De lat ligt steeds hoger

Tranen, woede, verbijstering. Het zijn emotionele taferelen op het UWV-kantoor in Arnhem. Net als elders in Nederland worden er duizenden arbeidsongeschikten opnieuw beoordeeld volgens nieuwe, strengere normen. En dat doet pijn.

Afgekeurd als ziekenverzorgster, honderd procent goedgekeurd als parkeerwachter. Het is schrikken voor Marja, ze voelt zich nog helemaal niet goed. De klachten waardoor ze arbeidsongeschikt werd verklaard zijn niet verdwenen. Maar net als tienduizenden anderen die nog op de rol staan, verliest ze bij de strengere herbeoordeling voor de WAO haar uitkering.

Ongeloof en woede wisselen zich bij haar af. Een lotgenote, elders in het gebouw, barst uit in tranen. Anderen ,,zagen de bui al hangen''.

Het zijn dezer dagen emotionele taferelen in de spreekkamers van de uitkeringsinstantie UWV, die opdracht heeft deze grootscheepse operatie uit te voeren. Na enkele maanden vertraging is op 1 oktober gestart met de jongsten, die vanwege hun leeftijd de beste reïntegratiemogelijkheden hebben en nog kort gebruikmaken van de WAO. In tweeënhalf jaar tijd moeten 325000 mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WAZ of Wajong) door de molen.

Het vangnet zal voor het leeuwendeel intact blijven. Toch staat nu al vast dat een flink deel van hen, zoals Marja, hun uitkering helemaal of gedeeltelijk kwijtraakt door de strengere normen die Den Haag in het nieuwe schattingsbesluit heeft vastgelegd. Na het Sociaal Akkoord met de vakbonden, waarmee iets van de scherpte afging, schat het ministerie van sociale zaken hun aantal op 80000 mensen.

Zo'n drastische ingreep geeft grote spanningen en niet alleen bij de getroffenen. In de dagen van de sociale onrust, toen de bonden met demonstraties en stakingen ten strijde trokken tegen het kabinetsbeleid, kwamen bij het UWV dreigbrieven binnen. Medewerkers zouden met zuur worden overgoten als ze het regeringsbeleid zouden uitvoeren. Het geeft aan dat een uitvoeringsinstantie die zoals het UWV heel dicht op de politieke

besluitvorming zit, kwetsbaar is, zeker als er weinig draagvlak is voor het beleid. Zelf moeten ze het er ook mee doen dat de politiek 'de polisvoorwaarden' voor een WAO-uitkering onderweg heeft aangepast.

In de spreekkamers geconfronteerd met het menselijk drama in een notendop dat zich aftekent, redden de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen het niet altijd met ratio en nuchterheid. ,,We proberen duidelijk te maken hoe we omgaan met wetgeving. We proberen zorgvuldig te zijn, met respect voor mensen. Dat verandert niets aan de uitkomst van een herbeoordeling maar raakt wel het gevoelsniveau van cliënten'', zegt de regiodirecteur van het UWV-kantoor Arnhem. Het heeft ook te maken met de fictie waarin het UWV opereert. Leg maar eens uit aan een arbeidsongeschikte die nog precies hetzelfde mankeert, dat hij plotseling arbeidsgeschikt is geworden. Het arbeidsongeschiktheidspercentage zegt namelijk niets over iemands gezondheid. Dat deed het voorheen niet en ook nu niet, na het nieuwe schattingsbesluit.

In tegenstelling tot wat velen denken heeft de procedure nauwelijks iets van doen met een medische behandeling, hoewel er wel een arts aan te pas komt en in de spreekkamer ook een onderzoekstafel staat. Deze verzekeringsarts stelt vooral vragen om uit te vinden welke beperkingen en mogelijkheden iemand heeft om te werken. Kan de persoon zitten, staan, lopen, tillen, bukken, zich concentreren, omgaan met collega's, temperatuurverschillen verdragen? Daarbij maakt de verzekeringsarts ook gebruik van de niet geheel onomstreden 'normaalwaarden'. Wat doet een werknemer in het dagelijks leven: laat hij de hond uit, gaat hij naar voetbalwedstrijden, leest hij veel, hoe is het met verjaardagsfeestjes, kijkt hij naar televisie, zit hij achter de computer, doet hij boodschappen, rijdt hij auto? Dat alles om na te gaan hoeveel iemand aankan.

Volgens Frieda, al 15 jaar verzekeringsarts en naar eigen zeggen 'een typische WAO-dokter', moet de nadruk liggen op de mogelijkheden en niet de onmogelijkheden: ,,het hier en nu en niet het verleden.'' Dat was en is haar leidraad, ook bij de grootscheepse herbeoordelingsoperatie. ,,Voor ons, verzekeringsartsen, verandert er niet zoveel. Een medische beoordeling blijft medisch.''

Toch is wat in haar spreekkamer passeert eerder een graadmeter van de economische conjunctuur dan van de volksgezondheid. Het gaat over het verdwijnen van een vertrouwde grote werkgever in de regio, die vestigingen sluit en daarmee ook het doek laat vallen voor goedbetaalde vijfploegendiensten en tal van functies voor laagopgeleiden. Bepaalde beroepen zijn helemaal verdwenen. Het gaat over de moeizame zoektocht naar ander werk, omscholing, aanpassing, minder inkomen en belanden bij bedrijven waar ook weer saneringen aan de orde zijn of waar wordt gedubd over vertrek naar een lagelonenland in het oosten. Het gaat over de dure euro en schulden.

Anno 2005 staan werkgevers niet meer met open armen om werknemers te ontvangen, zeker niet als er een vlekje aan zit. ,,Loop bij sollicitaties niet te koop met je beperkingen, maar benadruk vooral je mogelijkheden'', raadt zij een cliënt. Maar diens ervaringen zijn anders; ,,als je eenmaal afgekeurd bent, tel je niet meer mee. Ik heb een halfjaar thuis gezeten, hoe vul ik dat gat in mijn cv?''

Niet iedereen heeft het vermogen tot zelfredzaamheid, constateert de arts met enige zorg. ,,Mensen gaan heel verschillend om met ziekte en handicaps, de een blijft er in hangen, de ander zie je toch weer de draad oppakken.'' Bij cliënten met psychische klachten -ongeveer 30 procent van de WAO'ers- zijn hun mogelijkheden om te werken vaak moeilijker vast te stellen. ,,Het is niet eenduidig, complex en daardoor bewerkelijker'', beschrijft ze. Afgezien van mensen met een ernstige psychiatrische stoornis zullen ze onder de nieuwe regels echter niet zo snel meer op medische gronden volledig arbeidsongeschikt worden verklaard.

De echte veranderingen zitten echter in de tweede fase bij de herbeoordeling, het werk van de arbeidsdeskundige. Met de hulp van een computersysteem -dat overigens op last van de rechter aangepast moet worden omdat het te weinig inzicht biedt in de afweging- gaat deze expert op zoek naar geschikte functies waarin rekening moet worden gehouden met de beperkingen van een cliënt. Hij put daarbij uit zo'n 8000 functies die een spiegel zijn van de Nederlandse arbeidsmarkt. De bonsaibomenkweker komt er niet meer in voor, ook al omdat het bedrijf de boompjes inmiddels uit het -goedkopere- oosten betrekt.

Er hoeven slechts drie functies met elk drie bestaande arbeidsplaatsen uit het systeem te rollen om de arbeidsgeschiktheid te bepalen. Ook weegt niet meer mee of de cliënt toen hij in de WAO of WAZ kwam, in deeltijd werkte, ook fulltime banen tellen mee. En er wordt van uitgegaan dat hij eenvoudig computerwerk aankan en het Nederlands voldoende beheerst. Kortom, veel sneller dan onder het oude regime komen er geschikte functies uitrollen en die hoeven niets te maken te hebben met iemands oorspronkelijke beroep.

Dan volgt een puur rekenkundige exercitie. Het uurloon (zonder toeslagen) in de oude baan wordt vergeleken met het gemiddelde uurloon van de drie functies waarmee de WAO'er het meeste kan verdienen. Het verschil bepaalt uiteindelijk het arbeidsongeschiktheidspercentage, of beter gezegd: iemands verdiencapaciteit.

Arbeidsdeskundige Hans verwacht dat onder de nieuwe regels vooral vrouwen met kleine deeltijdsbaantjes van arbeidsongeschikt volledig arbeidsgeschikt worden. Er hoeft nu geen rekening meer gehouden te worden met het aantal uren dat ze voorheen werkten. Dus zijn er gemakkelijker geschikte functies en banen te vinden. ,,Het zal een schok geven, maar het biedt ook weer nieuwe kansen. Het voordeel is ook dat nu ook iedereen wordt geholpen. Zelfs al heb je constant pijn, dan kan werken goed doen. Werk geeft afleiding, waardoor pijn naar de achtergrond verschuift.'' Hij rekent ook voor dat een nog jonge werknemer die zijn hele leven volledig arbeidsongeschikt is, de maatschappij al gauw zo'n 500000 euro kan kosten.

Passende arbeid maken van het gangbare werk dat zijn cliënten met hun beperkingen in theorie aankunnen, ziet Hans als zijn grootste uitdaging. ,,Niet alles is in een vakje in te delen.'' De kunst is hen aan de slag te houden of te krijgen. Hij gaat daar ver in, desnoods tot in bedrijven toe om voor hen aanpassingen te bevechten en begrip te kweken. Want daar ontbreekt het nog wel eens aan, is zijn ervaring. Sinds de Wet Poortwachter zijn werkgevers wel actiever en bewuster bezig met preventie. ,,Maar zelfs in grote bedrijven is er bedrijfsblindheid.''

Hij heeft de indruk dat er nog altijd te veel mensen de WAO in komen, die er ,,met enige inventiviteit en creativiteit''vanuit het bedrijf buiten zouden kunnen blijven. ,,Welk bedrijf is er niet bezig zijn efficiency te verbeteren? De medewerkers moeten daarin mee en het tempo ligt hoog. Werkgevers beseffen niet dat niet iedereen zich met dezelfde snelheid kan aanpassen. Trekken ze iets meer tijd uit voor opleiding of wat extra ondersteuning, dan redden die medewerkers die niet meekunnen, het wel.''

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt geven ook spanningen. ,,Met iemand die nog bij een werkgever is, lukt het meestal wel om die aan het werk te houden. Maar veel moeilijker is het om een cliënt met beperkingen en zonder werkgever weer een baan te bezorgen, zeker als hij laaggeschoold is en al langer in de WAO zit.''

De lat is steeds hoger komen te liggen; lbo-plus is al niet meer genoeg, de eis is meestal minimaal mbo, signaleert de arbeidsdeskundige.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden