Levenslessen

De levenslessen van Rayen Panday: ‘Pas sinds ik comedian ben, voel ik me begrepen’

Rayen Panday Beeld Merlijn Doomernik

Na elf jaar rechtenstudie gaf Rayen Panday alsnog toe aan de roep van het podium. De comedian groeide op in Zaandam bij strenge ouders. ‘Inmiddels ben ik 35 en nog single, dus mijn ouders zijn allang blij als ik met íemand trouw.’

1. Een grap kan veel oplossen

“Als kind was ik extreem verlegen. Mijn vader nam vroeger altijd cassettebandjes op van mijn broer en mij, en daarop ben ik bijna niet te horen, ik zei nooit wat. Laatst vond ik een rapport uit groep 1-2, waarop staat: ‘Rayen is af en toe nog wat speels’. Ik was vier! In hoeverre was ik dan speelser dan de rest? Aan de andere kant: ik ben nog steeds speels, dus misschien zagen ze iets wat er al heel vroeg in zat? Ik kon me goed in mijn eentje vermaken, ik speelde al snel een beetje keyboard en hield van puzzelen.

Maar ik was ook een gevoelig kind. Zo hoorde ik in de eerste klas van de middelbare school dat mijn oude basisschoolleraar tegen de nieuwe groep 8 had gezegd dat ik wel lief was, maar ook druk en vervelend kon zijn. Dat trok ik me enorm aan. ’s Avonds kon ik er niet van slapen. Mijn vader kwam mijn kamer binnen - hij had het verhaal van mijn moeder gehoord - en zei tegen me: ‘Je zit ermee dat hij dat over je heeft gezegd, hè? Je moet maar zo denken: ze kunnen beter over je fiets lullen, dan over je lul fietsen. Wat heb je liever?’ En toen deed hij de deur dicht en dacht ik: je hebt gelijk ook, en ik viel in slaap. Ook al wist ik toen nog niet wat relativeren was, ik begreep wel dat een grap of een zin veel kan oplossen.”

2. Je bent goed zoals je bent

“Ik was vroeger erg ontevreden over mijn neus. Ik werd er niet mee gepest of zo, maar ik vond hem gewoon niet mooi. Op tv zag ik dat het mogelijk was om daar iets aan te laten vermaken, waarop mijn moeder zei: ‘Ja, als je er echt mee zit, kun je dat doen. Bedenk wel: je hebt de neus gekregen die bij je past. En als jij je neus laat veranderen, ben je niet meer de Rayen zoals Rayen is. En die Rayen is prima. Dat vond ik heel lief en ik heb er nooit meer last van gehad.”

3. Volg je gevoel

“Op mijn veertiende gingen we een maand naar Suriname, ik was er alleen als baby geweest. Daar leerde ik voor het eerst mijn opa goed kennen. Dat was fantastisch, want het was een superlieve opa en in die maand bouwde ik een heel fijne band met hem op. Op de dag van vertrek - ik was heel verdrietig - namen we op het vliegveld van Paramaribo afscheid van mijn opa en oma, waarna we verder liepen naar de gate. Toen draaide ik me nog één keer om, omdat ik het gevoel had dat ik mijn opa nog een keer moest omhelzen, maar mijn ouders en broer liepen al door. Ik dacht: als ik nu terugga, is dat heel raar. Ik voelde een soort sociale druk om door te lopen, maar mijn gevoel zei: omhels hem nog een keer. Ik heb dat niet gedaan en een jaar later is mijn opa overleden. Daarna wist ik: oké, vanaf nu moet ik mijn eigen gevoel volgen.”

4. Laat anderen niet je tempo bepalen

“Mijn broer en ik zijn heel streng opgevoed. Als ik uit wilde gaan, moest ik daar bij wijze van spreken eerst een aanvraag voor indienen, vervolgens werd die aanvraag verwerkt, en na twee weken kreeg ik dan antwoord. Dat was zo vermoeiend, dat ik het maar liet zitten. In veel Hindostaanse gezinnen is het belangrijk om vanuit huis te trouwen met een Hindostaans meisje, maar daarin waren mijn ouders dan weer niet traditioneel. Dan hadden ze maar niet in Zaandam moeten gaan wonen, haha, want daar wonen weinig Hindostanen.

Ik had een gemengde vriendenkring en ik spreek bijvoorbeeld ook geen Hindostaans. Inmiddels ben ik 35 en single, dus mijn ouders zijn allang blij als ik met íemand trouw. Wat wel ontzettend belangrijk was dat ik hard studeerde. Mijn vader kon erg boos worden als ik slechte cijfers haalde. Ik ging rechten studeren. Strafrecht lag me wel, maar de rest helemaal niet en het boeide me ook niet. Ik heb elf jaar over mijn studie gedaan: mijn bachelor heb ik gehaald en op één tentamen en mijn scriptie na, had ik mijn master gehaald. Maar het podium riep.”

5. Spring in het diepe

“Toen ik heel klein was, hield ik al van grappen. In de bieb leende ik moppenboekjes en die leerde ik ’s avonds uit mijn hoofd, zonder het aan iemand te vertellen. Ik vond het magisch: hoe kan het dat je om een paar zinnen op papier moet lachen? Op mijn dertiende ontdekte ik stand-up comedy en leerde ik onder andere de shows van Eddie Murphy kennen: ik zette ze op cassettebandjes en luisterde er heel vaak naar op mijn walkman, maar ik bedacht nooit dat ik zoiets ook zélf kon doen. 

Vanaf het vijfde jaar van mijn studie kwam ik steeds vaker in comedyclub Toomler. Mijn behoefte om zelf op het podium te gaan staan, werd sterker - stiekem was dát mijn droom - en ik deed mee met het open podium. Gelukkig ging dat goed: ik werd zelfs uitgenodigd om een week later auditie te doen voor het Groninger Studenten Cabaret Festival. Een week lang heb ik thuis voor de spiegel staan oefenen: ik had maar voor acht minuten materiaal, en moest er in een week dertig minuten van maken. Ik kwam door de audities, ik denk dat ik nog nooit zo blij was geweest.”

6. Ouders leren ook van hun kinderen

“Achteraf denk ik dat mijn strenge opvoeding een van de redenen was dat ik op het podium wilde staan: ik voelde me niet snel begrepen - thuis niet en op school niet. Dat is niet omdat ik mezelf speciaal vond of zo, maar ik hoorde er gewoon nooit helemaal bij, omdat ik niet van studeren hield. Pas toen ik comedy ging doen, voelde ik me echt begrepen: wanneer ik een verhaal vertel en iedereen in de zaal daarin meegaat en we er met z’n allen om kunnen lachen.

Rayen Panday Beeld Merlijn Doomernik

“Gaandeweg zijn mijn ouders beter gaan kijken hoe ik in elkaar steek en nu begrijpen ze dat dit is wat ik wil. ‘Kinderen leren niet alleen van hun ouders, maar ouders ook van hun kinderen’, heeft mijn vader weleens gezegd. Vooral in mijn eerste voorstelling ging het best veel over mijn strenge opvoeding, maar mijn vader vond dat juist goed: ‘Je maakt er iets van waardoor mensen er niet alleen om lachen, maar er ook bij stilstaan. En misschien herkennen niet alleen Hindostanen zich erin, maar ook Marokkanen of Turken met strenge ouders.’ Alleen mijn oma uit Suriname vond het heftig. ‘Jij hebt wel lef hè’, zei ze na afloop.”

7. Durf onderuit te gaan

“In een comedyclub in New York, waar ik optrad, heb ik in de kleedkamer mijn held Dave Chappelle ontmoet, een Amerikaanse stand-up comedian. ‘Schrijf jij je voorstelling vooraf helemaal uit?’ vroeg ik hem. Zelf vind ik dat niet werken, dan had ik beter schrijver kunnen worden. Chappelle bleek dat ook niet te doen: het uitwerken doe je op het podium. Vergeet één ding niet als je op die manier speelt, raadde hij me aan: laat zien dat je kwetsbaar bent en dek je niet in. Verbloem niet dat je dingen uitprobeert. Soms is dat heel spannend. Als iets niet werkt, heb je de neiging om het meteen uit je programma te gooien, maar vaak is het beter om er op het podium aan te blijven schaven.”

8. Teer niet te veel op een compliment

“Mijn voorouders zijn vanuit India naar Suriname gekomen. Zij behoorden tot de priesterkaste en daardoor hebben wij redelijk wat priesters in de familie, en sowieso hebben veel hindoes een eigen huispriester, die jou bijvoorbeeld trouwt. Die huispriester zei, toen ik een jaar of twaalf was, dat het mooi is om een compliment te krijgen, maar dat je daar niet te veel op moet teren. Want dan raakt het je ook heel erg als iemand iets negatiefs over je zegt.”

9. Hét beste publiek bestaat niet

“In 2011 kreeg ik een uitnodiging om in Estland op te treden en de eerste avond dacht ik: deze mensen staan heel ver van mij af, gaan zij mij ooit begrijpen en leuk vinden wat ik doe? Ik vertelde in het Engels over de dingen die me bezighielden: waar ik vandaan kom, mijn opvoeding, mijn studie. En dat werkte heel goed: blijkbaar lijken we veel meer op elkaar dan ik dacht en maakt het niet uit wie je publiek is - er bestaat niet zoiets als hét beste publiek. Sowieso probeer ik tijdens optredens dicht bij mijn gevoel te komen. Als dat lukt, kom ik ook dichter bij wat andere mensen voelen en dan maakt het niet uit waar ik vandaan kom.

“Zelf maak ik onderscheid tussen danspubliek en luisterpubliek. Merk ik dat ik voor een luisterpubliek sta - dat gaat niet meteen bij elke grap los, zoals danspubliek - dan leg ik de nadruk meer op de verhalen dan op de grappen. Natuurlijk staan sommige zalen, vaak in Noord-Holland, erom bekend dat ze stugger zijn. Stug publiek werkt ook als trigger: dan wil ik juist terug en het écht goed doen en kijken hoe ik ze los kan krijgen. Ook als je een paar avonden op dezelfde plek staat, is het publiek steeds weer anders. Comedian is een supertof beroep, maar soms is het raar om een ander leefritme te hebben dan anderen - ik ga bijvoorbeeld vaak ’s nachts naar de sportschool.”

10. Vier je feesten

“Van huis uit ben ik hindoe, maar Kerst is mijn lievelingsfeest: ik hou van de kou en de knusheid, de kerstfilms en de kerstliedjes. In Suriname is Oudjaar geweldig. Overdag ga je de stad in, rond twaalf uur ’s middags wordt daar vuurwerk afgestoken. Daarna kijk je naar bandjes, die op grote wagens door de straten trekken. Iedereen danst en viert feest, dat is echt heel vet. En om acht, negen uur ’s avonds ga je naar je familie om verder te feesten. In Suriname grijpen ze elke reden aan voor een feestje.”

Rayen Panday (Zaandam, 1983) is stand-up comedian en cabaretier. Hij studeerde rechten en won in 2008 de persoonlijkheidsprijs op het Groninger Studenten Cabaret Festival. Hij trad op op festivals zoals Lowlands en Paaspop. Ook speelde hij in Estland, Denemarken, België, India, Frankrijk, Suriname, Curaçao, Aruba, Indonesië, Brunei, Thailand en de VS. Sinds 2016 is hij lid van Comedytrain en hij was te gast in tv-programma’s als ‘De tafel van taal’. Vanaf 1 januari is Rayen Panday samen met Soundos El Ahmadi en Martijn Koning te zien in de Netflix-special ‘Comedians of the World’. Met zijn vierde programma, ‘Fenomeen’, toert hij tot eind mei door het land, zie rayenpanday.nl.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u op trouw.nl/levenslessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden