De liberalen kochten een kat in de zak

Tekenaar Johan Braakensiek stelde de toenmalige liberale premier Cort van der Linden voor als één van de broers die Jozef, het bijzonder onderwijs, aan de confessionelen Kuyper en Nolens verkoopt in ruil voor het algemeen kiesrecht dat Kuyper in zijn linkerhand heeft.Beeld x

Een knap staaltje politiek handjeklap veranderde in 1917 de Nederlandse politiek voorgoed: algemeen kiesrecht in ruil voor onderwijsvrijheid. Deel 1 van een tweeluik.

Jaren ijverden de liberalen voor algemeen kiesrecht. Maar toen het precies honderd jaar geleden zover was (voor mannen althans) leden juist zijzelf eronder. Protestanten en katholieken, die eigenlijk weinig op hadden met het algemeen kiesrecht, gingen er met de stemmen vandoor. En zij kregen ook nog eens de gelijke behandeling van bijzonder onderwijs.

Op 29 november 1917 stemde de Eerste Kamer in met een grondwetswijziging over zowel het algemeen mannenkiesrecht als de gelijkheid in bekostiging van algemeen en bijzonder onderwijs. Daarmee veranderde alles in de vaderlandse politiek.

Niet langer was de hoeveelheid belasting die iemand betaalde (en dus het inkomen) bepalend voor de vraag of iemand in staat werd geacht zoveel oordeelsvermogen te hebben dat hij mocht stemmen bij verkiezingen. Bovendien werd het districtenstelsel, waarbij de kandidaat met de meeste stemmen in een district de zetel kreeg, vervangen door een representatief stelsel. De drempel om in de Tweede Kamer te komen, ging met andere woorden fors omlaag voor kandidaten die voorheen in de regio kansloos waren vanwege hun politieke signatuur.

In ruil daarvoor stopten de liberalen hun principiële verzet tegen door de staat gefinancierd onderwijs op christelijke grondslag. Jaren, zo ongeveer vanaf de eerste moderne grondwet van 1848, werd de Nederlandse politiek beheerst door het conflict tussen liberalen en confessionelen over de gelijkberechtiging van openbaar en bijzonder onderwijs. Jaren hielden de liberalen het op hun principiële standpunt, dat de staat geen verantwoordelijkheid had voor onderwijs op godsdienstige grondslag en dat onderwijs uit diende te gaan van de individuele ontplooiing van het kind en het ontwikkelen van burgerschap.

De deal in 1917 betekende dat twee chronische onderwerpen voor politiek conflict in één klap tot het verleden behoorden. Met opvallend genoeg voor de liberalen dramatische gevolgen. De confessionelen kregen alles: een grote verkiezingsoverwinning in 1918 en in 1922, toen ook vrouwen mochten stemmen, en staatsfinanciering van het bijzonder onderwijs.

Electorale paradox

De pacificatie, zoals het historische compromis tussen liberalen en confessionelen is gaan heten, wordt morgen in de vergaderzaal van de Eerste Kamer met een congres herdacht. Harm Kaal, docent politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, gaat tijdens dit congres in op de vraag waarom de confessionelen uiteindelijk zo enorm konden profiteren van dit compromis. Hij spreekt van een electorale paradox: politieke stromingen die weinig of niets op hadden met algemeen kiesrecht profiteerden er het meeste van. 

Kaal: "Voor met name de protestanten was algemeen kiesrecht in strijd met hun opvattingen over de maatschappelijke orde. Uitbreiding van het kiesrecht was voor 1917 al mede de oorzaak van de tegenstellingen tussen Abraham Kuyper en Alexander de Savornin Lohman (die tot de splitsing in de ARP leidde en de oprichting van de CHU, red.). ARP'er Kuyper wilde het kiesrecht hooguit uitbreiden tot een soort huismankiesrecht; de man als hoofd van het gezin mocht zich met politiek bemoeien. Een algemeen kiesrecht, als dat er al diende te komen, zou het bredere protestantse idee moeten dienen dat ook voor de arbeider een betere wereld in het verschiet lag als hij zich blijvend in de orthodox-protestantse zuil zou vestigen. Daarom ook ijverde de Anti-Revolutionaire Partij voor sociale wetgeving. De socialisten diende de wind uit de zeilen genomen te worden."

(tekst loopt door onder afbeelding) 

Kuyper was geen enthousiast voorstander van algemeen kiesrecht. Niet alleen in de ogen van tekenaar Hahn zou hij bij een demonstratie voor dat kiesrecht dan ook alleen contrecoeur meedoen.Beeld x

Het huismankiesrecht was een logische politieke uitwerking van de visie van veel protestanten, maar overigens ook van veel socialisten en katholieken op de rol van de man en de vrouw in de samenleving. De man stond voor conflict, de vrouw voor harmonie. Dat laatste kon niet overeenkomen met het bedrijven van politiek.

Kuyper verwoordde het zo: "Niet bij de stembus, maar dan juist zal de vrouw het best en het overvloedigst het religieuze element in het volksleven voeden, indien ze vrouw, huisvrouw in de vollen zin des woords blijft." 43.000 vrouwen in zijn achterban waren het hartgrondig met hem eens. Zij ondertekenden in 1917 een adres dat aan de Tweede Kamer werd aangeboden.

Kaal: "Pas later, toen het kiesrecht ook voor vrouwen allang geregeld was, werd de ideologie radicaal gewijzigd. Toen heette het opeens dat juist de typisch vrouwelijke eigenschappen de politiek meer in evenwicht brachten."

De katholieke zuil stond volgens Kaal eigenlijk veel ambivalenter tegenover uitbreiding van het kiesrecht tot een algemeen kiesrecht. "De katholieken hadden veel minder dan de Anti-Revolutionairen een uitgewerkte politieke ideologie. De gereformeerden kenden bijvoorbeeld al langer de soevereiniteit in eigen kring als ideale maatschappelijke ordening. Bij de katholieken ontwikkelde de paus wel een maatschappijvisie, onder meer in de encycliek Rerum Novarum, maar die bleef los staan van politieke mobilisatie. Pas rond de uitbreiding van het kiesrecht werden een landelijke katholieke politieke organisatie en lokale katholieke kiesverenigingen opgericht.

"Het idee was bij de katholieken dat, mocht het zover zijn, de katholieke kerk wel in beweging zou komen. De zuil was echt veel minder politiek georiënteerd. De gereformeerden hadden wat dat betreft veel aan Kuyper te danken, maar ook bijvoorbeeld aan de wijze van besluitvorming in de kerk, waar uiteindelijk de plaatselijke gemeente de dienst uitmaakt."

Langs de zijlijn

Voor de katholieken leverde de pacificatie een belangrijk bijkomend voordeel op. In het districtenstelsel werden de katholieken altijd geconfronteerd met het feit dat behalve in Brabant en Limburg in geen enkel district de katholieken een meerderheid hadden. Daarom moesten er altijd stembusakkoorden worden gesloten met de protestanten. "Evenredige vertegenwoordiging was een uitkomst voor de katholieken", meent Kaal. "Stembusakkoorden met protestanten, die als puntje bij paaltje kwam uiteindelijk toch niet vertrouwd werden, waren niet langer nodig. Het was een enorme vooruitgang voor de zuil."

Anders dan de confessionelen verwachtten de socialisten veel van algemeen kiesrecht. De SDAP stond in de uitruil tussen liberalen en confessionelen min of meer langs de zijlijn, maar algemeen kiesrecht was al langer een belangrijk strijdpunt voor de partij. Voor mannen dan. Pieter Jelles Troelstra, de socialistenvoorman, was volgens Kaal zeer beducht voor wat hij noemde het burgervrouwenkiesrecht.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

De voorman van de socialisten, Pieter Jelles Troelstra, lag menigmaal in de clinch met Kuyper over de gelijkstelling van het bijzonder onderwijs. Zij waren als twee clowns in het circus dat politiek heet.Beeld x

De socialisten deden al langer aan politieke bewustwording van de arbeider, maar de vrees was dat die bij hun echtgenotes dermate slecht ontwikkeld was, dat zij geen betrouwbare kiezers in de eigen zuil zouden zijn.

Ook hier speelde de overtuiging mee dat vrouwen vooral op gevoel leven en dat hun gedrag dus onvoorspelbaar zou zijn. Mannelijke arbeiders, mannelijke protestanten of mannelijke katholieken waren voor de elite in elke afzonderlijke zuil nog niet zo'n groot probleem. Zij waren wel te overtuigen van het belang socialistisch, anti-revolutionair of katholiek te stemmen, maar zou dat bij vrouwen ook het geval zijn?

Kaal: "In de aanloop naar de verkiezingen van 1922 werden er speciale clubs opgericht waarin de politieke bewustwording van vrouwen centraal stond. Daar moet je overigens geen hooggestemde ideeën over hebben. Je stem uitbrengen betekende nog niet dat je een keuze had. Je werd geacht te stemmen op de kandidaat van de zuil en daar was de bewustwording dan ook op gericht."

De vrees bij confessionele partijen voor het 'rode gevaar' kwam gedeeltelijk uit. De socialisten kregen er in 1918, de eerste verkiezingen met algemeen mannenkiesrecht, aardig wat zetels bij. Maar ook de confessionelen zelf profiteerden enorm. In 1922 was het nog duidelijker dat juist de grootste tegenstanders van algemeen kiesrecht het meest profiteerden. De confessionele partijen wonnen negen zetels bij die verkiezingen, terwijl de liberalen en de socialisten samen zeven zetels verloren.

Kaal noemt het verlies van de liberalen een 'aangekondigd ongeluk'. "De liberalen streefden dan wel naar algemeen kiesrecht, maar ze maakten zich geen illusies wat dat zou betekenen. Het zou vanwege de religieuze inborst van vrouwen, meende een prominente liberaal, vooral de confessionele partijen in de kaart spelen. Je zou kunnen zeggen dat de liberalen in 1917 met de pacificatie een kat in de zak kochten. Althans, voor wat betreft hun eigen positie. Het was afgelopen met hun leidende rol in de Nederlandse politiek. Patrick van Schie, de directeur van de TeldersStichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, verwoordde het eens zo: 'De pacificatie toont overduidelijk aan dat principes voor liberalen belangrijker zijn dan de eigen positie'. Daar zou hij best eens gelijk in kunnen hebben."

Hulp van de kerk

De ontwikkelingen in Nederland staan niet op zichzelf. Ook in andere, omringende landen, profiteerden confessionele partijen van de uitbreiding van het kiesrecht. Volgens Kaal komt dat voor een groot deel door de vele aandacht die confessionelen besteedden aan partijvorming, ook met hulp van de kerk. "De grote doorbraak van christelijke partijen in Nederland kwam echter met de invoering van het vrouwenkiesrecht. De klap die vooral de socialisten daardoor kregen, is uniek.

"Kennelijk is het klassenbewustzijn bij vrouwen minder ontwikkeld", voegt hij er glimlachend aan toe. "In ieder geval was de leiding van de socialistische beweging zeer teleurgesteld in de vrouwelijke kiezers. Niet de SDAP had iets fout gedaan, de vrouwen hadden eenvoudigweg verkeerd gestemd."

De liberalen werden in de ogen van Hahn door Kuyper (afgebeeld met de hoorntjes van de duivel) in een hinderlaag gelokt om de grote uitruil tussen algemeen kiesrecht en gelijkberechtiging van het bijzonder onderwijs te laten plaatsvinden.Beeld x
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden