Poëzie

De levenslessen van Van der Waal verenigen het allerkleinste met het allergrootste

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw.Beeld Maartje Geels

Een jaar geleden ongeveer verscheen ‘Mystiek voor goddelozen’ van Henk van der Waal. Een bundel filosofische dialogen die opent met drie grote vragen: ‘Wie zijn we eigenlijk? Wat doen we hier? Waar stevenen we op af?’ 

Drie onmogelijk te beantwoorden vragen, maar de filosoof Van der Waal ging op zoek. Hij liet twee stemmen, ‘de raadselachtige’ en ‘de welwillende’, met elkaar in gesprek gaan, om via vraag en antwoord, langs woorden als ‘oergift’ en ‘tijdbloeien’, dichter bij iets van een antwoord te komen.

Een prachtig woord, dat ‘tijdbloeien’. Het betekent - bij benadering - alle tijd (verledens) die een mens, een dier, in zich verzameld heeft en laat voortduren. Het komt terug in Van der Waals recent verschenen dichtbundel ‘Door alle honderd harten wit te kalken’: “en je beseft dat er blijkbaar niet alleen / iets is wat jou vooruitdwingt, maar dat er / ook iets is wat jou voorttrekt”

In de tien zangen waaruit die bundel is opgebouwd, gaat hij verder op dat wat hij eerder al essayerend uiteen zette. Maar dan in regels die minder beschrijvend en meer ‘gebeurend’ zijn, in taal die tot het uiterste is geconcentreerd en waar je, door de vele abstracties, door ongebruikelijke woorden of nieuwvormingen (‘wijdsel mij’), door complexe zinsconstructies, soms een flinke weerstand tegen kunt voelen.

Ook zijn poëzie is een vorm van dieper denken en wil je de reikwijdte daarvan ervaren, dan moet je ergernissen of verwachtingen loslaten en meegaan, op het ritme van je ademhaling, zoals de gedichten in een beweging van uitwaaieren en terugtrekken over de pagina’s golven.

Het zijn verzen (poëtische essays?) over ‘het kleine stukje ruimte dat / jij met verlangen vult’, over tijd, de zelfvergeving, over de wil - grote begrippen die Van der Waal scrupuleus uitdiept. Soms lezen zijn strofen als heuse levenslessen: “ook moet je jezelf witwassen / door je gewoonten en onhebbelijkheden / en verslavingen en kleine geneugten / tegen elkaar uit te spelen”.

De gedachten worden nogal eens geïnterrumpeerd door een andere stem (‘dat mag zo zijn / denk je’), maar houd je de lijn in het denken vast, dan is het of Van der Waal je met zijn taal op een punt brengt waar iets wezenlijks verscholen ligt. Dan is het of zich, hoe kort ook, écht iets van een antwoord op die zijnsvragen openbaart.

je kunt dat zijn noemen

of geluk

of doordesemde aanwezigheid

het is in ieder geval iets wat van buiten

komt, maar gek genoeg diep

van binnen in je brandt

Het is een bij vlagen overrompelend samenvallen van het allerkleinste en het allergrootste. Een soort denken dat grenzen tussen binnen- en buitenwereld, tussen ooit, vandaag en straks vloeibaar maakt: “even heel het heden / voor altijd staande houden”.

Henk van der Waal
Door alle honderd harten wit te kalken
Querido; 72 blz. € 16,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden