De laatste man

Het platste kapitalisme wordt gedragen door een bijbeltekst - daarom heeft de christendemocratie geen verweer tegen de huidige bezuinigingen. Alleen een nieuwe interpretatie ervan kan, meent Matthias Smalbrugge, tegengas geven.

Sinds jaar en dag functioneerde een protestantse kerk in Bloemendaal als stemlokaal. Bij de laatste verkiezingen niet meer: het college van burgemeester en wethouders vond dat de scheiding tussen kerk en staat scherper moest. Dat het alternatief een protestants-christelijke school was, ontging de vroede vaderen. Maar feit is dat de angst voor religie er goed inzit. Dat is de verborgen winst van Wilders: wij, moderne liberalen, zijn natuurlijk niet tegen de islam, maar willen toch liever uit de buurt blijven van alles wat naar religie zweemt.

Dat is de boodschap van het moderne liberalisme. Het beperkt zich tot economisch herstel, maar bekommert zich in genen dele om aspecten van de samenleving die gemeenschap creëren. Zoals religie, kunst en wetenschap.

Die afkeer van alles wat een gemeenschappelijk verhaal zou kunnen creëren, kun je niet alleen aan het liberalisme wijten. Het christendom en zijn politieke vertolkers is er niet minder debet aan. Het CDA biedt geen tegenwicht en frappeert uitsluitend doordat het die partij ontbreekt aan een inspirerend idee over gemeenschap. Zo toont het liberalisme een gat dat gelijk op gaat met de leemte die religie vertoont. Misschien is die leemte er zelfs aan vooraf gegaan. Want het liberalisme is ten dele geïnspireerd door christelijke noties als de gelijkheid van de mensen.

Waar vindt die leemte zijn oorsprong?

Verbazingwekkend genoeg in een bijbelpassage, een religieus verhaal dat de basis vormt van onze individualistische, egalitaire maatschappij. Het is het verhaal van de talenten en houdt ons voor dat iedereen talenten heeft en dat je die moet gebruiken. Doe je dat niet, dan heb je je mislukking aan jezelf te wijten. Gebruik je gaven, ga voor het succes en behaal dubbele winst.

Deze parabel vormt de grondslag van onze samenleving. Doet er niet toe waar je leeft, in de VS, Europa, China. Wie het goed doet, heeft dat aan zichzelf te danken, wie faalt kan het alleen aan zichzelf wijten. Zelfbeklag is daarbij uit den boze, liever geen slachtofferrol, want iedereen heeft talenten. Zo bouw je een samenleving, door het beste uit jezelf te halen, te werken en niet passief je lot af te wachten.

Dit verhaal gaat terug op een passage uit het Nieuwe Testament, die altijd in deze zin is geïnterpreteerd. Zonder dat we het weten, is dus het leidende verhaal van onze cultuur een vermomd bijbels verhaal. Jezus vertelt het als laatste verhaal voordat de lijdensgeschiedenis begint. Het gaat zo:

Een heer gaat op reis en geeft zijn vermogen in beheer aan zijn dienaren. De een krijgt vijf talenten (een talent is een grote soms gelds), de ander twee en een derde één. De beide eersten gaan hard aan het werk en verdubbelen het aantal talenten dat zij in beheer hebben gekregen. De laatste dienaar echter begraaft het talent. Bij terugkomst van de heer, prijst hij de eerste twee uitvoerig omdat zij het bezit hebben weten te verdubbelen. Dan is het de beurt aan de laatste man. Die zegt tegen zijn heer dat deze hardvochtig is, een man die maait waar hij niet heeft gezaaid. Dat hij daarom uit angst het talent heeft begraven en het hierbij teruggeeft. Waarop de heer in woede uitbarst. Als je dan wist dat ik maai waar ik niet heb gezaaid, waarom heb je dat talent dat niet op de bank gezet, zodat ik het met rente had kunnen terugkrijgen? Dat ene talent neem ik je af en ik geef het aan de eerste man. Want wie heeft, zal meer krijgen; wie niets heeft, ook dat zal hem ontnomen worden. Einde tekst.

Hardvochtiger lijkt het bijna niet te kunnen, met als uitsmijter de fatalistische conclusie. Niettemin hebben de kerken dit verhaal altijd gelezen als de opdracht zo goed mogelijk met je talenten om te gaan. Inderdaad, woeker met je talent, want wie succes heeft, heeft het aan zichzelf te danken en wie faalt, kan alleen de schuld bij zichzelf zoeken. Want ieder heeft wel een bepaald talent. Hier gebeurt iets opmerkelijks: God is au fond volstrekt overbodig in het verhaal. Je kunt hem eruit weglaten en dan verandert er geen spat. Succes en falen zijn op je eigen conto te schrijven. Een mens valt wezenlijk samen met zijn eigen talenten, een andere werkelijkheid heeft hij niet. Winnaars en verliezers zijn dat omdat ze het verdienen.

Om die simpele levensles door te geven, heb je echt geen godsbegrip nodig. Als dat de boodschap van het christendom is, dan is elke naastenliefde weinig anders dan beschaafd medelijden met de loser, die zijn plaats in de goot heel erg verdient.

De maatschappij wordt zo tot een plaats waar ongelijken samenleven; het enige element dat nog gelijkheid creëert is dat ieder bepaalde talenten heeft, met de opdracht er het beste van te maken.

Maar echt, voor zo'n opdracht heb je geen God nodig. Met andere woorden, in de duiding van dit verhaal ligt het afscheid van God al besloten. Want een andere werkelijkheid dan die van het eigen verdiende succes of falen, een samenleving van winners en losers, is er niet. Vandaar dat onze tijd er zo goed mee uit de voeten kan.

Vandaar ook dat het christendom geen verhaal heeft. Want het heeft met zijn traditionele duiding van dit verhaal afscheid genomen van elk denkbaar verhaal over God. Die kan noch wil blijkbaar ooit de gesloten werkelijkheid van succes of falen binnendringen. Hij is hooguit een luxeartikel dat tot de privésfeer behoort. Sterker, je kunt stellen dat de overheid beter afstand kan houden van elke vorm van religie, want dit verhaal lijkt alle invulling van het bestaan te leggen bij het individu. Nergens wordt gerefereerd aan een gemeenschap.

Daarom heeft het CDA geen enkel verweer tegen de bezuinigingen op kunst en onderwijs. Maak je eigen werkelijkheid, creëer op eigen kosten kunst en school jezelf ten eigen bate, op eigen kosten. De gemeenschap heeft er geen boodschap aan. Subsidiariteit, zegt Maxime Verhagen, is het sleutelwoord. Dat komt weer neer op ieder voor zichzelf in eigen kring. Geen gemeenschap, want je eigen onbehagen heeft het eerste woord (weer volgens Verhagen), je eigen cultuur het laatste.

Die gemeenschap bestaat hier dan ook niet. De drie dienaren trachten ieder voor zich het zo goed mogelijk te doen, maar enig gemeenschappelijk streven ontbreekt. In zijn commentaar op deze passage stelt Calvijn dat het leven van een gelovige als een handelsonderneming is, waar je moet ruilen en uitwisselen om tot winst te komen. Hij voegt daaraan toe dat wie achteloos en laf is geweest in het beheren van de gaven van Gods geest, deze terecht kwijt zal raken en dat hij naakt zal eindigen.

Ook Augustinus zegt dit zo ongeveer: een mens moet investeren, bisschoppen zijn te beschouwen als bankiers die het kapitaal van de gelovigen uitzetten en vervolgens rente vragen. Zo is er weliswaar nog sprake van een gemeenschap, maar meer als een onderneming waar ieder verantwoordelijk is voor een deel van de winst. Geloof als lifetime employment met behoorlijke verplichtingen. De samenleving gebroken in twee stukken: verliezers en winnaars.

Onze moderne, liberale samenleving ontbeert een verhaal dat cohesie kan verschaffen - een leemte die het christendom nota bene zelf heeft veroorzaakt door de weg te banen voor het afscheid van God. Wie de gelijkenis van de talenten interpreteert zoals de geschiedenis dat heeft gedaan, die baart zijn eigen atheïsme, die heeft God niet nodig om winst en verlies uit te rekenen.

Kan het anders? Misschien zo. Ik ga er vanuit dat het verhaal natuurlijk niet als doel heeft de mens terug te brengen tot de enkelvoudige werkelijkheid van winst of verlies, afgesneden van God. Een God die hem alles afneemt, inclusief zijn eigen aanwezigheid. Want wat die laatste man doet, is inderdaad de laatste man spelen. Ergens moet de goddeloosheid stoppen. Daarom schetst hij een portret van die heer. Die is hardvochtig, hij maait waar hij niet heeft gezaaid. Een man die angst inboezemt, die straft zonder reden ¿ van diefstal is immers geen sprake. Je ziet plotseling die laatste man met moed het portret uittekenen van die heer, zijn angst is blijkbaar geweken.

Als dit het uiteindelijke talent is dat wij mee moeten torsen, het beeld van een dergelijk heerser, dan kun je het beter begraven. Heeft het zin dat overal te laten woekeren en mensen te creëren die naar dit beeld gaan leven en alleen nog maar denken aan het verdubbelen van hun vermogen?

Als je dat niet wilt, begraaf dat beeld en geef het terug aan die heer. Want deze heer doet in elk geval geen recht aan de mensen. Als je maait waar je niet hebt gezaaid, dan is recht afwezig. Waarna in het verhaal de schok volgt. De heer beaamt dat hij onrechtvaardig is! Want, zegt hij, als je wist dat ik maai waar ik heb gezaaid, waarom dan het geld niet op de bank gezet? Daarmee is de hele suggestie van een 'verdiende' (dus rechtvaardige) beloning, fake.

Oppervlakkige lezing suggereert dat het gaat om eerlijke verdiensten, maar eigenlijk wil die heer alleen maar krijgen waar hij geen recht op heeft: de winst. Want ondernemen is risico lopen, er is geen recht op winst. Zou die heer ook zo tevreden zijn geweest met de ondernemingszin van de eerste twee dienaren? Nee, want hij wil oogsten wat hij niet heeft verdiend. Het verhaal gaat dus over de rechteloosheid.

Degene die dat aan de orde stelt is die laatste man. Híj komt op voor de humaniteit. Hij wil dat er recht gedaan wordt, terwijl hij onrecht lijdt. Want het recht dat hem wordt geboden is de wet van winnen en verliezen. Hij verliest, verliest zijn leven.

Wellicht niet voor niets dat Jezus dit verhaal vertelt aan de vooravond van zijn dood. Wat die dienaar blijkbaar voorstaat met zijn verzet tegen deze heer, is een ander recht. Recht waarin je een andere dimensie van het leven tegenkomt dan die van de eigen werkelijkheid.

Dus niet louter natuurrecht. Want het Latijnse woord voor recht heeft als oorsprong het begrip binding. Gebonden worden aan anderen, aan een samenleving. De eigen werkelijkheid laten doorbreken door een andere werkelijkheid.

Oude verhalen kunnen door eeuwenlange interpretaties kapot worden gemaakt. Zoals in het verhaal over de talenten. Een verhaal dat eigenlijk gaat over de noodzaak van ander recht. Recht dat bestaat uit het aanreiken van een andere werkelijkheid en het verbinden van mensen.

Omdat een mens niet met zichzelf samenvalt, maar met een andere werkelijkheid verbonden moet worden om zichzelf te zijn.

Een werkelijkheid die bestaat uit kunst, wetenschap en geloof. Situeer je in die binding aan een andere werkelijkheid niet de kern van het recht, dan heb je geen enkel verhaal om de absurde omgang van dit kabinet met kunsten en wetenschap tegen te spreken.

Het zou christelijke partijen sieren als zij de weg naar een nieuw verhaal over de samenleving zouden starten met kritisch te kijken naar de eigen interpretatiegeschiedenis. En dan die laatste man aan het woord laten.

Matthias Smalbrugge is predikant te Aerdenhout en bijzonder hoogleraar Europese cultuur en christendom aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden