De krulstaart laten zitten: lastige klus

Couperen | De varkenssector beloofde stapsgewijs te gaan stoppen met het afknippen van de varkensstaart. Wat is daar drie jaar later van terechtgekomen? Varkensboer Henk Schellekens laat de staart zitten, maar wel met tegenzin.

Een biggetje glijdt vanaf moeders flank met de snuit vooruit op zijn broertjes en zusjes af. Een wirwar van snuitjes baant zich een weg naar de varkenstepels. Dan hangen zestien biggetjes aan de zeug, met evenzoveel staartjes op een rij aan de achterkant.

Het beeld in de stal van scharrelboer Henk Schellekens in het Gelderse Dreumel is een uitzondering. Volgens EFSA, de Europese voedselwaakhond, raakt nog altijd 99 procent van de Nederlandse biggen een deel van de staart kwijt. Boeren branden of knippen die af, om te voorkomen dat de dieren elkaar bijten. Volgens de Nederlandse wet mag couperen in uitzonderingsgevallen, als andere maatregelen niet helpen.

Couperen is pijnlijk, daar zijn boeren en dierenbeschermers het over eens. 'Ook de varkenssector zelf zou hier liever vandaag dan morgen mee stoppen', schreven boerenorganisaties drie jaar geleden in de Verklaring van Dalfsen, een serie afspraken met onder andere de Dierenbescherming. Ze beloofden daarin om stapsgewijs 'gedeeltelijk en indien verantwoord op de lange termijn geheel' te stoppen met couperen. Dat lukt nog niet echt. Op dit moment houden vrijwel alleen biologische en scharrelvarkens hun krul.

Varkensboer Schellekens stopte in 1998 met couperen, toen hij overstapte op scharrelvarkens. Inmiddels heeft hij twee sterren van het Beter Leven-keurmerk. Scharrel noemt hij 'een prachtig systeem'. Om dan te verzuchten: "Alleen die staarten".

Varkens bijten elkaar als ze niet lekker in hun vel zitten. Gebrek aan afleiding speelt volgens onderzoekers Wageningen UR Livestock Research de grootste rol, maar ook de kwaliteit van het voer, het klimaat in de stal en de ruimte per dier wegen mee. Bij ieder bedrijf is de optelsom anders. Dat maakt het ingewikkeld, volgens de sector. Ook bij gecoupeerde varkens komt het voor: zo'n 1 tot 2 procent wordt alsnog in de ingekorte staart gebeten.

De varkens van Schellekens hebben meer ruimte dan in de gangbare varkenshouderij. Schellekens biedt ze stro en speeltjes aan, zoals een stok in een koker om op te kauwen. Toch bijten ook zijn varkens elkaar soms. "Als varkens eenmaal bloed zien, worden ze helemaal gek", vertelt Schellekens, aan de rand van een bak met zestig woest door elkaar stormende vleesvarkens. "Dan kom je 's ochtends in de stal, en zijn er drie, vier, vijf varkens gebeten. Laat je die varkens in de groep, dan worden ze verscheurd." Schellekens probeert de daders en slachtoffers zo snel mogelijk te isoleren. Maar soms is hij te laat.

In een hok apart ligt een dier dat Schellekens deze ochtend vond. Van de staart rest alleen een rode, bemodderde wond. De infectie is overgeslagen naar andere delen van het lijf. Het varken ligt trillend, door zijn voorpoten gezakt, te wachten op euthanasie. Die volgt snel, belooft Schellekens.

De scharrelboer (2500 varkens) moet jaarlijks vijftien tot twintig dieren afmaken door staartschade, vooral van augustus tot en met oktober. Schellekens wijt het aan het voer: het graan is dan 'te vers'. Van de biggen die in deze periode geboren worden, zou hij liefst preventief een kort stukje van de staart halen. Maar dat gaat niet, want dan zou hij zijn Beter Leven-keurmerk verliezen.

Speelmateriaal en voer

De praktijk is weerbarstig. Dat ontdekten ze ook bij het Varkens Innovatie Centrum in het Brabantse Sterksel. Onderzoekers uit Wageningen experimenteerden daar in opdracht van de varkenssector en het ministerie van economische zaken met intacte staarten. De omstandigheden in de proefstal moesten zo dicht mogelijk bij de gangbare veehouderij in de buurt blijven, om de investering voor varkenshouders zo laag mogelijk te houden. De varkens kregen wel speelmateriaal (zoals jute zakken), en bovendien ruwvoer (zoals luzerne of snijmais). Dierverzorgers hielden hun welzijn extra in de gaten.

In twaalf rondes, van begin 2014 tot oktober 2015, werden 1400 varkens grootgebracht met staart. "Het staartbijten bleef optreden, tot in de laatste ronde", vertelt onderzoekster Marion Kluivers-Poodt. "In totaal had 20 procent van de varkens bijtpuntjes of ernstigere beschadigingen."

Het experiment in Sterksel had boeren van hun scepsis tegenover het intact laten van varkensstaartjes af moeten helpen. "Gezien de resultaten, denk ik niet dat dat gelukt is", zegt Kluivers. Toch vindt ze het te vroeg om te zeggen dat staartbijten niet te voorkomen is in de gangbare veehouderij. "Je kunt ook daar nog stappen zetten", zegt Kluivers.

De onderzoekers proberen nu staartbijten in de praktijk op boerderijen te voorkomen, bij varkens met en zonder staart. Van de vijf boeren die daar op dit moment aan meedoen, is er maar één die op dit moment niet coupeert - dat is dan ook een biologische boer.

Cursus bijtgedrag

Volgend jaar moet er - bij voldoende belangstelling - een netwerk van vijftien tot twintig boeren bijkomen. Zij krijgen een cursus om bijtgedrag te voorkomen. Of zij uiteindelijk ook stoppen met couperen, is de vraag. Een onderzoek naar haalbare nieuwe varkenshouderijsystemen zonder couperen, zoals in Dalfsen werd aangekondigd, is nog niet gestart. Volgens de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) zijn er wel zeker twee gangbare boeren op eigen gelegenheid (deels) gestopt met couperen.

Gaat het niet te langzaam? Ingrid Jansen, voorzitter van de NVV, reageert geprikkeld. "We zijn hier heel intensief mee bezig, maar er is geen panklare oplossing. We moeten dit op een zorgvuldige manier doen." Wanneer de volgende stappen volgen, kan ze niet zeggen. "We richten ons nu op het opzetten van netwerken van boeren", stelt Jansen. Ook is er samenwerking met onderzoekers in het buitenland.

Onderzoekster Kluivers wil niet zeggen of ze vindt dat het sneller moet. "Hoe meer budget we krijgen van het ministerie en de varkenssector, hoe meer we kunnen doen", antwoordt ze. "Maar dit is niet het enige onderwerp dat speelt in de varkenshouderij."

Staatssecretaris Martijn van Dam van economische zaken wil met de sector een einddatum afspreken voor het couperen, zo liet hij deze maand weten. Maar Jansen wil zich daar niet op vastpinnen. "We willen op termijn intacte staarten, mits dat verantwoord mogelijk is. Op welk moment dat zo is, kan ik nog niet zeggen."

In Scandinavië lukt het wel

'Kijk naar het buitenland. Daar lukt het wel', zegt Hans Baaij, directeur van dierenorganisatie Varkens in Nood. In Noorwegen en Zweden, met een minder intensief veehouderijsysteem, houden alle varkens hun staart. Zij worden niet vaker gebeten dan onze varkens, met hun afgeknipte staart. Ook in Finland, waar de varkenshouderij meer lijkt op de onze, gaat het goed zonder couperen. En in de biologische veehouderij in Nederland komt staartbijten niet vaker voor dan bij gecoupeerde varkens.

Volgens Varkens in Nood was bij de proef in Sterksel te weinig aandacht voor dierenwelzijn. Het is niet moeilijk staartbijten te voorkomen, stelt Baaij. "Over vijf factoren die leiden tot bijten, bestaan wettelijke regels. Een voorbeeld: de lucht in de stal mag niet ongezond zijn voor de dieren. Maar de helft heeft luchtwegproblemen, onder andere door de ammoniak in de stal. Als boeren zich beter aan de wet houden, kunnen ze stoppen met couperen." Baaij ziet de staart als een 'lakmoesproef': als die kan blijven zitten, dan is het dierenwelzijn in orde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden