De kunst van het keren

Niet elke baby draait vlak voor de geboorte met het hoofd naar beneden: zo’n vier procent ligt met de billen naar beneden, in de zogeheten stuitligging. ’Draaideskundige’ Riet van Baaren-Frijling in Amsterdam kan die baby’s keren. Dat zou het aantal keizersneden – dat stijgt de laatste zes jaar explosief – kunnen beperken. Maar niet iedereen is daar voor.

’Belangrijk is dat je me toelaat in je buik”. De zwangere vrouw op de behandeltafel luistert naar de aanwijzingen van Riet van Baaren.

Haar bolle buik is ontbloot en glimt van de gel die de stevige massage moet vergemakkelijken. De ongeboren baby, een meisje, ligt in de 39ste week nog met haar billen naar beneden en de ouders hopen dat Van Baaren het kindje kan keren. De echo is niet hoopgevend: de baby ligt met haar rug naar voren.

„Ik denk dat het niet makkelijk zal gaan”, waarschuwt Van Baaren de ouders.

Van Baaren voelt zorgvuldig waar de stuit is en waar het hoofdje. Dan drukt ze haar duim diep in de onderbuik. „Dit is niet leuk”, zegt de patiënt tegen haar man terwijl ze diep inademt. De verloskundige probeert uitwendig de stuit te pakken en het kind voorover te laten duikelen.

Het meisje wil niet. Stagiaire Andrea Onvlee mag het ook proberen. Het valt haar tegen: „Ik ga maar weer eens naar de sportschool”, verzucht ze terwijl haar hoofd rood aanloopt. Van Baaren probeert het aan de andere kant. Uiteindelijk moet ook zij het opgeven. Nu de ’versie’ – de medische term voor het keren – niet gelukt is, wordt het tijd om de verschillende opties te bespreken.

„Zeker de helft van de versiepogingen mislukt”, zegt Van Baaren. „Het is essentieel dat de vrouw zich ontspant. Je begint niets als ze dat niet kan, omdat ze het eng vindt of omdat het pijn doet. Het voelt ook niet lekker. Maar als iemand zich goed kan ontspannen, is het minder gevoelig.” Voor iedere versie neemt ze drie kwartier tot een uur tijd. „Als het niet lukt, heb ik in ieder geval de tijd om ze te vertellen over stuitbevallingen. Want een stuit kun je prima baren.”

Succesvol keren vereist nogal wat ervaring. Lang niet alle gynaecologen of verloskundigen willen of kunnen het. Bovendien is niet iedereen overtuigd van de veiligheid van de techniek. Tegenstanders noemen als risico's solutio – loslating van de placenta – of het voortijdig opwekken van weeën. „Ik heb dat gelukkig nooit meegemaakt”, zegt Van Baaren. „In onderzoeken zie je dat het wel eens voorkomt dat de placenta loslaat na een versie, maar ik vermoed dat het dan toch wel gebeurd zou zijn. De versie heeft het dan alleen een paar dagen versneld. Ook wanneer een bevalling snel op gang komt na het keren vraag ik me sterk af of de behandeling daar invloed op heeft gehad.”

Van Baaren heeft, net als veel anderen, kritiek op het Canadese onderzoek (zie kader). „De conclusie is dat baby's überhaupt beter per sectio – keizersnede – geboren kunnen worden. Ik mag toch hopen dat we daar niet heen gaan. Sectio's zorgen zeker bij vervolgzwangerschappen vaak voor complicaties.”

„Gelukkig heeft de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) haar richtlijn voor stuiten weer aangepast: nu mag iemand kiezen voor een bevalling of een keizersnede. Het effect van de vorige richtlijn is echter dat er gedurende vijf, zes jaar gynaecologen zijn opgeleid die nog nooit een stuitbevalling hebben gedaan.”

„Als ik mensen informeer over stuitbevallingen, adviseer ik ze om goed te kijken naar de geschiedenis van een ziekenhuis op dit gebied.”

Voor veel vrouwen betekent een versie het verschil tussen een keizersnede en een natuurlijke bevalling. Het Canadese onderzoek veroorzaakte een flinke stijging van het aantal keizersneden bij stuitbaby's. Versies kunnen het aantal keizersneden terugbrengen, maar het is de vraag of iedereen dat wil. Zoals professor Fred Lotgering signaleert in een artikel op de website van de NVOG, wordt gemakshalve steeds vaker voor een geplande sectio gekozen. „De keizersnede neemt ook bij niet-stuitbevallingen toe. Het is een epidemie die het gevolg is van een veranderde attitude. De sectio past in het huidige tijdsbeeld. Je kunt het plannen, en je hoeft er dus niet in het weekend voor uit je bed te komen.” Een keizersnede duurt bovendien een stuk korter dan de meeste natuurlijke bevallingen, zo’n drie kwartier. En het betaalt goed.

Soms draaien gekeerde baby's weer terug. „Vooral bij mensen met veel vruchtwater”, zegt Van Baaren. Dan draai je gewoon nog een keer. Ik heb wel eens kinderen drie keer gedraaid. Bij de derde keer mikken we dan op een datum dat het kind gaar is. Dan kunnen we de vrouw inleiden, de bevalling op gang brengen.”

Riet van Baaren studeerde in 1967 af aan de Kweekschool voor Vroedvrouwen in Amsterdam. Het jaar daarop ging ze aan de slag in de bijbehorende kliniek, waar versies niets bijzonders waren. „Het hoofd van de kliniek deed het, dus ik ook. We vroegen het eerlijk gezegd niet eens aan die mensen, we zeiden gewoon ’we gaan je kindje even keren’.”

De kliniek verhuisde in 1976 naar het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam en Van Baaren ging mee. „Toen ik met keren begon, werden versies steeds zeldzamer.” Een belangrijke oorzaak was dat geen enkele opleiding de techniek doceerde – noch de gynaecologieopleidingen, noch die voor verloskundigen. „Daardoor heeft mijn reputatie zich ontwikkeld. In die tijd ging dat vooral via zwangerschapscursussen. Ik kreeg ook mensen van andere praktijken. Mijn eerste tijd in het ziekenhuis werkte ik veel ’s nachts. Dan liet ik die mensen gewoon tussendoor komen, om twaalf uur of vijf uur ’s morgens. Nu heb ik een versiespreekuur.”

Sinds januari van dit jaar bestaat er een heuse versiecursus. De Verloskunde Academie Amsterdam (VAA) biedt verloskundigen de mogelijkheid te leren hoe je een ongeboren baby draait. „De kunst van het keren is een beetje uitgestorven, maar wordt opnieuw geboren”, aldus Van Baaren.

De draaideskundige kreeg in 2003 de Astrid Limburg-prijs. Deze prijs wordt uitgereikt aan mensen die iets bijzonders doen in de verloskunde. Van Baaren werd onderscheiden vanwege haar unieke database van versies. In 1992 begon ze met de registratie. „Voor die tijd deed ik het tussen neus en lippen door.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden