Column

De liberale staat loopt tegen z'n grenzen aan

Rutte besloot zijn filippica tegen het Dikke Ik met de paukenslag dat de liberale waarden "niet ruiken naar spruitjes, maar naar vrijheid".Beeld anp

Het leek maar een kleine kanteling in het politieke denken, toen de liberaal Bolkestein begin deze eeuw de individuele zelfbeschikking een zwaarder gewicht toekende dan de tolerantie. Nu zitten we met de 'Dikke Ik', waar de liberaal Rutte zich blauw aan ergert, zoals vorige week op het congres van de VVD bleek uit zijn filippica tegen hufterig en egoïstisch gedrag. Zijn voorganger zaaide de wind, hij oogst de storm.

Misschien is deze voorstelling van zaken een tikkeltje aangezet, maar feit is dat Bolkestein, VVD-aanvoerder van 1990 tot 1998, zijn best heeft gedaan de zelfbeschikking van het individu tot hét kernbeginsel van het liberalisme, zelfs tot universele morele waarheid, te verheffen.

In zijn John Rawlslezing zei hij twaalf jaar geleden dat als een cultuur of religie met deze kernwaarde strijdig is, de tolerantie ophoudt. "De onderdrukking van cultuur of religie is dan de bevrijding van het individu."

Meer wettelijke verboden
Over de gevolgen hoefde Bolkestein zich niet druk te maken, want hij huldigde het standpunt dat "alles wat niet is verboden, is toegestaan". Hoewel hij daar zelf wel op rekende toen hij in 1996 als heimelijke lobbyist voor een medicijnenfabrikant tegen de lamp liep, is in die opvatting aan tolerantie nauwelijks nog behoefte. Het is dan immers niet meer nodig de afstand te overbruggen tussen wat verboden is en wat als moreel discutabel wordt ervaren. Dat klinkt verleidelijk, maar het verraderlijke is dat deze visie, omdat mensen nu eenmaal geen engelen zijn, steeds meer wettelijke verboden uitlokt.

Dat is precies het patroon dat in onze samenleving zichtbaar is, sinds een halve eeuw terug de ontzuiling op gang kwam en de individuele vrijheid de boventoon ging voeren. De dekolonisatie van de burger, zoals collega Hofland de bevrijding uit de greep van de zuilen noemde, is gepaard gegaan met de ontwikkeling van Nederland tot een surveillancestaat. Bij elke ontsporing is er direct een roep om toezicht en staan de Opsteltens en Teevens met nieuwe wetten klaar.

Bolkestein zette John Rawls, de Amerikaanse filosoof die in de jaren zeventig de tolerantie tot de liberale kernwaarde uitriep, bij het groot vuil, omdat hij meende dat de multiculturele samenleving failliet was. De bijna wanhopige ergernis van Rutte over asociaal gedrag laat juist zien dat de liberale staat op zijn grenzen is gestuit, tenzij de prijs voor de individuele vrijheid eindeloos wordt opgedreven in nog meer vormen van toezicht en beperking, iets wat Rutte niet lijkt te willen.

Herwaardering
De kleine kanteling in het denken, waar Bolkestein een fundamenteel karakter aan gaf, heeft dus verstrekkende gevolgen. In politiek-culturele zin markeerde hij de breuk met de verzuiling. Die periode staat in een slechte reuk, maar de tijd lijkt rijp voor een krachtige herwaardering, omdat dat bestel als uitdrukking van een plurale samenleving vroeg om redelijkheid, gematigdheid en tolerantie.

Het verzuilde bestel had ook ongunstige kanten, zoals de geslotenheid en de sterke sociale druk, maar het nodigde uit tot relativering van de eigen waarheid om de samenleving leefbaar en het land regeerbaar te houden. Zet daar de verbetenheid in de huidige publieke en politieke cultuur tegenover, die je krijgt als je één bepaalde waarde tot allesbepalende morele waarheid uitroept.

Erkenning van verscheidenheid slaat dan gemakkelijk om in de eis van aanpassing, zoals nu ook zichtbaar is. In extremis voert die eis naar een staat die niet de vrijheid van godsdienst waarborgt, maar het individu van godsdienst wil bevrijden, om het even of hij moslim is of orthodox christen. Tegelijk transformeert het elastiek van de gedoogcultuur al gauw in autoritaire wetshandhaving en wordt alles wat afwijkt met wantrouwen bejegend. Was de gesmade bevoogding in verzuild Nederland erger dan de dwang, de beperkingen en het toezicht van de liberale staat?

Rutte besloot zijn filippica tegen het Dikke Ik met de paukenslag dat de liberale waarden "niet ruiken naar spruitjes, maar naar vrijheid". Hij leek zich daarmee, nogal clichématig, af te zetten tegen de jaren vijftig, toen de waarden en de normen nog bij de spruitjes werden overdragen. Maar feitelijk riep hij zijn partijgenoten op nu juist iets van die cultuur weer op te pakken en niet onverschillig te blijven over onmaatschappelijk gedrag. Goed gecamoufleerd, dat wel, maar zijn uitspraken hadden veel weg van een bekering uit verlegenheid over de ontoereikendheid van de liberale staat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden