De koninginnekwestie

Er steekt geen ragfijn spel achter het debat over ’koningin’ Maxima. Alles spreekt er overigens voor haar straks zo te noemen.

Hoe komt het dat er in den lande plotsklaps een discussie woedt of Máxima koningin genoemd zal worden na de troonsbestijging van Willem-Alexander, vraagt Ulli d’Oliveira zich af (Trouw, 3 februari 2007) . Toevallig kan ik precies vertellen hoe het is gegaan.

Onlangs werd ik door Alex de Vries en Menzo Willems, beiden journalisten van De Telegraaf, verzocht een column te schrijven in hun boek over vijf jaar Máxima en veertig jaar prins Willem-Alexander. Ik stelde voor iets te schrijven over de titulatuur van het paar, in historisch en toekomstig perspectief. Vooral de historische titel prins (en prinses) van Oranje zou ik behandelen – Máxima is onze zestiende prinses van Oranje, alsmede de vraag of zij zich als gemalin van koning Willem IV koningin mag noemen.

Hiervoor zijn diverse argumenten. Zo is er een traditie: de vrouwen van onze eerste drie koningen Willem I, Willem II en Willem III werden allen koningin genoemd. Verder worden op dit moment de gemalinnen van Europese koningen allen koningin genoemd: Sonja van Noorwegen, Paola van België, Sofia van Spanje.

En het zou consequent zijn, want de vrouwen van onze huidige prinsen mogen zich allen volgens maatschappelijk gebruik naar hun man noemen: prinses Laurentien, prinses Marilène, Prinses Annette, enzovoort. Waarom zou Máxima dat niet mogen?

Op basis van dit laatste is geen wetswijziging nodig om Máxima koningin te maken. Geen sprake van! Zij wordt immers geen regerend koningin. Net zo min als bovengenoemde ‘prinsessen’ is het nodig haar te ‘verheffen’.

De discussie is vervolgens losgebarsten omdat De Telegraaf de strekking van mijn betoog groot op de voorpagina’s bracht. Diverse rechtsgeleerden en Kamerleden bleken vóór ’koningin Máxima’ te zijn.

Wat de discriminatie van mannen betreft – Claus bleef prins, Pieter kreeg niet eens een titel, deze is verklaarbaar vanuit de historische man-vrouw verhouding: vrouwen plegen naam en titel van hun man te voeren, en niet omgekeerd.

Maar de tijden zijn veranderd, dus er is zeker iets voor te zeggen om de mannen gelijke rechten te geven. En tenslotte was onze eigen stadhouder Willem III de uitzondering op de regel. Toen zijn vrouw Maria Stuart in 1689 de troon besteeg van Engeland, Schotland en Ierland, wenste hij geen genoegen te nemen met de positie van prins-gemaal. Als compromis werd een dubbelkoningschap ingesteld. En zo werd hij de eerste koning uit het huis Oranje-Nassau. Bovendien werd hij ook echt gekroond – en niet ingehuldigd.

Een dubbelkoningschap voor prinses Catharina-Amalia en haar toekomstige echtgenoot zit er niet in. Maar de benaming koning voor haar gemaal is het overwegen waard: het precedent is er.

Reinildis van Ditzhuyzen is historica, ondermeer gespecialiseerd in Europese monarchieën. Het eerdere stuk is na te lezen op www.trouw.nl/discussie .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden