De laatste vissers van Laaxum vrezen voor hun toekomst

reportage | Strengere regels bedreigen het voortbestaan van de visserij aan het IJsselmeer

LAAUXUM - De vis uit de koeling van visser Jan de Vries is zo vers dat hij nog leeft. "Kijk eens hoeveel vlees er aan zit", zegt hij met een bot in zijn hand. Een bot is behalve een kaalgekloven been ook een platvis. In dit geval eentje van ongeveer 30 centimeter die nog één keer een kieuw beweegt.

Zes uur eerder heeft De Vries de bot aan wal gebracht in Laaxum, een buurtschap een paar kilometer van Stavoren. De visser kijkt tevreden als hij over zijn vangst praat. 120 pond, dat kon slechter. Het grootste deel ligt al in lokale restaurants en viswinkels.

Bij Wim Postma van restaurant 't Stasjons Kofjehús in Molkwerum bijvoorbeeld. Postma werkt veel met Friese streekproducten. De Laaxumer bot is zo'n 'erkend streekproduct'. Dat het binnenkort afgelopen kan zijn met de Laaxumer bot en het ambachtelijke visbedrijf van De Vries, Postma wil er niet aan denken. "Regeltjes, regeltjes, regeltjes. En Jan is zo'n eerlijke, nette vent."

Jan vist samen met zijn broer Joop, net zoals hun vader en oom dat eerder deden, en daarvoor hun grootvader. Jan heeft al AOW. Mocht het misgaan, dan heeft hij in elk geval iets. Joop is net vijftig. Wordt hij de laatste visser van Laaxum?

Volgens de lokale geschiedschrijving wordt in het voormalig Zuiderzeedorp al sinds de zeventiende eeuw op bot gevist. Destijds vingen de vissers de bot in zout water, waar het dier zich voortplant. Dat doet het nog steeds. Via de spuisluizen bij Den Oever zwemt hij de Noordzee op, plant zich voort en keert terug naar het zoete IJsselmeer.

"De bot hier is speciaal", zegt De Vries. "Hij heeft geen grondsmaak omdat hij op harde zandgronden zwemt, niet in de modder." Vanwege de kwaliteit en de duurzame manier van vangen ontving De Vries het certificaat erkend streekproduct. De oorkonde hangt aan de muur, tussen oude foto's van de haven waarop visserfamilies uit de vorige eeuw poseren.

Ondanks de duurzame manier van vissen viel op 27 mei een brief van staatssecretaris Dijksma op de mat. "De week daarop moesten we 85 procent van de netten weghalen. Maar die brief gaat over schubvis. Over snoekbaars, baars en blankvoorn. Niet over bot, want dat is geen schubvis."

Het lijkt een fout van het ministerie. De Vries heeft dan ook bezwaar gemaakt, maar voordat het ministerie daarover uitspraak doet, is het visseizoen voorbij. "Dan hebben we praktisch niets kunnen vangen. Zo draaien ze ons de nek om."

Op zich begrijpt De Vries best dat de staatssecretaris iets doet om de visstand te verbeteren. Vergeleken met de dag waarop hij begon, 1 mei 1976, is de visstand dramatisch gedaald.

De Vries pakt een opschrijfboekje waarin hij de vangsten vastlegt. "Dit is van 1976. Kijk. Baars, 500 pond, en hier 1200 pond. Snoekbaars, meer dan 1000 pond." Andere koek dan de 120 pond van vanmorgen, al vist hij nu wel met minder netten dan vroeger, en alleen op bot.

De vangsten namen vanaf de jaren tachtig af. "Aalscholvers", zegt De Vries. Voor vissers zijn aalscholvers wat sprinkhanen zijn voor Afrikaanse boeren. "Als je 30.000 exemplaren hebt, en ze vreten een pond per dag, dan is dat meer dan 100 ton per week".

Het is niet alleen de aalscholver, weet De Vries. Het schone water is ook een van de redenen. "Alle voedingsstoffen zijn er uitgehaald. Dat staat ook in allerlei onderzoeken."

De vissers zelf hebben ook schuld. "Er was veel hebzucht", zegt De Vries. "Wie de meeste vis aanvoerde, was de man. Dat is nog zo trouwens. Het is een wedstrijd onder elkaar, op de afslag." Hij vertelt dat sommige vissers vier vergunningen bezitten, goed voor 200 netten van 100 meter. "Dat is 20 kilometer. Dat kan natuurlijk nooit."

Tegen vier uur 's middags maakt De Vries zich klaar om samen met zijn broer de netten uit te zetten voor de nacht. De stalen schouw verlaat de haven en passeert een oude visschuur. Vroeger werd er haring gerookt en ansjovis gezouten. Dat was in de tijd van de Zuiderzee, toen de haven ongeveer twintig houten scheepjes telden. Netten vol haring en ansjovis haalden ze binnen. De zeevissen verdwenen met de komst van de Afsluitdijk. Toch bleven de verdiensten goed. De kisten met palingen waren niet aan te slepen. Vandaar dat de meeste vissers overgingen op grootschalige, machinale visserij.

De schepen waren te groot voor de ondiepe haven van Laaxum, waar na de oorlog ongeveer zeven schepen achterbleven. Het was de tijd dat Jan de Vries in de oude visschuur de netten uit elkaar haalde voordat hij naar school ging. Dat leverde hem een gulden per keer op. Je kocht er als jongen een koninkrijk mee. Tegenwoordig leunt de schuur tegen houten stutpalen, die zelf ook een steuntje kunnen gebruiken.

"De IJsselmeervisser", zegt De Vries. "Het is een uitstervend beroep."

undefined

Sanering visserijvloot

IJsselmeervissers mogen dit jaar 85 procent minder schubvis vangen. Dat hebben de vissers eerder afgesproken met staatssecretaris Sharon Dijksma. De vangstbeperking geldt voor een jaar. Daarna wordt de visstand opnieuw opgenomen en besloten of verdere maatregelen nodig zijn. De maatregel is deel van het Masterplan Toekomst IJsselmeer dat de visstand op peil moet houden. Sanering van de visserijvloot is daarbij onvermijdelijk.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden