De laatste Dag van het Verzet, maar de band blijft

Inmiddels zijn ze gemiddeld 92 jaar, de leden van Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945. Daarom was de reünie van afgelopen weekend de laatste. 'Je hebt dezelfde dingen beleefd, dat raak je nooit meer kwijt.'

Wie kan, die komt. Velen nog fier overeind, lintjes op de borst. Maar steeds vaker ook achter een rollator of in een rolstoel. Nog maar 20, 25 verzetsmensen kúnnen komen naar de reünie. De gemiddelde leeftijd is 92. Dus is het de laatste keer dat Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945 (SSV) haar leden in Doorn uitnodigt. De laatste Dag van het Verzet.

"Je moet geen dingen doen die onzinnig zijn", zegt secretaris Loek Caspers. "Vroeger had de SSV 9000 leden, nu nog 115. De helft zit in het verpleeghuis."

Maar al zijn ze nog maar met weinig, het blijft belangrijk om elkaar te zien, zegt oud-bestuurslid Peter Molthoff. "De wereld van verzetsmensen is een aparte. Je hebt dezelfde dingen beleefd, ook honger, echt uitgemergeld zijn. Dat heeft zo'n invloed, dat raak je nooit meer kwijt."

Molthoff ondersteunde ontsnapte krijgsgevangenen, piloten en onderduikers tot hij in augustus 1942 werd betrapt op het stelen van persoonsbewijzen. Hij kreeg vijf jaar tuchtstraf. Hij koestert de vriendschapsbanden die zijn ontstaan na de oorlog. "Maar nu komt afscheid nemen steeds meer voor. C'est la vie. Ik wil daar vandaag niet verdrietig over zijn."

Wilhelmus

Even vanzelfsprekend als de aanwezigheid van 'de moeder van het verzet' - koningin Wilhelmina prijkt midden in de zaal, in een gouden lijst - zijn de klanken van het 'Wilhelmus'. Bij 'Mijn schild ende betrouwen' valt Jaap Rus, een bekend lid van het Zeeuws verzet. Hij had misschien niet moeten gaan staan. Als hij op een brancard het pand wordt uitgereden, zit hij alweer rechtop, maar zijn witte haar zit verfomfaaid rond een hoofdwond.

Het toont de kwetsbaarheid van 'de laatsten'. Niet iedereen hoort nog even goed. Niet iedereen kan nog uitgebreid vertellen. Tegenover elkaar hoeft dat ook niet. Het zijn vooral de journalisten die doorvragen.

Marianne Burgers-van Dam heeft haar mondje wel bij zich, zegt ze zelf. Maar ze had nooit zin om haar verhaal te doen, tot ze een paar jaar geleden bij een herdenking in Vught een lezing gaf. "Het ging me eigenlijk stikgoed af."

Negentien jaar was ze toen de oorlog begon, haar zus Fietje 17. In Vught zijn ze twee keer vastgehouden. Ze citeert de aanklacht: 'Herstellung und Verbreitung deutschfeindlichen Hetzschriften und Judenhilfe'.

De zussen moeten via Westerbork naar Bergen-Belsen en Ravensbrück. Beiden krijgen difterie en tyfus. Marianne, in de ziekenboeg, wordt niet weggevoerd als een Tsjechische arts de Duitsers wijsmaakt dat ze binnenkort heus wel weer kan werken. Ze weegt 28 kilo. Haar zusje overlijdt drie weken voor de bevrijding. "Ik heb alles verwerkt, behalve haar dood. Stel je voor hoe het voor mijn ouders was, dat ik alleen terugkeerde."

Heldere geest

De speeches vandaag gaan een beetje langs haar heen, 'als water langs een eend'. Ze snapt dat het de laatste keer is. "Het is erg. De geest is nog helder, maar je zit in een heel oud lijf." Ze heeft trouwens op haar 95ste nog wel voor vijf jaar haar rijbewijs gekregen.

Het doorgeven van de 'historische feiten en achtergronden van onderdrukking en verzet', is een van de belangrijkste opdrachten van de Stichting Samenwerkend Verzet. Dat houdt niet op, zegt Peter Molthoff, die bestuurslid was van zowel de vereniging voor politieke gevangenen Expogé als de SSV. "Alles is heel goed gedocumenteerd. Door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, en de leden hebben jarenlang gesproken op herdenkingen, uitleg gegeven in schoolklassen."

Ook Joke Folmer. "Overleven verplicht", zegt ze. Zij kwam in contact met het verzet toen ze huiswerk bracht bij haar Joodse vriendinnetje Rosette. Ze smokkelde meer dan driehonderd piloten en ontsnapte gevangenen over de Belgische grens, vaak per trein. In september 1943 werd ze verraden en ter dood veroordeeld. De executie bleef uit toen kamp Vught op Dolle Dinsdag werd ontruimd, maar ze belandde vervolgens wel in allerlei Duitse gevangenissen. Het doodvonnis werd nagestuurd, maar kwam gelukkig nooit op tijd. Gezongen hebben ze, vertelt ze. 'Onder moeders paraplu', simpele versjes, met gevangenen van wel zeven nationaliteiten. Dat hield de moed erin.

Bellen met Canada

Dan haalt ze haar vriendin Mia Lelivelt. "Dat is zo'n vrolijk en bijzonder mens." Niet dat zij geen ellende heeft meegemaakt. Haar vader, Martin Lelivelt, met wie ze tientallen mensen hielp onderduiken in hun boerderij in Lichtenvoorde, is juli 1944 gefusilleerd. Bevrijdingsdag vieren past haar nog steeds niet, vertelt ze. "Ik mis altijd de hoofdpersoon in mijn leven. En al die andere mensen. De hele verzetsgroep is opgerold."

Nog steeds belt en schrijft ze met Canada en Amerika, met kinderen en kleinkinderen van de mannen die ze toen heeft geholpen. "Dat is de mooie kant van de medaille, al die contacten." Voor haar is dit ook niet de laatste ontmoetingsdag. "Eens in de paar maanden zie ik wel een groepje." Ze is 91 en geniet van het leven. "Ik ga voor de honderd."

wilhelmina, Moeder van het Verzet

De eerste Dag van het Verzet vond in 1974 plaats op 31 augustus. Ook de laatste reünie, zaterdag, zat dicht tegen die datum aan. Het was de geboortedag van Wilhelmina: 'moeder' en steunpilaar van het verzet.

Voorzitter Rudi Hemmes verhaalde in zijn openingsspeech zaterdag hoe de koningin het volk vanuit Londen moed insprak en opriep te handelen, terwijl premier De Geer het in de eerste dagen van de oorlog juist had over 'de plicht' zo goed mogelijk samen te werken met de Duitse bezettingsoverheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden