De koer als strijdkreet

Vier jaar lang maakte hij met zijn geluidsapparatuur en verrekijker de buurten van Oegstgeest onveilig. Hij bespiedde dakgoten en achtertuintjes, verschool zich in de bosjes en produceerde onrustbarende geluiden. Schoolmeesters zagen een kinderlokker in hem, omwonenden vreesden voor hun antiek en passanten schudden het hoofd om deze vreemde vogel.

JOEP ENGELS

Gaandeweg raakten de Oegstgeestenaren gewend aan hun gast. Er verschenen stukjes over hem in de krant, ze vroegen hem op de koffie en vertelden hem hun levensverhalen. Hans Slabbekoorn op zijn beurt wees hun op de rijke vogelfauna in de parken en tuinen van het dorp. Op de groene en de bonte specht, op de sperwers en bosuilen, de boomvalken en wespendieven.

En op de Turkse tortelduif natuurlijk. Op de koer van deze tortels, om precies te zijn. Daar was het Slabbekoorn om te doen. Vier jaar lang trok hij met zijn instrumenten door Oegstgeest om het geluid van de vogels te registreren. Om te onderzoeken wat het koeren betekent voor de tortels. En om ze de stuipen op het lijf te jagen door super-koeren te produceren. De duiven lieten zich echter niet op de kast jagen. Vandaag promoveert Slabbekoorn aan de Rijksuniversiteit Leiden op zijn tortelonderzoek.

Het was Slabbekoorns promotor, de Leidse hoogleraar Carel ten Cate, die het plan opvatte om het koeren van de Turkse tortels te bestuderen. Juist omdat het zo'n simpel geluid is. Wetenschappers zijn jaren bezig voordat ze de zang van bijvoorbeeld de nachtegaal in kaart hebben gebracht. Pas daarna kunnen ze gaan onderzoeken hoe de vogels de variatiemogelijkheden benutten. Turkse tortels hebben niet zo veel noten op hun zang.

Een collegapromovenda, Mechteld Ballintijn, vond echter wel opmerkelijke variaties in de op het eerste gehoor simpele koeren. Zo zit er in sommige koeren een sprongetje in de toonhoogte, alsof de duiven overslaan. Soms zijn het hele grote sprongen, dan weer kleine. Slabbekoorn ging in de tuinen van Oegstgeest bestuderen wat de duiven daarmee kunnen bereiken.

Even voor de duidelijkheid: Turkse tortels zitten niet op de Dam of op andere pleinen. Dat zijn verdwaalde postduiven. Die koeren ook, maar bij hen is het gezellig gekeuvel. Het zijn van oorsprong rotsduiven, gewend om hutje bij mutje naast elkaar te broeden.

De Turkse tortel daarentegen is een territoriale vogel. Het mannetje, de doffer, bakent een gebied af waarbinnen hij zijn voedsel verzamelt en waarin hij een vrouwtje lokt om samen te nestelen. Bezoek van andere doffers wordt niet op prijs gesteld.

Toch gebeurt dat regelmatig, en op die momenten moeten de duiven hun gebied verdedigen. Dat kan met fysiek geweld, maar de Turkse doffer prefereert een andere vorm van machtsvertoon: hij koert. Slabbekoorn: “Zodra er vijandig volk in de buurt is, klapwiekt het mannetje eerst recht omhoog. Hij wil zien en gezien worden. Vervolgens cirkelt hij omlaag en begint te koeren.”

“Róe-koe-koe, róe-koe-koe.” Met opvallend gemak bootst de gedragsbioloog het koeren van zijn duiven na. “En sommige doffers maken daar dus kleine frequentiesprongetjes in: klóe-kloe-kloe, klóe-kloe-kloe.”

De andere mannetjes herkennen dit geluid. Aan het ritme en de lengte van de koeren horen ze of ze met een Turkse tortel van doen hebben of met een andere telg uit de duivenfamilie. Aan de frequentiesprongetjes lezen ze af hoe krachtig de territoriumbezitter is. Slabbekoorn: “Duivinnen en jonge doffers produceren nauwelijks sprongetjes. Volwassen mannetjes wél, maar niet allemaal en niet allemaal in dezelfde hoeveelheid. Stevige, sterke doffers produceren veel, zo niet al hun koeren met frequentiesprongetjes, en dan ook nog van een bepaalde spronggrootte, niet te klein en niet te groot.”

Dat is dus de boodschap van een duidelijke 'klóe-kloe-kloe': ik ben een sterk mannetje, blijf uit mijn buurt. Een handige boodschap ook: het bespaart de doffer een hoop vechtwerk. In plaats van allerlei grensschermutselingen te beslechten kunnen de mannetjes hun tijd besteden aan het verzamelen van voedsel en het grootbrengen van de jongen.

Zo zwart-wit ligt het niet in de praktijk, relativeert Slabbekoorn. “Er wordt nog wel degelijk gevochten. De boodschap komt niet altijd over. Dat was ook de basisvraag van mijn onderzoek: wat is in de evolutie het meest succesvolle signaal gebleken?”

Hij nam de basiskoeren van tortels en andere duiven op en liet zijn computer variëren op dit thema. Zodra de Turkse tortels van Oegstgeest het goede ritme hoorden - drie tonen binnen een bepaalde tijd - reageerden ze. Luid schreeuwend vlogen ze op, op zoek naar de indringer.

Het effect van de variaties was anders dan hij verwachtte. Slabbekoorn voerde de frequentiesprongen langzaam op. “Je zou denken dat ze zich op een gegeven moment het leplazarus moeten schrikken. Een doffer die zulke sprongen maakt, dat moet wel een superbeest zijn. In plaats daarvan reageren ze helemaal niet op de grote sprongen. Op de een of andere manier beseffen ze dat zo'n super-koer geen natuurlijke oorsprong heeft. De heftigste reacties volgen op sprongetjes van gemiddelde grootte. Daar zijn ze blijkbaar het gevoeligst voor. En het zijn de sterke vogels die constant in dat gebied zitten.”

Wat niet wil zeggen dat de zwakkere geen kans hebben. Ook zij weten hun plaatsje in de tuinen van Oegstgeest te behouden. “Het is ook van andere vogelsoorten bekend dat dieren die zich een territorium hebben toegeëigend, dat met hand en tand verdedigen. De sterkste doffers bezetten weliswaar de beste plekjes, en dat soms jarenlang. Maar door met hun koer aan te geven dat ze staan voor hun gebiedje, maken ook de zwakkeren duidelijk dat ze zich niet zomaar zullen laten verjagen.”

Als een mannetje zich niet door het koeren laat afschrikken, of juist denkt dat hij deze doffer wel aankan, komt het nog niet meteen tot vechten. In fase twee van de confrontatie gebruiken de vogels de 'buig-koer': ze draaien om elkaar heen en proberen de ander een gevecht uit de kop te koeren.

Slabbekoorn: “Vreemd genoeg richten ze deze buig-koer ook ook op hun vrouwtje. Vreemd, omdat het toch een agressieve koer is. Maar misschien ook niet: ik denk dat ze ermee indruk proberen te maken.”

Dat imponeren blijft ook niet beperkt binnen één tortelpaartje. Regelmatig zag Slabbekoorn hoe een vrouwtje de lokroep van haar buurman niet kon weerstaan. Of andersom, dat een mannetje stiekem de grens overstak en met zijn buurvrouw aanpapte.

Dat past niet in het romantische beeld van de tortelduif. De dieren zijn het symbool van de verliefde stelletjes. Slabbekoorn: “Door de bank genomen zijn ze heel trouw aan elkaar. En vlak voor de eileg beginnen ze te tortelen: met hun snavels poetsen ze elkaars koppen schoon. Vaak zitten ze dan hele dagen achtereen tegen elkaar aan. Als ik dat de mensen in Oegstgeest laat zien, vinden ze dat allemaal heel knus. Als ik daarna vertel dat de duiven ook flink kunnen vechten, schrikken ze: dat past weer niet in het beeld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden