een kwartier te vroeg is voor zijn Citotoets-training.

Ogenschijnlijk hebben Salim en Yassine hetzelfde leven. Sinds hun vijfde zijn ze buurjongens. Yassine was pas met zijn familie naar een bovenwoning in de Jan van Gojenstraat verhuisd, toen Salims familie de woning eronder betrok. De twee sloten onmiddellijk vriendschap. Vrienden bleven ze. Ook toen ze in hun puberteit andere paden kozen. En allebei hebben ze nu dezelfde droom: de Schilderswijk beter maken én de kansen van hun kleine neefjes en nichtjes vergroten.

Want kansen, weten ze uit eigen ervaring, die liggen hier niet voor het oprapen. Wie in de Schilderswijk opgroeit, staat al met 1-0 achter. Een buitenlandse naam helpt ook niet.

Veel kinderen in de Schilderswijk spreken thuis geen of gebrekkig Nederlands en hun ouders weten lang niet altijd hoe ze de ontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren. Al gaat intussen 89 procent van de peuters naar de voorschool, nog steeds beginnen zeker twee van de drie kinderen met een taalachterstand aan de basisschool. Je zou ook kunnen zeggen 'nog maar' twee van de drie: want voorheen waren de achterstanden en problemen nog veel groter.

De kwaliteit van het onderwijs op basisscholen in de wijk is de afgelopen jaren flink verbeterd (er staat nog maar één zwakke school), maar de resultaten zijn minder goed dan elders. Neem de Van Ostadeschool waar Salim eind jaren negentig naartoe ging. In die tijd was de school volgens de onderwijsinspectie nog zwak, nu heeft die het predicaat 'excellent'. Voor hun doen scoren de leerlingen er bovengemiddeld en de docenten zijn er bovengemiddeld bekwaam, niettemin blijven de prestaties van leerlingen achter bij het landelijk gemiddelde. Krijgt landelijk bijna de helft van de leerlingen in groep acht een havo- of vwo-advies, in de Schilderswijk geldt dat voor een kwart.

Er is veel verbeterd de afgelopen vijftien jaar. Waren er destijds schooldirecteuren die overwogen de boel te sluiten omdat het te onveilig was rond de school, nu hebben bijna alle scholen 'verlengde schooldagen' met muziek, sport en extra taalles, waardoor de huidige generatie leerlingen veel meer kansen krijgt zich te ontwikkelen dan in de tijd van Salim en Yassine.

Ondanks alles bewaren Salim en Yassine allebei goede herinneringen aan hun basisschooltijd op de Van Ostadeschool (Salim) en 't Palet (Yassine). Het was er gezellig en vertrouwd. En, zwakke school of niet, allebei haalden ze een hoge Citoscore in groep acht. Samen gingen ze daarna naar het Rijswijks Lyceum; Yassine naar de havo, Salim naar het gymnasium. Elke dag met de bus. Hun toekomst zag er goed uit.

Maar eenmaal in de brugklas ging het snel met Salim. Hij kwam in een andere wereld terecht. "Het was er druk, je moest elk uur van lokaal wisselen, heel veel witte mensen. Het was een andere wereld en er was veel te veel vrijheid. Die verantwoordelijkheid kon ik niet aan." Salim ging van gymnasium-1 via havo-2 naar vmbo-3. In de derde bleef hij bovendien zitten. Niet veel later hield hij het voorgezien. Salim was zestien jaar en ging zonder diploma van school.

Ongeveer rond dezelfde tijd gaf Yassine er de brui aan. De eerste twee jaren verliepen prima, maar in havo-3 bleef hij zitten. De schoolleiding had 'de pik op hem', dat wist hij zeker. Een jaar later ging hij boos van school en besloot hij bij een van zijn broers op de markt te gaan werken; dan had hij tenminste geld.

Balletje trappen, beetje ouwehoeren. De aantrekkingskracht van de straat is enorm, menen Yassine en Salim. Beetje blowen op het Cruyff-court, snel geld verdienen met 'klusjes' en 'pakketjes rondbrengen'. Wat anderen in een maand verdienen met een gewone baan, verdien je daar in een dag.

Ook Salim zwichtte voor 'de centjes', zoals hij dat noemt. Dat ging van kwaad tot erger. Overlast? Criminaliteit? Salim heeft het liever over 'kattenkwaad', 'dingetjes uithalen' en 'streken'. Tussen neus en lippen door vertelt hij dat hij voor zijn achttiende drie keer in de jeugdgevangenis zat.

Natuurlijk, Salim wist best dat wat hij deed niet de bedoeling was. Maar wat hij dan wél met zijn leven moest, wist hij evenmin. Vanaf dan lopen de levens van Yassine en Salim steeds verder uit elkaar. Terwijl bij Salim jaren verstrijken met legale en illegale bijbaantjes en hier en daar een afgebroken mbo, realiseert Yassine zich dat hij niet de rest van zijn leven wil slijten op straat, of achter een kraam op de Haagse Markt. Bovendien was hij via een voetbaltoernooi in contact gekomen met mentoren van het Stagehuis. "Op een dag stonden er twee studenten van een sportopleiding op het Cruyff-court. Of we een team wilden vormen om mee te doen aan hun toernooi. Kregen we voetbalshirtjes, konden we wedstrijdjes doen."

Dat toernooi zou Yassines leven een andere wending geven. Bij het Stagehuis leerde hij Willem Giezeman en Nol Breebaart kennen. Twee gepensioneerden die sinds 2008 vanuit een oud schoolgebouw aan het Teniersplantsoen scholieren en studenten begeleiden bij hun stage in de Schilderswijk en daar een soort uitvalsbasis voor jongeren uit de buurt hebben gecreëerd. Met cola in de koelkast en chips op tafel. Zelf noemen ze het Stagehuis 'een stopcontact', waarmee jongeren uit de Schilderswijk worden aangesloten op de buitenwereld.

Met hun hulp zette Yassine een stageproject op, voor kinderen met overgewicht. Nog steeds komen elke week twee groepen kinderen op de bijeenkomsten af. Yassine haalde ondertussen zijn mbo-diploma maatschappelijke dienstverlening. Inmiddels werkt hij als zelfstandig jeugdwerker voor het Stagehuis en begeleidt hij onder meer opvoedgesprekken met moeders. Mentor Nol leerde hem aan zijn eigen keukentafel over ondernemerschap, netwerken, btw en zzp. Daar had hij daarvoor nog nooit van gehoord.

Met die kennis op zak moest hij nog een tweede hobbel nemen: de vooroordelen van de wereld buiten de Schilderswijk. "Ik moet me altijd bewijzen, want de feiten heb ik tegen. Eén: ik ben een jongeman. Twee: ik ben Marokkaan. Drie: ik ben moslim. Vier: ik heb twee gouden tanden. Vijf: ik kom uit de Schilderswijk. Mijn missie is om te overtuigen dat ik ánders ben."

Pas in tweede instantie vertelt Yassine dat er nog een andere reden was om serieus werk te maken van zijn opleiding: hij leerde een meisje kennen. Anderhalf jaar geleden zijn ze getrouwd. De meisjes, die maken uiteindelijk het verschil, stellen de mentoren van het Stagehuis. Zie het zo: bij het Stagehuis doen ze wat aan damage control, maar het zijn de meiden die de jongens kiezen, opvoeden en bijsturen. Immers, wie wil er nou met een loser gaan?

Salim op zijn beurt werd door zijn oudere zussen op de hielen gezeten. Ook Yassine bemoeide zich met hem, al vond hij dat best lastig. "Je wilt het beste voor hem, als vriend, als broeder. Maar je wilt je ook niet teveel bemoeien met zijn zaken." Ook kreeg Salim de mentoren van het Stagehuis op zijn dak, wanneer hij daar rondhing: 'Ga jij nog iets met je leven doen?' Dat hij nu in het tweede jaar van de mbo-opleiding 'sociaal-cultureel werk' zit, heeft hij aan hen te danken. Zij regelden voor hem een plek op het Albeda College in Rotterdam. Want er zijn maar weinig scholen die staan te springen om jongeren zonder vmbo-diploma een tweede, derde of in Salims geval, een laatste kans te geven.

Salim heeft het roer omgegooid, bezweert hij. Eigenlijk heeft hij niet zoveel zin om lang stil te staan bij negatieve dingen. Liever praat hij over wat er goed gaat in de Schilderswijk. Over de BuurtBroeders, een groepje jongens, met wie Yassine en hij iedere zaterdagavond door de wijk lopen om hangjongeren aan te spreken en bewoners te laten zien dat er wordt opgelet. Over zijn eigen plannen: volgend jaar wil hij een stageproject opzetten voor jongeren die zijn gestopt met school. Want de verleidingen van de straat, die begrijpt hij maar al te goed.

Toch zijn Salim en Yassine optimistisch over de kansen van de volgende generatie. Die gaat het beter doen, daarvan zijn ze overtuigd. Zij weten immers hoe ze hun kinderen straks van de straat houden. De kinderen van Yassines broers en Salims zussen gaan bovendien al naar voorscholen waar sinds een paar jaar niet langer vrijwilligers voor de groep staan, maar leidsters met een hbo-diploma. Zij groeien op in gezinnen waar wel Nederlands wordt gesproken.

Op de basisschool leren ze dingen die Salim en Yassine pas veel later leerden: ze nemen de leiding, stellen vragen, roepen elkaar tot de orde, vormen een team. Salim: "Die kinderen gedragen zich letterlijk volwassener." Dat merken ze ook op de scholen. Werden klassen uit de Schilderswijk vroeger weggestuurd bij sporttoernooien, nu winnen ze medailles voor sportief gedrag.

Verleidingen in de buurt

De verleidingen van de straat zijn groot, als je opgroeit in de Schilderswijk. Er wordt geprobeerd de kansen van kinderen te vergroten. Maar uiteindelijk moet je die zelf grijpen, weten Yassine en Salim.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden