De kunst gaat voor

Het Rijksmuseum in Amsterdam gaat een ingrijpende verbouwing tegemoet, die tot 2008 gaat duren. Maar voor die verbouwing kan plaats vinden moet eerst de kunst verhuisd worden. Daarbij is een belangrijke rol voor de restauratoren weggelegd.

Het Rijksmuseum in Amsterdam gaat een ingrijpende verbouwing tegemoet, die tot 2008 gaat duren. Maar voor die verbouwing kan plaats vinden moet eerst de kunst verhuisd worden. Daarbij is een belangrijke rol voor de restauratoren weggelegd.

Het uitruimen van de kraamkamer geeft hier en daar wat kopzorg. De doopluier van de baby zit verdorie vastgenaaid op de schoot van de min. En die zit weer vast aan haar stoeltje. Dan verdwijnt een naar verhouding reusachtige schaar onder de luier, en wordt het kindje met een kordate knip bevrijdt. 'Nummer 235', leest textielrestaurator Suzan Meijer voor van onder het kinderkontje, waarna conservator Bianca du Mortier gedecideerd een streep zet door de inventarislijst. 'Nummer 235, baby in doopluier'. Die kan worden ingepakt in schuimplastic en afgevoerd naar een klaarstaande krat. Stuk voor stuk verdwijnt zo de inventaris van het 'pronkpoppenhuis' van Petronella Dunois in opslagdozen.

Het poppenhuis, uit 1677, is een van de twee beroemde poppenhuizen die het Amsterdamse Rijksmuseum bezit. Zij worden ontruimd vanwege een ingrijpende verbouwing van het hoofdgebouw. Tot 2008 is het hoofdgebouw voor publiek gesloten. Aan de buitenkant verandert weinig; in de 'buik' van het gebouw des te meer. In plaats van de huidige, krappe toegangsdeuren links en rechts van de onderdoorgang komt ín die gang straks een ruime centrale toegang. De wanden ter weerszijden worden weggebroken en twee overdekte binnenhoven worden hersteld. In de loop der jaren waren die volgebouwd met museumzalen. Deze hoven laat men een verdieping zakken, waarmee een ondergronds, met glas overkapt plein ontstaat waar kassa's en museumwinkel komen. Dit plein wordt dan in de hoogte doorsneden door wat nu de tunnel is, met aan weerszijden glas. De huidige fiets- en voetpaden worden deels geofferd aan roltrappen die de bezoeker naar het toegangsplein leiden, en naar het nieuwe restaurant. Daar kijken bezoekers uit op fietsende Amsterdammers. De toegang tot het museum wordt daarmee in een klap makkelijker, lichter en moderner.

De niet-museale functies verdwijnen uit het interieur: zo krijgen de kunst en de bezoeker zoveel mogelijk de ruimte. De uitgebreide klimaatbeheersing gaat ondergronds; kantoorruimtes, depots en ateliers verhuizen naar gebouwen in de nabije omgeving. De tentoonstellingszalen krijgen heldere routes en op verschillende plaatsen worden de negentiende-eeuwse architectuur en decoraties van bouwmeester Pierre Cuypers hersteld. De vaste presentatie krijgt inhoudelijk een andere aanpak dan wat men van het Rijks gewend was. De aparte afdelingen 'Nederlandse Geschiedenis', 'Beeldhouwkunst en Schilderijen' en 'Kunstnijverheid' verdwijnen: voortaan wordt in het gebouw één zogeheten 'geïntegreerd verhaal' van de Nederlandse kunst- en cultuurgeschiedenis verteld.

Voor het zover is -en tot die tijd zal er nog heel wat worden afgepraat over de definitieve vorm en inhoud van 'Het Nieuwe Rijksmuseum'- zijn er bergen werk te verzetten. Een team van rond de vijfenveertig restauratoren, conservatoren, behoudsmedewerkers en vrijwilligers heeft daarbij een belangrijke taak: de verhuizing van objecten uit de verschillende tentoonstellingsruimtes. Het zijn 7.173 inventarisnummers die op de voormalige zalen tentoongesteld waren. Ze moeten allemaal met de grootst mogelijke zorg worden ingepakt, vervoerd en opgeslagen. Eigenlijk gaat het om nog veel meer: de poppenhuizen bijvoorbeeld hebben per huis een inventarisnummer, maar bestaan samen uit 1364 voorwerpen die, net als de min en de baby in doopluier één voor één worden ingepakt. Zo gerekend liggen er tussen de twaalf- en dertienduizend objecten 'op zaal'. Vaak zijn ze uitermate kwetsbaar, onvervangbaar en van onschatbare culturele waarde. In elk geval in de loop van 2004 moeten ze uit het hoofdgebouw weg zijn, omdat de slopers dan hun werk moeten doen.

Twee extra complicaties maken de verhuizing tot een regelrechte uidaging. De eerste complicatie was voorzien: niet alle voorwerpen verdwijnen in depot. Op 20 december opent in de Zuidvleugel de tentoonstelling 'De Meesterwerken', waar tot 2008 de zeventiende-eeuwse topstukken van het Rijks te zien zullen zijn. Later volgt een achttal gasttentoonstellingen in musea in den lande, waar Rijksmuseumkunst bij aanverwante kunst vertoond zal worden. De verhuizing is daarom in fases opgedeeld, waarin op bepaalde momenten bepaalde handelingen prioriteit hebben. De poppenhuizen staan straks bijvoorbeeld in de Meesterwerken-tentoonstelling, en moeten dus nu worden uitgeruimd, afgebroken en in de Zuidvleugel weer opgebouwd.

De tweede complicatie is ingrijpender, en was zeker niet voorzien. In mei bleek er asbest in het gebouw te zitten. Direct ging het museum dicht voor publiek en medewerkers, totdat grondig onderzoek uitwees welke afdelingen wel en niet toegankelijk waren. Asbestruimten worden door mensen in beschermende kledij leeggehaald, maar nog elke dag geeft de asbest hoofdbrekens.

Dat de restauratoren bij de verhuizing een centrale rol hebben is gezien de veelvormigheid en kwetsbaarheid van de voorwerpen niet verwonderlijk. Elk voorwerp vergt een feilloos gevoel voor wat je er wel of niet mee kunt doen. Een opsomming van de werkzaamheden van hoofd Textielrestauratie Suzan Meijer maakt dat duidelijk. Vóór mei 2004 moeten alle gestoffeerde meubelen zijn ingepakt, alle zijdeweefsels, alle kostuums, alle beddegoed, vloertapijten, historisch textiel, gordijnen, vlaggen en vaandels: allemaal andersoortige objecten die hun eigen eisen stellen aan het transport. ,,Neem bijvoorbeeld de vloertapijten'', zegt Meijer, ,,die zijn soms zo groot dat zij eigenlijk niet op normale wijze het gebouw uit te krijgen zijn. Je vraagt je zelfs af hoe die er ooit in zijn gekomen, met al die kruip-door sluip-door gangetjes die je hier hebt. Je wilt je niet voorstellen hoe dat in zijn werk is gegaan.'' Hoe problematisch het transport van het wandtapijt straks ook is, Meijer blijft optimistisch. Dat is een houding die alle betrokkenen bij de verhuizing eigen lijkt te zijn. Ook hoofd Schilderijenrestauratie Manja Zeldenrust is niet gek te krijgen met asbest in het gebouw. Zeldenrust: ,,Natuurlijk was het geen lolletje om na dertig jaar uit mijn atelier te moeten en er niet meer terug te mogen keren. Tegelijk was er een prachtige saamhorigheid merkbaar onder de collega's die niet per se hun kantoor uit hoefden. Die stelden direct hun bureau ter beschikking. Die saamhorigheid is niet weggegaan sinds we echt aan de slag zijn met verhuizen. Lang had je aan de ene kant de planners en aan de andere kant de mensen die pas wakker schrokken toen de eerste verhuiswagen op de stoep stond. Die zijn nu samen hard aan de slag om op schema te blijven.''

Robert van Langh is hoofd Metaalrestauratie en coördinator van de verhuizing van de kunst uit de asbest-ruimtes. Voor Van Langh is de centrale rol van de restaurator vanzelfsprekend, zeker wanneer van bedrijven van buitenaf gebruik wordt gemaakt, zoals verhuizers en asbest-saneerders. Van Langh: ,,Zij hebben -terecht- vooral oog voor de veiligheidsmaatregelen die in de wet staan. Wij werken vanuit de verantwoordelijkheid voor de kunstwerken. Dat leidt tot een gedeelde, dubbele verantwoordelijkheid voor zowel de veiligheid van je medewerkers, als het veilig transport van de collectie. Soms is het een met het ander in conflict. Vanochtend moest er wat oud glaswerk weg uit met asbest verontreinigd gebied, en om een of andere reden was daar haast bij. Dan is het aan de restaurator om die haast af te remmen: dat tere glaswerk verpak en vervoer je stuk voor stuk en in een langzaam tempo, ongeacht de tijd en mankracht die je daar extra aan kwijt bent. Eén zo'n glas is al een deel waard van de kosten van een verhuizing onder asbest-omstandigheden, dus daar heb je de extra uren graag voor over. De kunst gaat wat dat betreft altijd voor.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden