De leerling van Cruijff houdt als coach niet van gekkigheden

Het is onzinnig en te veeleisend om vergelijkingen te trekken met het gedenkwaardige EK van 1988, dat door Oranje werd gewonnen. Hooguit kan worden gesteld dat Marco van Basten zich op een bepaalde manier heeft geroerd – toen als sterspeler, nu als bondscoach. Maar die volley, die historische goal, staat heel ver af van de trainer van nu.

’Eén Jantje Wouters, er is maar één Jantje Wouters’, zongen we twintig jaar geleden in de binnenstad van Alkmaar. De Duitsers waren dan toch eindelijk verslagen, we waren op een dinsdagavond in de kroeg bijeengekomen en iedereen bezong Marco van Basten al –dus wij wilden wat anders.

En laten we wel wezen: er wás maar één Jantje Wouters, en helaas voor Marco van Basten is dat twintig jaar later nog zo. De Zeeuw, Engelaar, De Jong, Van Bronckhorst – een Wouters zit er niet tussen, in de verste verte niet. Het is niet alleen vrij onzinnig om vergelijkingen te trekken met het EK van 1988, het is vooral te streng, te veeleisend. Voor Van Persie, van wie wordt gehoopt dat hij zoals Van Basten destijds na een blessure juist op het toernooi kan exploderen, maar nog veel meer voor die anderen áchter hem die niet kunnen wat Rijkaard kon, en Van Aerle en Van Tiggelen en Erwin Koeman en, ja, Wouters.

Wij zijn van de generatie die in 1988 de grens overtrok als supporter. In doodsangst balanceerden we in Gelsenkirchen op de muur van een veel te volle staantribune van het Parkstadion, achter het doel waarin in de slotfase tegen Ierland dat onbeholpen kopballetje van Kieft verdween. Dan kijk je later toch iets anders tegen ze aan, de spelers van toen. De trainer Wouters: goed, niet zo’n goeie misschien, maar wee de jongere collega die zoiets zonder merkbaar historisch besef hardop waagt te zeggen. Of Gullit: wat stelde een miskoopje meer of minder bij Feyenoord nou voor in vergelijking met die majestueuze koptreffer in de finale tegen de Sovjet-Unie?

En nu is Marco van Basten ook al bijna vijf jaar trainer. Wie niet in het stadion was weet nog exact waar hij dan wél was, toen Van Basten op het krankzinnige idee kwam om de bal na een in de live-uitvoering al bijna vertraagde hoge trap van Arnold Mühren op zijn slof te nemen.

Het is 2008, Van Basten is na jaren van quarantaine weer onder ons en wie hem in zijn nieuwe bestaan van tamelijk nabij heeft gevolgd, kan stellen dat die volley, dat historische doelpunt, heel ver afstaat van de trainer Van Basten.

Natuurlijk, hij wil zijn spelers vrijheid geven, vooral de spelers die iets méér kunnen dan de anderen. Zij krijgen enige ruimte om te doen wat in hen opkomt. Maar het idéé dat hij zijn aanvallers zal stimuleren om verdwaalde ballen pardoes op doel te rammen – hij zal wel gek zijn. Ronald Koeman kon later glimlachend vertellen hoe Johan Cruijff het tot zijn schrik kon presteren om als trainer twee verdedigers op te stellen, waarvan de trage Koeman zelf er dan één was. Cruijff is de leermeester van Van Basten, maar de leerling is niet van de gekkigheden.

De oefenvormen die hij in zijn eerste maanden als bondscoach gaf, sjabloonoefeningen waren het. Zo staan ze in de cursusboeken en zo worden ze verfoeid door de zogenoemde praktijkmensen: te statisch, academisch, geestdodend voor voetballers. Maar Van Basten, een controlfreak die zijn ware aard veelal met een air van achteloosheid weet te camoufleren, wilde structuur aanbrengen. Als het aan hem lag, begeleidde hij van speler tot speler hoe de bal naar voren zou moeten worden gespeeld. Geheid dat hij het allemaal van tevoren had opgeschreven.

In een vraaggesprek in deze bijlage komen even de vellen papier ter sprake die hij ooit met vriend en assistent John van ’t Schip in de kleedkamer van Ajax 2 ophing. Dat was te veel, weet hij nu. Maar nog steeds is hij in de kern een man van notities, al was het maar om scherp voor ogen te kunnen krijgen hoe het doel kan worden bereikt – en om dat helder over te kunnen brengen. Het was aan het voetbal van Oranje vaak niet te zien, dat beseft hij ook wel, maar misschien was het zonder die nauwgezette voorbereiding nog minder gegaan, denkt hij dan.

Het EK, zijn afscheid als bondscoach, wordt op 29 juni afgesloten in Wenen, in het stadion dat de naam draagt van Ernst Happel, de legendarische (’kein Geloel’) trainer uit de vorige eeuw. ’Du, auf der Tribuun’, kon Happel tijdens het WK 1978 tegen doelman Jongbloed zeggen. In zijn hart zou Van Basten het graag ook eens zeggen, maar dat kan in deze tijd niet meer.

Hij doet zijn best. Met alle internationals werden tijdens elk samenzijn gesprekjes gevoerd. Tien minuten, kwartiertje – dan moest alles wel weer gezegd zijn. Maar dan begón het pas bij Seedorf, daar lag de kern van het probleem tussen die twee. En hij belde te weinig, de bondscoach, heette het althans. Laatst klaagde de bijna chronisch geblesseerde Robben er nog over. Van Basten verdedigde zich: hij zou weer bellen als de aanvaller eens zes wedstrijden achter elkaar zou hebben gespeeld – geen onredelijke voorwaarde toch. Een voetballer selecteert zichzelf door goed te spelen, denkt hij dan, niet door te bellen.

Of Van Basten een goede trainer is? Naar de maatstaven van deze tijd niet, of in elk geval nog niet. Het is in om van de moderne coach te verlangen dat hij een peoplemanager is, zoals dat dan wordt genoemd. Hij moet van al zijn spelers maar doorhebben wat ze in het intermenselijk contact wel of niet verlangen, en zo zou hij dan het optimale uit hen kunnen halen. Daar is het spaak gelopen met Seedorf en eerder al met Van Bommel, en of de relatie van de coach met Van Nistelrooij na hun verzoening weer een vruchtbare is, moet nog blijken. Niet dat Van Basten niet doorhad wat ze werkelijk wilden. Maar hij wílde het ze niet geven – deze jongens althans niet.

Als de vereiste is dat een coach het álle spelers naar de zin dient te maken, is Van Basten geen goede peoplemanager. Maar er zíjn spelers die hij het naar de zin wil maken, spelers ook bij wie hij zich lekker voelt. Dat zijn de, wat hij dan noemt, aardige gozers: ze kunnen iets met de bal, en ze doen er verder niet al te moeilijk over. Hij heeft getafeltennist met Van Persie. De bondscoach pingpongend met Seedorf – probeer je daar maar eens een voorstelling van te maken.

Babel is ook een aardige gozer. Daarom zat Van Basten in zo’n lastig parket, toen die zich vorig najaar vóór het EK-kwalificatieduel met Roemenië voor de tweede keer versliep. Hij moest iets doen, en toch de aanvaller binnenboord houden. Babel werd uit de basisopstelling geschrapt, maar bijvoorbeeld niet op het vliegtuig naar huis gezet. Als wordt gesuggereerd dat Van Basten, man van de klok en van afspraken, dat laatste als speler vroeger toch diep van binnen een ploeggenoot zou hebben toegewenst, schudt hij gedecideerd het hoofd. Nee, toen niet en nu niet als coach. Wat, als de volgende keer je beste speler te laat komt? Dan zou die ook wegmoeten. Hem niet gezien. Hij heeft altijd willen winnen, zie je.

En hij hééft als bondscoach vaak gewonnen, hoe dan ook en tegen wie dan ook. Toch begrijpt iedereen de cynische humor van fans van PSV en Feyenoord, die zich op internet gelukkig prijzen dat Van Basten na het EK naar Ajax gaat: daar hebben ze dan volgend seizoen geen last van. Oranje speelde vaak zwak onder Van Basten. Misschien was zijn vertrekpunt al onhandig: als bondscoach, onervaren ook nog eens, ging hij met Oranje aan de slag als ware het een clubteam – met zijn voorkeuren en ideeën. Zijn voorganger Advocaat deed wat van een bondscoach mag worden verwacht. Hij selecteerde grofweg de achttien beste spelers van het land, en daar is wel degelijk een min of meer objectief criterium voor: een winnaar van de Champions League (Seedorf) en een basisspeler van Bayern München (Van Bommel) behoren ertoe.

Zo orthodox zal, naar mag worden aangenomen, ook Van Bastens opvolger Van Marwijk weer te werk gaan. Opwindend is dat niet, maar niet voor niets zijn bondscoaches, naar de associatie van Van Basten bij diens aantreden in 2004, over het algemeen ’oude en wijze mannen’. Van Basten is nog maar 43 jaar. Maar wie hem langduriger spreekt, wie hem zorgvuldig en met een rake woordkeuze hoort formuleren, die begrijpt warempel dat Ajax hem heeft aangesteld, wat hij ook allemaal bij Oranje over zich heen heeft gekregen.

Op een bepaalde manier roert hij zich, zegt hij van zichzelf. Dat zal het zijn. Hij zal zich straks roeren, en hij heeft het de afgelopen vier jaar gedaan. Los van waar Oranje op dit EK eindigt, is het bondscoachschap van Van Basten al gedenkwaardig te noemen, en uitzonderlijk – en wij waren erbij. Laat dat dan toch een overeenkomst zijn met het EK van 1988, zij het waarschijnlijk de enige.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden