Review

De knoop rolt het verhaal rond

Sara Fanelli: 'Knoop', vert. Jacques Dohmen, Querido, ¿ 27,50; Marjolein Krijger: “Mannetje zoekt een nieuwe hoed”, Van Holkema en Warendorf, ¿ 22,50; beide vanaf 3 jaar.

Beide hebben een simpel cyclisch verhaal. In 'Knoop' verliest een meneertje een grote rode knoop van zijn jas, die vervolgens allerlei avonturen beleeft om tenslotte weer door de gelukkige eigenaar teruggevonden te worden, en in 'Mannetje zoekt een nieuwe hoed' gebeurt iets dergelijks met een hoed, al volgt de kijker/lezer daar niet het voorwerp, maar het mannetje.

Het meest apart is 'Knoop.' Dat blijkt al meteen uit het omslag, dat voornaam zwart oogt, met glanzend zwarte letters. Onder die letters is een draaibare rode schijf (de knoop) gemonteerd, met vier gaten erin. Wie de schijf ronddraait ziet door de gaten vier naïef uitziende figuurtjes verschijnen en verdwijnen. Het zijn vier van de personages uit het in collage-techniek gemaakte prentenboek.

Ook het schutblad is het bestuderen waard. Op het eerste gezicht een vrolijk kinderkamerbehangetje. Twee rode knopen met trompetterende vogeltjes erop domineren. Daartussen zijn poppetjes, bloemen en beestjes rondgestrooid, alles in kleurig, niet al te nauwkeurig knip- en plakwerk met handwerkkarakter. Het lijf van een vogelwezentje komt qua vorm terug doordat ook het stukje papier waar dat is uitgeknipt, opgeplakt is, als positief en negatief van elkaar. Maar er zijn ook letters, woorden en leestekens; onbeholpen zelfgevormde naast gepolijste drukletters; soms om gelezen te worden, soms puur als grafisch beeldelement.

De titelpagina laat nog even op zich wachten. Eerst worden de personages voorgesteld: de avontuurlijke knoop, het heertje dat hem kwijtraakt, het meisje, de boer, de wolf, de biggetjes en de dakloze slak. Dan pas begint het verhaal, keurig met 'er was eens'. Alle genoemde personages gebruiken de knoop ergens anders voor: het meisje als hoepel, de boer als wiel, de wolf als etensbord, het biggetje als windwijzer en de slak als huisje. Wat je al niet met een ronde vorm kunt doen! Maar dat is nog niet alles. Zoals gezegd is het verhaal zelf ook rond en de woorden wandelen om de illustraties heen.

Die illustraties zijn niet 'mooi.' Soms komen ze zelfs wat knullig over. Maar er valt visueel van alles aan te beleven, vooral omkeringen, tegenstellingen en raadsels. Behalve vormen die elkaars positief of negatgief zijn ook tekentjes met beeldkarakter en beeldelementen met tekenkarakter. Cijfers die elkaars spiegelbeeld zijn. Sterke kleurcontrasten naast nauwelijks waarneembare lijntjes, ontstaan door het opplakken van vormen in dezelfde kleur als de achtergrond. Woedend potloodgekras laat zien hoe hard het waait. En de tekst beweert wel dat de drie biggetjes niet Dé drie biggetjes zijn, maar kinderen die goed kijken zullen genoeg aanwijzingen vinden om die bewering te ontzenuwen. Dat alles maakt het verhaal tot een fascinerend kijkavontuur.

Het boek roept associaties op met de vormentaal van de Tsjechische prentenboekmaakster Kveta Pacovská (Christian Andersenprijs voor illustratoren 1992). Neus en ogen van boer en slak, en de benen van het heertje wijzen daarop. Evenals de collagetechniek op zich, en het gebruiken van letters en leestekens als grafisch beeldelement. En zoals Fanelli haar omslag een speelgoedkarakter geeft, heeft ook Pacovská veel geëxperimenteerd om haar boeken speelgoedachtig te maken. Zo zijn in het in Nederland verschenen 'De kleine koning' (Zilveren Penseel 1993) luikjes uitgestanst en in 'Middernachtspel' een maanfiguur aan een touwtje. Van jatwerk is bij 'Knoop' echter geen sprake, daar is het te eigenzinnig voor. Eerder gaat het om een welbewuste hommage aan Pacovská. De knoop komt immers terecht in een zak met frommelpapiertjes (tickets, bonnen, visitekaartjes) waarop in slecht gedrukte letters Tsjechische woorden staan, en 'Praha', Praag, de stad waar Pacovská woont en werkt.

Even opvallend, maar waarschijnlijk iets 'lichter verteerbaar' is 'Mannetje zoekt een nieuwe hoed'. Marjolein Krijger heeft haar mannetje geschilderd in zware contouren, die er ondanks hun zwartheid allerminst als doodse rouwranden uitzien. Het lijken meer strakgespannen snaren, klaar om muziek voort te brengen. Ritmische dansmuiek, simpel en krachtig. Het mannetje swingt dan ook het boek door, net zoals de handgeschreven tekst over de pagina's danst. Als ondergrond gebruikt Krijger grof kringlooppapier waarin de oorspronkelijke snippers krantepapier nog leesbare brokjes woorden bevatten. Dat die soms door de toch behoorlijk dekkende verf en het krijt heen schijnen, verhoogt de levendigheid van de prenten.

Dit boek is des te meer een verrassing, omdat Marjolein Krijger in vorig werk, de poppenkastboeken 'Het Circusspook' en 'De Bereboef' (1992) als een zuivere epigoon van Tony Ross overkwam. Er moet heel wat voor nodig geweest zijn om in zo korte tijd te evolueren van een navolgster in iemand met een krachtige, persoonlijke stijl. Natuurlijk zijn er invloeden aan te wijzen: sommige boekomslagen van Wim Hofman ('Straf' en 'Hetvlot'), en van de Vlaamse illustratoren Gregie de Maeyer ('In de put') en Gerda Dendooven ('Grote kleine broer' van Els Beerten). Maar de enorme dynamiek in de lijnen en het gebruik van het (oblong) formaat van de pagina als meebepalend compositorisch middel maken dat ook dit prentenboek er uitspringt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden