de Kogelspin: Met rotsblok en al op de Maasvlakte gestort

Er zijn kogelspinnen gesignaleerd. Wees niet bang, het heeft niets te maken met schietgrage jihadisten of de dito Amsterdamse penoze. Kogelspinnen heten kogelspin omdat ze een kogelrond achterlijfje hebben. Meestal zijn ze ongevaarlijk maar niet altijd, want de beruchte zwarte weduwe is ook een kogelspin. En om Amsterdammers gerust te stellen: ze zijn voorlopig alleen aangetroffen in Rotterdam, ver weg op de Maasvlakte zelfs.

Kogelspinnen zijn rotsbewoners. Nu hebben we in ons land van nature nergens rotsen, maar het storten van rotsblokken om de kust te beschermen komt ecologisch een eind in de buurt, in elk geval genoeg om de kogelspinnen te behagen. Het verschijnsel verschilt niet wezenlijk van dat van muurvarentjes, slechtvalken of postduiven die de stedelijke bebouwing hebben ontdekt als een prima rotslandschap om te vertoeven en er zich zelfs blijvend te vestigen.

Op de rotsformaties van de Maasvlakte zijn nu door medewerkers van EIS (European Invertebrate Survey, een in Naturalis gehuisveste stichting die ongewervelde dieren inventariseert) twee soorten kogelspinnen ontdekt die allebei nieuw voor Nederland zijn: de rotskogelspin (Theridion hannoniae) en de donkere prachtkogelspin (Parasteatoda tabulata) (zie foto). De rotskogelspin hoort van nature in grote delen van vooral zuidelijk Europa thuis, van Madeira tot Zuid-Tirol en Turkije, maar werd in 1994 voor het eerst in België en Duitsland gevonden en er is intussen ook één vondst in Zuid-Wales gemeld. De donkere prachtkogelspin heeft een enorme verspreiding over het noordelijk halfrond, is vanuit grote delen van Midden-Europa gemeld en komt ook in Amerika voor. Beide kogelspinnetjes hebben nu Rotterdam ontdekt als woonplaats.

Het is de vraag hoe ze er gekomen zijn, vrijwel zeker hebben ze dat niet op eigen kracht gedaan. Spinnen kunnen weliswaar ver reizen met een simpele techniek, het zogenoemde balloonen, waarbij ze (meestal als kleine baby-spinnetjes) een lange zijden draad maken en dan met draad en al door de wind worden meegenomen. Maar een dergelijke luchtreis helemaal van Duitsland of Oostenrijk naar de Maasvlakte is een beetje te veel van het goede - en dan ook nog eens tegen de wind in. Men vermoedt daarom dat ze met het transport van de keien uit een rotsig buitenland zijn meegekomen en vervolgens met steen en al op de kust gestort. Het zou interessant zijn om via de aannemer te achterhalen waar de keien vandaan komen.

Er is trouwens nog een derde spinachtige, een 'achtpoter' zoals EIS het noemt, op de Rotterdamse keienkust aangetroffen. Het is een hooiwagen, Leiobunum religiosum, die oorspronkelijk alleen in het westelijke deel van de Alpen voorkomt (de Franse Alpes Maritimes en de Ligurische Alpen en Piemonte) maar nu ook opeens op de Maasvlakte leeft. Al in 2008 was deze hooiwagensoort gevonden in een verlaten, half ingestorte oude Romeinse steengroeve met loodrechte basaltwanden in de buurt van Koblenz. Ook dat riep toen al de nodige verbazing op, de vondst op de Maasvlakte nog meer.

De nieuwe ontdekkingen bewijzen weer hoe flexibel de natuur is, maar vooral zijn ze een biologisch voorbeeld van voortschrijdende Europese eenwording. Of, negatiever uitgedrukt, tonen ze dat er in toenemende mate een faunistische eenheidsworst ontstaat.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden