De lege blik van de icoon

Dat gedoe met de Grieken! Wim Boevink reisde naar ze toe, met de vraag of hun land een westers of een oosters land is.

WIM BOEVINK

Wim Boevink (1954) is antropoloog en Trouwcolumnist ('Klein verslag'). Hij publiceerde in 2011 'Dienstausweis 1393, Demjanjuk en het laatste grote naziproces'.

Voor zijn serie in Letter&Geest verblijft hij twee maanden in Griekenland.

Deel 1 van een verkenning.

Ground Zero, New York, een winderige zaterdag 18 oktober 2014. Een chic gezelschap kijkt vanaf witte klapstoelen uit op een kleine bouwplaats; op de aldaar gestorte vloer is een altaar neergezet. Daarachter staat, in vol ornaat, zijne eminentie Demetrios, de Grieks-orthodoxe patriarch van de Verenigde Staten, omringd door bisschoppen en priesters.

Een mannenkoor zingt.

Ten overstaan van leden van de Grieks-Amerikaanse gemeenschap - oud-gouverneurs, senatoren, ondernemers en nabestaanden van nine eleven - zegent Demetrios de aanvang van een bouwproject in.

Wapperende kazuifels, byzantijnse kruisen, wierookvaten.

Vlakbij waar de torens stonden, bevond zich sinds 1916 het orthodoxe kerkje van de Heilige Nicolaas, een smal, wit gebouwtje. In dit kerkje van de patroon van de zeelieden vonden talloze Griekse immigranten, zojuist vanuit Europa aangekomen op de nabije havenkade, hun eerste bijstand.

Een plaats van jarenlange verering.

Het kerkje was in het midden van de twintigste eeuw het enige wat weerstand bood aan de annexatiedrift van de New York Port Authority, die er de grootse projecten ging ontwikkelen die tot de twee torens leidden. De Heilige Nicolaas stond onaangeroerd onder de reuzen van glas en staal. Tot die zonnige septemberdag. Onder het puin en stof van de torens verdween ook het kerkje.

In zijn masterplan voor Ground Zero had Daniel Libeskind voor een kerk geen plaats ingeruimd. Na intensief lobbywerk wees men toch een hoekje aan waar een nieuw kerkje zou mogen verrijzen, naar een ontwerp van een architect van internationaal aanzien: de Spanjaard Santiago Calatrava.

Calatrava zat bij de inzegening op de eerste rij. Het koor zong lange hymnen, de bisschoppen baden rond het altaar, de patriarch ging zegenend rond met in wijwater gedoopte basilicumtakken. Oud-gouverneur van New York George ('Giorgos') Pataki sprak en galmde dat Amerika aan de stadstaten van het oude Griekenland zijn geloof en vrijheid te danken had. Een voor een werden begunstigers naar voren geroepen, de geldschieters, die hun eigen blokje gezegend marmer aanraakten of kusten. Want van marmer, had Calatrava bepaald, zou de nieuwe kleine Byzantijnse basiliek zijn, gelamineerd met een speciaal glas zodat de kerk in de nacht van binnenuit zou oplichten. Het licht van de Opstanding. En dat marmer - en hier schoot ik met een schok overeind - was afkomstig van het Pentelikongebergte, aan de rand van Athene, uit dezelfde groeve die ook het marmer leverde voor het Parthenon op de Akropolis.

Dat detail was even roerend als veelzeggend. Het marmer sloeg een verbinding met het moederland, maar verbond ook de Griekse oudheid met de Griekse orthodoxie. De een verwijst naar een ver en zeer voorbij verleden, de ander naar een levende en landelijk wijd verbreide kerkgemeenschap.

Hier kwamen ze weer bijeen. Maar pasten ze ook samen?

Europa hield de wereld in 1981, toen het de Grieken opnam in wat toen nog de EEG heette, het klassieke Griekenland voor, ook al waren de werkelijke drijfveren van geopolitieke en economische aard. Maar met Griekenland haalde het ook een andere erfenis binnen. De erfenis van ruim duizend jaar Byzantium, een rijk waarbinnen een Griekssprekende kerk zijn dogma's en rituelen vastlegde en zich als een bruidssluier om het raster van de staat wikkelde. Het hoofd van die kerk was niet de paus in Rome, het was zelfs niet de patriarch, maar de keizer in Constantinopel - aan de Bosporus gebouwd op de plaats van een kleine Griekse kolonie die Byzantium heette.

Tot op heden zijn in Griekenland kerk en staat nog in elkaar gehaakt; de staat betaalt het salaris van de priesters (pappas), godsdienstonderricht is verplicht en de kerk geniet als grootgrondbezitter ondoorzichtige belastingprivileges. Twee vlaggen wapperen op de kerkgebouwen: die van de tweekoppige Byzantijnse adelaar en die van de staat.

Calatrava zag ik daags na mijn aankomst in Athene in september. Hij hield een lezing in het Benaki Museum, waar zijn model van de Heilige Nicolaas werd getoond, samen met aquarellen die Calatrava had gemaakt tijdens een bootreis om het schiereiland van de berg Athos, de republiek van monniken waar Byzantijnse tradities nog voortleven.

Een inleider roemde de nieuwe kerk als 'een stralend monument voor de ideeën van het hellenisme en de Griekse orthodoxie'.

Calatrava sprak, een en al glimlach, zijn Griekse gehoor in het Engels toe. Hij toonde zijn model dat hoog op een sokkel stond. En ja, het was schitterend. Hij zei dat hij bij zijn ontwerp was geïnspireerd door de Aya Sofia, die grote kerk van Constantinopel.

"De Aya Sofia was het Parthenon van de orthodoxie. En het Parthenon is nog steeds het paradigma van de architectuur."

Daar was die verbinding weer.

Het Benaki Museum had ik eerder bezocht. Kern ervan is de privécollectie van kunstverzamelaar Antonis Benaki, zoon van een schatrijke Griekse katoenhandelaar uit Alexandrië. Een van de mooiste collecties van het land, de hele geschiedenis omvattend - de oudheid van Mycene en Athene, van Grieken en Romeinen, van Byzantijnen en Ottomanen, van onafhankelijkheidsstrijders en van een minderjarige Beierse koning, die na bemoeienis van de grootmachten tot hoofd van de jonge natie werd gekroond.

De dagelijkse leiding van het Benaki Museum is in handen van Irini Geroulanou, achterkleindochter van Benaki, die in 1954 overleed en zijn enorme stadsvilla en collectie had overgedragen aan de staat.

Ik zocht haar op in haar volle en eenvoudige kantoor in het souterrain, een vrouw van rond de zestig, in een eenvoudige zwarte jurk, het grijze haar strak naar achter gebonden. Op de grond haar motorhelm met sleutels erin, en haar rugzak. Naast het museum heeft ze ook het beheer over een bijzonder huis aan de zuidkust van de Peloponnesus. Dat huis behoorde toe aan Patrick Leigh Fermor. Deze bewonderde Britse schrijver van reisboeken, overleden in 2011, had zijn huis vermaakt aan het Benaki, als toevluchtsoord voor writers in residence. Het museum kampte evenwel met geldgebrek en zocht nog naar fondsen; het huis, met daarbinnen Leigh Fermors bibliotheek, vergde onderhoud.

Irini gaf me instructies voor de route en het nummer van Elpida, de huishoudster van Leigh Fermor, die het huis nog dagelijks bezoekt om het te luchten, de kat te voeren en de boeken af te stoffen.

Ik kwam er in de avond aan, duisternis alom, langs een donker pad. Ergens in de diepte ruiste de zee. Een zwaaiend lamplicht kondigde de komst van Elpida aan. Een geparkeerde Toyota met stoffige ramen en lege voorband stond te vergaan.

Beroemd werd Leigh Fermor met zijn in de jaren vijftig verschenen verslagen van een voetreis die hij kort voor de oorlog had ondernomen van Hoek van Holland tot Constantinopel.

Zijn hart verloor hij aan Griekenland, waar hij in Britse dienst op Kreta een soort oorlogsheld werd toen hij in 1944 een Duitse generaal ontvoerde. Maar vooral raakte hij gesteld op het zuiden van de Peloponnesus, op de ruige landstreek van de Mani. Bij het kustdorpje Kardamyli liet hij in de jaren zestig een huis bouwen, met een groot terras, uitziend over de Golf van Messenië, midden in een olijfboomgaard.

Dat huis lag achter deze poort.

Elpida gaf me een hand. In de andere droeg ze een sleutelbos.

Voor mij was alles wat in mij over Griekenland opflakkerde, zijn schoonheid, zijn raadselachtigheid, zijn weerbarstigheid, ja zelfs de vraag of Griekenland eigenlijk wel een Europees land was, bij Leigh Fermor begonnen. Vooral bij diens latere boek over zijn geliefde Mani, bij dat beeldschone hoofdstuk dat hij aan iconen en kerkelijke muurschilderingen wijdde.

Een icoon, was me eens gezegd, is een venster op de eeuwigheid. Ik dacht: misschien is het ook een venster op een andere Griekse wereld, die aan de dwingende westerse blik is ontsnapt. Een blik die domineerde, die verordonneerde. Die niet zag en begreep hoe teruggekeken werd.

Iconen, fresco's, mozaïeken.

Die parade van in natte kalk of op houten panelen geschilderde starre, en schijnbaar levenloze figuren - apostelen, engelen en heiligen -in kerken van Moskou tot Alexandrië, van Ravenna tot Bagdad. Zo groot was ooit de invloedssfeer van de orthodoxie, uitgedragen in dat Oost-Romeinse Rijk dat we het Byzantijnse Rijk zijn gaan noemen. Men sprak er Grieks. In het hart lag Constantinopel. Op zijn hoogtepunt in de negende eeuw verspreidde een monnik die Cyrillus heette vanuit Saloniki het geloof naar Rusland en de Balkan, en liet er een schrift achter dat naar hem werd vernoemd.

En hoe anders dan in de Roomse kerken was in deze kerken de religieuze beeldtaal. Op Byzantijnse muren, schreef Leigh Fermor, geen tranenplengende 'Mater Dolorosa', geen 'Ecce Homo', niet de passie en het lijden van het Westen, maar een serene vormelijkheid, zelfs in afgebeelde orgieën van martelaarschap. De Maagd Maria is gestreng en afstandelijk als een oostelijke keizerin, het Heilige Kind abstract, en met de blik van een volwassene. En Onze Heer zetelt in volle pracht op de troon, Zijn linkerhand geheven, Zijn dunne duim en pink zegenend tegen elkaar gedrukt.

Iconen zijn gespeend van gevoel. Ze willen ons niet aanspreken en kijken ons niet aan. Hun wijdopen blik lijkt leeg. Ze zijn geen figuren maar symbolen. Westelijke Christussen laten hun wonden zien, schreef Leigh Fermor, oostelijke stralen kalm en verheven in een gouden hemel. De westelijke beeldtaal illustreert een verhaal, met een begin en een eind. De oostelijke ademt onveranderlijke eeuwigheid.

Byzantium was een rijk dat zich in de loop der eeuwen cultureel en spiritueel losmaakte van het westelijk deel - het Latijnse deel van Europa. Die breuklijn tussen het katholieke en protestantse Westen en het orthodoxe Oosten is nog tot op de dag van vandaag voelbaar.

Van de orthodoxe landen kreeg Griekenland als eerste aansluiting met het Brusselse Europa. Het werd de enige lidstaat die niet grensde aan een andere Europese lidstaat. Sterker nog: het was omgeven door historische vijanden.

Het bleek binnen de Unie het lastigste jongetje van de klas, dat al vanaf die eerste jaren tachtig door gulle leningen, gretig geaccepteerd door een populistische politicus, aan dictaten geketend zou raken.

Onloochenbaar: zonder de beschaving die zich op Grieks grondgebied ontwikkelde, ruim 2500 jaar geleden, zou Europa niet bestaan. Maar hoe verhoudt zich die tot het Griekenland van nu? Zijn de Grieken de genetische erfgenamen van Pericles en Plato? Of zijn ze na talloze invasies en migratiebewegingen eerder de hoeders van een oeroud christendom? Hoeveel zielen kloppen er in een Griekse borst?

Achter de poort knipte Elpida lichten aan die een pad onthulden, ingelegd met grote kiezels in geometrische patronen. Ik zag een bijgebouw van kalksteen met gesloten luiken - Leigh Fermors werkvertrek - en het hoofdhuis uit hetzelfde gesteente met eendere, lichtblauwe luiken waarvan sommige in vervallen toestand.

Elpida duwde een grote deur open, en toen zag ik dat we ons in de grote halfopen galerij bevonden, met bogen en zuilen, als in een orthodox klooster. Aan de L-vormige galerij lagen diverse vertrekken, die Elpida met haar sleutelbos opende. De woonkamer had een serre-achtige uitbouw in Ottomaanse stijl; aan weerszijden lange witte banken. Elpida had de ene na de andere schemerlamp aangeknipt, daarmee steeds meer van het vertrek onthullend, en van alle kappen stond er niet één recht - alsof ze uit stil eerbetoon aan de geest van het huis het hoofd gebogen hielden. In de lange muren waren uitsparingen gemaakt voor de boekenkasten van Leigh Fermor. Planken vol Byzantium, naslagwerken met iconen, fotoboeken, complete werken van Dickens, Waugh, Swinburne. Gesigneerde exemplaren van Lawrence Durrell en de grote byzantinoloog Steve Runciman.

Een brede elleboog om het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Daar lag dat nu eens uitdijend en weer slinkend Byzantijnse rijk van meer dan duizend jaar, met Constantinopel - het tweede Rome - als stralend middelpunt tot de stad viel, in 1453, na een beleg van een Ottomaanse sultan. Kortstondig was nog een laatste Byzantijnse glans opgelicht in Mistra, in het hart van de Peloponnesus, vlakbij Sparta, met een paleis voor leden van de keizerlijke dynastie en met betoverende basilieken tegen een steile helling gebouwd. Totdat ook die in 1460 werd uitgedoofd.

Ik was, op weg naar het huis van Leigh Fermor, in de ruïnestad gaan kijken, om iets van de mysterieuze schoonheid te ervaren. Mistra ligt op vier uur rijden van Athene.

De middagzon scheen boven de hoge bergketen van de Taygetus, de ruggegraat van de Peloponnesus die vroeger zo mooi de Morea heette. Beneden strekte zich de majestueuze vallei van Sparta en de rivier Eurotas uit, met zijn olijf- en moerbeibomen. Hier lag het oude hart van Griekenland, het land waar Menelaos koning van was, toen zijn Helena met haar minnaar naar Troje vertrok. Athene bestond nog niet.

Een ernstige en toegewijde Griekse archeologe leidde me rond. We beklommen de ruwe paden tussen stille verbrokkelde resten van villa's. We betraden deels gerestaureerde godshuizen en kloosters; fabuleus metselwerk uitgevoerd tussen 1265 en 1460, in die nadagen van dat uiteenvallende rijk.

In verbleekte fresco's staarden ze ons aan vanaf die oude muren, als droombeelden, die processies van aartsengelen, martelaren en heiligen, met aureolen als brommerhelmen, onder hemelkoepels waarin Christus Pantocrator, de heerser over alles, zich voorgoed heeft teruggetrokken, met dunne vingers en al. Kerken als prentenboeken. Zouden ze van hun muren afdalen, ze zouden het land om hen heen niet meer herkennen. Maar diep in de bodem stroomt een onderaardse rivier, vanaf het begin der tijden, met ragfijne kanaaltjes naar het licht, waaraan die religieuze figuren zich voeden, in myriaden van intieme kerkjes gekoesterd door de bijna terloopse spiritualiteit van een volk dat waarachtig vele plagen kende. Een erfenis meer levend dan die van het marmer van Phidias.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun

van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten

en het Nederlands Instituut Athene.

www.fondsbjp.nl; www.nia.gr

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden