De kracht van de zachte stem

Wie het taxiconflict in Amsterdam heeft gevolgd, had misschien eerder aan een lange breedgeschouderd figuur met een loden pijp gedacht als bemiddelaar, maar minister Netelenbos (verkeer) heeft deze week Max Gustaaf Rood gevraagd naar een oplossing te zoeken; een kleine man, en een groot diplomaat.

Rood (1927) bemiddelde eerder toen enkele jaren geleden de taxibranche in Rotterdam in opstand kwam. Ook daar was er sprake van een overgangsprobleem. De gemeente had tot die tijd de vergunningen aan taxichauffeurs verstrekt. De provincie zou die afgifte moeten overnemen, maar koppelde daar amper voorwaarden aan. Iedereen kon opeens taxichauffeur worden, en dat schoot de bestaande rijders in het verkeerde keelgat. Waarop Max Rood ten tonele verscheen. Netelenbos mag hopen dat hij in Amsterdam precies hetzelfde optreden verzorgt als destijds in Rotterdam.

De onderhandelaars van toen denken met genoegen aan hem terug. 'Meneer Rood', die als extern lid bij het regionaal taxi-overleg werd gehaald, heeft op een 'zeer gerespecteerde manier bemiddeld en daarmee veel bewondering geoogst', zo kijken zijn partners van toen terug. Hij is zeer open, doordacht, en had binnen de kortste kerenhet respect van alle partijen, en daarmee het vertrouwen dat hij nodig had bij het zoeken naar een oplossing voor de weerbarstige problematiek.

Rood (getrouwd, twee kinderen) is letterlijk en metaforisch soft spoken. Hij kan goed luisteren, wordt ook gezegd. Die mededeling is doorgaans clichématig, maar in het geval van Rood zegt zij wel degelijk iets. Rood schept vertrouwen, luistert, zoekt nooit het conflict maar de haalbare oplossing, kan zich zeer goed inleven en snapt op een gegeven moment werkelijk waar de pijn zit.

Dan is het zijn beurt. Hij houdt de partijen een spiegel voor, schetst de mogelijkheden, en komt dan niet met één voorstel, maar laat de partijen zelf kiezen. En die nemen uiteindelijk de oplossing die Rood natuurlijk al langer in zijn hoofd had. Roods inbreng is vooral dat hij de ene partij het probleem van de andere kan laten zien, en andersom. En met dat begrip komen de voormalige vechters er doorgaans uit. In Rotterdam, zo zeggen ingewijden, heeft Rood niet voor een andere regeling gezorgd, maar de partijen houden nu gewoon rekening met elkaar.

Rood is geen arbiter, geen 'rijdende rechter' die de partijen aanhoort om vervolgens een knoop door te hakken. Hij zal nooit een vingertje opheffen. Hij is een uitgesproken bemiddelaar, die de taal van de taxichauffeur weliswaar niet spreekt, maar deze wel verstaat. Soms helpt een toefje humor. Tijdens onderhandelingen is het nooit schateren geblazen, maar met een subtiliteit weet Rood een emotionele kwestie wel tot normale proporties terug te brengen.

Rood zal in onderhandelingen wellicht bepaalde karaktereigenschappen accentueren, maar ís als het ware de vleesgeworden bemiddelaar. Max gaat met een glimlach door het leven, vindt dat dit leven veel te bieden heeft, maar gaat daar ook wat afstandelijk mee om, zeggen zijn vrienden. Hij heeft iets oosters, lijkt soms wel een Chinees. Ergens draagt hij ook pijn met zich mee, zegt er een. 'Het zou me niets verbazen als Max joods was, maar hij heeft het daar nooit over'.

Een 'omnivoor' wordt Rood ook wel genoemd, en wie zijn curriculum vitae doorneemt ziet dat hij inderdaad alles eet. Hij was voorzitter van het Humanistisch Verbond, van de Kinderbescherming, van het College van advies van de Raad van State en het College van advies van de Nationale Ombudsman. De emeritus hoogleraar sociaal recht promoveerde op het onderwerp 'naar een stakingswet' en pleitte als vakbondsadvocaat herhaalde malen voor opname van het stakingsrecht in de grondwet.

Hoewel Rood altijd vrij gematigd was en later lid werd van D66, werd hij in de advocatuur als een linkse rakker gezien. Toen de Amsterdamse advocaat Pieter Bakker Schut door zijn kantoor Blaisse (de voorloper van Stibbe) werd verboden de Maagdenhuisbezetters bij te staan, nam deze ontslag. Die komt nooit meer aan de bak, dacht het advocatenwereldje. Totdat Max Rood bij Bakker Schut aan de lijn hing: 'Kom maar bij ons werken'.

Die 'linkse' Rood zou uiteindelijk deken van de Orde van advocaten worden. Toch is zijn kortstondige carrière als minister van binnenlandse zaken in het derde kabinet Van Agt (1982) het meest in het oog springend. Rood, die om zijn naam te accentueren zijn dossiers ook altijd in rood parafreert, werd op het departement op een keer op het rode tapijt van zijn kantoor aangetroffen, met een róód lapje in zijn hand. ,,Ja'', was zijn verklaring, ,,mijn vrouw en ik worden morgen op deze kamer geportretteerd, en nu wil mijn vrouw weten of haar rode japon bij deze vloerbedekking past. Vandaar dat ik dit staaltje even vergelijk.'' Ook dat is Rood.

De krantenkoppen uit zijn tijd als bewindsman op Binnenlandse Zaken (na vijf maanden viel het kabinet) reppen vooral van protesten tegen Roods voorgenomen bezuinigingen op de politie. Pikant, want was Rood altijd advocaat van de bonden geweest, nu waren de politievakorganisaties woedend op Rood als minister. Zijn pleidooien voor meer vrouwelijke burgemeesters en deeltijdarbeid vielen beter. Toch bleek Rood een kater te hebben overgehouden aan het verblijf aan het Binnenhof. Vooral de kwaliteit van de besluitvorming en de spoed waarmee vergaande beslissingen werden genomen, stuitten hem tegen de borst.

Hij nam dan ook direct afscheid van de actieve politiek om de afgelopen tien jaar naast zijn hoogleraarschap zich als bemiddelaar en onafhankelijk onderzoeker te profileren, als kordaat adviseur ook. Zo boog hij zich in 1996 over de affaire rond het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) en concludeerde dat de drie bestuursleden (Van Leeuwen, Van Otterlo en Van Rooijen) de laan uit moesten. Zij zouden staatssecretaris Robin Linschoten met zich meenemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden