De littekens van staal

Als het vorig jaar uit Hoogovens en British Steel samengesmede concern Corus maar niet gaat snijden in IJmuiden, klonk het maandenlang in Nederland. Maar in Zuid-Wales weten ze pas echt hoe economische malaise voelt. Al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw is het lot van Port Talbot volledig verbonden aan dat van de staalindustrie. De stad was soms steenrijk, soms straatarm, en altijd ongezond.

Wouter Bax

De plant van het twee jaar geleden geprivatiseerde British Steel strekt zich uit langs de hele kust voor Port Talbot in Zuid-Wales. In het westen komen ruwe ijzererts en cokes binnen, in het oosten scheidt het complex van staalcocons, wagons, schoorstenen, pijpleidingen en bewerkingsfabrieken staal en staalproducten af. Zo is het al meer dan zeventig jaar, een tijd waarin de bevolking een schijnbaar onverbrekelijke band met staal heeft opgebouwd.

Uit de fabriekspoorten komt een gestage, maar onafgebroken stroom vrachtwagens. De met plastic zeil bedekte lading op de lange, platte aanhangers doet denken aan een beeld van De Kleine Prins: Een slang die een olifant heeft opgegeten. Elke truck vervoert een enorme rol staal voor verdere verwerking naar elders. ,,Naar Cardiff, en vaak nog verder'', zegt een voormalige arbeider van British Steel met onverholen spijt. Zijn zware werkverleden is van zijn gezicht en handen af te lezen, maar geen kwaad woord over British Steel. ,,Geen kwaad woord van wie dan ook in Port Talbot'', bezweert hij. ,,Iedereen is er begonnen, iedereen gaat eraan dood. Maar de staalfabriek is alles wat we hebben. En zo mooi, zo mooi.''

De receptioniste in het stadhuis van Port Talbot begon er als zestienjarige achter de typmachine, de zojuist binnengelopen postbode werkte 24 jaar in de warmwalserij. En ook in de hogere regionen van het stadhuis is letterlijk niemand die niets met British Steel te maken heeft. ,,Ik heb er zelf 44 jaar gewerkt'', zegt Noel Crowley, als leader of the council, de voorzitter van het bestuur van de graafschap Borough. Hij zetelt achter een met papieren bezaaid bureau. Zijn streng beveiligde, grote werkkamer lijkt mijlenver te liggen van de grauwe arbeiderswijken even verderop, maar hij is zijn afkomst trouw. ,,Wat er ook in de staalsector gebeurt, we merken het hier onmiddellijk. Maar kom, laten we eens rondkijken.''

De dienstauto van de gemeente rijdt voor. De dynamische Crowley stapt in en geeft de chauffeur instructies. Met de speciale kentekenplaat gaan alle hekken en slagbomen in de wijde omtrek als vanzelf open. De Labour-politicus vertelt honderduit over een industrie die vanaf de jaren tachtig enorm is gekrompen, maar nog altijd de levensader vormt van de 48 000 inwoners tellende stad. ,,Ooit werkten hier 46 000 mensen in de staalfabrieken, in de wijdere omtrek zelfs 140 000. Op het huidige complex van Corus werken nu nog maar 3800 mensen, maar met de nieuwe technologie is de kwaliteit van het staal met sprongen omhoog gegaan'', vertelt hij, terwijl de route langs kleine arbeidershuisjes gaat, de muren donkerrood uitgeslagen van de emissie van het fabriekscomplex.

De meeste huizen kijken direct uit op zee, als het staalcomplex er tenminste niet voor zou liggen. Crowley wijst naar de met prachtige herfstkleuren getooide heuvels achter het stadje. Port Talbot ligt ingeklemd tussen de heuvels van Wales en het grijze water van het Kanaal van Bristol, een overgang die zo steil is dat het de nazi's in de Tweede Wereldoorlog niet lukte de stad en haar fabrieken - een pijler van de Britse oorlogsindustrie - te bombarderen. ,,Daarom is Swansea, een stad zo'n tien mijl westelijk, meerdere keren platgegooid'', vertelt Crowley. ,,Bij ons wemelde het in die tijd van de Duitse krijgsgevangenen. Die werden ingezet om de staalfabrieken uit te breiden.''

Nog maar zo'n dertig jaar geleden telde Wales duizend kolenmijnen die de brandstof leverden voor de uitgestrekte staalindustrie langs de kust aan het Kanaal van Bristol. ,,In de omgeving van Port Talbot waren toen 157 walserijen'', vertelt Crowley. ,,De grote fabriek leverde ruw staal, in 'knuppels' en als opgerolde plaat, en de rest werd verwerkt in talloze kleine fabriekjes.'' De inwoners van Port Talbot koesteren de bedrijvige tijden in hun herinnering, maar dragen er ook de sporen van.

Iedereen is als tiener in de staal begonnen, in een tijd dat het vies en gevaarlijk werk was. ,,Gevaarlijk?'', zegt Crowley. Hij begint te frutselen aan de mouw van zijn donkerblauwe pak met krijtstreep, moppert wat op de kleine knoopjes en stroopt zijn mouw een eindje op. Een spierwitte plek op zijn huid, zo groot als een hand. ,,Mijn hele rug ziet er ook zo uit'', zegt hij. ,,Iedereen stond in zijn flanellen hemd op nog geen meter van het op 1300 graden Celsius gesmolten staal. Op een dag kwam er in de vloeibare massa een gasbel los, ik kon nog net door mijn knieën gaan en mijn hoofd beschermen met mijn handen, maar het hete staal sproeide zo over me heen. Vele mannen in deze streek hebben littekens als deze.''

Twintig mijl verderop, in het stadje Llannelli, hebben de mannen een ander, maar niet minder karakteristiek litteken: dikke striemen, dwars over de armen, van de polsen tot en met de biceps. Llanelli, door de mensen van Wales op een voor anderen onbegrijpelijke wijze uitgesproken, staat in de streek bekend als Tinopolis, vanwege de enorme industrie voor verpakkingsstaal. Tin wordt er sinds jaar en dag met walsen aangebracht op staalplaat, waardoor het materiaal voor blikken voor de voedingsindustrie ontstaat. Bijna geen mannelijke veertig-plusser in Llanelli, of hij begon zijn werkzame leven als tiener met het versjouwen van de dunne, vlijmscherpe platen. De randen zetten een handtekening die getuigt van de haat-liefdeverhouding van de Welshmen met hun staalindustrie. Nergens in het Verenigd Koninkrijk bestond ooit vuiler werk als dat in de mijnen en de staalfabrieken van Wales. Maar wie daar nu de littekens van draagt is vervult met diepe trots.

,,Volgens de officiële statistieken is Port Talbot de ongezondste plaats van het Verenigd Koninkrijk'', zegt Crowley, onveranderd vrolijk. ,,Nergens zoveel beroepsziekten en kwalen als hier. Maar dat zijn we rigoureus aan het veranderen. In de eerste plaats doet Corus dat zelf.'' Waar op het aan alle kanten met splinternieuwe Corus-borden gemarkeerde complex de grond ooit doortrokken was van vuil, groeit nu groen gras en zwemmen eendjes. De schoorstenen roken nog, maar met aanzienlijk minder milieuvervuilende emissie dan voorheen.

,,En als gemeente gaan we nog verder'', zegt Crowley. ,,Zo is er onlangs een vergunning aangevraagd voor de bouw van een nieuwe elektriciteitscentrale. Dat doen we dus niet. Dat ding wordt op kolen gestookt en we hebben al twee centrales. Vanaf nu willen we alleen nog maar industrie die verantwoord is voor mens en milieu. Misschien worden we dan ooit van de minst gezonde stad de gezondste stad.''

Crowley lacht erom, met een flinke dosis zelfspot. Maar de plannen van de gemeente getuigen van moed. De malaise waarin de Britse staalsector verkeert nu het dure pond de export dwarsboomt, laat zich ongenadig gelden in Port Talbot. ,,In het afgelopen jaar hebben we 2400 banen gecreëerd, en er 4600 verloren'', zegt Crowley. ,,We zoeken hard naar nieuwe economische activiteiten, maar dat is moeilijk. Twee jaar geleden had elk Japans concern hier wel een aan staal gerelateerde fabriek. Noem ze maar op: Panasonic, Hitachi, Nissan, Sony. Maar de Japanners zijn vertrokken naar goedkopere landen en ook andere industrie zien we opschuiven richting Cardiff, en dan verder. British Petrol, de op een na grootste werkgever, heeft een compleet complex verplaatst naar Schotland.''

Een heuse boulevard aan het strand van de Swansea-baai herinnert aan de goede tijden aan het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig. De pub Gallois staat nog steeds bekend om zijn goede maaltijden, maar het twintig meter verderop gelegen, ooit zo statige hotel Jersey is vervallen en heeft ingegooide ramen. De sierlijke betonnen boogjes langs de kilometerslange boulevard zijn afgebrokkeld, zo ver dat het ijzer van de wapening roest in de zilte zeelucht.

,,Mensen kwamen hier uit de verre omtrek in hun vrije tijd naartoe'', zegt Crowley. Ook toen al keken de strandgangers links op het complex van British Steel, en rechts op de raffinaderijen van BP. De gemeente wil het strand in ere herstellen. Het Aberavon Beach Hotel geeft de aftrap, en even verderop staan het Aquadome - een overdekt subtropisch zwemparadijs - en Hollywood Park - een pompeuze, 's nachts in weelderig licht gedompelde megabioscoop.

,,We werken hard om de schoonheid van de streek en de gebouwen te doen herleven.'' Crowley wijst naar de katholieke kerk, die ooit kon worden gebouwd omdat elke arbeider van British Steel welgeteld één steen voor zijn rekening nam. Zelf is Crowley ook katholiek, maar de godsdienst kreeg pas echt voet aan de grond met de komst van duizenden Europese gastarbeiders. Duitse krijgsgevangenen bleven in de streek en stichtten gezinnen, en in de jaren zeventig stroomden Poolse en ook Nederlandse werknemers toe. Vandaar oer-Hollandse namen als Smit, Zwart en Koops in het lokale telefoonboek.

Een andere monumentale kerk is vorig jaar met meer dan een miljoen gulden steun van British Steel weer stralend wit gespoten. ,,Het concern heeft hier nooit huizen gebouwd, maar er wel heel veel gefinancierd'', vertelt Crowley. ,,En de meeste sportclubs zijn met steun van British Steel opgericht en instandgehouden.'' Ook het huidige Corus laat zich niet helemaal onbetuigd. Het concern sponsort projecten voor de leefbaarheid in Port Talbot en is nadrukkelijk aanwezig in de brochures van de gemeente om bedrijven en toeristen aan te trekken.

,,Maar de enige echte dienst die Corus ons kan bewijzen, is hier blijven investeren'', zegt Crowley. De band van de stad met het staalconcern is vanouds groot - als Hengelo met Stork en Eindhoven met Philips - maar met de internationalisering van het bedrijf zag Crowley de voorheen innige contacten met de top grotendeels vervagen. ,,De leiding zit ver weg in Londen. Dat bemoeilijkt de communicatie. Neem bijvoorbeeld al die grond en staalconstructies die overal in de omgeving zijn achtergebleven en er al twintig, soms dertig jaar staan te verroesten. Ze zijn van het concern, maar die haalt ze niet weg. Dat belemmert ons in de mogelijkheden om andere dingen met de ruimte te doen. Corus is een van de partijen die ons moeten helpen om nieuwe activiteiten vlot te trekken. We zijn gek op onze staalindustrie, vergeet dat nooit, maar na de afgelopen zeventig jaar is Corus deze streek ook wel wat schuldig.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden