De les van Pyeongchang: blijf een schaatsmedaille speciaal vinden

Jorien ter Mors met coach Jeroen Otter in de Gangneung Oval na haar gouden rit op de 1000 meter op de Olympische Winterspelen van Pyeongchang.Beeld ANP

Nederland bevestigt in Zuid-Korea de suprematie die het vier jaar geleden in Sotsji had getoond. Van een structurele inhaalslag van andere landen is nog geen sprake. 

Jac Orie verwoordde zaterdag hoe bijzonder de prestatie van de Nederlanders op de Winterspelen was. “Op dit toernooi komen de tegenstanders uit alle hoeken en gaten. Dat wij nu zoveel medailles halen, is ontzettend goed.”

Wat de succescoach bedoelde, was dat de aanval op de Nederlandse schaatskroon toch maar mooi even afgeslagen moest worden. Uiteindelijk werden met zestien medailles op de langebaan zeven medailles minder behaald dan in Sotsji. Maar was dat een aanval op de Oranje-hegemonie?

Integendeel. Nederland bevestigde in Zuid-Korea juist de dominantie die het in Sotsji had getoond. De kampioenen bleven. Zeven keer goud is maar eentje minder dan vier jaar geleden.

Ook opvallend op die succeslijst: de shorttrackers. Het shorttrackprogramma leverde vier medailles op, een ongekende hoeveelheid voor Nederland. Twaalf jaar nadat ‘de strategische aanval’ voor het bestaansrecht werd ingezet, zoals KNSB-disciplinemanager en mede-opzetter van dat programma Wilf O’Reilly het allereerste begin noemde, levert het resultaat op.

Het waren stuk voor stuk medailles die ‘nieuw’ waren. Zilver (van Sjinkie Knegt en Yara van Kerkhof) was voor het eerst ooit, goud van Suzanne Schulting ook, het brons op de aflossing bij de vrouwen was vooral miraculeus omdat Nederland niet eens in de A-finale stond.

O’Reilly had vaak discussies met bondscoach Jeroen Otter over de vraag of succes maakbaar was. Dat antwoord kwam deze Spelen. Het antwoord was ja, met Suzanne Schulting als voorbeeld. Zij is van de ‘tweede’ generatie, die is opgegroeid met shorttrack en slechts af en toe naar de langebaan overstapt. Zij hoopte vooral dat ze kinderen had geïnspireerd om te gaan shorttracken.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Sven Kramer sleepte goud binnen op de 5000 meter. Op de 10 kilometer eindigde hij verrassend buiten het podium.Beeld ANP

Haar onbevangenheid is in het langebaanschaatsen al lang geleden verloren gegaan. Goud winnen is bijna verplicht geworden, het is een bevestiging in plaats van een buitengewone prestatie. Wat niets afdoet aan de gouden races van Kjeld Nuis, Jorien ter Mors en de ‘oudjes’ Sven Kramer en Ireen Wüst. Maar gelukkig waren daar ook Esmee Visser en Carlijn Achtereekte. Verfrissende namen op een verder redelijk te verwachten lijst van medaillewinnaars.

Nieuwe energie

Achter Nederland oogsten Japan (zes medailles waarvan drie keer goud), Noorwegen (vier medailles, twee keer goud) en Zuid-Korea ook succes in de schaatshal. Het is te hopen dat voor hen het goud nu nieuwe energie oplevert, aangezien anders de Nederlandse dominantie blijft voortduren.

Van die landen in opkomst was alleen Noorwegen de laatste jaren gespeend van Nederlandse invloeden. Zuid-Korea, dat met zeven medailles ook boven verwachting presteerde (met één keer goud) kreeg het laatste jaar hulp van Bob de Jong. Japan heeft met Johan de Wit ook een Nederlandse bondscoach.

Ondanks de afgesnoepte medailles is van een structurele inhaalslag nog geen sprake. Daarvoor is de basis in de opkomende landen nog te wankel. De Wit sprak de wens uit dat er in Japan werk wordt gemaakt van een systeem waarin naast talenten ook coaches worden opgeleid.

Anders stort het hele Japanse schaatsen in elkaar, waarschuwde hij. De Japanse vrouwen die er nu zijn, zijn structureel goed. Maar het is oppassen dat het geen eenmalig project is. De Wit, die zijn vrouwen op imponerende wijze de ploegenachtervolging zag winnen, wil helpen opbouwen. Als het aan hem ligt, gaat hij niet weg.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Het Noorse mannenteam op de ploegenachtervolging veroverde goud, onder meer door Nederland in de halve finale te verslaan.Beeld EPA

De Noren missen vooral financiële middelen. Een grote geldschieter is er nog niet voor medaillewinnaars als Havard Lorentzen en Sverre Lunde Pedersen. Bovendien is de infrastructuur nog niet aanwezig. De Noorse ploeg is jaarlijks zo’n 250 dagen op pad. Een vast trainingscentrum, zoals Thialf voor Nederland is, bestaat niet. Het is om die reden dat de huidige Noorse bondscoach, Sondre Skarli, na deze Spelen stopt met zijn werk. Hij wordt opgevolgd door Bjarne Rykkje, die nu assistent is van Jac Orie. Rykkje heeft grote schoenen te vullen.

Dat lukt alleen als er zin bestaat om door te groeien. Skarli kon zich bijna niet voorstellen dat er geen sponsor zou komen, na het goud van Lorentzen en op de ploegenachtervolging. Maar dat moet nog wel even gebeuren.

Te gewend aan goud

De Nederlanders waren zelf uiteraard tevreden over het verloop van de Spelen. Maar in de woorden van Orie, die met Kjeld Nuis (twee keer), Carlijn Achtereekte en Sven Kramer vier keer goud haalde, klonk ook door dat Nederland misschien wel te gewend raakt aan goud.

Ja, goud inspireert, maar de Nederlandse schaatscultuur is de puurste emotie vreemd. De Noorse ontlading na het goud van Lorentzen, de tranen van de Japanners na winst op de ploegenachtervolging of de uitzinnige vreugde waarmee de Belgen zaterdag de zilveren medaille van Bart Swings vierden; dat waren momenten die in de schaatshal echt bleven hangen.

Dat is wel de grootste les uit Pyeongchang, zo klonk door in de woorden van Orie. Blijf een medaille speciaal vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden