Levenslessen

De levenslessen van activiste Darya Safai: Mijn haren waren 23 jaar gegijzeld in Iran

Beeld FTP

De Iraans-Belgische Darya Safai (42) is tandarts en vrouwenrechtenactivist. Ze vluchtte op haar 23ste via Turkije naar Brussel. ‘Ik krijg meisjes van zes jaar in mijn stoel die van hoofd tot teen bedekt zijn. Net als ik op die leeftijd.’

Les 1: Zeg niet ‘wees een goed meisje’

“Mijn ouders waren begin twintig toen ik werd geboren. Een jong, modern koppel dat hard werkte. Mijn vader legde aardgasleidingen aan naar huizen in Teheran, mijn moeder was ambtenaar. Ze waren wel spiritueel, maar niet religieus.

Op mijn vierde, in 1979, brak de islamitische revolutie uit. Door de islamisering waren vrouwen nergens meer welkom: mijn moeder verloor haar baan. Mijn vader werkte daardoor elke avond tot negen uur, omdat hij opeens moest verdienen voor twee. Mijn moeder zei altijd: studeer voor een goede baan, zodat je later financieel onafhankelijk bent en kies een man die jou als gelijke behandelt. Ze probeerde mij een basis te geven om iets te kunnen betekenen in de maatschappij, want slechts 11 procent van de vrouwen in Iran werkt nog.

Ik was zes toen ik voor het eerst geconfronteerd werd met het feit dat ik een meisje was en dat voor mij daarom andere regels golden. Het was de ochtend van mijn eerste schooldag en mijn moeder trok me een vormeloze overgooier aan en een donkere wijde broek. Daaroverheen kwam een hoofddoek die onder mijn kin sloot. Mijn moeder zei: ‘Ik wil het ook niet, maar het moet, anders kun je niet naar school’. Even later stormde mijn buurjongen, met wie ik altijd speelde, naar buiten om naar school te gaan, in dezelfde kleren als hij de vorige dag droeg. Mijn leven veranderde, het zijne niet.

Ik was een jaar of negen toen ik eens op het schoolplein terecht werd gewezen door de schooldirectrice omdat ik hardop lachte terwijl ik met mijn vriendinnetjes aan het spelen was. Ze was boos: ik gedroeg me niet als een ‘goed meisje’. Leerkrachten leerden ons ook dat een goed meisje nooit haar haren laat zien. Doet ze dat toch, dan wordt ze er later aan opgehangen in de hel, waar ze eeuwig zal branden. Als kind maakte ik me daar zorgen over. Wat betekent dat voor mijn moeder die niet altijd een hoofddoek draagt als er mannelijk bezoek is, vroeg ik mij af. Ik durfde dat lange tijd niet met haar te bespreken. Later zei mijn moeder: ‘Maak je geen zorgen, je moet je niet laten intimideren.’ Maar het is moeilijk om als kind te besluiten wie het bij het rechte eind heeft.”

Les 2: Je verlaat je land alleen uit noodzaak

“Iraniërs zijn trotse mensen. Hun land is bezet en ze vechten, vaak in stilte, om het

terug te krijgen. Ik deed dat ook, tot de studentenprotesten van 1999 in Teheran. Het regime had de vergunning van een hervormingsgezinde krant ingetrokken en tijdens een protest daartegen vielen drie doden. Ik zat vlak voor mijn laatste examens tandheelkunde, maar heb mijn boeken dichtgeklapt en we zijn de straat op gegaan. Mijn man Saeed en ik liepen hand in hand voorop tijdens de betoging, een Perzisch strijdlied zingend.

In de auto op weg naar huis kregen we een telefoontje van een vriend: ‘Niet naar huis gaan, we worden verwacht bij een etentje’. We hadden die codetaal afgesproken voor het geval de geheime dienst bij ons thuis zou binnenvallen. Mijn man zwaaide de autodeur open en beende weg in de menigte. Ik ging naar mijn ouders, om te overleggen hoe nu verder, maar voor we een antwoord hadden, werd er op de deur geklopt. Ik vergeet nooit de blik van mijn vader toen ik werd opgepakt.

Ik zat 24 dagen vast. Dan vrees je voor je leven. Er zijn in Iran zoveel mensen verdwenen nadat ze werden opgepakt. Ik heb veel geluk gehad. Ik kwam voorlopig vrij nadat mijn schoonvader een flinke borgsom had betaald. Waarschijnlijk hoopte de geheime dienst dat ik ze naar mijn man zou leiden.

We beslisten om niet op mijn proces te wachten en te vluchten. We belandden in Turkije, waar mijn man na een paar maanden werd opgepakt. Ze wilden hem ruilen voor Turkse politieke gevangenen in Iran. België heeft ons gered. Ik ben dit land zó dankbaar. Mijn man had in Brussel gestudeerd en het Belgische ministerie van binnenlandse zaken stuurde een doorreisdocument. Op 28 juni 2000 landden we op Zaventem.

Een agent van de Turkse grenspolitie had ons vlak voor vertrek gezegd: ‘Als je naar België gaat moet je het Atomium bekijken.’ Hij begon al die bollen voor ons te beschrijven, alsof hij het Vrijheidsbeeld uittekende. Ik besloot dat ik per se in de buurt van het Atomium wilde wonen. Twee tot drie keer per week ren ik er langs tijdens mijn hardlooprondje, met mijn losse haren in de wind.”

Les 3: Ver van je familie zijn schept een leegte in je hart

“Mijn jongste zus is vorig jaar gestorven, ze was tien jaar jonger dan ik. Ik was een soort tweede moeder voor haar, tot ik naar België vluchtte. Ze was pas vijftien toen ik wegging. Sindsdien voelde ik de afstand groeien. Ik was zo hard bezig met mijn leven hier. Op haar achttiende bleek dat mijn zus een genetische ziekte had waardoor ze langzaam verlamd raakte.

Natuurlijk is er Skype en Facetime, maar dat is niet hetzelfde als bij elkaar zijn. Ik breng mijn problemen niet naar mijn familie, want ze kunnen er niets mee. Omgekeerd zullen ze mij niet lastigvallen met problemen. Je hart is wel dicht bij hen, maar er is toch afstand.

In al die jaren heb ik mijn familie vier keer gezien. Mijn ouders zijn hier op bezoek geweest en soms gaan we naar Turkije om elkaar te ontmoeten. Mijn zusje wilde nog een laatste keer naar België komen, maar ze kon geen visum krijgen. Ik vond het zo erg dat ik niet bij haar begrafenis kon zijn, dat ik geen schouder kon zijn voor mijn familie. Ik kon niet goed rouwen om haar verlies. Soms zie ik haar in mijn dromen. Ik realiseer me dat ik geen tijd heb gehad om te genieten van mijn familie.”

Tekst gaat verder na de foto 

Les 4: In België is er altijd een deur

“Als ik op scholen een gastles geef, laat ik leerlingen altijd horen hoe gelukkig ik hier ben. Als je in dit land geen werk hebt, krijg je een uitkering. Hoeveel landen zijn er die dat doen? De waarde van dat systeem van solidariteit, wederzijds respect en gelijkwaardigheid moeten we onze kinderen leren.

Het was niet altijd makkelijk om hier te aarden. We kwamen met schulden en ik moest twee jaar van mijn studie opnieuw doen. Maar in België is er altijd een deur, er zijn altijd mogelijkheden. Ik leerde binnen een jaar Nederlands en kon verder studeren. Mijn man vond snel werk. Na mijn studie openden we drie tandartspraktijken, één in Borgerhout in Antwerpen, twee in Brussel.”

Les 5: Een stadion is een samenleving in het klein

“In 1997 speelde het Iraanse voetbalteam tegen Australië, de beslissende wedstrijd voor kwalificatie voor het WK. We zaten thuis met zijn allen voor de tv, vanwege het stadionverbod voor vrouwen. Iran stond achter, maar in de laatste minuten wisten we te winnen. Ik herinner me dat gevoel, de adrenaline en blijdschap om de overwinning, nog zo goed. We renden naar buiten en al onze buren kwamen de straat op. We draaiden luide muziek, terwijl dat haram (onrein, red.) is, en dansten met elkaar. Sport brengt mensen samen, besefte ik toen. Of ze nu arm of rijk zijn, hoog- of laagopgeleid, we konden de blijdschap om Iraniër te zijn delen.

Sinds 2012 mogen vrouwen in Iran ook niet meer naar volleybalwedstrijden. Daarom ga ik supporteren, elke keer dat het Iraanse voetbal- of volleybalteam in het buitenland speelt. Ik dos me uit in de nationale kleuren - groen, wit en rood - en hou in het zicht van de camera’s een banner omhoog met ‘Let Iranian women enter their stadiums’. Het IOC heeft Zuid-Afrika ooit terecht uitgesloten vanwege de apartheid, maar blijkbaar is seksuele apartheid geen reden om in te grijpen. Dan spreekt men opeens over ‘respect voor de lokale cultuur’. Maar het stadionverbod heeft niks met cultuur te maken. Het verbod voor volleybalwedstrijden bestaat pas vier jaar. Tot die tijd mochten vrouwen gewoon in het publiek zitten, en dat deden ze ook massaal.”

Les 6: Een hoofddoek is geen teken van emancipatie

“Mijn haren waren 23 jaar gegijzeld in Iran. Als ik mijn hoofddoek wat naar achter schoof, riskeerde ik opgepakt te worden door de zedenpolitie. Eén keer ben ik gepakt, maar ik wist te ontsnappen. Ik droom nog weleens dat zo’n witgroen busje mij achterna zit, ik word altijd wakker op het moment dat ik gepakt word.

Hier in het Westen verdedigen progressievelingen de hoofddoek, maar zonder de filosofie of gedachte erachter te bekritiseren. Dat vind ik kwalijk. Vrouwen hier zijn decennia geleden in opstand gekomen tegen de dogma’s van de kerk en voor emancipatie. Alles wat wij hier in het Westen hebben is er dankzij die kritische blik. Maar nu zeggen sommige feministen: een hoofddoek is een vrije keuze. Daarmee maken ze propaganda voor een symbool van ongelijkheid en discriminatie.

Ik wind mij erover op dat jonge meisjes met hoofddoek in de media vrolijk de geëmancipeerde moslima uithangen, die van de hoofddoek een statement proberen te maken van onafhankelijkheid. Welke vrouw kiest er nu voor ongelijkheid? Dat doe je vanwege je religie, de druk van een regime of vanwege sociale druk van de gemeenschap. Voor zulke vrouwen is het de enige manier om iets te bereiken in de maatschappij zonder verstoten te worden. Dat is volgens mij geen keuze en zo moet je dat al helemaal niet promoten.

Ik vind het ook een egocentrische houding van die meiden. Zij trekken zich niks aan van die miljoenen vrouwen in islamitische dictaturen die zich verzetten tegen de hoofddoek. Er zijn daar zoveel vrouwen die denken zoals ik, hun stem wil ik luider laten klinken.”

Les 7: Vier de seizoenen

“Ik wil mijn kinderen de Iraanse en Belgische feesten meegeven. We leven niet daar, maar die feesten kunnen we wel samen vieren. Eén van de belangrijkste Iraanse feesten is Nieuwjaarsdag op 21 maart. Het is een eeuwenoud Perzisch feest dat de eerste dag van de lente markeert. Met de lente word ik wakker, zoals dieren uit hun winterslaap komen. Ik vind het een belangrijk moment om te vieren dat de natuur wordt wakker geschud en het leven herbegint.

Ik hou ook van de sfeer van Kerst. Het is dan donker, maar de dagen beginnen dan weer te lengen. De geboorte van Jezus valt vrijwel samen met de geboorte van de god van de zon, Mitra. Ik ben heel afhankelijk van de zon. Het is de bron van het leven, voor iedereen. Ik hou heel erg van die lange dagen in de zomer. Licht maakt me blij.”

Les 8: Tandproblemen zijn overal hetzelfde

“Mijn werk als tandarts in België verschilt weinig van dat in Iran. Mensen zijn overal bang voor de tandarts en tandproblemen zijn ook overal hetzelfde.

Als tandarts in Molenbeek en Borgerhout zie ik veel vrouwen die van hun man, vader of broer niet mogen werken. Ook niet als ze een hoofddoek dragen, want een nog betere bescherming tegen de blikken van andere mannen is thuisblijven. Ik zie meisjes van zes die van hoofd tot teen bedekt zijn. Ik probeer mij op hun gebit te concentreren, maar als de behandeling voorbij is, doe ik een poging met haar ouders te spreken over de vrijheid waar zo’n meisje naar snakt.

Ik zie soms ouders onderscheid maken tussen hun kinderen. Jongetjes worden uitvoerig gerustgesteld en tegen mij zegt men: ‘Voorzichtig hè, met hem’. Tegen hun dochters zeggen ze iets heel anders: ‘Ga zitten en doe je mond open’. Dan kan ik niet zwijgen: ‘Mag ik alstublieft zelf met mijn patiënte communiceren?’

Ik merk het ook op scholen tijdens gastlessen. Moslimleerkrachten proberen zo vaak mijn verhaal weg te nuanceren: ‘Vrouwen zijn de mooiste schepselen die er zijn op aarde, die moeten we beschermen’.

Na zo’n gastles volgde een meisje van zestien mij eens naar het toilet. Ze bedankte me en verontschuldigde zich dat ze mijn mening niet in de klas had ondersteund. Ze zei: ‘Sorry, mijn neef zit ook in mijn klas’. Ik vroeg haar om Facebookvrienden te worden, maar haar ouders hadden haar verboden op sociale media te gaan. Ik heb haar maar mijn telefoonnummer gegeven, voor als ze me ooit nodig heeft.”

Tekst gaat verder onder de foto 

Beeld RV

Darya Safai

Darya Safai (Teheran, 1975) studeerde tandheelkunde aan de universiteit van Teheran toen ze in 1999 werd opgepakt tijdens studentenprotesten tegen het bewind. Ze vluchtte met haar man via Turkije naar België, waar ze drie tandheelkundeklinieken hebben. In 2014 richtte ze de actiegroep ‘Let Iranian women enter their stadiums’ op, waarmee ze tijdens uitwedstrijden van het Iraanse nationale voetbalteam strijdt tegen het stadionverbod voor Iraanse vrouwen.

Eind 2015 publiceerde ze haar levensverhaal in het boek ‘Lopen tegen de wind’. Vorig jaar werd ze door de Belgische Vrouwenraad gehuldigd als ‘Vredesvrouw 2016’.

Darya Safai is getrouwd met Saeed Bashirtash, samen hebben ze een dochter (15) en een zoon (10).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden