De kunstenaar kon geen vrouw zijn

Museumbezoekers blijven gemiddeld negen seconden voor een schilderij staan. Veel te kort om er recht aan te doen. Maar hoe kun je langer kijken? In samenspraak met Peter Henk Steenhuis onderricht filosofe Mieke Boon in de filosofie van het kijken. Vandaag: de vrouwelijke impressionist Berthe Morisot.

Nog maar vijftig jaar geleden schreef de Groningse hoogleraar fysiologie en psychologie, F. J. J. Buytendijk (1887-1974) een wetenschappelijke verhandeling over de vrouw: ’De vrouw, haar natuur, verschijning en bestaan’ (1951). „Het idee dat mannen en vrouwen wezenlijk van elkaar verschillen, zat toen nog diep verankerd in onze cultuur”, zegt filosofe Mieke Boon. „De eerste zin van dit boek is hilarisch: ’Het uitgangspunt van deze studie is geweest, dat de vrouw een mens is.’” Buytendijk was een gerespecteerde hoogleraar, zijn opvattingen waren niet buitenissig. Een belangrijk verschil tussen mannen en vrouwen was hoe hetzelfde gedrag van mannen en vrouwen totaal verschillend wordt beoordeeld. Buytendijk schrijft: ’Het streven naar overheersen en de hiermede samenhangende neiging tot agressie en verzet is bij het meisje minder sterk aanwezig. Zo algemeen is men hiervan overtuigd, dat men bij uitzondering op deze regel een ziekelijke storing of een overwegen van de manlijke aanleg onderstelt. De psychologie heeft deze algemeen aanvaarde opinie slechts kunnen bevestigen’.”

Een jongen die zich agressief en overheersend gedraagt, is gezond en normaal, terwijl een meisje met datzelfde gedrag als ziekelijk en abnormaal wordt gezien.

„Precies. Toch verklaart Buytendijks observatie misschien waarom vrouwelijke schilders vaak minder beroemd werden dan hun mannelijke tijdgenoten van vergelijkbaar kunnen.”

Hoe kom je daar bij?

„Dat wil ik uitleggen aan de hand van een vrouwelijke schilder: Berthe Morisot. Zij hoorde bij de stroming van Franse impressionisten. Ze schilderde vooral het huiselijke leven: portretten in huis of in de tuin, een moeder met baby, een kindje in de tuin, een vrouw die haar toilet maakt.

Ze voelde zich niet zozeer aangetrokken tot de woeste natuur van bergen en bossen, maar eerder tot het parkachtige Bois de Boulogne in Parijs, waar ze vlakbij woonde.

Dit is een van haar meest impressionistische schilderijen: ’Zomerdag’ (1879), waar datzelfde Bois de Boulogne de achtergrond vormt. Je ziet twee elegant geklede vrouwen in een boot op het meer. Het is wazig en waterig geschilderd, met brede penseelstreken die in vloeiende bewegingen op het doek zijn gezet.”

En wat kladderig bij de eenden.

„Ik zou die stijl niet kladderig noemen. Morisot weet de suggestie te wekken dat het water beweegt. De schaduwen flikkeren op het water, die op hun beurt reflecties op de vaste omgeving lijken te geven, want ook de kleding van de vrouwen is op bijna dezelfde manier geschilderd als het water.

Berthe Morisot bleef haar hele leven schilderen en exposeren, waarbij ze contacten onderhield met andere impressionisten. Haar werk wordt nogal eens vergeleken met dat van Edouard Manet (1832-1883) die ook erg onder de indruk was van Morisots werk. Berthe Morisot had ook invloed op de ontwikkeling van Manets schildersloopbaan omdat ze hem stimuleerde tot het schilderen en plein air.

Als je hun werk vergelijkt, valt op dat Manet meestal minder impressionistisch werkte, terwijl Berthe Morisot die impressionistische stijl juist vergaand heeft ontwikkeld.”

Toch is Manet beroemder dan zij.

„Ja. Jij en ik kenden haar niet, maar in Frankrijk heeft men Berthe Morisot altijd als een volwaardig lid van de impressionisten beschouwd. Zij is een van de schilders die ondanks haar klassieke opleiding een eigen weg insloegen en, in wisselwerking met andere impressionisten, een nieuwe stijl van schilderen ontwikkelden. De wijze waarop ze impressionistisch werk maakt, vind ik subtiel en intiem.

Een prachtig voorbeeld van die intimiteit is het dubbelportret van haar moeder en haar zuster Edma die hier hoogzwanger is (1869-’70).

Er is een mooie anekdote over dit schilderij. Voordat Morisot het naar de jaarlijkse Parijse Salon wilde laten brengen om het door een jury te laten beoordelen, voerde Manet er verbeteringen op uit waar zij niet blij mee was. Zo schreef ze haar zuster Edma:

’Wanneer hij eenmaal aan de gang is, kan niets hem meer tegenhouden; van de jurk gaat hij verder met het keurslijf, van het keurslijf naar het hoofd, naar de achtergrond. Hij zit vol met duizenden grapjes, lacht als een kind, geeft me het palet en pakt het weer af; uiteindelijk tegen vijf uur ’s middags hebben we de mooiste karikatuur gemaakt die ooit is vertoond.’

Zouden mannen zulk correctiewerk onderling van elkaar accepteren?

„Dat betwijfel ik. Bovendien waren de correcties waarschijnlijk onterecht: in bepaalde opzichten is Morisots schildertechnische beheersing beter dan die van Manet. Als je ’Le déjeuner sur l’herbe’ (1863) van Manet bekijkt, valt op dat het schildertechnische gebreken vertoont. Toen hij dat werk schilderde, was hij ongeveer even oud als Morisot toen zij dit werk maakte.”

Die gebreken zie ik niet.

„Kijk naar die drie mensen: zij lijken in de achtergrond te zijn geplakt. Je ziet dat aan de rechtervoet van de vrouw die vreemd op de grond staat, en ook haar rug is eigenaardig afgelijnd tegen de achtergrond.”

Is Manet alleen beroemder omdat hij man was?

„Nee. Manet heeft meer teweeggebracht door de thema’s die hij koos. Morisot beperkte zich tot het alledaagse, Manet exploreerde tal van onderwerpen. Hij was daarin controversieel en zijn werk veroorzaakte schandalen. Zo werd ’De absintdrinker’ (1859) geweigerd voor de jaarlijkse tentoonstelling van de Parijse Salon. De Salon wees ’Le déjeuner sur l’herbe’ (1863) eveneens af, waarna het schilderij werd getoond op de Salon des Refusés – de Salon voor de geweigerden – en een schandaal veroorzaakte. In diezelfde jaren accepteerde de Salon een aantal werken van Berthe Morisot. Zo werd zij een van de eerste impressionisten van wie de Salon werk waardeerde.”

Waarom veroorzaakte dit werk van Manet zoveel ophef?

„Vanwege het naakt.”

Men schilderde toch al eeuwen naakte vrouwen?

„Het impressionisme is onder meer te kenmerken door de realistische thema’s, iets wat in Frankrijk ingang had gevonden in de negentiende eeuw, toen de school van Barbizon naam maakte. In Frankrijk waren naakten geen enkel probleem geweest, zolang zij maar bijbelse of mythische figuren voorstelden. De naakte vrouwen op Manets schilderijen zijn geen godinnen maar hoeren. Zo zag het publiek ze althans; Manet zelf deed alsof hij zich nergens van bewust was, en alleen maar met een interessante compositorische oefening bezig was geweest.”

Hoe ontdekte het publiek dat verschil?

„Dat het op ’Le déjeuner sur l’herbe’ om een realistische en niet om een mythologische voorstelling gaat, zie je direct aan de kleding van de mannen, die naar de Franse mode van die tijd was. De man aan de rechterkant draagt een destijds bij kunststudenten populaire hoed. Links op de voorgrond ligt de kleding van de vrouw: zij heeft die weloverwogen en ter plekke uitgetrokken.”

Manet maakte moedwillig schilderijen die het publiek schokten.

„Absoluut, en daarom haalde ik Buytendijk aan: het maken van werk dat de gemoederen schokt, kun je als een vorm van agressie beschouwen, omdat men doelbewust het publiek uitdaagt. Manet en vele andere schilders werden beroemd, omdat ze werk maakten dat de moeite waard was maar ook doordat ze lef hadden en de gangbare orde wisten te verstoren. Later zag je datzelfde bij Salvador Dalí en Pablo Picasso. Schandalen en sociaal afwijkend gedrag droegen bij aan hun beroemdheid.

Van Buytendijk kunnen we leren dat agressie bij mannen als gezond en normaal werd beschouwd, maar bij vrouwen ziekelijk zou worden gevonden. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat zulk provocerend gedrag bij een vrouw aan haar beroemdheid zou bijdragen.”

Vrouwelijke kunstenaars zaten in een onmogelijk parket.

„Ja. Om erkend en beroemd te worden, moesten moderne kunstenaars zich groots en meeslepend gedragen, gedreven en onaangepast, om niet alleen door de aard en thema’s van het werk, maar ook door de eigen levenswandel het publiek te schokken en te imponeren.

Het ideaalbeeld dat kunstenaars – en later ook het publiek – hadden van de echte kunstenaar, was beïnvloed doorde hoge Romantiek. De kunstenaar is iemand met een innerlijk vuur, die geniaal is en die geïnspireerd door mania meer ziet dan jij en ik, iemand die door authentieke gevoelens en de wil tot scheppen wordt gedreven. Nog steeds bewonderen veel mensen dit kunstenaarskarakter meer dan wat ook ter wereld.”

Terecht. Het levert grote kunst op.

„Ja, dat is het idee, en naast andere sociale en culturele factoren maakte precies dat idee de positie van vrouwen zo moeilijk. Dat kunstenaarskarakter was een man. Het kon echt geen vrouw zijn.”

Jij suggereert dat de onbekendheid van vrouwelijke kunstenaars te maken heeft met de manier waarop wij kunstenaars willen zien en hoe zij zichzelf zien.

„Klopt. En jij suggereert dat dit kunstenaarskarakter een voorwaarde is om grote kunst te maken. Maar het hoogromantische ideaal levert wel een paradox op: dat dit kunstenaarskarakter door kunstenaars zelf, en door de cultuur waarin zij leven, wordt gecultiveerd. Daarmee verliest dat karakter de authenticiteit die er nu juist zo’n belangrijk element van is. Van kunstenaars als Picasso en Dalí is bekend dat zij weloverwogen hun imago creëerden en cultiveerden.”

De echte kunstenaar bestaat niet?

„Als je een hoogromanticus wilt zijn, is dit de juiste conclusie. Maar het is beter een vraagteken te zetten bij het hoogromantische ideaalbeeld. Ik geloof niet dat dit kunstenaarskarakter noodzakelijk is voor het maken van grote kunst. Daarvoor is behalve technische beheersing en kennis van kunst ook het vermogen nodig om te kijken buiten de vaste kaders, het vermogen om de dingen ’anders te gaan zien’. Deze tweede eis bepaalt ook vaak de opgave waarvoor een kunstenaar zich gesteld ziet: hij wil ’iets’ op een nieuwe manier tot uitdrukking brengen. Maar wat? En hoe? Om daar achter te komen, moet hij aandachtig naar zijn objecten kijken. In die aandacht onderzoekt hij wát hij ziet, maar ook hóe. Om die zoektocht te kunnen volbrengen heb je lef nodig, want de route gaat meestal over ongebaande paden.”

Wat betekent dit voor vrouwelijke kunstenaars?

„Laten zij en wij vooral het romantische ideaal van de kunstenaar wat relativeren. Dat komt niet alleen onze kijk op kunstenaars, maar ook onze kijk op kunst ten goede.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden