De laatste engelen

Uit berichten die iets met banenplannen in het openbaar vervoer te maken hebben, begreep ik dat er zorgen bestaan over het beroep van buschauffeur. De gemiddelde leeftijd is hoog, 51 jaar, en een derde van het bestand gaat binnenkort met pensioen, terwijl jonge aanwas uitblijft.

Vroeger, toen ik kind was, en kinderen werd gevraagd wat ze later wilden worden stond hij nog in het rijtje. Politieagent, brandweerman, buschauffeur. Als je een grapje wilde maken zei je putjesschepper.

Maar ik had buschauffeur kunnen zijn, ik heb er nu de uitzwaaiende leeftijd voor. Ik had een vaal overhemd gedragen met das, een jack en een broek van het vervoersbedrijf en zwarte schoenen met spekzolen. Het haar grijs, de grens ervan teruggeweken, rond het middel een paar bandjes te veel, en vermoedelijk was ik depressief, want een aanleg tot zwaarmoedigheid erfde ik van mijn vader.

Zo'n chauffeur.

Soms zou ik precies volgens dienstreglement wegrijden, als ik iemand in mijn spiegel aan zag komen rennen, uit puur leedvermaak en verveling. Of iets te fel optrekken als mijn bus volstond met passagiers.

Ik zou mezelf erom haten.

Ik reis regelmatig met de bus, als passagier, en soms denk ik zulke chauffeurs te zien. Een beetje down, illusieloos hun diensten draaiend, kortaf tegen instappende passagiers, een knikje hooguit. Het liefst zouden ze niet alleen hun armen op het stuur leggen maar ook hun hoofd. Ze zwaaien naar tegemoetkomende collega's omdat het moet.

Ik schets, dat begrijpt u, een karikatuur. Maar iets is er misgegaan in dat zonnige beeld dat in mijn kindertijd nog om het beroep hing, met het aanzien en de autoriteit van de man of vrouw achter dat grote stuurwiel. Of met de bus zelf. Hoeveel lijnen zouden intussen zijn opgeheven of ingekort, hoeveel dorpen minder en nauwelijks nog bereikbaar, tenzij met een belbus? Het autobezit groeide, het scooterpark, het gebruik van de elektrische fiets.

De samenleving veranderde.

Niet alleen de buschauffeurs begonnen te mokken, maar ook de passagiers. De omgang werd ruwer. De ov-chipkaarten ontsloegen de chauffeur van zijn controletaak, hij verkocht geen kaartjes meer, hij werd slechts nog vervoerder. Dat bevorderde de doorstroming, maar sneed ook het contact af tussen chauffeur en passagier. Het moment voor een kwinkslag, een blik in de ogen, een aai over een kinderbol.

Dus zit hij daar, de stuurman van de grote stijve doos, met achter zich de mokkende, grofgebekte samenleving, opgehakt in schermpjes en bespied door camera's.

Niet cool, niet sexy. En toch.

Wat is er eigenlijk mooier dan een rit per bus, terwijl de wereld aan de grote ramen voorbijtrekt, over dit netwerk door de haarvaten van het land, langs die stille abri's zo melancholiek vastgelegd in 'Hollandse haltes', dat prachtboek van fotograaf Werry Crone, met teksten van Martin Bril. En altijd weer, als de treinen stilvallen, is daar nog het vervangend busvervoer. Buschauffeurs, ze zijn de laatste engelen van onze mobiliteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden