De kunst van Joost Conijn beperkt zich niet tot een stoffig museum.

Is het kunst wat Joost Conijn maakt? Zijn houten auto die op beukenhout rijdt? Het vliegtuig waarmee hij crashte? En de film die hij maakte over zijn buurkinderen, die zonder veel bemoeienis van hun ouders opgroeien aan de rand van de samenleving?

Daar is hij helemaal niet mee bezig, zegt Joost Conijn. „Voor mij hoeft het allemaal niet zo direct geduid worden. Ik werk nooit vanuit de gedachte dat ik iets verhevens doe, dat op een voetstuk of sokkel geplaatst moet worden. Ik ben met het leven bezig en of iets kunst is of niet, interesseert me niet direct.”

Zijn werk en de films die hij maakte over zijn reizen, zijn nu in het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen te zien. Maar zo’n eerste grote solotentoonstelling is nog een heel gedoe, zegt hij. Discussies over de naambordjes die bij zijn werk moesten. „Van mij hoeft het niet. Laat de mensen lekker kijken en zelf hun idee vormen.” Maar aan die bordjes viel niet te ontkomen.

Het opbouwen van de door hem ontworpen tribunes, waarop bezoekers zijn films kunnen bekijken, bleek ook weerbarstiger dan hij voor mogelijk had gehouden. Wat hij in zijn loods bij Amsterdam had gemaakt, als schaalmodel, bleek in zo’n grote museumzaal heel anders uit te pakken. „Je hebt te maken met de brandweer en de beveiliging.”

Het adagium van Joost Conijn (1971) is doén. Er helemaal voor gaan. Leven en reizen zonder draaiboek en weg van de gebaande wegen, omdat hij zich wil laten leiden door onverwachte situaties. Op zijn tiende besloot hij al dat hij later naar de Rietveld Academie wilde, omdat je daar dingen kunt máken. Studeren wilde hij niet na het vwo. „Ik was de boeken helemaal zat. Ik was altijd in de weer met lasapparatuur.” Maar eerst maakte hij nog een reis naar India op een ligfiets die hij zelf had gemaakt. Daarna ging hij naar de Rietveld Academie, waar hij na de lessen kunstgeschiedenis al snel weer aan het lassen sloeg. Hij ontwierp een poort, gemaakt van afgedankte autoportieren, die automatisch opende als hij er met zijn auto op af reed. Die poort zette hij uiteindelijk neer in de woestijn in Marokko, omdat hij die onmetelijke ruimte een passende locatie vond voor deze sculptuur. „Waarom? Iedereen wil altijd weten wat de achterliggende bedoeling is, maar dat kan ik niet duiden en dat wil ik ook niet. Het is niet in woorden te vatten en je doet er ook geen recht aan als je dat probeert. Iedereen moet daar zelf zijn gedachten over vormen.”

Dat is zo typisch in onze cultuur, vindt Conijn, dat alles uitgelegd en geduid moet worden. „Ik vind dat mensen de dingen die ik maak gewoon moeten ervaren. Al denken ze er maar even over na, dan ben ik al tevreden, ook al snappen ze dan nog niet wat ik misschien bedoeld heb.”

Na zijn studie aan de Rietveld Academie en het Sandberginstituut reisde Joost Conijn met een zelfgemaakte houten auto door Oost-Europa. Als brandstof gebruikte hij geen benzine of diesel maar beukenhout. De tegenstelling tussen West-Europa en de Oost-Europese landen die allemaal deel willen uitmaken van het rijke Westen inspireerde hem tot deze reis.„De snelheid van onze westerse economie lokt deze trage achterblijvers, terwijl het nog maar de vraag is of de mensen daar zoveel gelukkiger van worden. Wij willen hier altijd maar vooruit knallen, maar waar naartoe?”

Met zijn houten auto, die nu in Boijmans is geparkeerd, trok hij veel bekijks in de afgelegen oorden waar hij verzeild raakte. Mensen boden spontaan brandhout aan, duwden de auto aan of begonnen een praatje, wat nooit gebeurd zou zijn met een auto die over gebaande wegen van de ene naar de andere benzinepomp rijdt.

Hij maakte een film over deze reis die ook in Boijmans is te zien, evenals het filmverslag dat hij maakte van zijn zeven buurkinderen, met wie hij een jaar intensief optrok. Ze komen uit een gezin dat letterlijk en figuurlijk aan de rand van de samenleving verkeert. Conijn legde vast hoe de kinderen er met bijlen op uit trekken, oude caravans slopen en vuurtjes stoken – heel avontuurlijk allemaal.

In de film, die zich afspeelt op het oude ADM-terrein in Amsterdam, zien we kinderen en niet de bemoeienis van ouders. Enerzijds lijken die kinderen in een paradijselijke wereld op te groeien, in volledige vrijheid zonder regels en bemoeizucht. Maar de film maakt ook duidelijk dat dat in Nederland niet gaat. De film was al af, toen de moeder van het gezin overleed. De kinderen wonen in tehuizen en pleeggezinnen.

Joost Conijn neemt geen moreel standpunt in in zijn werk. Mensen moeten zelf hun oordeel vormen. Toch valt uit deze film en de films die hij maakte van zijn reizen naar Oost-Europa en Marokko, waar hij uiterst gastvrij werd ontvangen door de mensen die hij tegenkwam, op te maken dat hij zich daar prettiger voelt. Ver weg van de geciviliseerde samenleving met haar verstikkende regels en haastige levenstempo. Maar een aanklacht tegen onze westerse normen en waarden mogen we er niet in lezen. „Ik wil hooguit laten zien dat we vaak wel erg gemakkelijk oordelen over andere culturen. We projecteren onze westerse ideeën op die culturen, terwijl we de dingen die ons daar niet aan bevallen beter zouden begrijpen als we ze vanuit hun cultuur zouden bekijken. Wij weten altijd zo goed wat het beste is voor anderen.”

De kunst is een domein waar veel regels en conventies niet gelden, zegt hij. Kunst hoeft zich niet te storen aan conventies en zuilen, en dat is mooi. Kunst kan overal zijn en deel uitmaken van het leven. Kunst hoeft zich niet te beperken tot iets wat zich alleen afspeelt in een museum. Daarom doet hij ook kunstprojecten op scholen. En in mei levert hij zijn eerste project af dat een permanente plek krijgt in de samenleving. Hij heeft een hek gemaakt voor de entree van het Amstelpark in Amsterdam. Het is een mooi hek geworden, maar dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Voor het eerst moest hij mensen overtuigen van waarom dit hek er zo moest uitzien en niet anders.

„Knettergek werd ik van alle regels en bureaucratie. Alles moest uitgetekend worden op de computer, terwijl bij mij de dingen gaandeweg vorm krijgen. Maar achteraf ben ik blij dat ik doorgezet heb en mijn hek daar straks staat.”

Joost Conijn Solo, t/m 6 mei in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, www.boijmans.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden