De liefdes van de tsarina

'Liefde uit de Hermitage' heet de tentoonstelling die dit weekeinde wordt geopend in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De schilderijen, beelden, kleren, snuifdoosjes en erotica komen uit de rijke collecties in het voormalige Winterpaleis van de Russische tasren. Vaak hebben ze een directe relatie met een van de vorsten, zoals Catharina de Grote, die kunst met scheepsladingen tegelijk naar Sint Petersburg haalde.

Voor de 4,5 miljoen inwoners van Sint Petersburg en eigenlijk voor alle Russen die nog een greintje vaderlandsliefde koesteren, is de kathedraal van Petrus en Paulus op het vestingeiland in de rivier de Neva gewijde grond. Dagelijks staan ze in dikke rijen voor een van de zijkapellen, een gewillige prooi voor onschuldig kijkende jongetjes die zich razendsnel van portemonnees of andere geldwaardige zaken meester maken. Vanwaar die belangstelling in een op zich niet eens zo mooie kathedraal die dan wel dé nationale kerk van Rusland is, maar niet eens de oudste en meest eerbiedwaardige? Hier, op deze historisch zo beladen plek, liggen nagenoeg alle Romanov-tsaren. Hier, en niet in de hoofdstad Moskou, waar wel de oude, communistische leiders werden begraven als Lenin, Stalin, Chroetsjov en Breznjev. In Sint Petersburg liggen de Peters, de Catharina's, de Nicolazen, de Alexissen en de Maria's en Martha's. Stuk voor stuk zijn ze heilig, de tsaren en tsarina's, als leiders van de orthodoxe kerk.

Die bijzondere status heeft hen er niet van weerhouden om een leven te leiden dat volstrekt aardse en zeker geen hemelse trekjes had. Catharina de Grote, die in 1744 vanuit het Duitse Zerbst naar Sint Petersburg afreisde, is van alle tsaren de meest eigenzinnige geweest. Niet alleen collectioneerde ze kunst bij de vleet, ze verzamelde ook geliefden waarvan velen niet verder dan een one night stand kwamen. Vielen ze bijzonder in de smaak dan verlieten ze de Hermitage (het Winterverblijf van de tsaren in de stad) of Tsarskoje Selo (het zomerverblijf op zestig kilometer afstand, temidden van het platteland) met een prachtig geschenk. Veel van die objecten zijn later weer in de Hermitage terechtgekomen, al dan niet teruggekocht door de tsaren of geschonken door de erfgenamen.

Een populair geschenk van Catharina, die in 1729 als Sophie Auguste Frederike, prinses van Anhalt Zerbst, werd geboren en in 1796 zou sterven, was een sierlijke snuifdoos van het soort waarmee de Hermitage een hele zaal heeft gevuld. Als de snuifdoosjes een afspiegeling van de cultuur van de keizerin te zien geven, dan moet Catharina een goede smaak hebben gehad: de boxjes zijn nog altijd fraaie voorbeelden van verleidingskunst.

Kunst, die in goud en diamanten is vervat, zoals het doosje dat Catharina eens liet maken toen ze een voordelige vredesovereenkomst met de Turkse sultan Abdul-Gamid had afgesloten. De tsarina was zeer gecharmeerd geraakt van de oosterse vorst en gaf aan de schilder G.Kozlov opdracht de man in kwestie te portretteren, waarop het medaillon vervolgens op een doosje werd aangebracht.

Of neem het object waarin Catharina haar monogram met dat van Semjon Zoritjs heeft laten vervlechten. Rond 1775 heeft meester Jean Jacques Duck het gemaakt, in opdracht van de Russische vorstin en als geschenk voor haar favoriet van dat moment. Het is een echt topstukje, een van de weinig overgebleven werken trouwens van deze vaardige siersmid. Op het deksel van het doosje is een medaillon en een briljanten inlegstuk te zien in de vorm van een adelaar die beide monogrammen vasthoudt. In het medaillon is behalve een zon ook een zonnebloem te zien die geloof, hoop en liefde symboliseert. De verliefde is zoals een zonnebloem altijd op de zon gericht en volgt zijn liefde door dik en dun. Voor Zoritsj gold dat helaas niet. Hij werd met dank voor bewezen diensten naar huis gestuurd.

Voor Catharina de Grote was dat dagelijkse praktijk, maar er waren ook liefdes die ze graag wilde bestendigen. Zo kwam ze in contact met de graaf Grigori Orlov waar ze tot over haar oren verliefd op werd. Haar gevoelens liepen zo hoog op dat ze op een gegeven moment in Orlov niet alleen een minnaar maar ook een waardige echtgenoot zag. Adviseurs aan het hof waren daar echter niet van gediend en Catharina zag vervolgens af van het voorgenomen huwelijk. Orlov in tranen, maar hij werd getroost met de toezegging dat hij een splinternieuw paleisje ten geschenke kreeg, dichtbij de Hermitage. Catharina, beducht voor een rivale die zich van de graaf meester zou maken, was wel zo slim dat ze vanuit haar slaapvertrekken van tijd tot tijd een oog kon werpen op het paleis. Dat zou de geschiedenis ingaan als het 'Marmerpaleis', vanwege de enorme hoeveelheid fraaie materialen die er werden verwerkt.

De graaf heeft het paleis nooit kunnen betrekken. Toen het in 1785 werd opgeleverd, compleet met een inrichting van kunstvoorwerpen en schilderijen uit de collecties van Catharina, was hij al gestorven. De tsarina kocht het paliesje van de erven Orlov (zijn beide broers) terug, om het vervolgens weer weg te schenken. Zo werd Constantijn, de tweede zoon van tsaar Paul I en broer van Anna Paulowna, de nieuwe bewoner.

In de loop van de tijd heeft ook 'het gewone volk' zich aan het gebouw met zeven soorten marmer in dertig kleuren kunnen laven. In 1922, vlak na de Revolutie die korte metten maakte met de tsaristische dynastie, werd het gebouw omgedoopt tot dependance van het Russische Museum. Tot op de dag van vandaag kan het Marmerpaleis worden bezichtigd: een ijskoud optrekje dat uitsluitend wil epateren.

Catharina II mag dan van een overdreven behoefte aan erotiek beticht worden, ze kende ook wat tegenwoordig als een dubbele moraal wordt beschouwd. Ongeremd in haar behoefte aan seks, koppelde ze haar verlangens aan een voorkeur voor mooie zaken, kunst dus wel te verstaan. Kunst had in haar ogen niets met seksualiteit te maken, moest daar ver van blijven. Een voorbeeld daarvan is haar kritiek op een van de beroemdste portretten in de Russische geschiedenis dat afkomstig is uit de Hermitage. Het gaat om een dubbelportret van de Franse schilderes Marie-Louise-Elisabeth Vigée-Lebrun (1755-1842) die het tot hofschilderes in Sint Petersburg heeft geschopt. Vigéé-Lebrun portretteerde de twee dochters Alexandra en Jelena van Tsaar Paul I. Ze deed dat een beetje sentimenteel -de 18de eeuw staat bol van deze lieflijke portretten- waarbij ze de twee meisjes elkaar laat omarmen. Daarmee betonen ze hun liefde voor elkaar en voor hun grootmoeder, Catharina II. Beide zusjes zijn afgebeeld als bacchanten met druiventrosjes in heur haar. Catharina vond de voorstelling veel te vrijmoedig. Ze zag in al het bloot maar een rare toespeling en bond de schilderes op het hart de voorstelling fluks te kuisen. Die verving de druiventrossen door bloemenkransen en bedekte de blote armpjes van de beide meiden met kleding.

Latere tsaren hadden veel minder moeite met het bloot, maar toen was de mode van het sentimentalisme al verschoven en begon het tijdperk van de romantiek. Catharina de Grote stond dus in feite op het einde van een tijdperk waarin de liefde eerder op de familieband was betrokken en nog geen individuele trekken had. Het beeld dat de liefde zich tussen personen afspeelt, is een typisch 19de eeuws verschijnsel dat in wezen nog altijd bestaat.

Catharina zag zich als degene die een dynastie moest voortzetten die een natie aan de leiding van een werelddeel moest brengen, een familie die onder geen beding in diskrediet gebracht mocht worden. Bovendien vond ze dat de kunst waar ze met volle teugen van genoot, een afspiegeling moest geven van haar keizerlijke grootsheid en niet tot kritiek mocht leiden. Kunst die de liefdeslust opwekte, kreeg wèl een plaats in haar collectie, maar ze behoorde tot de best bewaarde geheimen van haar paleizen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden