De koningsvaren ontrolt zijn bladeren,

die in de zomer twee meter lang kunnen worden. Die bladeren ontspringen bij oudere exemplaren uit een horst, een bult, haast een soort stam, van afgestorven bladvoeten en wortels, die een paar decimeter boven het maaiveld kan uitsteken. Een koningsvaren met zo'n hoge horst is niet zelden meer dan een eeuw oud. De horst werd onder de naam osmundawortel door orchideeënkwekers verzameld, omdat het zo'n goede voedingsbodem voor bepaalde tropische orchideeën is. Om die vorm van roof uit de natuur tegen te gaan is de koningsvaren nu wettelijk beschermd. Nu is er een andere bedreiging. De van oorsprong Noord-Amerikaanse appelbes, door zijn opdringerige karakter ook moeraspest genoemd, kiemt voorspoedig in koningsvarenhorsten en breidt zich van daar uit over de moerassige omgeving uit.

Als de bladeren ontluiken, doen ze bij alle varens sterk denken aan het boveneind van een sinterklaasstaf. Bij de koningsvaren zijn ze in het begin verpakt in een wit en bruin vilt, dat bij het spreiden van de dubbelgeveerde bladeren verdwijnt. De stengel groeit aanweervankelijk sneller dan het boveneind. De koningsvaren komt hier en daar voor op vochtige tot natte plekken in het laagveengebied van West-en Midden-Nederland, zoals in elzenbroekbos en in veenmosrietlanden, en in greppels en aan slootkanten in het zuiden en oosten, Soms vind je deze imposante varen in natte, zure duinvalleien. In de volle zon blijven de planten meestal tamelijk laag en breed. Door hun grootte maken de koningsvarens die in de schaduw groeien, de meeste indruk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden