Reportage

De kokosnoot is een reddingsboei in het overstroomde Mozambique

Raposo Rego op de boot van Beira naar zijn dorp Buzi. Beeld Niels Posthumus

Het district Buzi in Mozambique was een van de zwaarst getroffen plekken tijdens de overstroming die volgde op cycloon Idai. Veel mensen raakten alles kwijt. Mensen als Raposo Rego.

 Raposo Rego ziet er niet uit als een predikant. Ook oogt hij niet als 32 jaar. Misschien doordat hij klein is. Of door zijn jongensachtige glimlach. Maar wellicht komt het ook gewoon doordat hij met typisch jeugdige zwierigheid de palmboom voor zijn huis in het Mozambikaanse dorpje Buzi in klimt. Hij wrikt twee kokosnoten los. Ze vallen drie meter lager met een doffe plof in de kleiachtige modder.

Rego zakt tot zijn enkels weg in die blubber als hij met de buit onder zijn arm de paar glibberige meters terugloopt naar zijn huis. Hij hoeft zijn voordeur niet te openen. De overstroming, die anderhalve week geleden in het midden van Mozambique volgde op cycloon Idai, heeft de buitenmuren van Rego’s huis grotendeels weggeslagen. Overal ligt een dikke laag slijk. In zijn slaapkamer – hij slaapt er nu in de open lucht – hakt hij met een kapmes een gat in een van de kokosnoten. “Toen er tijdens de overstroming bijna nergens nog schoon water te vinden was, dronken we hier veel uit”, vertelt hij. Er druipt wat kokosmelk via zijn lippen langs zijn kin. “Want uit kokosnoten valt altijd veilig te drinken.”

Het dorp Buzi is vernoemd naar de rivier waaraan het ligt – net als het omringende district. Die Buzi-rivier zwol in de dagen na de nacht van 14 op 15 maart, toen de cycloon Idai met windstoten van 170 kilometer per uur door de nabijgelegen stad Beira raasde, aan tot onwaarschijnlijke proporties als gevolg van de zware regenval. Net als de Pungwe-rivier trad zij ver buiten haar oevers en toverde ze reusachtige stukken land om tot bruine meren van kolkend water. Buzi werd tijdelijk verzwolgen. Heel veel dorpen werden verzwolgen. Het aantal dodelijke slachtoffers in Mozambique, Zimbabwe en Malawi staat samen volgens de Verenigde Naties al op 686, volgens de getroffen landen zijn het er minstens 761. Zeker 110.000 mensen moesten worden opgevangen in vluchtelingenkampen.

De oversteek

Rego is ’s ochtends – zo’n zes uur voordat hij in de kokospalm voor zijn huis klimt – vertrokken uit de stad Beira. Hij was daar een etmaal lang om eten te kopen: rijst, vis en brood voor zijn gezin. Rego heeft een vrouw en drie dochters. Het waterpeil was na de overstroming die een week duurde eindelijk weer wat gedaald. De Buzi-rivier leek voor het eerst relatief rustig. Rego waagde de oversteek.

De ochtend van zijn terugkeer naar Buzi staat hij er echter wat verloren bij op het strand van Beira, in zijn zwarte capuchonjas en zijn korte broek die eigenlijk nog best lang is voor zijn korte benen. Terwijl de schipper en zijn grote, gespierde helpers de houten boot proberen los te wrikken van de zandbank waarop hij is vastgeraakt bij laag tij, kijkt Rego alleen maar toe: rugzak op zijn borst en wat geld in zijn hand voor de overtocht. De vijf kilo rijst en de zak met brood en vis heeft hij al ingeladen.

De sloep wil, ondanks alle ingeroepen mankracht, maar niet te water raken. Het duurt lang. En toch vertrekt Rego geen spier. Is dat omdat hij predikant is? Hij moet natuurlijk te allen tijde zelfbeheersing uitstralen, een rotsvast vertrouwen hebben dat alles door ingrijpen van hogerhand uiteindelijk goed komt – ja, zelfs nu zijn hele dorp in puin ligt en zijn gezin in Buzi al dagen honger lijdt.

Dan is het toch zover: de boot komt los. Binnen een kwartier danst de sloep op de golven van de zee. De kapitein vaart vanaf het strand eerst naar de overkant van de sikkelvormige baai. Rego zit op de voorsteven met zijn rug in de wind. Zijn schouderbladen fungeren als golfbreker voor de dertig andere passagiers op de overvolle schuit. In het midden van de boot staat een man non-stop water te hozen. Telkens weer spat er van achter Rego een golf over hem heen. “Het is alleen dit eerste stukje op zee”, lacht hij. “Zodra we de riviermond in draaien, wordt het wateroppervlak vanzelf rustiger.”

Stroming

Hij heeft gelijk. Maar de stroming onder dat gladdere oppervlak zwelt daar juist aan. Want nog altijd wil heel veel water vanuit de overstromingsgebieden via de Buzi-rivier naar zee. Langs de grillig uitgesleten oevers hebben zich talloze watervallen gevormd. De buitenboordmotor heeft simpelweg niet genoeg kracht om de boot sneller dan stapvoets tegen al dit natuurgeweld in te duwen.

De tocht duurt stroomopwaarts 4,5 uur in plaats van de vooraf beloofde 2. “Kijk, een krokodil”, roept iemand op de boot na twee derde van de reis. “Wat een grote”, verzucht Rego vol ontzag. De zon brandt. Hij verstopt zijn hoofd onder zijn hoody. Andere passagiers schuilen onder een rode doek. Aan de blauwe hemel zijn soms helikopters te zien. Ook die zijn op weg is naar Buzi, om er medicijnen, voedsel en andere noodhulp af te leveren.

Tot zaterdag pikten de helikopters ook mensen op die soms dagenlang op hun dak hadden gezeten, op de vlucht voor het water. Boten van de Indiase marine en toegesnelde hulpdiensten brachten eveneens duizenden mensen naar tentenkampen en als opvangplekken aangemerkte scholen in Beira. Maar nu dus niet meer. Het water staat in de dorpen niet langer manshoog in de straten. De mensen klommen hun daken weer af. Ze willen nu weer blijven. Ze wensen hun huizen op te knappen en de weinige spullen die het water niet meesleurde te beschermen.

Van de aanlegsteiger loopt Rego met een zak rijst van vijf kilo op zijn schouders door Buzi. Hij wil de lading afleveren bij zijn achternicht Emanuella Rego. Zij woont in een stenen huis aan de hoofdstraat dat op een kleine verhoging is gebouwd. Zij heeft relatief weinig waterschade geleden. Alleen langs het plafond tekenen zich lekplekken af, daar waar de dakbedekking is weggewaaid. In de hoek van de kamer ligt een man op de bank. “Hij is zijn huis kwijtgeraakt”, legt ze uit. “Ik heb hem opgevangen.” Hoe hoog het water stond? Ze lacht, te vrolijk eigenlijk voor de situatie, en laat een foto zien, waarop alleen haar hoofd boven een zee van bruin water uitsteekt. “Hier stond ik rechtop in mijn tuin.”

Drogen

Verlost van de kilo’s rijst loopt Rego ontspannen terug het dorp in. Op elke boom en op elke struik, in de middenberm van de hoofdweg, op alle hekken en alle muurtjes liggen kleren te drogen in de middagzon. Net als vloerkleden, matrassen en beddengoed. Op de weg zelf ligt een bruin tapijt van rijstkorrels op zakken. Ieders rijstvoorraad raakte doorweekt tijdens de overstroming en kan nat niet worden bewaard. Rego: “Het drogen duurt ongeveer een week.”

Hij groet de agenten bij het politiebureau en maakt een praatje met een lid van zijn kerk, het eerste dat hij vandaag tegenkomt. “We zijn nog maar met zo’n honderd mensen”, legt hij uit. “We hopen de komende jaren nog veel extra leden winnen. Ik woon pas vier jaar in Buzi. Mijn kerk is nog nieuw.”

Het kerkgebouw is door de overstroming tot de grond toe verwoest. Hij wil er iets over zeggen, maar stopt abrupt met praten. Zijn gezicht begint te stralen. Hij drukt twee jonge kinderen tegen zich aan. “Mijn oudste dochters”, zegt hij. “Kijk, daar is ook mijn vrouw.” Hij wijst op de baby die zij in een doek op haar rug draagt. “En dit is onze jongste.”

Hij belooft zijn dochters dat hij hen over een uur bij tante Emanuella zal zien. Hij loopt verder. Langs het ziekenhuis, dat een deel van zijn dak mist. En langs rijen huizen die niet zoals de panden aan de hoofdweg uit steen waren opgetrokken. Ze zijn verwoest. Slechts karkassen van klei en stokken zijn over tussen de omgevallen kokospalmen en plassen water. Het stinkt er naar modder en verrotting.

Eén kopje rijst

Op een open plek, niet ver van Rego’s huis, staan tientallen vrouwen in de rij voor voedselhulp. Een van zijn buurmeisjes is net aan de beurt geweest. Maar Angelina José (15) is niet tevreden. “We krijgen maar één kopje rijst per persoon”, klaagt ze. “Dat is niet genoeg om een hele dag van te eten.”

Rego knikt en slaat rechtsaf. “Hier wordt het lastig”, waarschuwt hij. Zijn slippers blijven haken in het zuigende, zwartgrijze slib. Met de bladeren van kokospalmen probeert hij een pad naar zijn huis te maken. Maar de ondergrond is zo kort na de overstroming nog te zacht. Alles zakt erin weg.

Toch staat hij vijf minuten later, zijn voeten onder de blubber, in wat tot elf dagen geleden zijn keuken was. Die is onherkenbaar verwoest. Net als alle vertrekken. Alleen het dak heeft de overstroming overleefd. Hoe lang het Rego gaat kosten om zijn huis te herbouwen, weet hij niet. “Dat hangt ervan af hoeveel geld ik verdien de komende tijd. Ik zal bouwmaterialen moeten kopen.”

Maar hij twijfelt niet: Rego blijft met zijn gezin in Buzi. Hij woonde er tot anderhalve week geleden met plezier. “Pas nu zie je ook hier hoe moeilijk het leven soms is in Mozambique”, verzucht hij. “We hebben dagen moeten leven van het fruit van de bomen. Overleven was het. Maar nee, ik ben niet bang voor de toekomst. Deze overstroming was eenmalig. Dat hoop ik. Daar vertrouw ik op.”

Vorige ramp

Of hij zich de overstroming in het jaar 2000 écht niet herinnert, is moeilijk aan zijn gezichtsuitdrukking af te lezen. Die kostte, samen met cycloon Eline, destijds rond Beira ook al aan 700 mensen het leven. Misschien moet hij, uit zelfbehoud, geloven dat deze overstroming van na 15 maart een foutje was, een vergissing, in ieder geval geen structureel probleem dat zich om de zoveel jaren herhaalt.

Hij kijkt naar buiten vanuit zijn muurloze woonkamer. “Wil je wat drinken?”, vraagt hij. Hij lijkt zich plots te bedenken dat de ravage om hem heen geen reden is om geen galante gastheer zijn. “Want dan klim ik even in die kokospalm daar. Kokosmelk is heel lekker en lest echt perfect de dorst.”

1,85 miljoen mensen

Alleen al in Mozambique zijn 1,85 miljoen mensen geraakt door de verwoesting van cycloon Idai en de overstromingen in de dagen daarna. Dat maakte de Verenigde Naties dinsdag bekend. De vrees bestaat dat het dodental van zeker 686 nog zal oplopen door de uitbraak van ziektes als cholera en malaria in de nasleep van de ramp. Ondanks dat het waterpeil op plekken als het dorp Buzi de afgelopen dagen snel daalde, blijven satellietbeelden tonen dat elders nog altijd grote stukken land onder water staan. Er bestaat volgens het World Food Programme (WFP) zelfs een ‘binnenlandse oceaan’ met de afmetingen van Luxemburg.

Lees ook:

De populaire burgemeester van Beira voelt dat zijn stad bij noodhulp wordt vergeten

Beira is een oppositiebolwerk in Mozambique. Inwoners van de stad - én burgemeester Daviz Simango - hebben het gevoel dat de landelijke regering hen daarom na de cycloon verwaarloost. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden