De legende van Christophorus

Het is een oud verhaal, de legende van Christophorus, de reus onder de heiligen, de veerman, die het Christuskind op zijn schouders door een woest stromende rivier droeg en veilig aan de overkant bracht.

Een paar jaar geleden heeft de rooms-katholieke kerk in een onbewaakt ogenblik deze ontroerende reuzengestalte uit haar heiligenkalender geschrapt. De verhalen die over hem de ronde doen, zouden niet echt gebeurd zijn! Hemeltje lief, als dat een criterium is, dan kunnen we de Heilige Schrift ook aardig uitdunnen, zonde dat ik het zeg. Nee, dan had Luther het beter begrepen. De kerkhervormer moest waarachtig niets hebben van al die dubieuze heiligenverering, maar hij had wel oog voor de heiligen als voorbeeldige gestalten. Om het op zijn twintigste-eeuws te zeggen: als rolmodellen en identificatiefiguren. "Het is niet van belang of het verhaal van Christophorus historisch is" , schrijft hij. "Het is een gelijkenis, die ons vertelt hoe als christenmens te leven en hoe het die mens vergaat, als hij zich heeft voorgenomen de zware last van zijn geloofsovertuiging door dit leven te dragen." Even verderop noemt hij het verhaal van Christophorus ein schon, Christlich Gedicht.

Met veel vreugde heb ik mij enige tijd in dit wondermooie gedicht verdiept en er een boekje over geschreven, dat over een week of twee onder de titel "De legende Van Christophorus" zal verschijnen. De kleine meditatieve kanttekening over de passage waarin het Christuskind Christophorus roept, schrijf ik als voorproefje voor u over. Het fragment van de vertelling zelf ontleen ik aan de oudste vertaling (1490) in het Nederlands van de Legenda Aurea, de Gouden Legende, de beroemde verzameling heiligenlevens in het midden van de dertiende eeuw geschreven door de Italiaanse Dominicaan Jacobus de Voragine. Deze vertaling werd in Zwolle uitgegeven, en wel in oudSaksisch dialect, zo gaaf van toon en helder van taal, dat ik ervoor koos de originele tekst in het boekje op te nemen.

Christophorus (Christoffel) is op advies van een kluizenaar veerman geworden bij een verraderlijke rivier. Daar zal hij reizigers naar de overkant dragen en zo zal hij Christus dienen. En, wie weet, zal hij er eens op een dag Christus zelf ontmoeten. "Ick hope dat hi di openbaren sal" , zegt de kluizenaar. Jarenlang verricht Christoffel er zijn nederige dienst.

Doe hi dat langhe gedaen hadde, so ghevielt op ene tijt doe hi in sijn huysken lach, dat hij hoorden eens kints stemme, die hem riep ende seide: 'Christoffel, comet uut ende draecht mi over.' Altehant so ghinc hi uut ende en vant niemant.

Doe hij weder quam in zijn huysken, doe hoorde hij echter (opnieuw) ene stemme, die hem riep. End' hi en vant daer niemant. Ende doe hi weder quam, doe hoorde hi echter ene stemme derdewerf roepen. Doe ghinc hi uut ende vant daer een kindeken sitten op den oever van die reviere end' het badt Christoffel dat hi hem over wolde draghen.

"De tijd draagt alle mensen voort, op zijn gestagen stroom." De tijd draagt ook Christoffel voort, terwijl het water stroomt. Hoe lang verricht hij hier nu al niet zijn harde dienst? Dag in dag uit draagt hij zijn last naar de overzij. "Veerman, mag ik overvaren?" En daar gaat hij weer, deze veerman zonder vaartuig, steunend op zijn staf. Hoeveel malen is hij nu al niet in het water afgedaald om aan gene zijde weer moeizaam omhoog te komen? Een dagelijks sterven is het. Maar het is ook een dagelijks opstaan.

En zo rijpt zijn geloof, het verhaal van dood en opstanding wordt langzaamaan zijn verhaal. Geloof wordt een mens niet zomaar in de schoot geworpen, het moet groeien en je moet ook zorgen dat het kan groeien, en je moet er een vorm voor vinden. Het moet ook altijd door de diepte heen. Hoe lang moest Mozes niet in ballingschap vertoeven voor het braambos van zijn leven ging branden en hij geworden was wie hij worden moest om te volbrengen wat hij volbrengen moest? Hoe lang vertoefde Elia niet in eenzaamheid bij de beek, alleen met de raven en met zichzelf?

"Doe Christoffel dat langhe gedaen hadde, so ghevielt op ene tijt die hi in sijn huysken lach..."

Het is nacht. Net zo'n nacht als waarin God aan Abraham vroeg om de sterren te tellen. Zo'n nacht als waarin Jakob een ladder naar de hemel zag. Zo'n nacht als waarin wijzen in het oosten een licht opging en herders op den velde uit den hoge vernamen dat God in hen een welbehagen heeft. Zo'n nacht.

Geen nacht waarin de vorst der duisternis zijn demonische dromen zendt en duivelen opdoemen uit de krochten van de ziel. Zo'n nacht waarin een mens schrikt van zijn eigen donker, het dierlijke, het banale, het moorddadige dat in hem huist. Niet zo'n nacht. Het verhaal wil ons juist vertellen dat Christoffel deze wilde dieren, zoals de evangelist ze noemt, nu getemd heeft en dat de jarenlange worsteling bij de rivier hem heeft gelouterd. Nee, dit is een stille nacht. Een heilige nacht.

En hij hoorde eens kints stemme, die hem riep ende seide: 'Christoffel, comet uut ende draecht mi over.' Christoffel staat op. Iemand riep. Maar wie? Waar? Hij heeft zich zeker vergist en hij legt zich weer te ruste. Dan hoort hij andermaal het roepen van zijn naam en weer gaat hij naar buiten, de donkere nacht in, maar weer kan hij niet gewaar worden, wie het was die hem riep en vanwaar de roep kwam. Hij moet zich toch echt vergissen, en hij keert in zijn hut terug. Doe hoorde hi echter ene stemme derdewerf roepen.

Ja, zo gaat dat. Ook roeping moet rijpen. Zoiets gaat nooit ineens, het is een ontwikkeling. Eerst geleidelijk aan vormt zich een beeld van je karwei, van de weg die je moet gaan en van de God die je daartoe roept. Ook de jonge Samuel moest, na jarenlange tempeldienst, op een nacht tot driemaal toe worden geroepen, voor hij bevatte dat God de tijd rijp vond zich nu aan hem te openbaren. "Spreek, Heer uw knecht hoort." En ook Petrus moest op het dak van Simon de leerlooier 'derdewerf' van reine en onreine dieren dromen, voor hij eindelijk ging verstaan dat God ook in onreine heidenen een welbehagen heeft.

Voor de derde maal die nacht trad Christoffel naar buiten. En zie, vlak voor hem, aan de oever, zat een kind. Dat hij dat kind niet eerder had gezien! Het strekte zijn beide armpjes naar hem uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden