De levenslessen van Eric de Vroedt: Dat ene zetje heeft iedereen nodig

Eric de Vroedt, creatief directeur Het Nationale Toneel. Beeld Merlijn Doomernik

Volgens schrijver en regisseur Eric de Vroedt (45) hunkeren we vergeefs naar grip op onszelf en de wereld. Zijn unieke theaterthriller ‘The Nation’, te zien vanaf 21 maart, is een aanklacht tegen dat verlangen.

Les 1Geloof is sociaal gebonden

“Mijn ouders deden niet veel aan het geloof, maar als kind was ik heel christelijk. Ik zat op een christelijke kleuterschool en de juf kon - met behulp van een viltbord waarop allerlei plaatjes van bijbelse figuren werden geplakt - heel meeslepend over de Bijbel vertellen en dat nam ik allemaal voor waar aan. Totdat ik naar een openbare lagere school ging en ik daar, van de een op de andere dag, van mijn geloof viel. De leesmoeder las voor uit een boek waar het woord God in voorkwam en nadat ze had uitgelegd wie God was, vroeg ze wie van ons in God geloofde. Ik stak meteen als eerste mijn vinger op, keek daarna de kring rond en zag dat ik de enige was. Waarna ik mijn vinger per direct weer omlaag deed en dat was het moment waarop ik ophield in God te geloven.

Doordat ik me aan de groep wilde aanpassen, gooide ik alles overboord wat ik tot dan toe voor vanzelfsprekend had aangenomen. Ik ben er niet trots op, maar het heeft me wel duidelijk gemaakt dat het vaak ook maar toeval is waar je in gelooft. Wie kijkt er naar je? Met welke groep wil je meedoen? En doordat je solidair wilt zijn met de groep of omdat je bij een groep wilt horen, vertoon je een bepaald gedrag.”

Les 2Heb het geluk om de juiste mensen tegen te komen

“Op school wilde ik altijd de leukste zijn en op ouderavonden kreeg mijn moeder steevast te horen: ‘Eric haalt goede cijfers, maar hij is wel erg druk in de klas.’ Om dat te kanaliseren gaf mijn moeder mij op voor een clownscursus die na twee jaar overging in een theatercursus, en zo was ik mijn hele middelbareschooltijd veel met toneel bezig. Mijn andere passie was politiek: ik identificeerde mij met de linkse mensen van mijn toneelclub, maar ik zat op een school met vooral VVD’ers en Centrum Democraten waar ik me heel fanatiek tegen afzette. Ik las Het Vrije Volk op zoek naar argumenten waarmee ik de jongens op het schoolplein van repliek kon dienen. Mijn plan was om politicologie te gaan studeren en me daarna aan te sluiten bij de PvdA: Joop den Uyl was mijn held.

Tijdens een weekend bij Frans Beskers, mijn theaterdocent, stonden we in zijn keuken te praten en vroeg hij: ‘Wat trekt je nou zo aan in de politiek?’ ‘Ik wil mensen overtuigen’, antwoordde ik, ‘en ik wil verhalen vertellen.’ Ik haalde bijvoorbeeld de Engelse Labourleider Neal Kinnock aan, die in 1985 met een inmiddels beroemde speech een vijandig congres wist te overtuigen. ‘Maar dát,’ zei mijn leraar, ‘heeft alles te maken met theater. Jij houdt helemaal niet van politiek. Want dat betekent dat je tot drie uur ’s nachts dossiers moet doornemen en dat je je idealen moet inslikken omdat je in een coalitie moet samenwerken. Het meeslepende verhaal: dát is theater. Jij hebt zo veel talent: je kunt beter de toneelschool proberen.’

Die leraar is van cruciaal belang geweest: hij voerde met mij op het juiste moment het juiste gesprek. En ik denk dat veel migrantenjongeren bijvoorbeeld te weinig mensen om zich heen hebben om dat soort gesprekken mee te kunnen voeren. Gesprekken waarbij iemand je net dat ene zetje geeft. Dat vind ik de grote tragiek van jongens uit buurten als de Schilderswijk: wel heel veel kritiek over je heen krijgen, maar net niet die ene leraar treffen die je matst bij een mondeling omdat-ie vertrouwen in je heeft. Wij denken te vaak dat we het succes aan onszelf te danken hebben, maar dat is helemaal niet waar. Want wij hebben in ons leven continu zetjes gekregen en het is te makkelijk om te zeggen: je moet het op eigen kracht kunnen.”

Les 3Probeer onverschilligheid te doorbreken

“Mijn ouders scheidden toen ik negen was en dat maakte ons niet rijker: mijn vader had een eigen bouwbedrijf en was min of meer miljonair, maar hij weigerde alimentatie voor ons te betalen waardoor mijn moeder in de bijstand belandde. Ik had een heel ingewikkelde relatie met mijn vader. Hij werd steeds rechtser en ik steeds linkser en dat vochten we uit in venijnige discussies. ‘De wereld draait niet om geld’, riep ik en dan zei hij: ‘Oké, dan geef ik je vanavond ook geen geld mee - dan doen we het zo.’

Het was heel moeilijk om contact met hem te krijgen: hij had geen enkele belangstelling voor mijn broer, zus en mij. We waren eens in de twee weken een weekend bij hem en dan haalde hij een stapel actiefilms in huis en zaten we het hele weekend als zombies voor de tv terwijl hij op de bank in slaap viel. Hij werd steeds zwartgalliger: zijn bedrijf ging failliet en niets kon hem nog schelen - hij was heel cynisch over het leven en over de wereld.

Dat heeft hem uiteindelijk het leven gekost. In het laatste deel van mijn mighty- society-reeks heb ik in de vorm van een toneelstuk gesprekken met mijn vader gevoerd die ik in het echte leven nooit kon hebben gevoerd: wij praatten thuis nooit over emoties. Er werd ook nooit gevraagd: hoe gaat het met je? Vertel!

Mijn grootste angst is dat ik net zo onverschillig word als mijn vader. En dat is misschien ook waar al mijn voorstellingen over gaan: tegen het gebrek aan contact met elkaar, tegen cynisme, tegen onverschilligheid.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Beeld Merlijn Doomernik

Les 4Beteugel je heldendrang

“In het tweede jaar op de toneelschool was de oorlog in Joegoslavië in volle gang en kwam er een fax binnen van kunstenaars uit Sarajevo: ‘To the artists of the world. Why don’t you make a real piece of art here in Sarajevo?’ Het was een pamflet tegen de onverschilligheid van het Westen. Onze klas was erg onder de indruk van die fax en van de ene op de andere dag besloten we onze lessen te staken om vanuit een kantoor dat we op school hadden bezet heel intensief actie te voeren voor Sarajevo als culturele hoofdstad van Europa.

De actie had een grote impact op ons, want toen die voorbij was wilden we niet meer meedoen aan zoiets ridicuuls als bewegings- of stemlessen. De wereld stond in brand en wij verkeerden in een roes: we wilden de wereld redden!

Onze studiebegeleider maakte zich grote zorgen: hoe krijg ik in godsnaam deze klas weer in de les? Uiteindelijk liet hij ons samen met regisseur Jan Ritsema een Hamlet maken en Ritsema confronteerde ons met iets waar ik me heel erg door aangesproken voelde en wat me mijn leven lang is bijgebleven: onze heldendrang. Hij vroeg ons: ‘Ben je nou echt betrokken bij één persoon in Sarajevo of ben je vooral heel erg betrokken bij jezelf? Vind je jezelf nou echt geëngageerd of wil je vooral graag het gevoel hebben dat je een held bent?’

Echt engagement, legde hij uit, is niet schreeuwen dat Sarajevo culturele hoofdstad moet worden - wetende dat zoiets toch nooit gaat gebeuren. Misschien levert het wel veel meer op om bijvoorbeeld een jongen van twintig die daar woont en elke dag bommen ziet vallen, elke maand een brief te sturen met ‘Ik denk aan je. Houd vol.’ Zo iets kleins en precies heeft misschien wel meer effect. En misschien voer je later als het beter gaat nog eens een telefoongesprek met hem.

Voor mij was dat een grote les en een grote confrontatie met mezelf: Fuck! Ik dacht dat ik heel geëngageerd was, maar ik ben vooral met mezelf bezig. Hoe had ik kunnen denken de wereld te snappen en daar een antwoord op te weten?”

Les 5Er is tijd voor alles als je één ding tegelijk doet

“De zin ‘Er is tijd voor alles als je één ding tegelijk doet’ las ik in een managementboek en is een soort motto voor me geworden in deze tijd van continue prikkels en voortdurend multitasken. Ik heb steeds het gevoel dat ik tijd tekort kom: ik wil met heel veel energie al mijn verschillende taken dwars door elkaar heen doen, en dat is precies het probleem: multitasken kan niet. Ik vind het verbijsterend dat het in deze tijd bijna onmogelijk is om één ding tegelijk te doen, terwijl ik dat zo graag zou willen.

Om te kunnen schrijven ga ik tegenwoordig naar het buitenland: dat is toch bizar? Eigenlijk is het een groot sociaal probleem en misschien moeten we vaker massaal afspreken dat we allemaal maar één ding tegelijk doen. In het repetitielokaal lukt dat tenslotte ook: als we een stuk repeteren, houden we elkaar eraan dat we alleen daar mee bezig zijn.”

Les 6Probeer het gewoon

“Na tien jaar mightysociety werd ik door het stadstheater in Bochum uitgenodigd om voorstellingen te komen maken. Dat was 180 graden tegenovergesteld aan alles wat ik daarvoor had gedaan: na zelfgeschreven en geëngageerd theater, zou ik nu klassiek repertoire gaan regisseren.

Nadat ik had toegezegd, begon ik enorm te twijfelen. Waarom zou ik in dat vreselijke Ruhrgebied gaan zitten en repertoire toneel regisseren waar ik niets mee heb?

Totdat dramaturg Paul Slangen zei: ‘Probeer het gewoon.’ Bochum is een lelijk stadje, maar uiteindelijk vond ik het in al z’n lelijkheid heel charmant. Ik heb er drie voorstellingen gemaakt: ‘Vrijdag’ van Hugo Claus, ‘Leedvermaak’ van Judith Herzberg en ‘Stiller’, gebaseerd op een roman van Max Frisch. Drie projecten die ik in Nederland nooit zou doen omdat ze niet politiek zijn en niet actueel: ze gaan over persoonlijke dingen als relaties, familie en identiteit.

Uiteindelijk zijn het drie van mijn dierbaarste voorstellingen geworden die persoonlijker en emotioneler waren dan mijn eerdere politieke stukken. Dus via die rare omweg van het theater in Bochum zag ik dat het beeld dat ik van mezelf had niet klopte: ik vond andere dingen dus ook leuk.”

Les 7Je kunt jezelf en de wereld niet kennen

“Mijn laatste voorstelling in Bochum, ‘Stiller’, ging over een man die letterlijk wil ontsnappen aan zijn eigen identiteit en naar Amerika vlucht om daar een andere identiteit aan te nemen. Dit thema komt in ‘The Nation’ ook terug, maar dan als een maatschappelijke variatie: hoe kunnen we nog samenleven als iedereen vast lijkt te zitten in een bepaald sjabloon en we alleen nog vanuit die posities kunnen praten en debatteren - we hebben ons ingegraven in ons eigen gelijk. Daarmee pretenderen we dat we onszelf en de wereld kennen, maar dat klopt niet.

We zijn rijker, poëtischer en veelzijdiger dan we denken. En ook de ander is veelzijdiger en poëtischer. Plus: de ander is ongrijpbaarder dan we zouden willen. Met ‘The Nation’ is het mijn streven om te onderzoeken hoe we hier van afkomen. En het is ook een opdracht aan jezelf als mens: hoe kom je van de vastgestelde ideeën over jezelf af? Hoe kun je uiteindelijk steeds weer met verwondering in de wereld staan? Het is ook een strijd tegen ons verlangen om grip te krijgen op onszelf en de wereld. We willen grip, maar die zullen we nooit krijgen.”

Eric de Vroedt

Eric de Vroedt (1972) studeerde aan de Toneelschool in Arnhem en ontdekte bij toneelgezelschap Monk dat schrijven en regisseren hem meer beviel dan spelen. In 2004 begon hij zijn mightysociety-project: een reeks van tien voorstellingen over brandende, actuele kwesties (o.a. de oorlog in Afghanistan, Geert Wilders, de vergrijzing) die hij zelf schreef en regisseerde.

De Vroedt werkte de laatste jaren als freelance regisseur voor Toneelgroep Amsterdam en het Schauspielhaus Bochum in Duitsland. Vanaf dit seizoen is hij artistiek leider van het Nationale Theater en in 2018 wordt hij directeur producties. Op 21 maart gaat het eerste deel van de 6-delige reeks The Nation o.l.v. De Vroedt in première: een theater-thriller (‘een Netflix-serie op toneel’) over een op hol geslagen samenleving, tegen de achtergrond van Den Haag. De vraag is wat er met de verdwenen Ismaël (11) uit de Schilderswijk is gebeurd. (hnt.nl)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden