De Kuil

We verlaten af en toe Berlijn. En niet omdat de stad onder de voet dreigt te worden gelopen door wilde zwijnen, zoals de lokale kranten de komkommer presenteren. Door het lezen van een interview met een boswachter weet ik inmiddels wat te doen, als me een wild zwijn over de Kurfürstendamm tegemoet stevent. Voor een hongerig zomerzwijn draai ik m'n hand niet om. Het is ook niet de hitte die ons de stad uitjaagt, al is het hier af en toe 36 graden. Berlijn is in de zomer op haar best. Al het grijs lijkt dan wel zilver.

De uitstapjes zijn geen vlucht maar een lokroep van de ommelanden. Omdat in de voormalige DDR het toerisme nog niet in volle bloei is, kan je daar goed toeven. Hoewel je ziet dat ook daar de mooie plekjes over een paar jaar overwoekerd zijn door de lelijkheid die de toeristenindustrie zaait. Maar nu kan je - in de chaos van de verandering - nog aan een rustig strand liggen of in een bos wandelen zonder iemand tegen te komen.

De vrouw die ons in de badplaats Kühlungsborn bedient, weet nog wel een reden waarom het in haar dorp zo rustig is: “De Oostduitser kan zich hier geen vakantie veroorloven.” Dat klopt. Ook al is het hotel waar zij werkt door Oostduitsers op poten gezet. De gasten komen uit West-Berlijn of Hamburg. En betalen net zoveel als aan de Rivièra. De nog duurdere hotels aan het strand worden door Westduitsers beheerd. Dat zie je direct aan de smakeloze, overdadige, nostalgische inrichting. De villa Patricia straalt onmiskenbaar heimwee uit naar de barokke, zware nazi-tijd. Terwijl het Oostduitse hotel de stoelen en tafels bij het Zweedse Ikea haalde. Hotel Neptun, ook in Westduitse handen, zoekt de sfeer van een Engelse pub. Waarom hebben ze bij de Duitse horeca-inrichting altijd heimwee naar vroeger tijden of verre oorden? Bestaat er zoiets als hedendaags Duits?

Geestige Westduitsers die voor een habbekrats een Oostduits hotel overnamen, doen goede zaken als ze een aantal kamers in originele DDR-stijl verhuren als 'nostalgiekamers'. Grote problemen hebben ze alleen met Oostduitsers die zo'n kamer ongezien boeken omdat ze een lampetkan en een open haard verwachten met een Gründerzeit-ledikant. Grappig vinden alleen de wessies het om de vakantie door te brengen in origineel Volkseigen plastic in de kleurschakeringen van oranje en bruin. Ja, zelfs de televisie is nog authentiek, evenals de kleerhangers. In Schloss Blücher douchen de gasten die in zulke kamers overnachten, zelfs gemeenschappelijk. Op de gang. In de nieuw gerenoveerde suites aan dezelfde gang struikelen de rijken over hoogpolig tapijt en lezen ze bij halogeen.

Wat ik gemist heb aan het Oostzeestrand is de Duitse Kuil. Volgens het nieuwsprogramma Tagesthemen is het deze week honderdvijftig jaar geleden dat de Duitsers zich voor het eerst op het strand ingegraven hebben. Ze zeiden er niet bij wat de aanleiding was. Deze drang om het terrein af te bakenen ontbreekt na veertig jaar dictatuur van de saamhorigheid in de DDR compleet. De mensen zitten in Kühlungsborn aan het strand zoals de Nederlanders: met een matje of handdoek, gelijkvloers.

Aan de Westduitse stranden schijnt de loopgravenoorlog gevaarlijke vormen aan te nemen. Families claimen daar in de kleinere badplaatsen zulke grote kuilen, dat de zee het strand dreigt weg te spoelen. Een verbod wordt overwogen. Maar of je met een verbod een neiging kunt uitroeien?

Het centrum van Berlijn is onder de grond nog steeds een mollenstad. Alle machthebbers groeven zich daar in, zoals de badgast aan het strand. Wat is de samenhang tussen bunker en badkuil? In ieder geval dat ieder zijn eigen gat wil en niet in dat van de voorganger kruipt. En dat de beste kuilen het grootst en het diepst zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden