De krabbels en kronkels van Jean Dubuffet

Beeld RV

De Franse kunstenaar Jean Dubuffet was een laatbloeier die in veel verschillende stijlen en vormen werkte. In Amsterdam is deze zomer veel van zijn werk te zien.

Als je erop staat lijkt het een oneindig wit heuvellandschap met zwarte lijnen, de 'Jardin d'email' van de Franse kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985). Het kunstwerk staat sinds 1974 in de beeldentuin van museum Kröller-Müller, midden tussen de bomen, en moet veel kinderen een eerste kunstherinnering hebben meegegeven. Dubuffet maakte verschillende soorten kunst en zou voor veel twintigste-eeuwse kunstenaars een voorbeeld worden.

Art Brut

Dubuffet was een laatbloeier. Hij volgde wel een kunstopleiding, verhuisde van zijn geboorteplaats Le Havre naar Parijs en mengde zich in het artistieke milieu, maar nam eerst de wijnhandel van zijn ouders over. Pas na een rondreis naar onder andere Nederland in 1934 pakte hij het schilderen op. Hij keerde zich meteen af van traditionele stijlen en geïsoleerde kunst voor de elite en was ervan overtuigd dat mensen zónder kunstopleiding het beste kunnen zien en begrijpen hoe in kunst de wereld samenkwam. 

In 1944 had hij zijn eerste tentoonstelling, twee jaar later was de kelder van zijn Parijse galerie al omgedoopt tot de 'Foyer de l'Art Brut': een verzameling kunst gemaakt door 'marginale' kunstenaars, mensen die in psychiatrische instellingen verbleven of op een andere manier 'puur' op hun eigen impulsen werkten.

In 1950 reisde hij naar Zwitserland, waar hij de kunstverzameling bekeek van psychiater Prinzhorn, de man die al in 1922 de 'Bildnerei der Geisteskranken' had gepubliceerd en wiens collectie in 1937 in de beruchte 'Entartete Kunst'-tentoonstelling was misbruikt door de nazi's. In het Amsterdamse Outsider Art Museum zijn die kunstwerken, vaak verbluffend gedetailleerde fantasievoorstellingen, nu voor het eerst in Nederland te zien, mét het commentaar van de Franse kunstenaar op het werk.

Dubuffet zette een belangrijke stap in de serieuze waardering van dit soort kunst: Prinzhorn keek naar het ziektebeeld van de patiënten en vond daarom ieder werk goed. Dubuffet keurde op artistieke kwaliteiten; er waren er ook bij die niet goed genoeg waren, net als gewone kunstenaars.

Tekst loopt door na onderstaand afbeelding.

Beeld RV

Schilderijen in het Stedelijk

In zijn eigen werk zocht Dubuffet naar een soortgelijke onpersoonlijke, voor iedereen begrijpelijke beeldtaal. In het Stedelijk Museum in Amsterdam is zijn zoektocht nauwgezet te volgen in een kleine, indrukwekkende presentatie uit de eigen collectie. Op zwart-witlitho's uit 1945 maakte Dubuffet afbeeldingen van muren. Heel gewone muren met de bijbehorende graffiti, schuttingtaal, structuren en het ritme van de stenen: de muur was voor hem het canvas waarop iedereen zijn of haar tekens achterliet.

Op een schilderij van een paar jaar later verbeeldt hij het oppervlak van een tafel: het is de werk- en denkruimte van de kunstenaar zelf en herkenbaar voor iedereen. En dan is er dat portret van het grijnzende mannetje, uitgesmeerd in een mengsel van gips en verf - ook de materialen mochten eenvoudig blijven. Dubuffet schilderde het in 1947 als vereenvoudigd portret van een bevriende kunstenaar. De grijns doet niet voor niets denken aan de kinderfiguren van Karel Appel en andere Cobra-kunstenaars: Appel en Corneille waren, een jaar vóór de oprichting van Cobra, in Parijs bij Dubuffet langs geweest en hebben er beslist inspiratie aan ontleend.

L'hourloupe

En dan is er, een paar jaar later, een omslag: Dubuffet schilderde met witte en gekleurde figuren tegen een zwarte achtergrond. Het principe ontstond in 1962 (de kunstenaar was 61) uit de krabbels die hij tijdens het telefoneren maakte. Hij knipte de vormen uit en ordende ze. De eerste werken verschenen in een boekje, dat hij 'L'hourloupe' noemde. Een fantasiewoord, ook in zijn gedichten knipte en plakte hij graag. Eerst zijn de 'hourloupes' nog platte werken, wezens zonder referentie naar de werkelijkheid, maar al snel worden het driedimensionale beelden, gemodelleerd in piepschuim en afgegoten in epoxyhars. Een van die 'imaginaire bouwsels' staat in het Stedelijk. Net als op het vroege schilderij is het een tafel, nu beladen met onherkenbare vormen en figuren. Twaalf andere exemplaren, soms schaalmodellen van werk dat elders veel groter is uitgevoerd, staan vanaf vandaag in de Rijksmuseumtuinen. Ze zijn niet zo groot als in Kröller-Müller, wél een feest voor het oog.

Tekst loopt door na onderstaande afbeelding.

Beeld RV

Exposities in Amsterdam

'De lijst van Dubuffet: meesterwerken uit de Prinzhorncollectie', tot 24 september in het Outsider Art Museum in de Hermitage, outsiderartmuseum.nl, catalogus €24,95. 'Jean Dubuffet: the deep end', tot 7 januari 2018 in het Stedelijk Museum. 'Dubuffet in de Rijksmuseumtuinen', tot 1 oktober in de gratis toegankelijke tuinen van het Rijksmuseum. Publicatie €15.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden