De laatste van Putten

Jannes Priem 1925-2013

Hij was de laatste overlevende van de razzia van Putten. Daar zweeg hij altijd over, tot op zijn oude dag.

Toen hij terugkeerde van de verschrikkingen in de Duitse kampen, wachtte hem een schok. Natuurlijk was er blijdschap dat hij het had overleefd, als een van de weinigen. Zijn ouders wisten niet wat ze zagen. Ze hadden hun zachte, lieve jongen van negentien jaar afgevoerd zien worden, en nog geen jaar later zagen ze hem terug als een getekende man die te veel had meegemaakt.

Slechts 48 van de 601 mannen en jongens die in concentratiekampen hadden moeten boeten voor een aanslag op Duitse officieren in het Veluwse dorp Putten, haalden het eind van de oorlog. Wat was er gebeurd met al die anderen, dat wilden ze in Putten weten. Hij vertelde naar beste weten wat hij had gezien.

Toch werd hij soms voor leugenaar uitgemaakt als hij zei dat iemand dood was, terwijl een andere overlevende meende dat diegene later nog in een ander kamp was gezien. Het duizelde hem. Al die kaalgeschoren, uitgemergelde gevangenen hadden op elkaar geleken, ze waren nummers, namen waren vergeten.

Er waren ook kwaadaardige suggesties. Hoe had hij kunnen overleven? Hoe had hij de honger en de gruwelen kunnen doorstaan? Had hij misschien geheuld met de Duitsers?

Dat schokte hem. Hij klapte dicht en liet zich niet meer zien in het dorp. Het verdriet om de doden woog er zwaarder dan de pijn van de overlevenden.

Ook de overheid had geen compassie. Het ministerie van oorlog riep hem op voor de keuring van zijn militaire dienstplicht. Ondanks zijn verbrijzelde onderkaak en verdroogde longtoppen werd hij gezond genoeg bevonden voor uitzending naar Nederlands-Indië om tegen de nationalisten te vechten.

Daar werd hij getroffen door een fosforgranaat en later kreeg hij een granaatscherf in zijn nek. Ook dat wist hij te overleven. Na drieënhalf jaar keerde hij in december 1949 terug in Nederland.

Jannes Priem had alleen lagere school, want het boerderijtje van zijn vader bracht te weinig op om elf kinderen verder te laten leren. Als militair zou hij wel kunnen doorleren en hij werd aangenomen bij de marechaussee. Daar haalde hij zijn politiediploma en hij werd in Schoonhoven geplaatst. Daar ontmoette hij Thea van 't Hullenaar die in een bakkerswinkel werkte. Ze trouwden in 1954 voor de wet, en een jaar later, toen hij zijn hervormde geloof had opgegeven voor haar katholicisme, huwden ze ook voor de kerk. Ze kregen twee dochters en een zoon.

Na vijf jaar bij de marechaussee stapte Jannes over naar de landmacht, bij de technische dienst. In de avonduren bleef hij studeren. Technische cursussen, maar ook de mulo. Zo klom hij in 1970 op tot sergeant-majoor materieelbeheer. Hij kreeg de verantwoordelijkheid voor munitiedepots. Dat werk bleef hij doen tot hij eind 1980, op z'n 55ste, met pensioen ging als adjudant-onderofficier. Hij was trots op die rang die hij met hard werken had bereikt; zijn uniformpet bleef altijd aan de kapstok hangen.

Over zichzelf sprak hij weinig. Zijn gezin wist nauwelijks iets over zijn kampervaringen. Hij had wel een boek over de razzia van Putten, een zwartboek, en dat hield hij verstopt. Dat wisten zijn kinderen wel, maar ze voelden ook aan dat ze daarvan af moesten blijven.

Hij was een binnenvetter, ook toen hij zijn jongste kind verloor. Gert-Jan kon op z'n zeventiende het leven niet aan en liet een afscheidsbrief achter, waarin hij zijn ouders bedankte. Jannes bewaarde die brief achter het portret van zijn zoon. Van zijn gevoelens liet hij niets merken.

Neuengamme
Na zijn pensionering kwam hij weer in contact met andere overlevenden van de kampen. Hij liet zich overhalen tot een groepsbezoek aan het kamp Neuengamme, waar veel Puttenaren waren omgekomen. Een jaar later ging hij met zijn vrouw naar het kamp in Lademund. De ontvangst daar trof hem diep. De omwonenden waren begaan met het lot van de mensen die in hun buurt gevangen hadden gezeten. In de oorlog was hun wijsgemaakt dat de gevangenen criminelen waren, maar de plaatselijke pastoor had het vreemd gevonden dat er zoveel misdadigers uit één plaatsje afkomstig waren. Hij zorgde ervoor dat 111 mannen uit Putten in één graf terechtkwamen.

Met de opvolger van die pastoor voerde Jannes lange gesprekken. Het slot dat op zijn herinnering zat, brak los. Hij begon te praten en schreef alles van zich af. "Na vijftig jaar heb ik nu uiteindelijk de moed gehad om dit alles op papier te zetten. Nu pas voelde ik mijzelf bevrijd", schreef hij. "Nooit hebben wij er met iemand over kunnen praten, want de doden kwamen op de eerste plaats, wat vanzelfsprekend volkomen juist is, maar de teruggekeerden werden op de achtergrond geschoven, dus voor ons was er geen praatpaal."

Voor hem als negentienjarige was de oorlog ver weg, schreef hij, en hij wist er weinig van toen het dorp plotseling werd omsingeld door Duitse troepen. Zij namen wraak voor een aanslag op een auto met militairen. Honderd huizen werden platgebrand, ruim zeshonderd mannen en jongens werden op 1 oktober 1944 bijeengedreven. Jannes vluchtte, maar werd gepakt toen hij zich verborgen hield in de bedstee van een boer. Ze werden afgevoerd naar Amersfoort. Daar in het doorgangskamp moesten ze aardappels rooien en Jannes stak er drie in zijn zak. Hij werd betrapt, kreeg slagen met een knuppel en zat drie dagen in de 'rozentuin', een boog van prikkeldraad waar hij nog meer slaag kreeg. Na twaalf dagen gingen ze per trein naar Duitsland, waar ze in Neuengamme, bij Hamburg, werden verwelkomd door een muziekkapel die 'Alte Kameraden' speelde. Ze werden de wagons uit geslagen. Jannes werd nummer 67.648, hij had geen naam meer. Met honderd Puttenaren moest hij tankvallen graven van wel vier meter diep om de geallieerden tegen te houden. Ze stonden tot aan hun knieën in het water en er was geen plek om op te drogen. Velen kwamen om door ziekte, uitputting, mishandeling en willekeurige moorden. Ook in het Noord-Duitse Lademund moesten ze graven. Daar werd zijn onderkaak kapotgeslagen. Terug in Neuengamme werkte hij in een steenfabriek. Met drie man moesten ze zware kiepkarren over rails de helling op duwen. Wie struikelde, werd doodgeslagen. Hij probeerde altijd in het midden te lopen, zodat hij houvast had aan de bielzen.

In Bergen-Belsen moest hij toezien terwijl tien Belgen elkaar moesten ophangen; de laatste werd door een SS'er opgeknoopt. Hij moest er doden naar het crematorium brengen. "Misschien heb ik Anne Frank wel op mijn kruiwagen gehad", zei hij.

Toen de Russen en Britten in aantocht waren, werden Jannes en andere gevangenen eind april 1945 naar schepen in de Lübeckerbocht gebracht. De Duitsers wilden die schepen tot zinken brengen, terwijl een paar gevangenen achterbleven om het kamp schoon en netjes te maken. Maar de schepen werden bestookt door de Britten, die dachten dat het troepentransporten waren. Van de 9400 gevangenen kwamen er 7300 om het leven. Jannes werd gered door het Zweedse Rode Kruis. Hij woog nog maar dertig kilo. In een Zweeds ziekenhuis voerden ze hem met een theelepeltje, meer kon hij niet aan. Eind augustus 1945 was hij voldoende aangesterkt voor de reis naar huis.

Toen Jannes Priem het allemaal had opgeschreven, maakte hij er samen met onderwijzer Hans Fokker ook een boekje van voor schoolkinderen: 'Vergeven nooit vergeten'. Met een Duitse vertaling ging hij ook naar scholen in de buurt van de kampen. Maar bij herdenkingen in Lademund zorgde hij altijd voor een eigen krans op het graf van de Puttenaren.

Jannes Priem werd geboren op 10 december 1925 in Putten. Hij stierf op 22 augustus 2013 in Gouda.

Hij zorgde ervoor dat 111 mannen uit Putten in één oorlogsgraf terechtkwamen

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

In Bergen-Belsen moest Priem doden naar het crematorium afvoeren.

'Misschien heb ik Anne Frank wel op mijn kruiwagen gehad.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden