De lastige herinnering aan een verloren slag

Het is 75 jaar geleden dat Nederland de Slag om de Grebbeberg verloor. Een nieuw herdenkingspad herinnert aan deze veldslag vol tragiek.

Iets voorbij Wageningen krult de vlakke provinciale weg plots sierlijk omhoog, de groene Grebbeberg op. Een mooi colletje voor wielrenners. Eenmaal bovenop, bij een denkbeeldige finishlijn, staan witte oorlogsmonumenten en honderden grafstenen. Hier verloor het Nederlandse leger de slag tegen de binnenvallende Duitsers in 1940. 424 Nederlandse militairen sneuvelden en 165 Duitse. Een pad naast de provinciale weg leidt naar de Stoplijn, die de Duitsers op 13 mei 1940 niet wist te keren.

Het pad is een landschapskunstwerk van Marcel Eekhout en Paul de Kort. Het maakt de Slag om de Grebbeberg, van 11 tot 13 mei 1940, na 75 jaar weer zichtbaar in het landschap. Donderdag wordt de herdenkingsroute geopend, tegelijk met een Grebbe-app voor het publiek. Rhenen staat een jaar lang stil bij de veldslag die anders alleen door militairen in beslotenheid wordt herdacht. Maar in dit jaar van 70 jaar bevrijding mag de herinnering aan de Grebbeberg niet ondersneeuwen.

Het kunstwerk is een onverhard pad tussen het ereveld. Het voert naar de Stoplijn. In de onverharde route liggen stenen met spreuken die de Nederlandse commandant Van de Boom destijds opschreef. 'Gelukkig schieten ze slecht'. 'We zijn ingesloten en tot werkeloosheid gedoemd'. De Stoplijn om de Duitsers te keren is gemarkeerd door sierstenen met prikkeldraadgravures. Een sluitsteen meldt de situatie op 13 mei 1940 rond het middaguur: 'Overgeven is het enige wat ons rest'.

Niet klaar voor oorlog

Sinds 1999 zorgen vrijwilligers van stichting De Greb dat deze verloren veldslag, die het begin van de oorlog markeert, niet wordt vergeten. Mannen als Bernier Cornielje (62) en Hans Brons (60) vertellen het publiek verhalen van soldaten die liggen begraven op het militair ereveld. Vijfhonderd bezoekers per jaar trekt De Greb met groepsrondleidingen die ook langs nagemaakte loopgraven voeren. Een beperkt aantal. "Een verloren veldslag wordt nooit graag herinnerd", verklaart Cornielje.

De herinnering aan de Slag om de Grebbeberg schuurt. Er zijn heldenverhalen om te vertellen. Maar gêne over de verloren slag ligt snel op de loer. Het Nederlandse leger bleek nog lang niet klaar voor oorlog. Duitsers mochten tot april 1940 nota bene ongehinderd vanaf de uitkijktoren bij Ouwehands Dierenpark observeren hoe de Nederlandse soldaten de Grebbeberg klaarmaakten voor verdediging. Een wonder dat de te laat voorbereide Nederlanders daar toch drie dagen standhielden.

Nu de bekende slag 75 jaar geleden is, blijkt in Rhenen de tijd rijp om het publiek dit verhaal weer te vertellen. Tientallen lokale organisaties, de gemeente en de provincies Utrecht en Gelderland zorgen voor een groot programma. Alles mondt uit in locatietheatervoorstellingen op 8 en 9 mei. "De enige herinnering aan de slag was hier jarenlang, naast het ereveld dan, een tentoonstellinkje in een oude gereedschapsschuur", zegt Cornielje. "En er was anderhalve vitrine in het gemeentemuseum."

Deze veldslag laat zich lastig herinneren. Na de oorlog ontstonden twee dominante beelden die nog altijd bestaan. In de eerste staat het heldendom centraal. Zo draait de nieuwe speelfilm 'Battle of the Grebbeberg' die in 2016 moet verschijnen, om heroïek. Aan inspirerende verhalen geen gebrek. Het bekendste is misschien wel dat van reserve-majoor Johan Jacometti. Hij zou in een uiterste poging de Duitsers 'er wel even uitgooien met de blanke klewang'. Dat bekocht hij met zijn leven.

Maar heldendom staat niet centraal voor Cornielje en Brons. De Grebbe-strijd was vooral chaos, vertellen ze wandelend in de miezerregen op het pad tussen Ouwehands en het ereveld. Ze lopen over de wanhoopsspreuken van de commandant die in de sierstenen zijn gegraveerd. 'De zucht van kogels is voelbaar'. "Boerenjongens uit het oosten van Nederland lagen hier vooral", zegt Cornielje. "Velen waren zelfs nog nooit voorbij Arnhem geweest."

Duivelsberg

De veldslag begon in de nacht van 10 op 11 mei. De voorposten in de weides en boomgaarden voor de Grebbeberg werden snel opgerold door de Duitsers. De fruitbomen in het veld waren pas enkele dagen eerder gekapt. Fruittelers hadden de kap lang weten tegen te houden. Te lang. De stammen bleken nu onverwacht mooie schuilplaatsen voor soldaten van SS-Standarte Der Führer. Het bomvrije gemaal om de weides onder water te zetten, was nog in aanbouw.

De Duitsers zagen in de Grebbeberg de 'duivelsberg'. Ze benaderden die omzichtig. De holle weg de berg op bleek buiten het bereik van het Nederlandse vuur. Op 11 mei waren de telefoonverbindingen in het Nederlandse leger grotendeels vernield. Losse groepjes soldaten moesten het van geruchten hebben. Ze raakten op zichzelf aangewezen. Wat vies tegenzat, was dat hun generaal in Doorn tot 13 mei meende dat er hoogstens 150 Duitsers voor de berg stonden. Hij vond zijn mannen laf.

De verhalen die Cornielje en Brons vertellen, en deels op de wandel-app beschikbaar zijn, gaan over een surrealistische strijd. De generaal had het bericht verspreid dat er Duitse soldaten als Hollanders vermomd achter de linies waren gedropt. De angst bij Nederlanders groeide, gevoed door geruchten, nachtelijk gekrijs en vooral slaapgebrek. "In Ouwehands zouden duizend krokodillen leven", schetst Cornielje. "Tropische vogels waren losgelaten. Soms slingerde er een baviaan voorbij."

Het stokkende contact tussen de legerleiding in Doorn en de Grebbestrijders en de paniek waardoor de Nederlandse soldaten mede door eigen vuur stierven, vormen een bron van verhalen. De militaire training, de bewapening noch de strategie bleken destijds voldoende. De Grebbeberg had een Duitse opmars weken moeten vertragen in afwachting van geallieerde hulp. Zo ver kwam het niet. Cornielje en Brons vertellen steevast vanuit het respect voor de Nederlandse soldaten.

"Het verhaal van de Grebbeberg is het verhaal van individuele moed", meent Brons. Cornielje: "Het epos ontstaat door alle individuele verhalen." Zoals dat over majoor Willem Landzaat. Ook toen de Duitse doorbraak onvermijdelijk bleek, bleef hij op zijn post, een dierentuinpaviljoen. Dat werd in puin geschoten. Brons en Cornielje wijzen, teruglopend van het ereveld waar Landzaat is begraven, op een huis bij de dierentuinpoort. Het is de locatie van het paviljoen. Zijn weduwe woonde er jaren.

Brons en Cornielje wonen beide in Wageningen, de stad vijf kilometer verderop waar op 5 mei 1945 de Duitsers capituleerden. Net als talloze Rhenenaren zien zij de Grebbeberg als een logische schakel in de Liberation Route, een internationale ketting van slagvelden uit voornamelijk 1944 en 1945. "De Grebbeberg vertelt het verhaal van totalitaire regimes", zegt Cornielje. "Zulke regimes zijn er nog. Dat op de Grebbeberg een ereveld ligt, is het gevolg van zo'n regime."

'Een held? Ik was een gewone jongen'

Willem Wolters (94) uit Gramsbergen was bij de Slag om de Grebbeberg een verbindingsman bij een mitrailleursectie aan de noordoostflank. Hij is één van de laatste nog levende soldaten die in deze veldslag vochten. Tijdens de gevechten maakte hij aantekeningen in een schrift. Dat deed hij naar eigen zeggen om de zenuwen te bedwingen. Het schriftje bleef wonderwel bewaard. Thuis haalt hij het tevoorschijn.

Wolters: "Waarom ik op 1 februari 1940 met dit dagboek begon, dat weet ik niet meer. Ik bleef erin schrijven toen de oorlog uitbrak. Ik zat als verbindingsman steeds bij de telefoon in mijn stelling. Ik kon daardoor alles opschrijven wat er gebeurde. In 1939 werd ik gemobiliseerd in Enkhuizen. Ik had ook afgekeurd kunnen worden. De arts vond me te licht en te smal. Maar ik zei: keur mij maar goed. Ik was typograaf in Enschede. Dat verdiende niet zo goed.

"Wie had nou gedacht dat de oorlog zou uitbreken? In 1914 was Nederland neutraal gebleven. En de overheid zei dat we rustig konden slapen. Nederland zou weer buiten de oorlog blijven. We werden overgeplaatst naar een barak aan de spoorlijn bij Achterberg. We bouwden bij de Grebbeberg onze stelling. In schieten oefenden we niet. We voetbalden met jongens van de andere barak. In de nacht van 9 op 10 mei werden we opgeroepen voor een alarmoefening.

"We zagen de vliegtuigen overkomen en wisten dat het fout zat. Van rust naar oorlog was een hele omschakeling. Op 10 mei zag ik Duitsers stellingen opbouwen aan de overkant van de Grift. Ik zat aan de telefoon, een soort afgedankte koffiemolen. Voor mijn karabijn had ik vijf kogels. Dat was alles. Ik gaf berichten door, zoals waar de artillerie moest schieten. Links, meldde ik dan het resultaat. Daarna schoten ze rechts. Vervolgens door het midden: weg was de Duitse stelling.

"We zaten in een kuil die we zelf gebouwd hadden met zand erop. Ons materieel was waardeloos. De twaalfde mei verlieten we de stelling, maar de dertiende keerden we weer terug. Die dag ging het er stevig aan toe. Een man stond midden op straat te brullen: vuren, vuren! Een wonder dat hij niet is geraakt. Die middag was de situatie niet meer vol te houden. De andere stellingen waren toen al gevallen. Overal zaten Duitsers in de bomen. Ik heb die periode bijna niet geslapen.

"We besloten tot terugtrekking en liepen naar Fort Honswijk (aan de Lek bij Houten, QV). We zakten in elkaar van de slaap. Maar daarvoor was geen tijd. We moesten een stelling bouwen. Een dag later waren de Duitsers er. Er was gecapituleerd. Ik liet het dagboek daar achter en schreef verder op losse vellen. We moesten als krijgsgevangene teruglopen, eerst naar Wijk bij Duurstede. Daar sliepen we in een kerk. Daarna liepen we naar Wageningen via de Grebbeberg. Ik keek daar niet rond. We dachten nergens meer aan; we waren áf. Een boer die mijn dagboek vond, heeft het me opgestuurd.

"Naar de Grebbeberg ben ik nooit terug geweest. Ik wilde afstand nemen. De jongens met wie ik er was, heb ik nooit teruggezien. We zaten er te kort om elkaar te leren kennen. Ik denk het liefste zo weinig mogelijk aan de Grebbeberg. Ik kwam later wel in Wageningen. Nooit voor het defilé. Voor jonge generaties is de Slag om de Grebbeberg een boek dat je leest en dichtdoet. Geschiedenis. Mijn dagboek herlees ik niet. Een heldengeschiedenis? Ik was niet zo'n held. Ik was een gewone jongen."

De Slag

10 mei 1940. De oorlog begint. Soldaten van het Nederlandse veldleger (2de Legerkorps) betrekken stellingen op en voor de Grebbeberg. Wageningers worden massaal per schip geëvacueerd richting Rotterdam. SS-Standarte Der Führer bouwt stellingen bij Wageningen.

11 mei 1940. SS-troepen rollen Nederlandse voorposten op voor de Grebbeberg. De leiding van het 2de Legerkorps mist een reëel beeld van de tegenstander. Een geplande tegenaanval mislukt.

12 mei 1940. SS-troepen nemen het zeventiende-eeuwse verdedigingswerk in aan de voet van de Grebbeberg. Ze slaan een bruggehoofd over het stroompje de Grift (Grebbe) en worden 's avonds afgelost door een Duits infanterieregiment.

13 mei 1940. Duitse infanteristen bestormen, beschut tegen Nederlandse vuur, de Grebbeberg via de holle, provinciale weg Wageningen-Rhenen. 's Middags trekt het Nederlandse leger zich terug. Dit heeft het Duitse leger niet direct door.

Uitgebreide herdenking

Rhenen staat dit jaar uitgebreid stil bij de Slag om de Grebbeberg, in mei 75 jaar geleden. Het verhaal van Grebbebergveteraan Wolters staat dit voorjaar in een boek van Gielt Algra (Veteraneninstituut) over ooggetuigen. In Rhenen komt er een standaardwerk uit (6 maart) en een stripboek (20 maart). Op de Grebbeberg kunnen bezoekers zichzelf rondleiden met een Grebbeberg-app bij het ereveld en de nagebouwde loopgraven. In het gemeentemuseum zijn exposities. Het programma vol muziek (17 april) en locatietheater (8 en 9 mei) staat op: www.75jaarslagomdegrebbeberg.nl. Stichting De Greb beschrijft de geschiedenis zeer gedetailleerd op www.grebbeberg.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden