Interview

De levenslessen van Rahma el Mouden: Verdien evenveel als je man, of meer

Rahma El Mouden Mas Beeld Merlijn Doomernik

Haar autobiografie is in de maak. Rahma el Mouden (57) vertelt erin hoe ze van jonge Marokkaanse - die bij aankomst in Nederland binnen moest blijven van haar man - uitgroeide tot directeur van een succesvol bedrijf. En haar man? Hij emancipeerde mee. 

Les 1Een gezin zonder vader is niks

“Ik ben geboren in Tanger, in een gezin met zes meiden en één jongen. We groeiden op in een veilige wereld waarin we niets tekort kwamen dankzij het werk van mijn vader. Hij was imam. Helaas zagen we hem weinig, want toen we nog heel klein waren, is hij voor zijn werk naar Gibraltar geëmigreerd. Wij bleven achter in Tanger. Eens in de maand kwam mijn vader van vrijdag tot zondag naar huis. Als hij weer vertrok, waren we allemaal heel verdrietig. Het wende nooit. Hoe goed we het ook hadden, een leven zonder compleet gezin is echt niks.

Als mijn vader niet in Gibraltar was gaan wonen, was ons leven anders geweest, denk ik. We hadden in elk geval allemaal onze school afgemaakt. Hij was een liberale man die ons veel ruimte gaf en het belangrijk vond dat ook meisjes de kans kregen onderwijs te volgen. Mijn moeder, die zelf geen school heeft gehad, vond het niet nodig dat we doorleerden. Toen ze er door mijn vaders verblijf in het buitenland plotseling alleen voor kwam te staan, besloot ze dat de lagere school en drie jaar voorgezet onderwijs genoeg was.

Ze hield ons het liefst thuis en was bang dat er wilde verhalen over ons de ronde zouden doen als wij alleen op pad gingen. Als dochters van de imam moesten wij ons voorbeeldig gedragen, alle ogen waren op ons gericht. Mijn moeder wilde mijn vader niet teleurstellen en die taak nam ze heel serieus. Maar ik was rebels, de enige dochter die altijd met haar in gevecht was. Ik wilde de wereld ontdekken en dacht: laat me los!

Ze heeft zich zorgen om mij gemaakt. Ik had haar willen laten zien dat dat onterecht was, maar ze is jong gestorven, op haar 52ste. Ze heeft niet meegemaakt dat ik goed terechtgekomen ben, mijn vader gelukkig wel. Toen ik in 1999 de eerste prijs won als zwarte zakenvrouw van het jaar, heb ik die trofee meegenomen naar Marokko.”

Les 2Vrijheid is: geen angst voor slaag

“Laatst ben ik naar de familie van Badr Hari gegaan. Ik ken die mensen niet, maar ik had gehoord dat zijn zus was gestorven en ben ze gaan condoleren. Ik vind dat mijn plicht. Als ik via de tamtam hoor dat iemand in de Marokkaanse gemeenschap in Amsterdam is overleden, ga ik altijd even langs bij de nabestaanden, of ik ze ken of niet.

Mijn moeder deed dat ook. Ze was heel zorgzaam; zodra iemand ziek of overleden was, ging ze erheen. Ondanks onze botsingen lijk ik op mijn moeder, in alles; zelfs onze naam is hetzelfde. Ze was een sterke, ondernemende vrouw die mannen niet over zich liet regeren. Van haar eerste twee echtgenoten is ze gescheiden omdat die haar sloegen, bij mijn vader is ze gebleven; hij was heel anders. In Marokko komt het nog steeds voor dat mannen gezag uitoefenen over vrouwen, maar ik accepteer dat net zomin als mijn moeder.

Al heel jong besefte ik: het klopt niet dat wij anders behandeld worden dan jongens. Ik maakte plannen om later weg te gaan uit Marokko. Doordat we veel Spaanse tv keken, wisten we dat Europa anders was, veel vrijer. Voor mij als kind betekende vrijheid: niet bang zijn om geslagen te worden door je ouders. Mijn vader sloeg nooit, maar mijn moeder en oom wel. Met een stokje, dat deed pijn. Ook op school kreeg je klappen.”

Les 3Verdiep je in vluchtelingen

“Op mijn zestiende ben ik getrouwd met een 24-jarige Marokkaanse kennis die al in Nederland woonde. Zo zag ik kans om te vertrekken. De eerste tijd woonden we op een zolderkamer in Amsterdam-Noord. Nog nooit heb ik het zo koud gehad. Het was een verschrikkelijke tijd, maar ik had het ervoor over, ook al miste ik mijn moeder en zat ik, als mijn man werkte, hele dagen eenzaam thuis omdat ik niemand kende en de taal niet sprak.

We denken vaak: die migranten en vluchtelingen passen zich niet aan, maar we beseffen niet wat ze doormaken, zelfs vluchtelingen die hier om economische redenen komen. We kunnen natuurlijk niet hun problemen oplossen, maar verdiep je eens in die mensen die niets te eten hebben en soms alles hebben achtergelaten. Dat raakt mij. Ik ben gelukkig niet gevlucht vanwege honger of om politieke redenen, maar wel omdat ik onderdrukt werd. Ik wilde niet een soort bezit worden van een man en in angst leven.”

Les 4Verdien evenveel als je man, of meer

“Mijn emancipatie ging met vallen en opstaan. Participeren, integreren en tegelijk vasthouden aan je geloof en cultuur gaat moeilijk samen. Een moslima mag ’s avonds niet de deur uit om te werken of te leren. Toch is dat de enige manier. Zodra je de taal leert en geld verdient, verbetert de situatie. Dus ik zeg altijd: als je wilt dat je gelijk behandeld wordt door je partner, zorg dan dat je net zoveel verdient als hij, of meer.

Ik werd letterlijk gek van thuiszitten. Na twee jaar smeken mocht ik ’s avonds met mijn man mee als hij ging schoonmaken. Het kindje dat we inmiddels hadden, nam ik mee. Daarna moest ik hem zien te overtuigen dat ik naar school wilde om de taal te leren en onderwijs te volgen. Dat heeft veel strijd gekost. Ik heb in die tijd overwogen om te scheiden, maar er bleef toch altijd iets dierbaars tussen hem en mij, waardoor ik bleef. Het heeft vijftien jaar geduurd om hem aan mijn kant te krijgen; uiteindelijk is hij veranderd in een echte kaaskop! Ik wens alle moslima’s zo’n geweldige man toe, die hun het vertrouwen en de vrijheid geeft waar ze recht op hebben.

Mijn familie is trots op wat ik heb bereikt, en de Marokkaanse gemeenschap, die mijn man vroeger waarschuwde dat ik ervandoor zou gaan met een westerse man, zegt nu: we hebben respect voor je vrouw. Maar ik ken geen vrouwen van mijn leeftijd die dezelfde fasen hebben doorlopen. Ik heb vier kleinkinderen en een druk leven. Als ik wil praten doe ik dat met jonge Marokkaanse vrouwen en een paar Nederlandse vriendinnen.”

Les 5Integreren begint met de taal leren

“Ik ben in 1977 begonnen als schoonmaakster en langzaam opgeklommen. Twintig jaar later had ik mijn eigen schoonmaakbedrijf; ik werd ondernemer zonder dat ik het verschil wist tussen debiteuren en crediteuren. Van dienstverlening had ik wel verstand en ik had een goede naam opgebouwd bij de klanten voor wie ik had gewerkt. Veel van die klanten kwamen al gauw naar mij toe, na twee maanden had ik al ruim drie ton omzet. Nu bestaat het bedrijf uit vijf bv’s en hebben we vijfhonderd mensen in dienst die door de hele Randstad werken.

Ik heb mezelf weten te redden en verdien mijn geld eerlijk. Als ik het aan de overheid had overgelaten, zat ik nog steeds werkloos thuis en sprak ik de taal niet. Want niemand heeft ooit een cent in mij geïnvesteerd en ik werd niet uitgedaagd om te leren.

Je moet immigranten allereerst verplichten de taal te leren. Ze moeten ook participeren en werken. De overheid faalt op dat gebied. Een inburgeringscursus stelt niks voor: je leert zeshonderd woorden, daarmee kun je niet deelnemen aan de samenleving. Velen hebben bovendien een gigantische achterstand omdat ze uit landen komen waar onderwijs niet verplicht is. Je kunt niet vanzelfsprekend verlangen dat mensen op korte termijn integreren.

Het is een lang proces waar hulp bij nodig is - die bieden we nu te weinig. Dat is een van mijn boodschappen in de autobiografie waar ik tussen de bedrijven door aan bezig ben. Ik beschrijf niet alleen de weg die ik heb afgelegd, het moet ook een boek worden om de westerse en islamitische wereld aan het denken te zetten.”

Les 6Maak ons land niet kapot

“Over de samenleving maak ik me zorgen. We moeten ophouden ons land, dat we met z’n allen hebben opgebouwd, kapot te maken. De stemming is absoluut anders dan toen ik hier kwam. Na een halve eeuw worden Marokkanen en Turken hier nog steeds als tweederangs gezien. Ik kijk met pijn naar de allochtone jeugd: de jongeren zijn onze toekomst, maar velen voelen zich niet welkom. Elk jaar herdenken we de Tweede Wereldoorlog, het was vreselijk wat er toen is gebeurd. Maar wat doen wij nu? Groepen zwart maken, net als destijds. Nog even en we worden ook op onze arm genummerd.

Een paar jaar geleden noemde Geert Wilders Erdogan een islamitische aap. Hoe moet een Turk dan blij zijn dat hij hier woont? Naar aanleiding van die uitspraak heb ik koningin Beatrix een brief geschreven. Binnen drie dagen kreeg ik keurig antwoord en zij heeft ervoor gezorgd dat Mark Rutte een afspraak met mij heeft gemaakt.

Nee, ik wil de politiek niet in. Ik ben vaak gevraagd, maar je bereikt hier niets omdat je onderdeel van een spel wordt. In Marokko zou ik wel graag een bijdrage leveren aan de politiek. Het is een land in opbouw, er is behoefte aan vernieuwing en mensen met betrouwbare kennis. Ik ben me aan het oriënteren, en als er een kans is doe ik het. Morgen. Terug ga ik niet, ik zet de klok niet vijftig jaar terug. Ik hou echt van Nederland. Hier heb ik geleerd wat democratie is. En vrijheid.

Ik woon hier nu 42 jaar en ben een Nederlandse moslima met Marokkaanse roots.

Kamerwerk kun je makkelijk op afstand doen, als ik er één keer in de week moet zijn vlieg ik zo heen en weer. Ik wil me onder meer inzetten tegen corruptie en onderdrukking van de vrouw; die kerels daar zijn echt aan de beurt. Mijn man en familie verklaren me voor gek, maar ik vind dat je ook een maatschappelijke taak hebt in de wereld.”

Les 7Afstand nemen gaat niet vanzelf

“Na 41 jaar werken in de dienstverlening wil ik me langzamerhand op andere dingen gaan richten. Ik ben bezig mijn bedrijf over te dragen aan mijn dochter. MAS verkopen zal ik nooit, ik wil er een familiebedrijf van maken dat geleid wordt door een vrouw. Altijd. Mijn kleindochter van negen heeft al gezegd dat zij later ook directeur wil worden.

Afstand nemen gaat niet vanzelf, daarom hebben mijn dochter en ik allebei een begeleider. Ik ben een perfectionist en heb een doorzettingsvermogen waar ik soms zelf moe van word. Ik eis heel veel van mezelf. Van mijn dochter heb ik ook jarenlang veel geëist, ze werd er helemaal gek van. Ik accepteer nu dat zij geen Rahma wordt. Ze is een andere leider dan ik, en dat is goed voor het bedrijf.

Sinds vorig jaar steek ik met hart en ziel al mijn tijd in een bijzonder project: ik begeleid moeilijk lerende kinderen van het Orion College in Amsterdam. We hebben daar een lokaal waar we ze twintig weken lang opleiden voor een baan. Ik train en monitor ze en koppel ze aan iemand die als rolmodel fungeert. Ze worden meegenomen op werkbezoek naar onder meer het Anne Frank Huis, de NOS, het Rijksmuseum, de Hermitage en de A’DAM Toren.

Na afloop krijgen ze een diploma en zijn ze gegarandeerd zes maanden bij mij in dienst, daarna kunnen ze doorstromen naar een ander. Zo zijn er nu vier doorgestroomd naar de A’DAM Toren. Men vraagt vaak: waarom doe je dit? A: omdat ik er gelukkig van word. B: ik kan het me permitteren. Al jaren werk ik met kansarme kinderen omdat hun ouders bij mij werken, dus ik weet precies hoe ik ze kan helpen. Elk kind dat een kans krijgt is er één.”

Rahma el Mouden

Rahma el Mouden (Tanger, Marokko, 1959) was de vierde in een gezin met zeven kinderen. Op haar zestiende kwam ze, getrouwd en zwanger, naar Nederland. Ze begon in 1977 als schoonmaakster bij het Gemeente-Energiebedrijf in Amsterdam. Twintig jaar later werd ze ondernemer en richtte MAS Dienstverleners (Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf) op. Inmiddels is het uitgegroeid tot een facilitair bedrijf met meerdere diensten, en met nevenvestigingen in Rotterdam en Den Haag. Volgend jaar draagt ze MAS officieel over aan haar dochter. Ze won verschillende ondernemersprijzen (in 1999 werd ze ‘Europese zwarte zakenvrouw van het jaar’) en ontving twee koninklijke onderscheidingen in Marokko.

El Mouden is getrouwd, heeft een zoon en dochter en vier kleinkinderen. Haar autobiografie verschijnt volgend jaar bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden