De 'koning van de steeg' onttroond

Opsporingsdiensten en gemeenten willen af van mensenhandel, maar wisselden tot voor kort nauwelijks informatie uit. Nu blijkt dat de gemeente Amsterdam een opmerkelijk actieve rol heeft gespeeld in een politieonderzoek naar mensenhandel op de Wallen. En met succes.

De steeg is smal, slechts drie meter scheiden het café van het tegenoverliggende pand met acht prostitutieramen. Het is er dag en nacht druk met passanten en klanten, maar een scherp oog kan vanuit het café de Hongaarse vrouwen achter de ramen nog goed controleren. En dat is volgens de Amsterdamse recherche precies wat er gebeurt.

De eerste berichten over uitbuiting en verkrachting van de prostituees in de steeg komen binnen in de zomer van 2008. In het café wordt gehandeld in drugs, pooiers zouden er afspreken welke dame welk raam krijgt. Drie Turkse mannen zouden de vrouwen uitbuiten. Een van hen, Hakan Arda genoemd, staat bekend als de 'koning van de steeg'.

De Turkse Nederlander is een bekende van de politie. Volgens Het Parool heeft hij een strafblad en mag hij daarom zelf geen ramen exploiteren. Zijn vader 'Ahmet' was vanaf 1998 zelf als raamverhuurder actief, maar verloor zijn vergunning vanwege de aanwezigheid van minderjarige prostituees. De politie vermoedt dat ze nu anderen voor hen laten werken. Zoals Mo, die de ramen aan de overkant formeel exploiteert, en Rimon, de beheerder. De laatste houdt contact met twee mannelijke pooiers en drie Hongaarse vrouwen, allen ex-prostituees en nu ook pooier.

Als het rechercheteam in mei 2009 aan de slag gaat, schuift de gemeente aan. Dat is nieuw. In 2007 is in Amsterdam afgesproken dat opsporingsdiensten nauwer gaan samenwerken met andere diensten om de criminaliteit in het Wallengebied te bestrijden. Informatie-uitwisseling kan meer resultaat opleveren dan justitieel onderzoek alleen, maar is ook riskant: hoe meer mensen recherche-informatie hebben, hoe groter de kans op lekken.

Het onderzoek laat zien dat het café en het raambordeel inderdaad banden hebben. De huur van het bordeel gaat via de caféuitbaters naar de eigenaren van het pand. Een deel van de exploitatie-opbrengst wordt door de Arda's persoonlijk gebruikt, of voor het café.

Er zijn in het café beeldschermen om het bordeel in de gaten te houden. Echt bewijs dat de Arda's de leiding hebben is er nog niet, omdat ze vrijwel niets bespreken over de telefoon uit (terechte) angst voor afluisteren. Een poging microfoons te plaatsen in de kroeg mislukt, omdat de gespecialiseerde recherchedienst er geen prioriteit aan geeft.

Daarom besluiten de rechercheurs ruis te veroorzaken, zoals dat heet. Door steeds één van de verdachten te arresteren, hopen ze dat de anderen reageren. Als ze elkaar bellen of in paniek raken, kunnen ze de verhoudingen en werkwijze blootgeven. Het plan heeft als extra voordeel dat de politie zich niet over alle slachtoffers in een keer hoeft te ontfermen. De capaciteit ontbreekt die tegelijk op te vangen en te ondervragen.

Half augustus mishandelt een van de pooiers, Osman, zijn vriendin. Ze is ook prostituee en werkt voor hem. De politie grijpt in, want justitie is dat verplicht als ze geconfronteerd wordt met mensonwaardige omstandigheden - het zogeheten doorlaatverbod.

De vriendin doet aangifte, maar trekt die een dag later weer in na een gesprek met Hakan en Osmans broer. "Ik wil dit hele traject niet meer doorlopen, ik kan het lichamelijk niet meer aan", zegt ze volgens het dossier. De Arda's reageren niet.

De arrestatie kletst zich rond. Er komt een nieuwe aangifte. Tegen de tweede pooier en de drie Hongaarse vrouwen verzamelt de recherche verdere bewijzen. Van deze vier houdt de politie er in oktober 2009 drie aan, maar opnieuw geven de Arda's geen sjoege.

Nog weer twee weken later wordt de laatste vrouwelijke pooier aangehouden. Twee van de drie prostituees die met deze Sasa in een huis woonden en door haar vanuit Hongarije naar Nederland zijn gehaald, vertellen nooit te zijn mishandeld, maar wel bedreigd. Hun leven was beperkt tot hun slaapplaats en het raam. Justitie meldt later dat de prostituees zo'n vijftien klanten per dag hadden, en daarmee 500 tot 600 euro verdienden. Daarvan betaalden ze 85 euro aan kamerhuur, de rest was voor de pooiers. Zelf kregen ze een paar honderd euro per maand, pakweg een tientje per dag. De pooiers hebben tonnen verdiend, aldus justitie.

De arrestaties trekken veel aandacht, vooral vanwege de rol van de drie vrouwen. Maar tegen de hoofdverdachten is nog steeds onvoldoende bewijs. Intussen krijgt de samenwerking met de gemeente vorm, doordat de politie de adressen levert waar de pooiers met de prostituees leefden. De gemeente kan zo kijken of er sprake is van illegale onderhuur of inschrijving. Als verhuurder of hoofdhuurder daaraan heeft meegewerkt, kan hij worden aangepakt.

Begin 2010 begint het tweede onderzoek, nog scherper gericht op de Arda's. Er doet zich een gouden kans voor als uit gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat de aard van het bedrijf dat het raambordeel exploiteert, is gewijzigd. Van een eenmansbedrijf van Mo, met Rimon in loondienst, is de constructie in het najaar veranderd in een vennootschap onder firma van Mo en Rimon samen. Volgens de boekhouder kan Rimon dan de exploitatie overnemen als Mo ziek wordt, maar de politie denkt dat de Arda's Mo niet meer vertrouwen.

Een gouden kans, omdat de vergunning is verstrekt aan Mo persoonlijk, niet aan een vof. Het kamerverhuurbedrijf moet daarom een nieuwe aanvraag doen. De boekhouder zegt de zaak terug te draaien, maar schrijft niet Rimon, maar Mo met terugwerkende kracht uit. Door deze illegale wisseltruc kan de gemeente de vergunning alsnog intrekken.

Na overleg met de politie wacht de gemeente echter met het versturen van de brief die sluiting van de ramen beveelt. Het onderzoeksteam hoopt nieuwe ruis te creëren door de Arda's verder onder druk te zetten, en laat nieuwe taps zetten. "Uit tactische overwegingen is onmiddellijke sluiting (...) niet gewenst", zo beschrijft het onderzoeksbureau van het ministerie van veiligheid en justitie, WODC, de gedachtengang van het opsporingsteam. "De te onderzoeken situatie zal dan immers drastisch veranderen, waardoor mogelijk minder zicht verkregen wordt op de 'kopstukken' en de criminele organisatie achter de mensenhandel in de steeg." De vraag is vooral wie Rimon als eerste benadert en wie het probleem oplost.

De brief wordt aan Rimon overhandigd als vader Ahmet er is, maar Hakan niet. En inderdaad, Rimon loopt direct naar het café. Ahmet belt met de boekhouder voor een afspraak, en geeft Mo opdracht mee te gaan. De afwezigheid van Hakan, die in het buitenland vakantie viert, maakt niets uit. Ahmet is mogelijk de echte baas.

De boekhouder belooft de wijzigingen nu echt terug te draaien, maar het stadsdeel eist een gesprek. Mo en Rimon worden apart gehoord. En Mo blijkt van de bedrijfsvoering, waarde, omzet of andere bedrijfsgegevens nauwelijks op de hoogte. Zo zegt hij de zaak te willen verkopen maar heeft hij geen idee van de prijs. Hij is een stroman.

Half februari sluit de gemeente de ramen. Rimon weet daarna de vrouwen probleemloos elders onder te brengen - zelfs bij exploitanten die hun administratie op orde hebben en met mensenhandel en pooiers ogenschijnlijk niets te maken willen hebben. Begin maart worden Rimon en Mo aangehouden, de Arda's volgen een maand later. In augustus wordt een nieuwe cafévergunning geweigerd, omdat vanuit het pand criminele activiteiten zijn georganiseerd.

De case study gaat niet in op het vervolg, maar justitie zal die maanden in de publiciteit zwaar inzetten. Ze spreekt van grove uitbuiting, waaraan pooiers, exploitanten, verhuurders en horeca verdienden. Ze meldt ook dat de negen gearresteerden onder meer worden verdacht van mensenhandel, verkrachting, belastingfraude, geld witwassen, en lidmaatschap van een criminele organisatie. Justitie is juichend over de informatie-uitwisseling, maar houdt de aard daarvan geheim. Tot deze week.

De Arda's en Rimon blijven drie maanden in de cel, daarna komen ze op last van de rechter vrij in afwachting van hun proces. Dat moet nog plaatsvinden. De twee mannelijke pooiers krijgen dertig en twaalf maanden, de zaak tegen de drie vrouwen loopt nog.

Complexe misdaad
Twee politieonderzoeken naar mensenhandel in de Amsterdamse steeg staan beschreven in een nieuw rapport van het WODC, het onderzoeksbureau van het ministerie van veiligheid en justitie. Daarin staat waar opsporingsteams tegenaan lopen bij mensenhandel, een complexe misdaad die moeilijk is te bewijzen. Het bureau heeft twaalf strafdossiers uit het Wallengebied geanalyseerd en de twee onderzoeken in deze steeg als case study gevolgd en uitgewerkt. Daarbij zijn zowel de steeg als de verdachten geanonimiseerd, maar de zaken zijn voldoende bekend om met informatie uit andere bronnen te kunnen aanvullen. Ze vallen onder het zogeheten Emergo-project, waarbij opsporingsdiensten en gemeenten informatie uitwisselen om criminaliteit in het Amsterdamse Wallengebied te lijf te gaan.

Belastingdienst en Kamer van Koophandel spelen nauwelijks bruikbare rol
Uit de WODC-analyse van de twaalf afgeronde onderzoeken naar mensenhandel op de Wallen tussen 2006 en 2010 blijkt dat bepaald niet alles goed gaat.

Zo is gebrek aan capaciteit bij de politie een terugkerend probleem en blijkt in de helft van de opsporingsonderzoeken geen enkele rechercheur expertise te hebben op het terrein van mensenhandel.

Signalen worden slecht opgepikt, waardoor onderzoeken laat van start gaan.

De case study laat wel zien dat goede informatieuitwisseling tussen justitie en gemeente helpt.

Justitie kan gerichter bewijzen verzamelen over de organisatie van een crimineel netwerk, en de gemeente kan het zo'n netwerk moeilijker maken door vergunningen te weigeren op grond van het strafonderzoek.

Maar aan het eind van een justitieonderzoek stopt de informatieuitwisseling. Daardoor tast de gemeente bij vergunningaanvragen opnieuw in het duister.

De case study toont dat de Belastingdienst nauwelijks een bruikbare rol speelde en dat de Kamer van Koophandel weinig doet tegen mogelijke uitbuiting - zo vond de dienst het omzetten van de schijnconstructies in de steeg wel vreemd, maar geen reden om de politie te waarschuwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden