De lessen van 'Bataclan'

aanslagen parijs

Terwijl op de avond van 13 november buiten politieagenten machteloos rond de Parijse muziektempel Bataclan lopen, schiet een commando jihadisten er binnenin op los. De terroristen hebben kalasjnikovs, de agenten slechts pistolen. Daarom aarzelen ze naar binnen te gaan. Dan meldt zich een eenheid van het Franse leger.

De militairen waren toevallig in de buurt. Sinds de aanval op het satirische weekblad Charlie Hebdo, eerder dat jaar, was operatie Sentinelle van kracht. Groepjes militairen patrouilleerden door de hoofdstad.

Alleen: de acht blijven stokstijf staan. Ze hadden geen orders in die richting, zegt hun commandant, ze hadden eerst toestemming nodig van hun meerderen. Zelfs hun wapens willen ze niet aan de agenten lenen. Binnen klinken er ondertussen onophoudelijk schoten. En gegil.

Uiteindelijk wagen de agenten het er toch maar op, er zijn dan al tientallen doden gevallen. Tweeënhalf uur na het begin van de aanval worden de terroristen uitgeschakeld.

De passage valt te lezen in het rapport dat een Franse parlementaire commissie deze zomer afleverde. Commissievoorzitter Georges Fenech beschouwde het voorval als illustratief voor het gebrek aan coördinatie tussen de talrijke inlichtingen en veiligheidsdiensten. Zeker is dat er een jaar na de gruwelijke aanslagen in een Parijse uitgaanswijk (130 doden totaal) nog veel vragen onbeantwoord zijn.

Hoe kon het bijvoorbeeld dat Samy Amimour, een van de drie schutters van de Bataclan, in 2013 gewoon naar Syrië had kunnen reizen, terwijl er in Frankrijk een juridische procedure tegen hem liep en hij het land officieel helemaal niet kón verlaten?

Sterker: zo ongeveer alle aanslagplegers, inclusief de gebroeders Kouachi (de schutters van Charlie Hebdo) waren bekend bij de inlichtingendiensten. Waarom waren zij niet tijdig van straat gehaald ? Hoe viel te verklaren dat Abdelhamid Abaaoud, 'het brein' van de aanslagen van 13 november, ongestoord door Europa had kunnen reizen, terwijl er een internationaal opsporingsbevel tegen hem liep?

François Heisbourg, internationaal vermaard terreurspecialist en auteur van het boek 'Comment perdre la guerre contre le terrorisme?' (Hoe verliezen we de oorlog tegen het terrorisme?), kan zich er ook nu nog boos om maken. "Binnen de overheid leek niemand die avond te weten waar hij mee bezig was, het publiek werd niet geïnformeerd", vertelt hij over de telefoon vanuit Parijs. Zelfs de Belgen, waar wij in Frankrijk vaak ook grappen over maken, deden dat beter."

Heisbourg onderschrijft de conclusie van het rapport van de parlementaire commissie, dat diensten veel beter moeten samenwerken. Maar het echte probleem is volgens hem dat we tegenwoordig te veel koersen op big data. Ten koste van het ouderwetse politiewerk. Nog voor hij in 2007 president werd, schafte Nicolas Sarkozy, in zijn rol als minister van binnenlandse zaken, de wijkpolitie af. "Agenten moesten niet 'voetballen met buurtschoffies', zoals Sarkozy dat destijds op nogal honende manier verwoordde", zegt Heisbourg.

"Maar wat nu, als je op die manier te weten komt dat die of die geradicaliseerd is, of plotseling verhuist, of naar Syrië is vertrokken? Zulk soort informatie is met supercomputers of satellieten vaak veel lastiger te achterhalen."

"Informatie verzamelen is één ding, het komt erop aan hoe je die vervolgens weegt", zegt Peter Knoope, voormalig hoofd van het International Centre for Counter-terrorism in Den Haag over de telefoon vanuit Zuid-Afrika. Hij denkt dat er na 13 november en de aanslagen die daarop volgden - vooral die op het vliegveld en in de metro van Brussel - het nodige is geleerd. "Je ziet dat in de toenemende waardering voor het Nederlandse model", weet Knoope.

Dat is het zogeheten 'haarvatenmodel': de term werd gemunt op het ministerie van binnenlandse zaken in Den Haag. Dat model stelt de politie in staat op wijkniveau informatie te verzamelen. "In grote Franse voorsteden weten mensen de overheid vaak niet te vinden, soms is er niet eens een politiebureau. Waar moet je dan als burger met je informatie heen?"

Volgens Knoope speelt dat vervreemding van bevolkingsgroepen in de hand, met het risico dat die in de ban raken van anti-westerse ideeën. Hij publiceerde daar recent een boek over bij Amsterdam University Press: 'Het Westen onder vuur - de haat verklaard'. "Maar een land als Frankrijk laat zich niet gemakkelijk veranderen, daar ben ik me terdege van bewust."

Een belangrijke les die volgens de Franse terreurspeciliast Heisbourg wél is getrokken, is dat de zogeheten lone wolf binnen de wereld van islamitisch extremisme niet bestaat. "Steeds opnieuw blijkt dat we te maken hebben met wijdvertakte netwerken, vaak tot diep in Syrië of Irak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden