De koning der atheïsten

Men heeft Spinoza vaak verweten dat hij de ene substantie, waaruit al het zijnde voortvloeit, niet simpelweg 'natuur' heeft genoemd, maar dat hij het nodig vond daarmee ook nog het zwaar beladen begrip 'God' te verbinden (hij spreekt consequent van Deus sive natura - God ofwel de natuur). Men heeft daarmee op zijn minst willen suggereren dat het Spinoza aan moed ontbrak het begrip 'God' zonder pardon op de vuilnisbelt van de geschiedenis te gooien. Dezelfde man die door christenen en joden voor atheïst werd uitgemaakt, wordt door de atheïsten voor cryptotheïst versleten. Zo schrijft Schopenhauer: ,,Doordat Spinoza zijn enige substantie Deus noemde, heeft hij zichzelf met een speciaal soort moeilijkheid opgezadeld''. Volgens Schopenhauer deed hij dit 'om zijn leer minder aanstootgevend te maken'.

Dat Spinoza zich moeilijkheden op de hals haalde, is een constatering die door zijn ongelukkige levensloop bevestigd wordt. Maar de suggestie dat hij dat deed uit een soort lafheid mist elke grond. Een moediger en origineler denker dan Spinoza is er in de geschiedenis van de filosofie nauwelijks te vinden.

Maar terug naar het begrip God. In de eerste plaats heeft het bij Spinoza volstrekt geen godsdienstige betekenis: het is als het ware 'godsdienstneutraal'. Bovendien geeft hij er een heel andere invulling aan dan in de traditie van het monotheïsme gebruikelijk was. Spinoza's 'god' is geen persoonlijke god; hij laat zich niet aanbidden en hij verricht geen handelingen uit 'vrije wil'. De bijbelse voorstelling dat God op zeker moment de ingeving kreeg om de wereld te scheppen is Spinoza dan ook volkomen vreemd. De wereld vloeit uit Gods volheid over, of hij dat nu wil of niet. God objectiveert zich in de wereld - het is onzinnig dit een vrijwillige handeling te noemen, eerder zou men kunnen zeggen dat het hem overkomt.

Dit heeft ook tot gevolg dat hij niet bij machte is het goede te scheppen en het kwaad achterwege te laten: zowel het goede als het kwade met alles daar tussenin, met ander woorden: alles wat maar enigszins mogelijk is, wordt werkelijk. Of zoals Spinoza zelf zegt: ,,Alles wat is, is in God, en niets kan zonder God bestaan of worden gedacht''. Maar dat betekent ook dat alles, zelfs het kleinste zandkorreltje, deel uitmaakt van de enige substantie en dus goddelijk is. Spinoza's godsbegrip mondt uit in pantheïsme. Met zijn godsbegrip distantieert Spinoza zich resoluut van elke vorm van antropomorfisme, dat de christelijke net zo goed als de joodse godsdienst van begin af aan aankleeft: de almachtige, alziende God, de God der wrake, God de vader et cetera - het zijn allemaal eigenschappen die alleen een persoonlijke God kunnen worden toegedicht. Een God waarover al dan niet geopenbaarde verhalen kunnen worden verteld - de Bijbel als het libretto van de opera 'Het uitverkoren volk' - dat is niet de God van de 'Ethica'.

En hier zijn we bij het punt aangekomen dat joden en christenen vooral een doorn in het oog was, namelijk de status van de Bijbel in de filosofie van Spinoza. Spinoza was een van de eerste serieuze denkers die de Bijbel aan kritiek onderwierp. Voor hem gold het zogeheten 'woord van God' niet als ultima ratio van elke religieuze kwestie, laat staan dat het maatgevend was voor de filosofie. In het Theologisch-politiek traktaat, dat door sommigen als het echte hoofdwerk van Spinoza wordt beschouwd, laat hij daarover geen misverstand bestaan: ,,De Schrift laat de rede absoluut vrij en heeft niets gemeen met de filosofie: beide staan op eigen benen''.

Bovendien weigerde hij te aanvaarden dat de Bijbel de letterlijke openbaring was van Gods bedoelingen met de mens. Als God al iets zou hebben geopenbaard, dan was het een simpele morele boodschap, namelijk te gehoorzamen aan de twee belangrijkste (en misschien wel enige) goddelijke geboden: liefde en rechtvaardigheid; de rest was - om het cru te zeggen - couleur locale en soap. Met zijn bijbelkritiek sloeg Spinoza de religieuze autoriteiten hun belangrijkste wapen uit handen: het monopolie van de bijbeluitleg. Dat hebben ze hem zacht gezegd niet in dank afgenomen.

Dat Spinoza uiteindelijk geen afstand heeft gedaan van het begrip 'God' zij hem vergeven. Hij heeft immers alles in het werk gesteld om het te ontdoen van alle antropomorfistische franje, waarmee joden en christenen het hadden opgesmukt, en dat is een onvergetelijke revolutionaire prestatie. Het feit dat de religieuze leiders van zijn tijd hem in de ban hebben gedaan, is een bewijs te meer dat Spinoza, ook al bleef hij het begrip 'God' gebruiken, geen concessies heeft gedaan aan het traditionele godsbeeld.

'De koning der atheïsten' - het is een betiteling die geen recht doet aan de werkelijkheid, maar als geuzennaam heeft Spinoza haar ten volle verdiend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden