De laatste dagen van vluchteling Hussein

Krar Mehdi (22) voor de deur van de kamer (voorheen cel) van Hussein in de noodopvang. Krar vluchtte samen met Hussein naar Europa. Beeld Wilfred van de Poll
Krar Mehdi (22) voor de deur van de kamer (voorheen cel) van Hussein in de noodopvang. Krar vluchtte samen met Hussein naar Europa.Beeld Wilfred van de Poll

De Irakees Hussein Ali pleegde zelfmoord in de noodopvang. Wat is er waar van alle geruchten en versies die elkaar tegenspreken? Een zoektocht.

Op de muren van de cellen in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn vermengen teksten van vluchtelingen zich met het gekras van de misdadigers die er voor hen sliepen. 'Syria I miss you' en 'stop the war' staat er tussen 'FEYENOORD' en 'Kan weer eens niet slapen! Tfoe!'

In een van deze cellen maakte de 30-jarige Irakees Hussein Ali Abdel Amer op 16 januari een einde aan zijn leven. Hij woonde sinds begin oktober in deze voormalige gevangenis die nu als noodopvang dienst doet, net als 1140 anderen (1090 mannen en 50 vrouwen).

Hussein is de eerste asielzoeker van 2016 die de hand aan zichzelf slaat. In het jaar ervoor beroofden twee asielzoekers zich van het leven en werden er 369 'zelfdestructieve acties' geregistreerd, zoals 'ophanging zonder dodelijke afloop', zo werd vorige week bekend.

Wie was hij, deze Hussein?

Mee naar binnen
Het is maandagmiddag, twee dagen na zijn dood. Blauwbekkend hang ik rond bij de ingang. Journalisten mogen hier niet naar binnen, maar je kunt vluchtelingen moeilijk verbieden bezoek te ontvangen. Bayhath Hanash (28) uit Aleppo wil me wel als gast mee naar binnen nemen. Ik toon mijn paspoort, Bayhath toont zijn Coa-pas. De bewaker - zou hij hier ook hebben gewerkt toen dit nog een gevangenis was? Een derde van het personeel is nog hetzelfde - noteert mijn naam en drukt op een knop. De deur gaat open.

We lopen naar de West-vleugel, tussen veldjes van kunstgras met hoge hekken, mannen trappen lusteloos tegen een bal. In zijn cel warmt Bayhath een kopje met water op in de magnetron. Tl-licht. Piepklein tafeltje, koelkast. Tv'tje, magneetstrip op de muur voor het bestek. Er is een eigen douche en wc, een grijze locker en een stapelbed met ijzeren spijlen en beige matrassen. "Net na de zelfmoord was de sfeer verschrikkelijk", vertelt Bayhath, terwijl hij zijn oploskoffie drinkt. "Niemand praatte. Nu proberen mensen het weer snel te vergeten."

Dan gaan we naar de derde verdieping, waar Hussein woonde. Zijn cel - nummer 02 - zit op slot. In de gang staan nog plastic stoeltjes in een halve kring - dat was voor de rouwdienst die ze zaterdagavond spontaan voor hem hielden, vertelt Bayhath.

Wie was Hussein Ali Abdel Amer? Ganggenoten van hem vertellen dat hij een sjiiet was uit Al-Mansura, een dorpje bij Bagdad. Hij studeerde geschiedenis aan de universiteit van Bagdad en diende in het leger. Hij had twee vrouwen en drie kinderen: Ali, Muhamed en Gazel. De oudste was 12. Hij had een zus in Duitsland en zijn moeder heet Rajiha. Hoe zijn vrouwen heetten, kan of wil niemand me vertellen. In contact met zijn familie wil ook niemand me brengen.

Zware wenkbrauwen
Hij vluchtte samen met Krar Mehdi (22) naar Europa. Ze kwamen op dezelfde gang te wonen in Alphen aan den Rijn. Krar - zware wenkbrauwen, koolzwarte ogen - zegt Hussein sinds 2010 te kennen. "We woonden in dezelfde straat in Bagdad en studeerden aan dezelfde universiteit. We gingen soms samen op vakantie. Hij was welgemanierd. Easygoing. Lachte veel." Ik wil details weten, anekdotes, bijzondere voorvallen. Maar Krar blijft vaag. Over de tocht naar Europa, en over het waarom ervan, geeft hij niets prijs.

Husseins kamergenoot, Osman Hasbar (22) uit Bagdad, maakt me ook niet veel wijzer over Husseins persoonlijkheid. Easygoing - weer dat woord. Lachte veel. Normale jongen. Osman: "Ik weet dat hij problemen had met zijn vrouwen. Hussein was ervan uitgegaan dat hij één vrouw - eentje maar, vanwege de wetten hier - en zijn kinderen over kon laten komen. De eerste vrouw vroeg twee maanden geleden om een scheiding. Zijn tweede vrouw was erg boos op hem omdat hij haar geen geld stuurde. Hij had geld voor drie, vier maanden achtergelaten toen hij vertrok. Dat geld was op. Hij had haar beloofd: na drie maanden breng ik je hierheen. De situatie daar is onveilig. Bomexplosies, ontvoeringen."

Krar: "Hij hield van die tweede vrouw. Dat was de moeder van zijn kinderen."

Een paar dagen later. 'Prostitutie buiten een seksclub om is illegaal' waarschuwt een papiertje bij de ingang van de Zuid-vleugel. De deur naar het trappenhuis is hier vergrendeld, want dit is de familie- en vrouwenafdeling. De mannen uit de andere vleugels mogen hier niet naar binnen, tenzij ze worden opgehaald door iemand uit de afdeling zelf. Het bezoek mag niet langer dan anderhalf uur duren. Ik wordt met Bayhath opgehaald door Layla, die Bayhath voor mij gebeld heeft.

Hongerstaking
Layla is bevriend met de tien homo's en transgenders die, om ze tegen aanranding en fysiek geweld te beschermen, in deze vleugel zijn geplaatst. In december gingen ze nog in hongerstaking. De groep kent Hussein goed: hij was een van de weinige mannen die met ze omgingen. In de gevangenis gaan geruchten dat Hussein zélf homo was en dat zijn zelfmoord daarmee te maken had.

Het uitzicht vanuit Husseins kamer. Hij woonde er drie maanden. Beeld Wilfred van de Poll
Het uitzicht vanuit Husseins kamer. Hij woonde er drie maanden.Beeld Wilfred van de Poll

De homo's die ik spreek in de vrouwenafdeling schudden resoluut van nee. "Als je een vriend bent van een homo, dan moet je het zelf ook zijn, denken de mensen hier", zegt Amir. "Hussein trok zich van die roddels niets aan."

Ze bezochten Hussein in diens cel. "Hij stond erop dat ik eerst zou bellen, dan haalde hij me op. Hij was heel beschermend, ik mocht van hem niet alleen over het terrein lopen", zegt Khadija. "Soms kwam ik onaangekondigd en klopte opeens heel hard. Schrok hij zich wezenloos, dacht dat ik van het Coa was. Snel alle rookspullen wegmoffelen. Daar konden we hard om lachen."

Hij was een dramaqueen, zeggen ze. Kon zich vreselijk aanstellen. Khadija toont me berichtjes op haar telefoon. Een ervan, uit december: 'De dood is een recht en ik eis haar op'. Een ander, van 11 december: " Als je niets meer van me hoort, vergeef me". Dat namen ze niet serieus, ze kenden hem wel. "Hij kon overdrijven als hij je miste. Dan zochten we hem op, aten, lachten, dan was alles weer goed."

Middelpunt
Layla: "Hij regelde altijd chocola voor ons als we kwamen, stak kaarsjes aan."

"Hij wilde in het middelpunt van de aandacht staan", zegt Amir: "Hij wilde altijd de baas zijn. 'Geen zorgen', grapte hij als wij in zijn kamer zaten, 'hier zijn jullie veilig, in de kamer van de grote leider'."

Layla: "Hij schreef gedichten. Had altijd een notitieboek bij zich waar hij uit voorlas. Dan zei ik: 'We begrijpen je niet', omdat hij veel Iraakse slang gebruikte."

Amir: "Hussein was altijd heel emotioneel. Hij kon héél vrolijk zijn, maar ook héél verdrietig. Zijn stemming kon van de ene op de andere minuut omslaan."

Khadija: "Hij was vaak zó verdrietig. Het wachten frustreerde hem, hij wilde beginnen met een nieuw leven. Hij had haast, in alles wat hij deed. Hij wilde alles nu, nu, nu. Je moest zeggen: 'Rustig Hussein, geduld'."

Layla: "Hij zei ook altijd: 'Ik ga terug naar Irak'. Dan staken wij de draak met hem. 'Je gaat toch niet'. Hij was altijd aan het lachen en grappen. Zijn persoonlijke problemen kenden we niet, daar hebben mensen het hier niet over. Je zit bij elkaar en probeert die problemen juist een beetje te vergeten. Wel had hij het altijd over Irak. Over zijn moeder."

Khadija: "Ik probeerde hem vaak op te beuren. Verdrietig zijn is normaal, zei ik dan. Of hij naar een dokter ging? Je schijnt hier wel een psycholoog te hebben. Hij zou er misschien wel wat aan hebben gehad, ja. Maar dan moet je Engels spreken, dat deed hij niet. En trouwens, waar wij vandaan komen, dan gá je voor dit soort dingen niet uit jezelf naar de dokter, dat doe je niet."

Laatste dagen
Hoe zagen Husseins laatste dagen eruit? Ik probeer de chronologie te reconstrueren. Woensdag 6 januari. 's Avonds om negen uur belt Hussein Layla. Of ze allemaal naar zijn kamer kunnen komen, hij wil iets vertellen. "Dit keer ga ik echt", zegt hij. Hij klinkt erg serieus. "Mijn vrouw en kinderen hebben me nodig."

Donderdag komen tien mensen langs van het IND. Ze informeren de bewoners van de noodopvang dat hun aanvraag nog maanden kan duren. En dat de gevangenis dus langer open blijft. De ochtend erna, vroeg - half negen, volgens Amir - reist Hussein naar Ter Apel. Dat doet hij samen met Ibrahim, een Irakees die ook terug wil. Ze willen volgens Husseins ganggenoten hun paspoorten ophalen.

Twee volle dagen blijven Hussein en Ibrahim weg. Als ze zaterdagnacht rond één uur terugkomen, lijkt er bij Hussein iets geknakt. Hij is doodop. Osman: "De hele week daarna sliep hij niet. Ik zag hem huilen. Hij veranderde in een andere persoon. Ik probeerde hem te kalmeren, maar we zitten allemaal in het zelfde schuitje, ik kon hem ook niet helpen. Hij belde de dagen erna veel met zijn vrouw."

En Ibrahim? Over hem kom ik niets te weten. De homogroep zegt hem niet te kennen, de ganggenoten evenmin. Hussein zou pas de laatste week heel close met hem zijn geweest.

Paspoort
Wat zich in de tijd dat ze weg waren precies heeft afgespeeld - niemand weet het. Volgens Osman en Krar moesten ze buiten slapen, op het treinstation. 'Niet ons probleem', zouden ze in Ter Apel hebben gezegd. Ze zouden Husseins zijn paspoort niet hebben teruggegeven en gezegd hebben dat het nog wel twee maanden kon duren.

Maar volgens Amir vertelde Hussein hem dat ze niet op straat of op het station sliepen, maar gewoon op het azc. Ook het verhaal over zijn paspoort klopt volgens hem niet: Hussein was dit onderweg al kwijtgeraakt, zegt hij.

Waarom gingen Hussein en Ibrahim naar Ter Apel? Gíngen ze daar wel heen? Beeld anp
Waarom gingen Hussein en Ibrahim naar Ter Apel? Gíngen ze daar wel heen?Beeld anp

Waarom gingen Hussein en Ibrahim naar Ter Apel? Gíngen ze daar wel heen? Het Coa en de IND willen niet bevestigen dat hij daar was. De inspectie start een onderzoek naar Husseins dood, dat willen ze niet voor de voeten lopen. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die normaal de terugkeer begeleidt, zegt geen contact met Hussein te hebben gehad.

Iedereen in Alphen die hem de laatste week heeft gesproken, zegt dat hij in Ter Apel was. Amir: "In de week daarna was hij heel moe. Plotseling was alles veranderd. Hij had in Ter Apel gehoord, zei hij, dat er een advocaat naar Alphen zou komen en dat hij daarna nog een maand naar Ter Apel moest gaan. Ik denk dat de stress aan hem vrat. Ik mocht van hem de dag erop niet tegen de anderen zeggen dat hij weer in Alphen was. Hij hield zich schuil. Hij schaamde zich dat hij terug was."

Khadija: "Ik heb hem die week inderdaad niet gezien. En nu ligt hij ergens in een koelkast. Verschrikkelijk."

Privacy
Ibrahim en Osman zijn de laatsten die hem in leven zien. Op zaterdag 16 januari belt Hussein rond een of twee uur 's middags zijn vrouw via Fibr. Ibrahim en Osman lopen de cel uit om Hussein wat privacy te gunnen.

Een half uur later (volgens Amir, die het van Ibrahim zegt te hebben gehoord) of twee uur later (volgens Osman) klinkt er een schreeuw. Ganggenoot Ahmed Al Maliki is Husseins kamer ingelopen, waarom is niet duidelijk. Hij ziet Hussein hangen aan het stapelbed. "Help me!" roept hij.

Osman komt aangestoven uit de kamer ernaast. Ook hij begint te schreeuwen. Ze tillen Hussein op, proberen het koord door te snijden. Dat is nog niet zo makkelijk, zeggen ze later. Als ze hem eindelijk los hebben gekregen dragen ze hem de cel uit, naar beneden, het gebouw uit. Ze menen nog hartslag te voelen. Ze leggen hem op het voetbalveld. Coa-personeel en dokters snellen toe, er wordt geprobeerd hem te reanimeren.

Amir stapt juist op dat moment de Zuid-vleugel uit. 'Je vriend is dood' roept iemand. Dan ziet hij Hussein liggen op het veld. Hij rent er naar toe. Coa-medewerkers houden hem tegen. Een zegt: "Wees niet bang, hij leeft nog". Amir staat te trillen als een rietje.

Vanaf nu volgen de gebeurtenissen elkaar snel op. Duidelijk is dat er een ambulance komt om Hussein mee te nemen.

Witte koordje
Daarna loopt Amir naar Husseins gang. Chaos. Iedereen schreeuwt. Tien bewakers proberen de boel tot bedaren te brengen. Amir ziet Osman zitten, huilend. Hij ziet hoe Ibrahim met zijn hoofd op de ijzeren tafel in het midden van de gang slaat. Heel vaak. En heel hard.

Later ziet hij Ibrahim de West-vleugel uitrennen, langs het voetbalveldje, langs de ingang, het parkeerterrein op. Volgens anderen lag Hussein nog op dat veldje toen Ibrahim er voorbij spurtte. Hij rent naar de weg, hij gaat zich voor de eerste auto werpen die voorbij komt. Maar een Coa-medewerker grist hem voor de dood weg. En raakt gewond omdat de auto tegen zijn been rijdt.

Hussein gebruikte het witte koordje dat in de locker hing, vertelt Osman me een paar dagen later. Hij laat me het koordje zien van zijn locker. Hussein maakte er een lus in en knoopte het koord vast aan de bovenste spijl van het stapelbed. Stapte met zijn voeten op het onderste matras en stak zijn hoofd in de lus. En toen - ook de sprong doet Osman na.

Ibrahim is enkele dagen na Husseins dood spoorloos verdwenen. Hij zou volgens sommigen nog een zelfmoordpoging hebben gedaan. Naar verluidt zit hij sindsdien in een gesloten inrichting, niemand kan me vertellen waar.

Drugs
Wat dreef Hussein? Was het de wanhoop? Was hij depressief en had hij baat gehad bij een psycholoog? Was hij homo en durfde hij nooit uit de kast te komen? Of alles tegelijk?

De Syrische Omeir Bilal Adam (24), die schuin tegenover Husseins cel woont, denkt dat er iets anders speelde. Drugs. Er wordt volgens hem veel wiet gerookt in Alphen aan den Rijn. Het wordt naar binnen gesmokkeld door zo'n vijf mannen die een adresje weten waar het op zolder wordt geteeld. Tien euro per gram vragen ze. Je kunt ook zelf naar een coffeeshop, maar dat is iets meer moeite.

Hussein rookte veel, zegt Omeir. Tijdens zijn laatste dagen helemaal. "Die week was hij zo verward, hij zocht bij iedereen wiet. Hij kwam naar onze kamer, rookte met ons. Hij zei dat hij coke gebruikte, ik denk dat hij loog. Maar misschien heeft hij nog wel wat anders geprobeerd. Ik denk niet dat hij zich zonder invloed van de drugs van het leven zou hebben beroofd. Misschien was het wel een overdosis. Ik heb geen sporen van een touw op zijn nek gezien. Hij hield te veel van het leven, en van zichzelf trouwens."

En zo gaan de geruchten. Alleen Hussein weet uiteindelijk wat hem dreef. Volgens Krar was het geen impulsieve daad. "Hij wist dat hij het ging doen. De politie vond een briefje in zijn broekzak. Daarop stond zijn laatste wens: dat hij begraven zou worden in zijn geboortedorp."

Die wens is in vervulling gegaan: zijn lichaam is inmiddels per vliegtuig naar Bagdad gebracht. Hussein Ali Abdel Amer is terug in Irak, het land waar hij vandaan kwam.

De namen van Layla, Khadija en Amir zijn gefingeerd om hun privacy te beschermen. De echte namen zijn bij de redactie bekend. Ook de identiteit van Ibrahim is bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden