DE KRUIDENIER VAN HARE MAJESTEIT VOELT ZICH ZEER BEVOORRECHT

Het Nederlandse staatshoofd haalde een tijdje terug de bezem door het woud van hofleveranciers. In Groot-Brittannie zijn de 'Royal Warrant'-houders nog talrijk. De Britse koninklijke familie beschikt over negenhonderd 'gediplomeerde' hofleveranciers. Van het predikaat mogen ze zich niet zomaar bedienen. Ze moeten drie jaar regelmatig bij de paleispoort hebben afgeleverd, plegers van strafbare feiten worden geschrapt, evenzo de leveranciers die het met de discretie niet zo nauw nemen en het favoriete whisky-merk van de koningin-moeder rondbazuinen.

Iedere nacht voor het feest van Witte Donderdag pakt Valerie BennettLevy aan de huiskamertafel negen trompetnarcissen en omwikkelt ze stuk voor stuk met ijzerdraad om ze stevigheid te geven. Hetzelfde doet ze met vijftien witte violieren, twaalf witte narcissen, veertien bosjes viooltjes, twaalf bosjes tijm en twintig cipressetakjes. Daarvan maakt ze al meer dan dertig jaar een ruiker.

Heel Groot-Brittannie ziet die ruiker de volgende dag in het tv-journaal. Hij wordt gedragen door koningin Elizabeth, die de bloemen traditioneel heeft gekregen aan het slot van de Witte Donderdagviering in een van de anglicaanse kathedralen. De ruiker dient om ziekte te weren.

Bennett-Levy maakt de boeketjes voor The Queen en de rest van het koninklijke gezelschap gratis. "Ik vind het een grote eer en daarom weiger ik een vergoeding" , zegt ze. Valerie Bennett-Levy voelt zich al meer dan beloond met het feit dat zij zich, als enige in haar zuid-Engelse stadje Haslemere, Hofleverancier mag noemen. Ofwel: Hare Majesteits 'Leverancier van Ruikers'.

Is het wapenschild van de Britse vorstin dus uniek in het stadsbeeld van Haslemere, de puien in het Schotse dorpje Ballater, onder de rook van Balmoral Castle, lijken wel bezaaid met dit uiterlijke teken van het hofleverancierschap.

Slager Sheridan, pardon 'Leverancier van Vlees en Gevogelte' Sheridan, heeft er maar liefst drie aan zijn voorgevel: die van de koningin op de centrale plaats en links en rechts daarvan het wapenschild van de koningin-moeder en de prins van Wales. Alledrie de royals doen zich regelmatig tegoed aan Sheridans specialiteit en Schotlands nationale gerecht de haggis, de met orgaanvlees, havermout en vet gevulde schapenmaag.

Even verderop in de straat heeft bakkerij George Leith and Son ook al drie koninklijke afnemers van brood en banket en drogist Murray siert zijn pui eveneens op met drie schilden. Al zou hij zich in Londen kunnen meten met een sjiek warenhuis als Fortnum and Mason, hier in Ballater komt radio- en televisiehandelaar Alistair Cassie met zijn twee 'Royal Warrants', koninklijke certificaten, toch op het tweede plan.

Een kleine 900 houders van een Royal Warrant of Appointment, of meerdere certificaten, kent het Verenigd Koninkrijk thans. Daarnaast is een handvol in buitenlandse, vooral Franse, handen, over het algemeen in de champagnesector, een erfenis uit de tijd van Edward de Zevende die verzot was op de belletjeswijn. Twaalf van de 900 hebben het maximum-aantal van vier warrants; prins Philip heeft niet zoveel persoonlijke afnemers. Onder die vier zijn het wereldberoemde warenhuis Harrods en het automobielconcern Rover, maar ook Bell and Croydon, de drogist om de hoek bij Buckingham Palace en de Londense bloemisterij van Edward Goodyear, die de vier wapens zelfs op zijn bestelauto's heeft laten schilderen.

Het hofleverancierschap heeft een voorgeschiedenis die bijna net zo lang is als die van de monarchie in Groot-Brittannie. 'Royal Charters', koninklijke handvesten, heetten de privileges in de twaalfde eeuw en het was Hendrik de Tweede die, naar tot nu toe wordt aangenomen, de eerste verleende aan het weversgilde.

In de eeuwen daarna garandeerden vorsten op papier de klandizie van specifieke personen aan het hof. Zo bepaalde Hendrik de Achtste 'dat aan Anne Harris, de wasvrouw des konings, ten behoeve van de Koninklijke Waardigheid, de bewassing zal worden opgedragen van het tafellinnen, waarmee de Eigen Tafel van de koning wordt gedekt. Genoemde Anne Harris zal wekelijks, voor zover dat nodig is, de stukken wassen en zal voor haar moeite een pond en tien shilling per jaar worden betaald, zonder verdere vergoeding voor zeep of iets anders'. Anne Harris diende verder voor twee kisten te zorgen 'een voor het schone goed en d'ander om het gebruikte goed in op te bergen en verder moet ze zorgen voor genoeg geurige Poeder en geurige kruiden om het goed geurig te laten ruiken.'

Eeuwenlang werd geen publiek toegankelijke administratie bijgehouden van de begunstigden. Alleen het certificaat met de handtekening van de koning toonde de bevoorrechte positie aan. Aan het eind van de achttiende eeuw verschenen in de Royal Kalendar, een soort almanak, namen van mannen en vrouwen die diensten verleenden aan het hof. Met de koninklijke rattenvanger en zijn collega de mollenvanger liet het paleis merken dat men ook voorzien was voor dat soort plagen, maar voor een van de drukste baantjes schaamde het hof zich toch zo dat over de functie zelden werd geschreven: die van de koninklijke vlooienvanger. De weggemoffelde Andrew Cooke vond dat verzwijgen niet leuk en ging dus zelf maar prat op zijn heldendaden. In twintig jaar tijd had hij hun 16 000 bedden tot volle tevredenheid gereinigd, liet hij in de Public Advertiser van 1775 weten. In een adem door knort hij over de activiteiten van een beunhaas die zich 'de vlooienverdelger des Konings' durft te noemen.

In die tijd was het stelsel van begunstigingen geleidelijk aan verworden tot een systeem van corruptie en willekeur. Vooral koning George de Derde maakte er een potje van en kocht met het budget voor de hofhouding vriendjes in het parlement om. Bij wet werd daarom de Lord Chamberlain, de grootmeester van het huis van de koning, aangesteld tot beheerder van de Great Wardrobe, het pakhuis van het hof. In het begin van de negentiende eeuw begint het in zwang te raken om met het voeren van het wapen op de gevel uit te dragen dat iemand hofleverancier is.

Kort nadat koningin Victoria de troon had bestegen besloten de houders van de Royal Warrant hun krachten te bundelen en op 25 mei 1840, de verjaardag van de vorstin, werd de Royal Warrant Holders Association (RWHA) een feit. Gewichtigdoenerij was niet de reden, zegt Tim Heald, schrijver van het boek 'By appointment' dat twee jaar geleden bij het 150-jarig bestaan van de organisatie werd uitgegeven. "De middenstand stond niet erg in aanzien in de Victoriaanse samenleving. Mensen uit de bankwereld en de hoogopgeleide vrije beroepen waren welkom op een ontvangst ten paleize, maar de grens werd getrokken bij de middenstand en niet zo zuinig ook. Als iemand een uitnodiging had voor het hof en de Lord Chamberlain kwam er achter dat de persoon in kwestie middenstander was, dan werd de uitnodiging onmiddellijk ingetrokken."

In eerste instantie waren de activiteiten van de Royal Warrant-houders sociaal. Lid kon iedereen worden die ook daadwerkelijk leverde aan het hof en die leden konden voor een bijdrage van een guinea, iets meer dan een pond, het jaarlijkse diner bijwonen. Als ze mannen waren tenminste; vrouwelijke hofleveranciers waren niet gewenst, ze konden hooguit een mannelijke afgevaardigde sturen.

Voor dat pond kregen de mannen een meer dan vorstelijk diner van zeven gangen: een smaakmakertje van ansjovis, olijven en garnalen, daarna soep en vervolgens fijne vis zoals tong en zalm. Na zwezerik, parelhoen en een sorbet kwam lamsbout met muntsaus en nieuwe aardappelen op tafel plus ham, sla, reebout en kreeftmayonaise. De 'eenvoudige' maaltijd werd voortgezet met eend en asperges, vier verschillende puddingen en afgesloten met fruit en noten en koffie met cognac. Het eten werd overvloedig gedrenkt in wijn en champagne. Dat alles voor een guinea, roept Heald uit.

Het diner van de 'Koninklijke handelslieden' zoals de hofleveranciers zich in Schotland nog steeds noemen, is nog altijd het pronkstuk van de organisatie. Tegen het eind van het jaar komen zo'n 1 500 mannen en vrouwen naar de balzaal van het Grosvenor House in Londen. De kledingcode is streng: de vrouwen in het lang, de mannen in jacquet of, als ze Schot zijn, in de kilt. Een paar jaar geleden dachten enkele leden dat een smoking ook wel mocht. Meteen ging er een brandbrief naar de leden: alleen een jacquet!

Dat toezicht op stijl, goede smaak en waardig gedrag gebeurt door het bestuur en de staf van de RWHA, dat domicilie houdt in een statig huis aan Buckingham Gate, onder de rook van Buckingham Palace. Het dagelijkse werk is in handen van Hugh Faulkner, een gepensioneerde marine-commandant en Ann Wycherley, die ook al op een lange staat van dienst bij de Britse militaire zeevaart kan bogen. Hun werkruimten stralen eerbied voor het koningshuis uit. Aan de wanden worden statige portretten van de koningin en haar verwanten afgewisseld met wapenschilden. Daar fungeert de RWHA-staf als een perfect scharnier tussen Warrant-houder en hofhouding, waar de Lord Chamberlain nog steeds het leverancierschap onder zijn hoede heeft.

Om voor een Royal Warrant in aanmerking te komen dient men in elk geval al drie jaar een regelmatig en substantieel leverancier aan het hof te zijn. Alleen mensen die handel drijven komen in aanmerking; bestuurders, ambtenaren en mensen uit de vrije beroepen kunnen zich de moeite van het aanmelden besparen. Zoals Wycherley als voorbeeld stelt: "De eigenaar van een krant krijgt geen certificaat, de eigenaar van de kiosk, die de kranten dagelijks bij de paleispoort laat bezorgen misschien wel."

Wie eenmaal door de ballotage is gekomen en dus de status van 'Grantee' heeft, krijgt een reeks van richtlijnen toegestuurd, waaraan de leverancier zich strikt heeft te houden. Zelfs de maat van het wapenschild op het briefpapier en de produktverpakking ligt, voor iedere hofleverancier apart, vast. Wie zich daaraan niet houdt krijgt een reprimande en wordt eventueel het certificaat ontnomen. De status van hofleverancier vervalt ook als iemand een strafbaar feit pleegt of als het bedrijf in andere handen komt.

Zeker net zo belangrijk is discretie. Hofleveranciers horen niet uit de school te klappen over de favoriete whisky van de koninginmoeder of de hoeveelheid vlees, die er dagelijks wordt afgeleverd. En de nog persoonlijker zaken zijn helemaal onbespreekbaar. Als je een rondleiding krijgt bij Swaine, Adeney, Brigg & Sons, de sjieke zaak in artikelen voor de (paarden)sport en paraplu's in het Londense West End, is men bereid voluit te praten over nut en geschiedenis van de waar, maar men wordt heel voorzichtig als het paleis ter sprake komt. Met de opmerking dat prinses Diana een voorkeur heeft voor een bepaald soort paraplu is de grens wel bereikt. Op het platteland durft de leverancier al wat meer te vertellen, al is ook daar geen pikanterie te verwachten. Dat de koningin eens tegen de kinderen van een van hen 'Jongens, wat doen jullie daar' heeft geroepen, daarmee moet de nieuwsgierige journalist het wel stellen.

Dat hofleveranciers ver kunnen gaan in hun discretie geeft Heald aan in zijn jubileumboek. Een van de bezitters van het certificaat wilde zelfs zijn naam niet vermeld hebben. En een ander durfde pas na de stellige verzekering van Buckingham Gate 'dat het mocht' de uiterlijke versierselen aan de pui hangen. Of het nu Bryant en May, de koninklijke lucifersmaker, Emmetts, de bezorger van gerookte hammen bij de koningin-moeder of de Rolls Royce Motor Cars Limited, de leverancier van de dienstauto, allemaal zijn ze er 'in alle bescheidenheid' meer dan trots op houder van de Royal Warrant te zijn.

Heald, verwijzend naar het jaarlijkse diner van de RWHA: "De verschillen zijn duidelijk te zien. Er zijn kleine en grote ondernemingen aanwezig; oude, gevestigde firma's met voorname panden in Londens West End en moderne met functionale fabrieken in een uithoek van het land; eenmansbedrijven en multinationals. Ze zijn concurrenten van elkaar of komen elkaar nooit elders tegen dan hier." "Alleen de Warrant verenigt hen. Het certificaat geeft hen een diep gevoel van bevoorrecht zijn, een gevoel van tot de allerbeste van Groot-Brittannie, ja zelfs de hele wereld te behoren. Een 'Warrant' hebben maakt je speciaal."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden