De kringen van de sardana zijn vrolijk, melancholiek en trots

“Dat wordt niets. Alleen maar bejaarden hier”, mompelt een lid van het Nederlandse orkest 'La Principal d'Amsterdam' wanneer ze het dorpsplein van Sant Hilari even beziet. Het lijkt inderdaad wat hopeloos. Het slecht verlichte pleintje is ingeklemd tussen twee drukke straten, waar brommers af en aan scheuren. Een fontein gorgelt naast het podium. Het publiek bestaat uit drie kwetterende dames die de bank bij een telefooncel bezetten.

Het dorpsplein van Sant Hilari Sacalm, ten noordwesten van Barcelona, tekent wellicht het onvoorziene van de optredens van het Nederlandse gezelschap in Spanje. De toernee die 'La Principal d'Amsterdam' door Frans en Spaans Catalonië maakt is feitelijk een rondreis door een land vol venijnige critici. La Principal speelt sardana's, de traditionele muziek uit het gebied, en de Nederlanders vormen het enige niet-Catalaanse gezelschap dat de volksmuziek uitvoert. Afwezigheid van publiek mag op zijn minst worden beschouwd als een afwijzing van het optreden. De doodsteek echter is aanwezig publiek dat niet gaat dansen. Maar toch heeft zich inmiddels enige routine meester gemaakt van La Principal. Het is al de zesde toernee van de cobla - het orkest - en de leden weten dat ze over enige professionaliteit beschikken. “De angst dat we niet goed genoeg zijn is wel weg”, zegt Joris Vermeulen, de tenora van het gezelschap. “Ik denk dat we wel boven gemiddeld spelen. In vergelijking met een aantal jaren geleden zitten we vooral beter in het ritme van de sardana.”

Los daarvan vindt Vermeulen het eenvoudigweg leuk om op Catalaanse bodem te spelen. “In Nederland wordt La Principal toch vooral gezien als een exotische fanfare, die onplaatsbare muziek speelt. In Catalonië is de sardana een gebruiksmuziek, bedoelt om op te dansen. Dat is ook het leukste van hetgeen hier gebeurt. Het dansen geeft een nieuw ritme. Een sfeer die we in Nederland nooit meemaken.”

De sardana en de bezetting van de cobla kregen rond het eind van de negentiende eeuw vaste structuur. Kenmerkend is de opbouw in twee gedeeltes, die tijdens het spelen herhaald worden, gevolgd door een slotakkoord. En hoewel soms schril van toon is de sardana vooral vrolijk, op momenten melancholiek; en dan weer trots. Aan repertoire kunnen de cobla's nauwelijks gebrek hebben. Honderden sardana's verschijnen jaarlijks, geschreven door een garde van oude en jonge componisten. Joris Vermeulen: “Sardana's liggen voor het oprapen - hoewel er ook veel troep tussen zit.”

Elf muzikanten vormen de cobla. Zij spelen een aantal, voor Nederlandse begrippen, bizarre blaasinstrumenten. Het zijn twee tibles, vooral gemaakt om een groot plein te kunnen overbruggen, twee tenora's, die een lagere uitvoering van de tible zijn, en twee fiscorns, koperblaasinstrumenten uit de tuba-familie. Andere instrumenten in de cobla zijn twee trompetten, een contrabas en een trombone. De opmerkelijkste rol vervult echter het orkestlid Edo Wilod Versprille met flabiol en tamborí. Dat zijn respectievelijk een fluitje dat wordt bespeeld met de linkerhand, en een minuscuul trommeltje voor de andere hand. “De sardana wordt beter naarmate de cobla zuiverder weet te spelen”, zegt Wilod Versprille, “hoewel er bij deze muziek zeker gradaties van zuiverheid bestaan. Het is soms zo'n schrijnende melodie die, wanneer een beetje vals gespeeld, ook echt schrijnt. Dan gaat de sardana dwars door alles heen.”

De Nederlandse cobla 'La Principal' vierde in juni een tienjarig jubileumfeest in Amsterdam. Een feest voor vrienden en familie vooral, hoewel daar ook ruimte was om de experimenten van het gezelschap te horen. Niet-Catalaanse componisten maakten muziek voor de cobla, daarbij gebruik makend van de ongewone bezetting van de muziekgroep. Een aantal stukken zijn te horen op de derde cd van La Principal; werken van Chiel Meijering, Jeff Hamburg, Roderik de Man, Maud Sauer en Huba de Graaff.

Het nieuwe geluid dat La Principal maakt is dan ineens ver weg van de volksmuziek uit Catalonië, overhellend naar minimal music. Volgens Vermeulen vormt het vreemde instrumentarium van de cobla een mooie uitdaging voor componisten, die de scepsis over La Principal enigszins verstomt. “De muzikale avant-garde stelt dat we ouderwetse muziek maken, dat de sardana zo introvert is. Met die nieuwe composities komen we via een bochtje hun wereld alsnog in.”

De nieuwerwetse composities zullen deze avond niet te horen zijn in Sant Hilari, voornamelijk omdat de Catalanen ze volgens Vermeulen maar 'slecht snappen'. Het is tegen tien uur, wanneer La Principal begint te spelen op het kleine podium naast de fontein. De belichting van neonlampen van de waterpartij geeft een vaag schijnsel op de cobla. Dan gebeurt er ook iets wonderlijks, wanneer uit de zijstraten van het Plaza Gravalosa bewoners op de tonen van de tibles afkomen. Ze staren de Nederlanders aan, en lijken even af te wachten. Daarna slaan ze - alsof afgesproken - de armen ineen en maken in twee kringen hun dans. Een van de kastanjebomen op het plein wordt zwijgend meegenomen in een van de kringen, die nu uit vijfentwintig mensen bestaat. Voeten gaan links en rechts, weer terug, en voor een buitenstaander lijkt dat een simpel huppeldansje, eindigt in een aantal sprongen.

Bij nadere beschouwing is de sardana niet zo eenvoudig, en is zelfs een bestudering ervan gecompliceerd. Twee meisjes van acht kijken op een afstandje toe en oefenen. Een vrouw op het bankje bij de telefooncel reageert verbaasd op de mededeling dat ze naar een Hollands orkest luistert. “Werkelijk?” Dan, instemmend: “Ze spelen zo mooi.” Vermeulen glimt, vanachter zijn tenora.

Een aantal jaren geleden baarde het Nederlands gezelschap dat de Catalaanse volksmuziek speelde flink opzien, zal hij later zeggen. In veel dorpen waar La Principal speelde werd de groep ontvangen door de burgemeester, en in een geval zelfs door de Catalaanse president. En mooi was ook 1995, toen uit de autoradio's in Catalonië 'Força Koeman' klonk, een sardana opgedragen aan voetballer Ronald Koeman en gecomponeerd voor het Amsterdamse orkest. Grote ontvangsten vonden bij deze zesde toernee nog niet plaats, maar na afloop drinkt de cobla uit Amsterdam rode wijn in het café achter het dorpsplein van Sant Hilari. De joviale eigenaar laat een flinke hoeveelheid ham aanrukken en slaat de Nederlandse muzikanten op de schouders. Alsof iedereen straks in zijn eigen huis achter het plein te bed zal gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden