De kunst van het ontvangen

Omdat musea niet rondkomen van overheidsgeld, moeten ze zoeken naar particuliere bronnen. Maar dat blijkt niet makkelijk. ,, Het ontbreekt hier aan een culture of giving.' '

door Sandra Kooke

'Vlakbij de ingang van Museum Beelden aan Zee in Scheveningen hangt een plakkaat met rijen metalen naamplaatjes: Unilever, Fugro, Piet en Ida Sanders, Arthur Spronken. Zij behoren tot de enorme lijst sponsors, donateurs, Vrienden en Zakenvrienden ' aan zee', waar dit museum grotendeels op drijft.

In 1994 werd de collectie moderne beeldhouwkunst die het echtpaar Theo Scholten en Lida Scholten-Miltenburg verzamelde, ondergebracht in een museum. Architect Wim Quist bouwde een prachtig, gedeeltelijk ondergronds onderkomen vlak aan zee. Nu bestaat het museum tien jaar zonder een cent structurele subsidie te krijgen. Bij de bouw heeft de gemeente Den Haag financiële steun gegeven, de grond kreeg het museum voor niets. Maar voor de exploitatie en de opzet van tentoonstellingen is het museum onafhankelijk van de overheid.

Dat is een eigen keuze, benadrukt zakelijk directeur Ingeborg Kromhout. ,, Wij willen geen structurele subsidie. Daar zitten meestal eisen aan vast en wij blijven liever zelfstandig.” Daarom steunt het museum volledig op de particuliere sector. Maar Museum Beelden aan Zee is een uitzondering. De meeste Nederlandse musea moeten het hebben van overheidssteun en daarom gaat het de laatste tijd grondig mis.

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden, het Van Abbe Museum in Eindhoven, Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het Centraal Museum in Utrecht - alle voornamelijk afhankelijk van structurele overheidssubsidie - en met hen nog vele andere musea kwamen de afgelopen maanden in het nieuws door financiële problemen. De één kampte met de naweeën van een verbouwing, bij de ander liep de subsidie van de gemeente terug, bij weer een ander viel het bezoek aan een tentoonstelling tegen. en de volgende heeft een jaar moeten draaien zonder directeur.

Hoewel de oorzaken verschillen spreekt de Nederlandse Museumvereniging van een structureel probleem in de museumwereld. De financiële situatie van musea is zo nijpend geworden dat één tegenvaller hen al op de rand van de afgrond brengt. Die kwetsbaarheid is ontstaan

doordat de inkomsten de afgelopen jaren zijn teruggelopen. Dat ligt niet aan het aantal bezoekers. Dat ligt stabiel rond de twintig miljoen bezoekers per jaar en bij de kunstmusea is het aantal zelfs stijgend. Het komt vooral door een terugtredende overheid. Rijk en gemeenten bezuinigden, de Melkertbanen werden afgeschaft, door verbouwingen werd de exploitatie van het gebouw duurder (meer suppoosten nodig, meer wc's schoon te maken, hogere verwarmingskosten) en dat werd niet gecompenseerd. De rek ging eruit.

Het is een vreemde situatie voor de musea. Tientallen jaren werden ze financieel in de watten gelegd door de overheid. Gebruikmaken van geld uit het bedrijfsleven werd als een aantasting van de artistieke onafhankelijkheid gezien. Daar haalde men de neus voor op.

Musea krijgen nog steeds negentig procent van hun inkomsten uit subsidies. Slechts een enkel museum, zoals het Van Goghmuseum, haalt nu meer dan tien procent van de inkomsten uit bezoekers en steun van bedrijven en particulieren. Bezoekersaantallen zijn bij andere musea van relatief weinig belang voor hun voortbestaan. Inkomsten uit de museumwinkel of het café spelen nauwelijks een rol. Maar nu de overheid zich terugtrekt, moeten musea zich meer richten op de samenleving, op zoek naar andere geldbronnen. Dat musea niet meer om private financiering heen kunnen, dringt tot steeds meer mensen door. Mocht automerk Audi zes jaar geleden het Stedelijk Museum niet steunen van de Amsterdamse gemeenteraad, nu wordt de bijdrage van de autofabrikant met blijdschap ontvangen. Ook andere musea hebben grote bedrijven aan zich weten te binden en schamen zich er niet voor op een groot bord bij de ingang dank uit te spreken aan Unilever, Shell of Holland Casino. De Rabobank steunt het Van Gogh Museum, Essent sponsort sinds enkele maanden Het Drents Museum, het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem en het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Touroperator TUI geeft zijn klanten gratis kaartjes voor het Wereldmuseum in Rotterdam.

De angst voor beïnvloeding van de musea door de commerciële belangen van bedrijven lijkt verdwenen. Volgens velen uit zowel bedrijfsleven als museumwereld zouden musea zelfs veel meer financiële banden aan moeten gaan met bedrijven. Niet alleen om de tekorten bij musea weg te werken, ook omdat het tot een gezondere maatschappelijke positie zal leiden als musea niet alleen op de overheid steunen. De tekorten zijn daarom geen slechte ontwikkeling, vindt Gitta Luiten, directeur van de Mondriaanstichting, het fonds waar musea voor projecten geld kunnen aanvragen.

” Een te grote subsidie-afhankelijkheid is geen stimulans om de boer op te gaan. Ik ben er niet blij mee dat ze krap zitten, maar hoop wel dat het ertoe zal leiden dat musea de banden met de samenleving aanhalen. Als musea op zoek moeten naar andere financiers, moeten zij zich de vraag gaan stellen wat zij hen te bieden hebben. Die oriëntatie op de samenleving is er nu veel te weinig.” Dat vindt ook de juriste Sigrid Hemels, die onlangs promoveerde op een onderzoek naar belastingmaatregelen op het gebied van cultuur.

” Musea zouden veel meer hun best moeten doen om mensen aan zich te binden. Mensen moeten kunnen voelen dat het ook hun kunst is die in de musea hangt of staat. Betrokkenheid van publiek is het bestaansrecht van een museum en is een legitimatie voor subsidie. Het mooie is dat je mensen bij je museum kunt betrekken door ze een financiële bijdrage te vragen.” Bedrijven voelen die betrokkenheid bij de kunst oprecht, zegt Marieke van Schijndel, hoofd Kunstzaken van de Rabobank. Ze ontkent dat het bijdragen aan tentoonstellingen tot doel heeft het bedrijf een beter imago te geven. ,, Wij voelen ons betrokken bij de samenleving. Kunst speelt daar een belangrijke rol in. Nu de overheid zich terugtrekt, voelt de Rabobank zich extra verantwoordelijk voor de musea. Onze steun neemt nu toe. Tenslotte komt dat ten goede aan onze klanten, voor wie kunst van belang is.”

De Rabobank heeft geen enkele behoefte het beleid van een museum te beïnvloeden, zegt Van Schijndel. ,, Die angst voor inmenging of een groot logo op de deur is onzin. Kunst is een van de weinige dingen die de tijd overleven. Daar wil een bedrijf zich aan verbinden, want het straalt op je af als je erbij betrokken bent. Dan wil je juist niet met je logo het beeld verstoren.” Niet alleen bedrijven, ook particulieren kunnen bij musea betrokken worden. Musea krijgen door de financiële druk steeds meer belangstelling voor grote en kleine mecenassen. Bij het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat onder andere vele fondsen van particulieren beheert, valt op dat steeds meer musea om geld vragen. ,, We hebben nu al 8000 aanvragen per jaar. Het aantal stijgt enorm”, zegt directeur Adriana Esmeijer. ,, Opvallend is dat musea steeds vaker geld vragen voor de vaste lasten van de exploitatie, omdat ze daarmee niet rond komen. Daar zijn de privé-fondsen niet voor bedoeld. Een particulier wil wel een vitrinekast sponsoren maar geen suppoost. Maar wij willen ook dat musea het hoofd boven water kunnen houden. Daarom proberen we zo'n bijdrage in de vorm van een project te gieten, zodat er toch particulier geld heen kan.”

Geldtekort maakt musea dus al creatiever. Maar de Nederlandse musea staan pas aan het begin. Esmeijer: ,, Er is in Nederland nauwelijks aandacht voor het mecenaat, voor geven aan kunst. Degenen met het geld denken niet aan die mogelijkheid, de musea doen te weinig om hen aan te trekken.” Sinds de jaren tachtig bestaat de mogelijkheid een ' fonds op naam' op te zetten en de rente te gebruiken voor het steunen van kunst. De belangstelling voor dit type fonds neemt toe -bij het Prins Bernard Fonds zijn er nu 170 -maar het is slechts een begin. ,, Het is aantrekkelijk voor de gever”, zegt Esmeijer. ,, Maar er zouden meer fiscale voordelen aan verbonden moeten worden om de belangstelling ervoor te doen groeien.”

Toch zijn er al veel maatregelen genomen om het geven aan kunst aantrekkelijk te maken, meent juriste Hemels. ” Het probleem is dat de mogelijkheden onbekend zijn”, zegt ze. ” Je kunt een gift aan een museum voor de belasting aftrekken van je inkomsten. Als de erfgenamen uit de erfenis een kunstwerk schenken, hoef je minder successierechten te betalen. Wie gaat beleggen in een cultureel fonds, hoeft minder belasting te betalen. De beleggingsopbrengst is misschien lager, maar daar weegt het belastingvoordeel mogelijk tegenop. Iedereen roept wel dat in Engeland of de Verenigde Staten de mogelijkheden groter zijn, maar dat is niet zo. Het ontbreekt hier alleen aan een culture of giving. Het is nog te onbekend.” Om dat te verbeteren zouden noodlijdende musea de eerste stappen moeten zetten. Hemels: ” Simpele dingen: envelopjes bij de uitgang neerleggen waarin mensen giften kunnen doen. Folders uitreiken over de fiscale voordelen.” Esmeijer noemt weer andere zaken. ” Een museum moet leren hoe je in stilte investeert in een relatie. Je moet een particulier ervan overtuigen dat hij jouw museum moet steunen. Dan moet je passie uitstralen en geen standaardbriefjes versturen van het hoofd fondsenwerving. Musea moeten de kunst van het ontvangen nog leren.” Van Schijndel van de Rabobank ziet hier wel langzaam een kenterig in komen. ,, Je ziet vaker dat musea speciaal iemand aanstellen voor de contacten. Maar bij de meeste staat het nog in de kinders c h o e n e n .” Ook Luiten meent dat musea veel meer naar buiten moeten treden.

” Musea moeten zich afvragen: wat heb ik een bedrijf te bieden? Wat heb ik particulieren te bieden? Die vraag is nooit gesteld, omdat het overheidsbeleid er vooral op was gericht ' onze spullen te bewaren'. Het blijkt bijvoorbeeld dat musea nauwelijks banden hebben met particuliere verzamelaars. Terwijl het zo mooi zou zijn als je een particuliere collectie in bruikleen zou kunnen krijgen of na dertig jaar in je bezit. Als de overheid alles betaalt, is de noodzaak voor vrijwilligers, vriendenclubs, kamers van koophandel en grote bedrijven om steun te verlenen minder duidelijk. Die duidelijkheid is er nu hopelijk wel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden