DE LICHAAMSTAAL VAN WIM KOK

“Hij maakt geen nonverbale fouten”, zegt psycholoog Aldert Vrij van de Universiteit van Portsmouth over Wim Kok. Zijn relaxte uitstraling is in alle opzichten die van een staatsman. Waarmee zich tegelijkertijd een gevaar aandient: inzakken door te veel ontspanning.

Hoe fris is Kok op de vrijdagavond, na een lange dag vergaderen met de ministerraad? Het valt moeilijk te beoordelen op grond van zijn uiterlijke verschijning. In het wekelijkse televisiegesprek met de minister-president vertoont Kok dezelfde mimiek als op een willekeurige andere dag. De spleetjes tussen zijn oogleden zijn misschien wat smaller, maar verder?

“Hij heeft van nature vermoeide ogen”, constateert taalkundige Dick Springorum van de Katholieke universiteit Nijmegen. Maar hij legt een afgemat gelaat uit in Koks voordeel. “Dat geeft hem iets betrouwbaars; het wekt de indruk dat hij wéér een dag hard heeft gewerkt als regeringsleider.”

Kok hoeft maar weinig te doen om behalve professionele vermoeidheid nóg wat uit te stralen met zijn ogen. Sociaal psycholoog Akko Kalma van de Universiteit Utrecht: “Hij hoeft maar een béétje te glimlachen met die spleetoogjes van hem, en hij komt over als een vergenoegd spinnende kat.”

Kok oogt ontspannen. Té ontspannen? Soms lijkt hij een inzakking nabij, signaleert Vrij. “Als hij onvoldoende spanning voelt, zie je dat hij wegkijkt van zijn ondervrager. Hij gaat ook zachter praten. Zodra hij dan zijn zegje heeft gedaan en nog wat aan het uitweiden is, laat hij zich makkelijk interrumperen.”

Maar een fitte Kok blijft dóórpraten totdat hij wordt onderbroken. Dat geeft hem overwicht.

En niet alleen dat doorpraten. “Soms wil Kok tot uitdrukking laten komen dat een statement méér is dan zijn persoonlijke mening”, zegt Vrij. “Hij wil laten blijken dat iets zo ís. Dat doet hij door zijn antwoord te beginnen met 'ja' of 'nee', gevolgd door een op lagere toon uitgesproken H. Dus: 'jaaahh' of 'neeehh'. Hij weidt verder uit door de hieropvolgende zin te beginnen met 'natuurlijk', een woord dat hij sowieso al vaak gebruikt. Het effect van dit alles is dat hij zeer subtiel laat merken dat het nu eenmaal is zoals hij zegt.”

Ook door zijn houding willen we veel van Kok aannemen, zegt Springorum. “Hij leunt naar voren om even uit te leggen hoe het zit.”

Nog een staaltje van gespreksoverheersing etaleert Kok als hij geen zin heeft zijn boodschap te herhalen. Vrij: “Om tegemoet te komen aan zijn ondervrager begint hij zijn herhaling met 'ik herhaal wat ik heb gezegd' en doet dan zijn zegje. Merkt hij gaandeweg dat zijn gesprekspartner nog steeds niet tevreden is, dan leidt hij zijn tweede herhaling in met 'met andere woorden'. Daarna vindt hij het welletjes; hij leunt achterover en slaat de handen over elkaar. Dan moet het voor iedereen duidelijk zijn: het is afgelopen, uit.”

Springorum: “Hij wekt de indruk dat hij niet van zijn stuk is te brengen.” Kalma: “Hij blijft bij zijn punt, dat hij rustig afmaakt. Hij haakt in op wat anderen zeggen en geeft er dan zijn eigen draai aan. Daarmee is hij zichzelf van dienst maar geeft hij ook aan goed naar de ander te hebben geluisterd.”

Vrij: “Op een vraag volgt dikwijls een algemeen antwoord, waarin hij de zaken in een breder perspectief plaatst. Dan volgt doorgaans het verzoek om concreter te zijn, en dat wórdt hij dan ook - in zijn tweede antwoord. Daarin komt hij dan vaak terug op de opmerkingen van voorgaande sprekers. Hij is een meester in het verwerken van wat anderen hebben gezegd. Ook dat is dominerend.”

Wie meer van Kok wil weten, hoeft eigenlijk niet naar zijn gezicht te kijken. “Dat biedt nauwelijks extra informatie”, zegt de Nijmeegse psycholoog Cas Schaap. Getuige zijn samengeknepen ogen is Koks lach oprecht, en die indruk wordt alleen maar bekrachtigd door de meelachende groeven in zijn gelaat. “Niemand zal zeggen: die man is onecht”, zegt Schaap. “Volgens mij is ie thuis precies zo als op televisie.”

“Koks nonverbale repertoire is niet groot maar goed”, zegt Vrij. “De klemtonen in zijn woorden benadrukt hij met ritmische armgebaren. Alleen als hij zich opwindt, maakt hij gebaren die eigenlijk beter passen bij een staande positie achter een katheder. Zijn armen openen zich dan wijder, hij steekt er een vinger bij op.” Op een rustpunt in zijn betoog, hoe kort die pauze ook is, plaatst Kok dikwijls de vingertoppen op elkaar. “Verder maakt hij veel verdelende gebaren”, zegt Springorum. “Met zijn handen hakt hij zijn betoog in stukjes.” Een andere, veel geziene handbeweging van Kok: het vormen van een denkbeeldige bol om zo 'het geheel' aan te duiden.

Schaap zag een enkele keer hoe een geïrriteerde Kok schokschouderende bewegingen maakte en even vervaarlijk met zijn hoofd zwaaide. “Het is een teken dat hij zich ternauwernood kon beheersen en in privé-kring waarschijnlijk heftiger zou hebben gereageerd.”

Kalma: “Doorgaans heeft hij een stabiele romphouding. Hij maakt op de goede momenten relatief kleine bewegingen. Dat duidt op een correcte hoge-statusmotoriek.” Een motoriek die ook de indruk kan wekken dat we met een ietwat saaie, stijve man van doen hebben, maar geen van de psychologen zou Kok iets geks willen laten uithalen om vlotter over te komen.

Vrij: “Je kunt niet tegen die man zeggen: maak eens een fout. Zo zit ie niet in elkaar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden