De Libanezen keren terug, het hoofd omhoog

BEIROET - In alle vroegte komt zaterdag in Beiroet de volksverhuizing op gang. De ruim 400 000 vluchtelingen die in scholen en bij familie waren ondergebracht beginnen om vijf uur al met pakken. Matrassen en dekens worden op het autodak gebonden, koffers, plastic zakken en losse kleding gaat in de achterbak. Om acht uur kan niemand vanuit het zuiden meer Beiroet bereiken, omdat de exodus naar de dorpen in het zuiden toe beide rijbanen in beslag neemt.

Een enorme sliert bepakt en beladen auto's kruipt langzaam voort. Spullen torenen gevaarlijk hoog boven de auto's uit, en zo nu en dan verliest er een zijn lading zodat iedereen wordt opgehouden, tot de eigenaar alles weer bij elkaar heeft gegraaid. Afgezien van het feit dat ze men graag zo snel mogelijk terug willen om te zien hoe het met de bezittingen staat, windt de Libanese regering er ook geen doekjes omheen dat ze iedereen weer zo snel mogelijk op zijn eigen plek wil hebben.

Via radio en tv roept de regering iedereen op om naar huis te gaan. Het leger heeft bussen en vrachtauto's ingezet om hen die geen vervoer hebben te helpen. De grote gaten in sommige wegen worden door het leger snel gevuld, en voorzien van een voorlopig wegdek, zodat iedereen snel zijn dorp weer in kan.

“We willen thuis zijn voor Adha”, zegt Alisha (26), duidend op het drie dagen durend islamitische feest dat gisteren begon. “Er valt natuurlijk niet veel te vieren, maar toch.” Ze komt uit Adshil, een dorpje dat dagelijks werd genoemd tijdens de radioberichten over bombardementen. “Er is veel schade in het oosten van ons dorp. Wij wonen in het centrum dus we hopen dat het meevalt.”

In Nabatia, een stadje dat 16 dagen lang onder zware bombardementen heeft gelegen, was het gisteren weer alledaags druk. De meeste dorpelingen zijn inmiddels teruggekeerd, de schade wordt opgenomen.

Drie mannen lopen door de met gruis, glas en elektriciteitsdraden bezaaide straten, terwijl ze notities maken. “Wij zijn van het ministerie van openbare werken, en nemen de schade op aan regeringsgebouwen. We hebben orders gekregen om dat zo snel mogelijk te doen, dus zijn we alvast op een zondag begonnen”, legt er een uit.

Tot nu toe hebben ze slechts glasschade gezien. Maar enkele winkels naast het postkantoor hebben een voltreffer gekregen. Het is niet duidelijk te zien wat voor winkels het waren. De gehele voorpui is er uit, tussen het gruis liggen chocolaatjes in zilverpapier, en dozen van GSM-telefoons. Een stuk metalen rolluik met slot en een brok steen waar het slot was ingemetseld, liggen op de stoep. Het slot heeft het gehouden, de rest van het interieur niet.

Afwasmiddel

De supermarkt heeft slechts omgevallen schappen, en de eigenaar heeft de hele zaterdag staan boenen. “Rampzalig, want er waren zestig flessen afwasmiddel gebarsten. Ik heb bijna geen water en er kwam geen einde aan het schuim.” Hij weet te melden dat de eigenaar van de GSM-telefoonwinkel zaterdag even is langsgeweest, maar “die is weer naar huis gegaan. Hij was pas negen maanden open”.

Het commerciële gedeelte van het stadje heeft het zwaar te verduren gehad. Rina Sallay (35) is eigenaresse van een kledingboetiek. Ze zat tijdens de bombardementen bij familie in Sidon. Tien dagen geleden hoorde ze dat de winkel geraakt was maar “er zat slechts een klein gaatje in het rolluik. Althans, dat zeiden ze”. Zaterdag kwam ze erachter dat in het rolluik inderdaad maar een klein gaatje zat. Toen ze die omhoog trok, trof ze iets anders aan.

Vier etalageruiten, een winkeldeur en alle glazen schappen aan gruzelementen, de stapels kleding op de grond. “Drieduizend gulden schade, de kleding niet meegerekend.” Ze weet niet of de regering het vergoedt. “In 1993 is mijn huis geraakt, dat geld heb ik ook nooit gekregen. En nu is mijn woonhuis weer getroffen, maar het geld is geen probleem. We hebben tenminste het hoofd omhoog gehouden. Israël heeft niet gekregen wat het wilde.”

Tuinstoeltjes

Aan de rand van Nabatia, in de wijk Hai al-Maslag, zijn elektriciens de lijnen al aan het repareren. Drie vliegtuigbommen hebben daar zeven huizen getroffen. Op stoffige, krakkemikkige tuinstoeltjes tussen de brokken steen, zitten vier mannen en een vrouw water te drinken.

“Kom binnen”, zegt er een, en gebaart naar een hoop puin achter zich. Er is geen voordeur meer te bekennen. Het gebouw, bestaande uit vier appartementen, heeft enkel nog wat pilaren over. De muren en het interieur zijn allemaal weggeblazen. De voormalige bewoners, vier gezinnen van een familie, zitten nog in Beiroet, het zijn alleen de gezinshoofden die terug zijn gekomen.

“We moeten nu eerst een paar woningen huren hier in de buurt, en wat orde op zaken stellen, voordat iedereen terug kan komen”, zegt Haytam (32). Klimmend over de brokken beton toont hij waar de de bom is ontploft. Een grote grijze krater. “Daar stond ook een huis, maar dat kun je niet meer zo goed zien.” Niets is meer te gebruiken, niets meer heel. “Nou, niks is meer te herkennen, behalve de koelkast,” en hij wijst naar een ijzeren vierkant dat enkel aan de grill van de achterkant nog te herkennen is als koelkast.

Toch tonen ze geen spoor van wanhoop. “Je kunt hier wel neervallen en hard gaan huilen, maar gebeurd is gebeurd. Iedereen heeft het overleeft, daar zijn we dankbaar voor. We herbouwen de zaak gewoon weer”, zegt haar Haytam. Dat herbouwen, dat gaat zo'n tweeënhalve ton kosten. “Nee, natuurlijk hebben we dat niet. Maar we bouwen beetje bij beetje, dan lukt het wel.” Zij zijn blij met de houding van de regering. “We hebben niet gebogen. Vanaf het begin heeft de regering gezegd: 'wij ontwapenen het verzet niet'. En ze heeft woord gehouden.”

Maar ook voor wiens hebben en houwen nog intact is, is het leed niet geleden. Het leven is een ware hindernisbaan geworden. “Twee uur elektriciteit per dag, geen telefoon, geen drinkwater,” legt de buurvrouw van Haytam uit. “De school van mijn kinderen is vernield.”

Haar huis is in orde, enkel de negen ramen zijn gesneuveld. Ze zijn al naar de glasman geweest, maar die heeft ook een raket in zijn werkplaats gehad, dus ze moeten wachten tot na de islamitische feestdagen, woensdag, voordat hij weer glas heeft. Haar gordijnen hangen er in rafels bij. “Je kunt wel stellen dat er niemand hier op vooruit is gegaan. Maar Israël is ook geen stap verder gekomen. En dat is goed.”

Herbouwen

De Libanese regering schat dat de schade van de afgelopen 16 dagen tegen de 650 miljoen gulden loopt, waarvan 240 miljoen aan huizen. Ze heeft beloofd om iedereen financieel te helpen met herbouwen, maar uit ervaring weten de bewoners van deze regio, die praktisch tegen de veiligheidszone liggen aangeplakt, dat het geld laat komt, en nooit voldoende is om te vervangen wat verloren is. “Maar dat maakt niet uit. We bouwen weer. Israël zal ons nooit klein krijgen. Zij bombarderen, wij bouwen. Dat gaat al sinds 1976, toen ze op de Palestijnen schoten in dit gebied, en dat gaat door totdat ze zich terugtrekken”, zegt een man op straat in Nabatia. Boven de weg hangt een nieuw spandoek. 'Je zou je moeten schamen, Amerika', staat er in witte letters op zwart.

Buiten Nabatia staan auto's vele kilometers lang aan beide kanten van de weg geparkeerd. Honderden mensen lopen, gekleed in het zwart, naar een Hoesseinieje, een soort religieuze ontmoetingsruimte, boven op de heuvel. Rond het gebouw ligt een begraafplaats, en vanuit de verte is de menigte goed te zien, zeker vijfhonderd man. De weg naar het gebouw staat ook vol met auto's, die blinken in de hete middagzon.

Politieagenten proberen het verkeer op gang te houden, maar het kleine landweggetje is niet berekend op zoveel verkeer. “De begrafenis van die familie is daar,” legt een vrouw uit. Nee, zij is geen familie van de moeder die met haar zeven kinderen omkwam, onder wie een vier dagen oude baby. Nee, ze kent ze eigenlijk ook niet. “Ik kom uit dankbaarheid. Mijn familie leeft nog, maar we zaten dan ook in Beiroet. Dit is alles wat ik kan doen, tenminste laten zien dat er mensen zijn die aan hen denken.”

Ze is niet de enige die op het idee is gekomen. Zelfs wildvreemden zijn uit Beiroet gekomen om respect te betuigen. “Het is triest. Het had ons kunnen overkomen als we hier hadden gewoond. Ik had mijn huis in hun geval ook niet verlaten”, legt een jongen uit die met zijn vriendin is gekomen. “Dinsdag worden de slachtoffers van Kana begraven. Daar zal het nog wel drukker zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden