De koning van Tumbatu

Ga niet naar Tumbatu, zeggen de inwoners van Zanzibar. Daar is niets te zien. Toch maar even kijken op het eilandje, dus.

Rondom Mnemba kun je geweldig snorkelen, weten de inwoners van het Afrikaanse bounty-eiland Zanzibar. Rond de toeristische zuidpunt kun je dolfijnen zien, en ga vooral ook naar Prison Island, voor de schildpadden.

"Special price", klinkt het de hele dag. De miljoen inwoners van Zanzibar weten wat mooi is aan hun eiland. Maar over één ding zijn ze eensgezind: je kunt overal kijken, maar ga niet naar Tumbatu. Vergeet Tumbatu. Daar is niets te zien. Op Tumbatu, een eilandje van formaat Vlieland, voor de kust van Zanzibar, hebben ze een hekel aan musungu's, aan blanken. Op Tumbatu staan geen hotels. De vijfduizend strenggelovige moslims op het eiland verdienen de kost met vissen.

Kortom, wie wil weten hoe Zanzibar eruitzag voordat de beachresorts werden gebouwd, moet naar Tumbatu. De aanpak vergt wel enige creativiteit, want de 'Lonely Planet' laat Tumbatu links liggen. De ervaring leert dat het dorpje Nungwi in het uiterste noorden van Zanzibar een goed vertrekpunt is.

Voor wie de tijd heeft: blijf een paar dagen hangen in het hoofdstadje Stone Town. Dwaal door de smalle straatjes en geniet van de Arabische, Portugese en Engelse architectuur. Bezoek een van de zeven (!) geboortehuizen van Freddy Mercury, ga naar het slavenmonument, eet vis in het parkje aan de zee en lichees op de markt.

In Nungwi (een deeltaxi kost tien euro), kunnen we kiezen uit tientallen beachresorts. En wie een beetje zoekt en onderhandelt, kan hier voor 25 euro prima overnachten. Overal werkt wel iemand met een vrouw of een broer op Tumbatu, waarvan de vuurtoren al vanaf hier is te zien. Ali Kibata (43), bijvoorbeeld, medewerker van Jambo Brothers, een van de goedkopere accommodaties. Zijn derde vrouw komt van Tumbatu en dat is prima. Zijn eerdere echtgenotes hadden een grote mond als hij weer eens tot laat met toeristen op zee viste en daarna op het strand in slaap viel. Geen blabla, omschrijft hij zijn derde vrouw. "Good wife."

Veertig euro en een paar telefoontjes naar Tumbatu verder is de man eruit. Een bezoek aan de koning kan zowaar worden geregeld. De man is zeker honderd jaar oud, zegt Kibata. Een paar cadeaus zouden niet misstaan, merkt hij op. De volgende dag gaat het met een klein maar stabiel glasvezelbootje in de richting van Tumbatu. Op de grond liggen twee pakjes met goudkleurig inpakpapier. Een djellaba voor de koning, en een zwart gewaad met dito hoofddoek voor zijn vrouw. Omdat het laag water is, moet Kibata behendig langs de rotsen manoeuvreren. De inwoners van Tumbatu zijn druk in de weer met handvissen, en lopen af en aan over het grofkorrelige strand.

Het strand is bezaaid met plastic rotzooi, een ongevraagd neveneffect van het toerisme aan de overkant.

In de uitlopers van een dorpje aan het strand zitten oude mannen onder een mangoboom. Een jongetje hangt loom in een gele telefooncel, de enige van het eiland. Kibata praat, schreeuwt en belt driftig in het Swahili. Na een minuut of tien lijken de dorpsoudsten akkoord en begint een voettocht door wat één langgerekt dorp lijkt. Hoe langer de tocht, hoe groter de stoet kinderen die zich in het kielzog verzamelt. De musungu's, de vreemde blanke bezoekers moeten aangestaard, nee aangeraakt worden. "Shilling, shilling", roept een enkeling. Bij pogingen om foto's te maken, stuiven ze alle kanten op.

"Welcome, I was expecting you", zegt de koning van het eiland. In de deuropening van een stenen huisje met een veranda staat Mohammed Omar Hamadi (65), een voormalig arts uit Dar es Salaam, de hoofdstad van Tanzania. "I am sorry that I don't speak English fluently", verontschuldigt hij zich geheel onnodig.

De koning blijkt geen koning, maar een gouverneur, aangesteld door de president van Zanzibar om het eiland uit het slop te trekken. Honderd jaar is hij niet. Kibata lijkt een beetje overdreven te hebben. Maar goed, de man is hier de baas. Aan hem de vraag waarom Tumbatu, in tegenstelling tot Zanzibar, zo verlaten is.

Hij legt uit dat alle gasten op Tumbatu hem twintigduizend Tanzaniaanse shilling (tien euro) moeten betalen en gaat zitten. Een islamitische tv-preek zet hij zachter.

"Dat heeft te maken met Mwana wa Mwana, de geest van het eiland", vertelt hij. "De inwoners zijn bang dat ze hun gewoonten moeten veranderen als er toeristen komen. Ze vrezen dat de geest van het eiland hen dan zal doden. Een stel Italianen dat hier een tijd terug in bikini op het strand kwam liggen, is met stenen en schelpen van het eiland gejaagd."

Over Mwana wa Mwana, wat zoiets als 'kind van het kind' betekent, doen op Zanzibar vele verhalen de ronde. Wie op vrijdag in de wateren rond Tumbatu duikt, kan onder water biddende gedaanten in zwarte gewaden waarnemen, zo weten de beachboys die op het strand ebbenhouten naamplaatjes verkopen. Seks op het strand van Tumbatu zou onmiddellijk de dood ten gevolge hebben. Eenmaal per jaar trekken de inwoners van Tumbata, gewapend met trommels en fluiten naar Mwana wa Mwana, een eilandje voor de kust van Tumbatu dat vernoemd is naar de geest, of vice versa. Muziek en dans moeten de geest gunstig stemmen.

Heel verrassend is het verhaal van 'de koning' niet. Afrika staat bekend om zijn volksgeloof en Zanzibar kan wat dat betreft wedijveren met Nigeria. Vanuit heel Afrika komen mensen om over voodoo te leren. Vissers doven 's nachts hun lichten, uit angst voor geesten en spookschepen. Inwoners zijn als de dood om een kat aan te rijden, uit angst voor een verkeersongeluk. Baobabs op het eiland zitten vol wensbriefjes, voor de boomgeest.

Dat Zanzibar vergeven is van de toeristen, en Tumbatu niet, heeft volgens gouverneur Hamadi een historische reden. De eerste inwoners kwamen volgens hem in een grijs verleden van het vasteland naar Tumbatu, en verspreidden zich pas daarna over Zanzibar.

Omdat de bewoners van Tumbatu van de achtergebleven families afstammen, hebben ze zich nauwelijks vermengd met andere bevolkingsgroepen, zoals Bantu's, Arabieren en Portugezen. In tegenstelling tot Zanzibar is Tumbatu daarom volgens hem in zichzelf gekeerd.

Hamadi vindt de tijd rijp om dat open te breken. "De inwoners zijn arm", zegt hij. "Elektriciteit is hier nog maar pas. Internet hebben we nog niet. Ik heb niet eens een e-mailadres. Veel huizen zijn nog van klei en boomtakken."

Maar omdat Hamadi (één vrouw, vijf kinderen) ook wel begrijpt dat het geloof in Mwana wa Mwana niet zomaar verdwijnt, heeft hij drie jaar geleden een tienjarenplan bedacht, een soort perestrojka. Hij wil de mensen uitleggen dat het aan hén is of ze willen veranderen onder invloed van bikini's op hun stranden. Hamadi heeft al weten te bereiken dat er toeristen mogen duiken en snorkelen in de wateren rondom Mwana wa Mwana, zoals ook het onbewoonde eilandje heet waar de geest zou wonen.

Voet op dat eiland zetten, is er nog niet bij. Maar dat moet de volgende stap worden, zegt hij. En daarna op Tumbatu, natuurlijk. "Als de mensen merken dat ze iets kunnen verdienen door nootjes te verkopen, dan zullen ze merken dat toerisme goed is."

Over zeven jaar wil hij alle inwoners op het plein voor de moskee bijeen roepen om voor of tegen het toerisme te stemmen. De geest hoeft geen probleem op te leveren, zegt Hamadi. "Iedereen weet dat er op het eiland goede medicijnmannen zijn. Als het móet, dan kunnen ze de geest makkelijk wegjagen. Nu willen de inwoners dat niet, omdat ze denken dat Mwana wa Mwana óók goede dingen voor hen doet. Maar als ze voordelen van het toerisme eenmaal kennen, zullen ze instemmen."

Of we niet in een paar mooie hotels willen investeren, vraagt hij. "Tumbatu heeft niet zoveel stranden als Zanzibar, maar aan de west- en oostkust hebben we enkele schitterende exemplaren. En ze zijn nog helemaal ongerept!"

Aan het einde van het gesprek wil Hamadi zijn geld zien. Na de betaling blijkt dat onze gids Kibata hem van zijn eigen salaris óók al twintigduizend Tanzaniaanse shilling had betaald. Kans om het misverstand op te lossen is er niet. Hamadi heeft de deur al gesloten en is in geen velden of wegen meer te bekennen, alweer druk met zijn perestrojka.

Zanzibar
voormalig slaveneiland
Het eiland Zanzibar is in 1964 samengegaan met Tanganyika, het huidige vasteland van Tanzania. Tan staat voor Tanganyika, za voor Zanzibar. Het eiland was in Portugese, Arabische en Britse handen en deed tot lang na de afschaffing van de slavernij nog dienst als slaveneiland. De mislukte oorlog waarmee Zanzibar zich in 1896 van Groot-Brittannië wilde afscheiden, duurde een half uur en ging de boeken in als de kortste oorlog in de moderne geschiedenis. Kort na de onafhankelijkheid in 1963 was Zanzibar korte tijd een autonoom land, samen met het noordelijker geleden, rustiger Pemba.

Op het eiland wonen bijna een miljoen mensen. De beroemdste inwoner was Freddy Mercury, de in 1991 overleden zanger van de Britse band Queen. Mercury (echte naam Farrokh Bulsara) werd geboren in Stone Town en woonde tot zijn achtste op het eiland voordat hij met zijn Indiase ouders naar Groot-Brittannië vertrok.

Het ministerie van buitenlandse zaken raadt toeristen aan om waakzaam te zijn. Op Zanzibar vinden met enige regelmaat demonstraties plaats die soms uitlopen op geweld. Begin dit jaar is meerdere malen geweld gebruikt tegen christelijke instellingen (brandstichting) en in februari is een geestelijke bij een aanslag gedood. Volgens Buitenlandse Zaken is tot op heden geen sprake van geweld tegen toeristen.

Zanzibar wordt jaarlijks bezocht door ruim honderdduizend toeristen. Hoeveel Nederlanders er komen is niet te zeggen, zegt de ANVR, de brancheorganisatie van reisbureaus. Maar voor heel Tanzania boekten in de zomer van 2012 zo'n 1300 tot 2000 Nederlanders zogeheten pakketreizen. Voor Zanzibar zijn injecties tegen gele koorts verplicht. Een visum is bij aankomst te regelen voor veertig euro. Een retourvlucht Amsterdam - Zanzibar kost ongeveer duizend euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden