De laatste schreeuw

De man die twintig jaar lang in Europa (illegale) inkopen deed voor de Geliefde Leiders van Noord-Korea, vluchtte in 1994. Tot vorig jaar leefde hij ondergronds - als een dode - uit angst voor een aanslag. Toen besloot hij zijn verhaal te vertellen. Het boek 'In dienst van de dictator' is nu in het Nederlands vertaald.

INTERVIEW | SYBILLA CLAUS

In een Oostenrijks café neemt de kolonel het weekschema van de Noord-Koreanen door.

Maandag: Partijceldag, na het werk 's avonds vertellen wat je deze week gedaan hebt. Het is tevens de kameradenfoutendiscussie. Je moet dan zeggen wat jij, en een ander, die week verkeerd hebben gedaan.

Dinsdag: Na het werk de arbeiders lesgeven in Juche (zelfvoorzienendheid)-theorie, of hun huiselijke problemen oplossen.

Woensdag: 's Avonds een lezing over Juche-theorie.

Donderdag: Alle machines in het bedrijf testen.

Vrijdag: Kaderleden moeten deze dag lichamelijke arbeid verrichten.

Zaterdag: Vanaf acht of zeven uur 's ochtends tot 17.00 uur gezamenlijk leren van Juche-theorie.

Zondagochtend: Alle kaderleden moeten op het werk verschijnen. Soms voor een Juche-, soms voor een politieke bijeenkomst.

Zondagmiddag: vrij.

"Een halve dag per week vrij", schampert kolonel Kim Jong-ryul. Geen wonder dat een andere vluchtelinge verklaarde dat zij met haar gezin maar zo'n twee keer per jaar een uitstapje kon maken, naar het strand, hoe vlakbij dat ook was. "En wat de wekelijkse zelfkritiek betreft: hoeveel fouten kun je per week maken?", vraagt Kim. "Onzinnig", geeft hij zelf het antwoord.

"Behalve de eveneens wekelijkse 'Arbeitseinsatz' - in het perfecte Duits van Kim klinkt dat precies zoals de Noord-Koreaanse leiders het bedoelen - moet iedereen ook nog een maand per jaar op leerkamp. "Daar moet je de geschriften en uitspraken van leider Kim Il-sung en Kim Jong-il diepgravender bestuderen", vertelt hij in een cafeetje in Wiener Neustadt, op een uur sporen van Wenen. "Onzinnig", herhaalt hij nog maar eens, net als het woord 'Scheisse', beschaafd vertaald zoiets als 'ontzettend beroerd'.

Met zo'n afstompend weekschema, jaar in jaar uit hetzelfde, is het toch niet gek dat je het land ontvlucht als je de kans krijgt, wil de kolonel maar zeggen. "Het enige doel van al die tijdverspilling is om te voorkomen dat je op andere ideeën komt. Je leven daar is zo ontzettend beroerd."

Het idee dat zijn pensioen naderde, gaf Kim de kriebels. Want elders mag dat meer rust betekenen, in Noord-Korea moet elk gepensioneerd partijlid constant doorvergaderen, straten vegen, juichen bij parades en verantwoording afleggen, zoals aan de woonblokleidster. "Tot aan je dood moet je het rode partijboekje bij je dragen, ook als je slaapt. Ze controleren je hele privéleven. Zelfs als ik mijn vader bezocht in zijn dorp, moest ik overal mijn speciale reisvergunning laten zien." Kim doet voor hoe Noord-Koreanen vóór de aankomst van hun dictator een uur lang moeten oefenen in opstaan en steeds harder 'Mansae!' (Hoera) roepen. Ook hier in het café gaan Kims gebalde vuisten automatisch in de lucht.

In de DDR had Kim zeven jaar machinebouw gestudeerd. Maar op de dag voor hij zijn diploma zou krijgen, in 1962, werden alle duizend Koreaanse studenten uit de DDR, en nog meer uit andere socialistische broederlanden, terug naar huis gehaald. Zijn geliefde boeken, zijn kleren, alles moest Kim achterlaten bij dit overhaaste vertrek. Het heeft een flinke barst veroorzaakt. "Ik had zeven jaar zo hard en zo vol trouw aan de partij gestudeerd", zegt hij. "Zo behandel je dieren."

Thuis begint Kim als ingenieur, en klimt op tot partijlid en directeur. Hij werkt aan ondergrondse machinefabrieken en een geheime ondergrondse villa van de president, 'Project 63'. Vanaf 1970 werkt Kim bij het ministerie voor persoonsbescherming, en is daarmee automatisch militair geworden. Hij moet er handboeken van Duitse luxeauto's van Kim Il-sung vertalen, die zo'n duizend wagens tot zijn beschikking heeft.

Kim doet het goed en wordt een van de naar schatting 150 inkopers die vanuit ambassades over de hele wereld de mooiste en lekkerste spullen voor de Geliefde Leiders bijeen scharrelen. Dat er soms VN-embargo's zijn, doet er weinig toe, want tussenhandelaren die volgens Kim in dat geval dertig procent extra commissie opstrijken van Noord-Koreaanse frontfirma's, zijn er genoeg. Vanwege zijn kennis van het Duits wordt Kim vaak met zijn bestellijsten van 'Bureau 39' (het maffiabedrijf van Noord-Korea, dat handelt in alles dat geld oplevert) naar de ambassade in Wenen gestuurd.

"Een paar keer per jaar vloog ik met grote sommen geld, tot een half miljoen dollar, in mijn diplomatenkoffer naar Wenen. Op de terugweg was het net zo makkelijk om pistolen mee te nemen." De echt grote bestellingen regelde de kolonel per vliegtuig of container. Vingerafdrukherkenners, geluiddempers voor pistolen, metaal- en springstofdetectors, opsporingsapparatuur. "Ja, allemaal om burgers te controleren." Maar ook metaalbewerkingsmachines en autowerkplaatsonderdelen.

"Het meeste was echter voor de dictators en hun entourage. Roestvrije waterleidingen voor de over het hele land verspreide villa's van de leiders bijvoorbeeld, dure vloerkleden, meubels, badkamersanitair, pistolen met vergulde loop, een Cessna-vliegtuigje." De Weense partners zorgden voor herverpakken, valse papieren en het omkopen van de douaniers.

Het waren Kims gouden jaren. "Ik leidde in de hoofdstad Pyongyang een luxeleventje. We hadden drie televisies, twee koelkasten en een vriezer. Dankzij mijn werk in het buitenland had ik genoeg dollars. Daarmee kocht mijn vrouw vlees in de dollarwinkels voor buitenlanders, of ze kocht een heel varken op het platteland." Normale Noord-Koreanen krijgen alleen op vijf nationale feestdagen een kilo varkensvlees uitgereikt. "Noteer", zegt overste Kim. "15-4, de verjaardag van Kim Il-sung, 'stichter' van de natie. 16-2, verjaardag van zijn zoon Kim Jong-il. 10-10, Partijoprichtingsdag. 9-9, Republiekoprichtingsdag, 1-1, Nieuwjaar."

Ondanks de luxe was er altijd die alom aanwezige angst. "De partij dicteert alles. De druk is zo groot", zegt Kim (76), met zijn vuist op zijn hoofd bonkend. Achter hem genieten twee Oostenrijkse leeftijdsgenotes van hun koffie met gebak. De vriendelijke ober heeft de Koreaan, die warme chocomel bestelt, al vaker gezien en houdt hem voor een generaal.

Nooit heeft Kim zijn onvrede met vrouw of kinderen besproken. Mentaal bereidde hij zijn vlucht voor, toen hij hoorde dat hij in 1993 weer naar Wenen mocht. Hij verdween in 1994 met een dik pak dollars, zodat het op een roofmoord zou lijken, en om zo de achterblijvende familie niet in gevaar te brengen. In Wenen had Kim stiekem zijn rijbewijs gehaald. "Hier is het. Dankzij dit document kon ik al die tijd als mol in Oostenrijk overleven."

Kim huurde een kamer in een dorp bij Linz en kwam alleen naar buiten als het echt nodig was. Hij kocht een gevoerde leren jas en sloffen. Buiten was hij de Japanner 'Emil'. Kim leerde zelf koken en wassen, en sportte op de kamer. Zijn notities laten zien dat hij rondkwam van 3 euro 50 per dag voor eten en drinken.

'Als een dode' leefde hij zo vijftien jaar in grote eenzaamheid, altijd bang voor een moordaanslag van het wraakzuchtige regime, zelfs te bang om asiel aan te vragen. Op een A4'tje heeft hij de data opgeschreven, en met kleurige stiften geaccentueerd. '18-10-1994 was ik vrij. Een vrij mens!', schrijft hij er in het café bij. "Daarvoor heb ik alles opgegeven, mijn familie weggegooid." 'Vandaag, 5.977 dagen en nachten in Oostenrijk', staat er in vijf kleuren.

Heeft hij in al die jaren het Koreaans spreken niet gemist, vriendschap, warmte, een partner? De antwoorden wisselen. "Vrienden hebben is te gevaarlijk. Ik ben te oud voor een vrouw. Ik heb geen geld om een vrouw te onderhouden. Ik ben niet eenzaam, ik heb veel te doen."

Maar heimwee en gemis zijn duidelijk als de ingenieur een foto van zijn 60ste verjaardag laat zien: helemaal alleen op zijn onderduikadres. Zestig worden is in Korea een belangrijk, eervol feest. "Dan krijg je een tafel met een hele kip, een varkenskop en ander lekkers", zwijmelt Kim.

Er zijn nog meer vage antwoorden. Bijvoorbeeld op de vragen over harddrugs van Noord-Koreaanse makelij, die in de jaren negentig buurland Japan overspoelden. "Ik heb veel getolkt over drugs en atoombommen", zegt Kim eerst. "Maar ik dacht dat het over medicijnen ging", is het dan. Of: "Ik deed alleen technische vertalingen." In het boek is te lezen hoe Russische kernfysici na de val van de Muur tweeduizend dollar per dag verdienden met het doorverkopen van hun kennis aan Noord-Korea.

Het boek - geschreven door een Oostenrijks journalistenechtpaar - betekent voor Kim een letterlijke wederopstanding. "Nu leef ik weer. Altijd moest ik zwijgen. Dit is mijn laatste schreeuw." Maar gelijk is daar die andere kant: "Ik was altijd een trouwe kameraad. Nu ben ik een verrader. Ze zullen me doden." Toen het boek vorig jaar in het Duits uitkwam, kreeg Kim binnen een maand asiel. Trots toont hij zijn pas. "Ik ben nu Oostenrijker en hier zal ik sterven." Juist doordat Kim op hogere leeftijd vrede met de dood kreeg, kon hij besluiten zijn verhaal te vertellen. Over zijn familie heeft hij nog steeds niets gehoord.

Tijdens de onvermijdelijke Oostenrijkse taart komt het gesprek op de chronische honger in Noord-Korea. Dictator Kim Jong-il is klein en dik. Zijn zoon en opvolger Jong-un oogt op zijn 26ste al even mollig. Tegelijkertijd graven plattelanders in de berm naar graswortels om te eten. Hoe vinden de graatmagere Koreanen het om hun volgevreten leiders op tv te zien?

"Zij denken: zó is de wereld. Partijbonzen hebben een dikke buik. Ik was in Europa geweest, daarom kon ik anders denken. Als je daar wilt overleven, moet je iedere dag 'Hoera Kim!' roepen. Velen zijn boos, maar wat kunnen ze doen?" Maar ook vindt Kim zijn landgenoten 'laf, gemeen, angstig en kleinburgerlijk'. "Egyptenaren en Libiërs zijn slimme mensen maar Noord-Koreanen weten niets van de buitenwereld."

De kolonel weet alles van honger. Zelf moest hij in zijn jeugd ook boomschors en vogeltjes eten. "Een groep van 20.000 partijleden mag en heeft alles. Miljoenen zijn in de jaren negentig van honger gestorven. In welk land waar vrede is, gebeurt dat? Het is misdadig. Altijd is er te weinig rijst, en dan zeggen ze dat het aan het weer ligt."

Over het verleden is Kim kort: "Noord-Korea is geen land! Waar heb je een land dat één iemand zegt: 'Doe dit, doe dat'. En zo gaat het al 65 jaar lang. Kun je je dat voorstellen?" Over de toekomst is hij niet hoopvol: "De DDR was zo slecht nog niet. Voor Noord-Korea bestaat geen oplossing. Sancties helpen niet. Het blijft potdicht."

Geen jasmijn in Pyongyang
Een bijzonder en recent boek over Noord-Korea is 'Nothing to Envy' (Niets om jaloers op te zijn), van Barbara Demick, sinds 2001 correspondent van de Los Angeles Times in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Daar sprak zij gedurende zeven jaar met tientallen Noord-Koreaanse vluchtelingen uit Chongjin, een impopulaire industriestad aan de kust, waar de grote hongersnood in de jaren negentig extra hard aankwam.

Aan de hand van de verhalen van zeven hoofdpersonen reconstrueert zij het leven in de derde stad van het Noorden. Een originele, goede keus omdat zoveel meningen het beter mogelijk maken feiten te verifiëren, en zo dé grote valkuil bij het schrijven over het afgesloten Noord-Korea behoorlijk te omzeilen.

Ook Demick probeert duidelijk te maken waarom een revolutie in de Democratische Volksrepubliek Korea niet al te gauw verwacht hoeft te worden. Kinderen vieren hun eigen verjaardag niet, maar krijgen snoep op de verjaardagen van de Grote Leiders. Als dank buigen zij dan diep voor de foto's van het tweetal, dat elk gezin en elk kantoor verplicht aan de muur heeft hangen. Aan die muur mag verder niets hangen, en de foto's mogen slechts met een speciaal bijgeleverde witte doek worden afgestoft.

De allerkleinsten verblijven standaard veertien uur per dag op kinderdagverblijven op de werkplek. Op elk school- en universiteitscurriculum is veertig procent gereserveerd voor de Juche-religie. Controle op de talloze regels wordt afgedwongen door ruim 400.000 informanten (1 op de 50 inwoners) en talloze instanties. Zo is er De Handhaving van de Sociale Ordebrigade (leden van de Socialistische Jeugdliga), een Openbare Normen politie en een Mobiele politie. Die mag binnenkomen en controleren op energieverbruik, bijvoorbeeld of er een lampje sterker dan 40 watt is, of dat er na middernacht een bezoeker zonder reisvergunning is. Sommige flats hebben luidsprekers ín de woning gebouwd.

Dan is er nog het staande leger van meer dan een miljoen militairen (op 22 miljoen inwoners), want elke dag kan er een invasie van kapitalisten plaatsvinden. "Wij lachen om Noord-Korea, maar door al die dagen en jaren van hersenspoelende propaganda is enig verzet zo goed als onmogelijk", concludeert Demick.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden