De kosmopolitische kroket van Anil Ramdas

'Meneer Ramdas, uw timing om Nederlandse Turken te beledigen en te minachten is onbegrijpelijk. Mensen bloeden op straat, mensen gaan dood, en u zegt dat u in het Journaal liever naar een geopolitieke analyse wilt luisteren dan naar een Turkse man uit Den Haag die dingen zegt die u niet bevallen.' De schrijfster Sevtap Baycili antwoordt Anil Ramdas, directeur van politiek cultureel centrum De Balie in Amsterdam.

Jaren geleden was er een tv programma, Het Blauwe Licht, waarin twee gastheren elke week twee nieuwe gasten ontvingen om samen tv te kijken. Ze keken naar korte fragmenten en kletsten daar betrekkelijk lang over. De presentator, Anil Ramdas, zat er in grotendeels door hemzelf veroorzaakte rookwolken met een shagpeuk in zijn mooie donkere handen. Hij was voor mij een door tv geboeide, boeiende tv-persoonlijkheid, naar wie ik keek om van zijn mannelijke schoonheid te genieten. Ik dacht toen dat het misschien mijn nog maar prille kennis van het Nederlands was waardoor ik hem niet helemaal begreep. Maar tegelijkertijd vermoedde ik dat dat niet de ware reden was. Het kon niet alleen maar aan mijn Nederlands liggen, want de andere sprekers in het programma begreep ik wel. Alleen Ramdas bleef zo onduidelijk, onbegrijpelijk. Hij praatte anders, raar. Moeilijk.

Toch voelde ik me een stuk beter over de voortgang van mijn individuele inburgeringsproces toen ik van Nederlandse vrienden hoorde dat zij - Nederlandse Nederlanders - Ramdas op tv ook niet helemaal begrepen. Ook voor hen was het niet duidelijk wat hij nu precies wilde zeggen met de woorden die hij gebruikte en zijn moeilijke zinnen. Maar: hij was mooi en hij had een mooie stem. Wat maakte het dus uit wat hij wilde zeggen. Op tv zijn die fysieke eigenschappen belangrijker dan de precieze inhoud van iemands geklets.

Maar wanneer je nu diezelfde Anil Ramdas op papier tegenkomt, als schrijver van een debielologische column, onder een piepkleine foto die zijn mannelijke schoonheid niet helemaal recht doet, dan begin je toch weer te twijfelen aan de manier van denken van deze intellectuele man uit de polderelite. Zijn column in NRC Handelsblad van 24 november over de aanslagen in Istanboel was het ongevoeligste en misschien ook wel het domste stuk van de vele stukken die ik in de media over de aanslagen heb gelezen.

Ramdas klaagt. Natuurlijk, daar heb je columnisten voor. Maar mag ik dan ook klagen over zijn zinloze geklaag? Van Anil Ramdas zelf, zo begrijp ik uit zijn column, mag ik dat niet. Want ik ben ook een van de mensen aan wie hij de vrijheid van meningsuiting niet gunt omdat ze een bepaalde opvatting hebben over de oorlog tegen terreur, namelijk dat die niet zal worden gewonnen door het binnenvallen van vreemde landen door Amerikanen en Britten of, bij wijze van spreken, door Turkse of Israëlische troepen. Helaas meneer Ramdas: we leven in Nederland en hier mag ook ik zeggen wat ik van uw column vind.

Die column begint met grappige, egostrelende opmerkingen over de slechte manier waarop het NOS-journaal de aanslagen in Istanboel heeft verslagen. Dat vinden we leuk, wij hoogopgeleide lezers van een kwaliteitskrant als NRC Handelsblad. Berichtgeving van het NOS-journaal, bestemd voor het hele volk, is natuurlijk beneden ons niveau. Zo stijlloos. Niet verheven genoeg voor ons. En dus ook niet bedoeld voor Ramdas, want hij en zijn lezers begrijpen de wereld veel beter. Zij weten veel meer dan een slecht ingeburgerde Turkse man, die het NOS-Journaal aan het woord laat in een Turks café te Den Haag.

Nee, Ramdas wil analyse in de reportage. Wat voor analyse? Een geopolitieke analyse van Turkije in de context van de terreuraanslagen in Istanboel. Een mondiale kijk op de zaken, die je niet kunt reduceren 'tot de proporties van een Nederlandse kroket'. Dat laatste is wat volgens hem de NOS doet met haar berichtgeving. Na zo'n inleiding moet je natuurlijk laten zien dat je als wereldcolumnist van NRC Handelsblad een column kunt schrijven met diepe gedachten in de vorm van een kosmopolitisch gebakken kroket.

Ramdas geeft dus als vanzelfsprekend een voorbeeld van zo'n geopolitieke benadering van de positie van Turkije. Deze in Paramaribo geboren sophisticated allochtoon geeft ons het stukje kosmopolitische analyse dat hij zo node miste in de berichtgeving van het NOS-Journaal: 'Turkije oefent de controle uit over al het zoetwater dat Israël nodig heeft', schrijft hij, 'waardoor juist Turkije als de lieveling moet worden behandeld met veel geld en rozen, en bekoopt dat nu met afschuwelijke aanslagen'. Ziehier de mondiale, krokettistisch verheven geopolitieke uitleg van Ramdas.

Daar waren we zelf nooit opgekomen. Zolang we tussen Turkije en Israël landen als Syrië en Libanon blijven zien op de wereldkaart, kunnen we alleen maar zien dat de waterkwestie wat ingewikkelder ligt dan Ramdas zich voorstelt. Het zoetwater van Israël komt op dit moment uit bronnen die onder controle staan van Syrië en Libanon, namelijk uit rivieren die uit die landen afkomstig zijn. En als je goed op de kaart kijkt dan zie je ook dat de rivieren uit Turkije niet naar Jeruzalem maar naar Bagdad stromen. Helaas kun je geen goed geopolitiek denkwerk verrichten zonder op de wereldkaart te kijken. Turkije levert wel bronwater aan Israël, maar dat kun je moeilijk zien als 'controle uitoefenen over al het zoetwater dat Israël nodig heeft'. Dat is gewoon handel. Turkije verkoopt ook mineraalwater aan Libanon. En aan Israël verkoopt het, behalve mineraalwater, ook rozijnen, chocola en koekjes. Turkije is ook bereid in de toekomst de waterleverancier van de hele regio te worden. Maar dat heeft veel meer met economie, technologie en misschien ook met politiek te maken, dan met de Ramdassiaanse geopolitiek. Trouwens niet alles in die regio valt te verklaren met Israël-en-alleen-maar-met-Israël, meneer Ramdas.

Maar het is niet mijn bedoeling een analyse te schrijven van de toestanden in de regio of een samenvatting van de hele geschiedenis van het Midden-Oosten. Mijn probleem is dat de wereldburger Ramdas cynisch en arrogant schrijft over de aanslagen in Istanboel. Hij spreekt zich met geen woord uit tegen het terrorisme. Hij toont geen druppel sympathie voor de Turkse burgers van Nederland, die met tranen in hun ogen naar dezelfde beelden keken op tv als hij.

Ik ben ook één van die Turken, die Ramdas te zielig en te dom vindt om vrijheid van meningsuiting te mogen hebben en over de wereld na te denken. Omdat ik net als die man die hij in zijn column zo harteloos minacht, geboren ben in Turkije. Geboren en getogen in Istanboel om precies te zijn, net als mijn voorouders. Mijn Nederlands is te rommelig, mijn opvattingen zijn te dom en daardoor meteen ook islamitisch. Ik moet opletten wat ik zeg.

Net als alle andere Turken keek ik, behalve naar de NOS, ook naar het Turkse journaal en ik zocht wanhopig naar de naam van onze minister-president op de lijst van politieke leiders die Turkije en de Turkse bevolking condoleances stuurden. Maar Balkenende had het te druk met de kwaliteit van de satire in eigen land.

Meneer Ramdas, uw timing om Nederlandse Turken te beledigen en te minachten is onbegrijpelijk. Mensen bloeden op straat, mensen gaan dood, en u zegt dat u in het Journaal liever naar een geopolitieke analyse wilt luisteren dan naar een Turkse man uit Den Haag die dingen zegt die u niet bevallen, namelijk: 'Zolang de Britten en Amerikanen in de islamitische wereld zijn zullen deze aanslagen plaatsvinden.' Die man las vast niet de New York Review, schrijft u hooghartig. En: 'Je moet aan deze man alles geven behalve vrijheid van meningsuiting'.

Maar meneer Ramdas, wie geeft hier eigenlijk wat aan wie? Mensen krijgen geen vrijheid van meningsuiting wegens goed gedrag. We leven hier in Nederland, niet in India of Suriname. Hier hebben alle mensen die vrijheid, ongeacht hun afkomst, geboorteplaats of hun taalachterstand in het Nederlands.

Nu wil ik mijn mening geven over de berichtgeving van het NOS-Journaal, die u zo slecht vond. U bent natuurlijk niet geïnteresseerd in wat een Turkse vrouw uit Leiden daarvan vindt, dat is waar. Laat mij dan mijn mening zo geopolitiek-analytisch mogelijk formuleren om het voor u en andere hoog, hoger, hoogst opgeleide mensen interessant genoeg te laten klinken. Dat natuurlijk binnen de grenzen van wat een Turkse moslimvrouw vermag.

Ik vond de NOS-reportage uit en over Istanboel juist verrassend goed. Ik denk dat je met de geopolitieke zoetwater-redeneringen van Ramdas beter aanslagen kunt plegen in Ankara, de hoofdstad van Turkije, dan in Istanboel. De NOS heeft dat, heel juist, ook bedacht. Dus werd in het Journaal uitgelegd 'waarom juist Istanboel' het doelwit was. Het was een simpele maar treffende uitleg: Istanboel is het succesvolle symbool van een vrije, progressieve, multiculturele samenleving, misschien de enige plek op aarde waar je tegenover een rooms-katholieke kerk een streng islamitisch restaurant kunt vinden, en een paar meter verderop een progressieve lingeriewinkel. Een plaats waar mensen uit verschillende culturen en religies eeuwenlang hebben samengeleefd, grotendeels in vrede. Dát vond ik een betere uitleg van de aanslagen dan Turkije-de-zoetwaterbron voor Israël.

Reportages met Turken in een café om de hoek, in Den Haag, is dan ook helemaal geen slecht idee. Immers, de tweede multiculturele hoofdstad van de moderne wereld (na New York) is aangevallen, en we hebben toevallig hier om de hoek ook wat multicultureel leven. De vooroordelen van Ramdas over Turkse cafés (zonder het portret van Atatürk en zonder vrouwen) moet ik zo laten. Volgens mij kan hij nog geen Koerdisch of Arabisch café van een Turks café onderscheiden. En misschien niet eens een Turkse vrouw van een Turkse man. Het NOS-Journaal ging er juist vanuit dat de Nederlandse kijker weet waar Turkije ligt en wat voor politieke structuur het land heeft (seculier, democratisch).

Maar het ergerlijkste wat Ramdas schrijft is het volgende: 'Moslim-hetero-mannen leiden een ellendig leven: aan het werk zijn ze omringd door mannen, in het theehuis zijn ze omringd door mannen, in de moskee zijn ze omringd door mannen en als ze thuis zijn en van het vrouwelijk schoon zouden kunnen genieten, is het vrouwelijke schoon omringd door lappen stof en anders door twee baby's en een kleuter.'

Het is misschien tijd dat iemand deze columnist uitlegt waar de baby's echt vandaan komen. Ze worden niet door de ooievaars in de schoorsteen gedaan, Anil. Baby's worden geboren omdat mannen van de schoonheden van hun vrouwen genieten, schoonheden die de moslims 'juwelen' noemen die Allah de vrouwen heeft geschonken. Daarom bedekken sommige (niet alle) moslimvrouwen zich als ze op straat lopen. Hun goddelijke of vrouwelijke schoonheid is alleen bedoeld voor hun huwelijkspartners, thuis. Niet voor vreemden.

Wat Ramdas 'ellendig' vindt, vind ik trouwens een prima leven voor mijn man. Hij hoort niet van vrouwelijk schoon te genieten in het theehuis, in de moskee en vooral niet op het werk. Of ga je hier werken om van vrouwelijk schoon te genieten? Misschien. Dat zou verklaren waarom sommige Nederlandse mannen zich op het werk het liefst omringen met domme blondines met diepe decolletés. Maar wat is dat toch voor ziekelijks, meneer Ramdas, om het ellendige seksleven van hetero moslimmannen belachelijk te maken in een column over de afschuwelijke aanslagen in Istanboel, zonder enig logisch verband tussen die twee?

Ik kan maar één uitleg bedenken voor die rare combinatie, en dat is zeker geen geopolitiek analytisch-intellectueel bevredigende uitleg. U zult het vast een primitieve uitleg vinden. Sommige mannen ervaren een associatie tussen seks en geweld. Zieke geesten raken opgewonden door bloed, pijn en lijden op het wereldtoneel, en de kroket tussen hun benen neemt het over van hun geweten en verstand. En zo schrijf je, meneer Ramdas, niet meer met je verstand maar met je kroket. Geen geopolitieke, helaas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden