Levenslessen

De levenslessen van Lee Towers: ‘Ik ben begonnen als krantenbezorger’

Beeld Merlijn Doomernik

Vrijdag ontving Lee Towers (71) de Edison Oeuvreprijs, voor zijn lange zangcarrière. The Voice of Rotterdam leerde dat je je nooit in je lot moet schikken. Hij werd van een dubbeltje een kwartje.

Les 1: Moeten is dwang

“Ik ben opgegroeid in het dorp Bolnes, onder de rook van Rotterdam. Thuis was het alleen maar armoede. Ik kreeg mee: als je voor een dubbeltje geboren bent, zul je nooit een kwartje worden. Mijn vader was van 1888 en zwaar christelijk. Nederduits hervormd. Wij waren zó zwaar op de hand. Ken je ‘De eeuw van mijn vader’ van Geert Mak? Dat was ons leven. Wij gingen niet naar de kerk, die was niet zwaar genoeg. Gelijkgestemde zielen kwamen bij ons thuis. In bed op zolder lag ik mee te luisteren. Er vonden discussies plaats die ik als kind helemaal niet begreep. Ze hadden het over de Heilige Oorlog in Zuid-Afrika. Tegen de Zulukaffers. In de ogen van de boeren, de Nederduitsers, waren dat een soort pratende apen. Nu denken we over dat soort zaken heel anders.

’s Zondags mochten we niet naar buiten, dat was allemaal goddeloos. Mijn vriendjes waren met mooi weer aan het spelen en riepen dan: ‘Hé, kom lekker naar buiten, joh!’ Maar mijn vader zat drie uur lang uit zo’n dikke Statenbijbel voor te lezen. Met van die koperen hangsloten. Vijf jongens en een meisje rond de tafel.

Hij probeerde de Bijbel op ons over te brengen, maar hij zei: ‘Nu ga je zitten en luisteren.’ Het is de manier waarop, hè? Moeten is dwang. Als iemand tegen jou zegt: ‘Jij moet...’, dan krijg je vanzelf een hakken-in-het-zand-gevoel.”

Les 2: Volg je eigen geweten, niet de dogma’s

“Op een zondag nodigde een vriendje me uit om naar de film te gaan. Een schitterend onschuldig programma over prinsessen, in kleur. We moesten helemaal vanuit Bolnes naar de Coolsingel lopen. Door de looptunnel, de bruggen waren er nog niet. Ik liep naast de fiets van mijn vriendje. Fietsen op zondag was van de duivel. Maar mijn benen waren zó moe. Op een gegeven moment hield ik het niet meer en sprong ik achter op die fiets. Ik had steeds gedacht: God straft onmiddellijk. Maar er gebeurde niets.

Later zat ik eens met mijn oudste broer een natuurfilm te kijken. Over het natuurlijk evenwicht op aarde. Hoe alles anders zou zijn als de temperatuur hoger was, of als de aarde twee graden anders zou staan. Die balans is zo mooi. Daar zie ik meer een Goddelijke Schepper in dan in al die dwingelandij.

Ik geloof zeker nog. Maar niet meer in wat mensen allemaal vertellen. Ik denk dat je eigen geweten belangrijker is dan alle verhalen die je voor zoete koek moet aannemen. Die dogma’s die geponeerd worden.”

Les 3: Niets erger dan een stel zonder gespreksstof

“Mijn vader en moeder scheelden dertig jaar. Dat leeftijdsverschil zorgde toch voor kreukeltjes, uiteindelijk zijn ze gescheiden. Dat is mijn verdrietigste periode geweest. Niets is erger dan een huwelijk waarin twee mensen elkaar niets meer te zeggen hebben. Ik kan er nog bijna niet over praten. Ik zou een boek kunnen schrijven over de stiltes.

Dat zoiets zelfs in dat zwaar christelijke gezin kon gebeuren. Ook dat was voor mij een teken van: we zijn allemaal maar gewoon mensen. Met zwakheden. En dat God kennelijk niet altijd verbindt. Toen dacht ik: zorg dat je een normaal en aimabel mens bent, en met respect met andere mensen omgaat.”

Les 4: Believe in your dreams

“Ik kreeg mee: schik je in je lot. Zoals je Schepper het met je voor heeft. Toch was dat voor mij altijd ondenkbaar. Aan de overkant van de straat lag Rotterdam. Als kind had ik daar al veel meer mee. Die grote stad sprak zo tot mijn verbeelding.

Mijn broer Tom was mijn voorbeeld. Wij waren arm, maar toch intelligent. Tom was vier jaar ouder dan ik. Andere kinderen gingen na de lagere school naar de mulo of de hbs. Voor ons zat dat er niet in. Er werd niet eens over gesproken. Wij gingen als vanzelfsprekend naar de lagere technische school, de lts. Een vak leren. Mijn broer ook. Maar hij kwam met de hoogste cijfers van school af. Hij werd timmerman, maar ging doorstuderen. Drie dagen per week op de fiets naar Rotterdam.

Studeren, studeren, studeren, hij ontworstelde zich. Hij slaagde cum laude in alles wat hij deed. En hij werd optisch tekenaar op een scheepswerf. Later leraar. Ik ben ervan overtuigd dat hij één van de beste leraren was die Nederland ooit heeft gehad. Ook de moeilijke jongens hingen aan zijn lippen. Hij had een natuurlijke uitstraling en overwicht.

Ik ging ook naar de lts, werd bankwerker. Ook ik ging met de hoogste cijfers van school af. Net als mijn broer had ik een lerarenopleiding kunnen doen. Maar ja, ik ging de muziek in, dat was mijn passie. Toen ik twaalf, dertien was hoorde ik al die liedjes op de radio. The Everly Brothers, The Blue Diamonds, Elvis, Fats Domino, Pat Boone. Bij de kauwgom zaten kaartjes met Engelse songteksten. Die vertaalde de zus van een vriend voor me. Ik was de enige in de straat die wist waar die teksten over gingen.”

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld Merlijn Doomernik

Les 5: Fanatisme is een zegen, maar ook een last

“Vrienden begonnen een bandje. Ze vroegen me of ik meedeed. Gingen we oude kranten ophalen om een drumstelletje te kopen. Eén van de vaders kocht een versterker, speelden we met drie gitaren op één versterker. We hebben veel talentenjachten gewonnen. We wonnen omdat we toen al heel veel repertoire hadden.

Vanaf the very first moment ging ik er buitengewoon serieus mee om. Als we gingen repeteren, dan repeteerden we. Dan moest je niet met een rotsmoes aankomen, dat je niet kon. Ik kon natuurlijk niet bevroeden waar het allemaal op uit zou draaien.

De band viel uit elkaar toen drie leden in dienst gingen. Op een gegeven moment werd ik uitgenodigd als gastsolist, bij ons in de dancing. Na die avond ben ik nooit meer weggeweest. The Drifting Five, heette die band. Ik deed altijd van alles wat. Gitaar, bassen, drummen. Maar als solozanger kwam ik het beste uit de verf.

Jaren later, ik had al concerten in De Doelen en Carré gedaan, trad ik een keer op bij de Wielerzesdaagse in Ahoy’. Twintig minuten moest ik dat wielerpubliek vermaken. Het dak ging eraf. Organisator Peter Post kwam naar me toe en zei: “Leen, er komt een moment dat jij hier avondvullende voorstellingen geeft.” Ik dacht: die is gek. Maar het bleef in mijn achterhoofd hangen. Nadat ik Diana Ross in Ahoy’ had gezien, besloot ik het te proberen. Give it a try.

Op de Zesdaagse hadden ze een lichtkrantje, waar het bedrijfsleven zich kon inkopen. Ik besloot sponsorpakketten te introduceren. Een evenement zonder sponsoring is nu ondenkbaar. Maar ik deed het als eerste voor mijn eerste gala in Ahoy’, in 1984. Nog nooit had een Nederlandse artiest Ahoy’ gedaan, er was geen referentie. Ik haalde vari-lites en lasers voor mijn show, hadden ze nog nergens in Nederland. Ik had ze in Las Vegas gezien. Mensen versleten me voor krankzinnig. Die Towers moest het wel hoog in zijn bol hebben.

Ik ben een perfectionist. Alles moet kloppen. Mijn kapsel, mijn bril, mijn gouden microfoon en het speldje met mijn initialen erop. Daar voel ik me prettig bij. Als ik mijn bril afzet, dan ben ik Lee niet meer. Die gedrevenheid is soms ook verschrikkelijk.

Ik had één van de grootste producenten van Nederland kunnen zijn, maar ben te veel artiest. In mijn producties ben ik een controlfreak. Hangen er 10.000 lampjes en is er één kapot, dan heb ik ’m gezien.

Je moet je omringen met de beste mensen, op elk gebied. Een orkest van zeventig man uit Londen, een ballet. Ik geef ze alle ruimte om creatief te zijn, maar ik weet precies hoe ik het wil hebben. Als het dan wordt gespeeld, ga ik bijsturen. Dan wil ik dat loopje daar net effe iets anders.

Mijn vrouw Laura hield soms haar hart vast. Rond galashows viel ik een kilo per dag af. Zij is mijn alles, mijn mental coach, we zijn 47 jaar samen. Ze weet precies hoe ik in elkaar zit. Ze vond dus niet dat ik vaker thuis moest zijn. Maar soms had ze haar zorgen. Ik ben dan zo’n adrenalineman. Het was topsport en Ahoy’ was mijn WK. Ik had ook een speciale kleedkamer, waar mijn trainingsapparatuur stond. Als je sterk bent, dan straal je dat uit. Ik vrat ze allemaal op.”

Les 6: Een dubbeltje kan een kwartje worden

“Ik hoorde altijd: ‘Dat is niet voor ons soort mensen weggelegd.’ Ik wilde dus bewijzen, dat je niet voor een dubbeltje geboren hoeft te zijn. Ik had een oude vader. Ik weet nog dat een vrouw naar me toe kwam: ‘Hee, maatje. Hoe heet jij?’ ‘Leen Huijzer, mevrouw.’ ‘O, ben jij er dan één van die ouwe Krijn?’ Het was alsof ze het hart uit mijn lijf haalde. ‘Die ouwe Krijn’, dat vond ik zo erg.

Ik denk dat ik die ouwe Krijn gerehabiliteerd heb. Muziek vond-ie niks. Hij zei: Ga een vak leren, dan kun je een boterham verdienen. Artiesten waren het uitschot van de maatschappij. Maar ik weet zeker dat hij trots op me zou zijn geweest.

Mijn moeder is 95 geworden, twee jaar geleden is ze overleden. Ze zat bij mij altijd op de eerste rij. Al die armoe die ze in haar leven had meegemaakt, werd gecompenseerd: hoe ik straalde, en zij straalde mee. Ik ben toch die jongen van twee krantenwijkjes die miljonair is geworden.”

Les 7: Je noodlot kun je niet ontlopen

“Daar geloof ik heel erg in. Op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Mijn broer is verongelukt, later ook mijn schoon- dochter. Eén telefoontje zet je leven op z’n kop. Ik was een boek aan het schrijven, het moest gaan heten: ‘Believe in your dream’. Dan gebeurt zoiets. Hoezo believe in your dream? Het ligt nog steeds op de plank.

En dan ons moment in Antwerpen. De brand in het hotel in 1995. Vijfentwintig mensen kwamen om. Pas toen ik buiten stond, besefte ik dat ik mijn vrouw kwijt was. Ik maakte het ergste moment mee. Ik ging naar binnen en vond haar weer. Dat was het mooiste moment ooit. Die gevoelens liggen zo dicht bij elkaar. Daarom hebben wij ook altijd een beetje meer verdriet, als je zoiets hoort als over die twee vermiste meisjes. Als je ze weer vindt, dan ben je blij. Maar ze hebben ze niet meer gevonden. Ze zijn dood. Dan rouw je mee met die familie. Dat heb ik nu sterker. Dat ik denk: oh, wat erg. Oh wat erg.”

Les 8: Met 1% positiviteit hef je 99% negativiteit op

“Ik beleef nu onwaarschijnlijk drukke tijden, vanwege de uitreiking van de Edison. En vastgoedjongens willen twee torens in Rotterdam naar me noemen: de Lee Towers. Maar deze periode begon natuurlijk met ons Feyenoord-kampioenschap.

Twintig jaar geleden vroegen ze mij een nieuw Feyenoordlied te zingen: ‘Mijn Feye-noord’. De club had veel last van hooligans en negatieve publiciteit. Ik heb nog bedenktijd gevraagd. Ik dacht: waar begin ik aan, moet ik tegen ‘Hand in hand kameraden’ gaan opboksen? Maar mijn vader zei vroeger: soms is 1 procent positiviteit in staat om 99 procent negativiteit in evenwicht te brengen.

Ik dacht: give it a try. En inmiddels hoor je fans overal ‘Mijn Feyenoord’ vertolken. Het staat niet op gelijke hoogte met ‘Hand in hand’, dat is de oersong. Maar ik kom met stip op twee. Daar ben ik hartstikke trots op. Ik ben niet bij elke wedstrijd. Maar ik ben er toch bij. ‘Mijn Feyenoord’ en ‘You’ll Never Walk Alone’ worden altijd gedraaid. Ik zit in de genen van de club. In de genen van de stad.”

Leen Huijzer

Leen Huijzer (Bolnes, 1946) is vooral bekend onder zijn artiestennaam Lee Towers. In 1975 brak hij door bij Willem Duys als ‘de zingende kraanmachinist’. In werkelijkheid was hij kraanmonteur. Towers werd bekend om zijn vertolkingen van ‘You’ll never walk alone’, ‘It’s raining in my heart’ en ‘I can see clearly now’. In zijn carrière stond hij 51 keer in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy’, een record. Hij treedt nog zo’n honderd keer per jaar op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden