'De knecht weet wel raad met zijn fluit'

Annemieke Houben (1981), historisch letterkundige

"Toen ik nog bij het Meertens Instituut werkte, bestudeerde ik een tijdlang obscuur liedmateriaal uit de zeventiende en achttiende eeuw. Ik kwam erotische, obscene liedjes tegen die ik zó leuk vond dat ik mijn collega's bij mijn afscheid de vier, vijf mooiste wilde voorschotelen. Mijn selectie bestond al snel uit tien liedjes, toen uit vijftig, zeventig. Toen ik ruim honderd vieze liedjes had verzameld, zocht ik een uitgever.

Al deze vieze liedjes zijn kleine verhaaltjes, dat maakt ze zo leuk. Het zijn kluchtige, potsierlijke gedichtjes, vaak klungelig geschreven. Dat maakt deze teksten veel toegankelijker dan de perfect uitgevoerde metrische kunstgedichten van bijvoorbeeld Hooft en Huygens uit dezelfde periode. Zonder uitzondering zijn het kleurrijke liedjes, liedjes met een strikje erom.

Nooit hebben de liedjesschrijvers het expliciet over geslachtsdelen en gemeenschap, maar altijd gebruiken ze metaforen en beeldspraak: harige emmertjes worden volgemelkt, een knecht weet goed raad met zijn fluit en een muis wil wel het spek uit de muizenval proeven, maar niet verstrikt raken in de muizenval - het huwelijk.

Lang niet alle liedjes gaan over seks. Ze gaan ook over stokoude heren die het aanleggen met jonge bloempjes, over ingewikkeldheden bij het vinden van een geschikte partner en over het betrapt worden bij het vlooi- en luisvrij maken van de schaamstreek. Ik kwam instructieliedjes tegen voor de huwelijksnacht en een klaaglied van een vrouw die smacht naar de consummatie van het huwelijk, maar opgescheept zit met een luie, dikke echtgenoot die daarvoor niet te porren is. De meest voorkomende plot is dat van de arbeider die tijdens zijn werk een avontuurtje beleeft: over de visser die vist in haar meertje, de jager die jaagt in haar bosje en de metselaar die haar scheurtje dichtspuit.

Ik vond de teksten vooral in liedboekjes die nadrukkelijk bedoeld waren voor een jong publiek, hoewel ook hoeren de versjes wel gebruikten om klanten mee te lokken. Lang niet iedereen was gecharmeerd van de teksten: in confessieboeken uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn arrestaties beschreven van liedzangers die het met hun openbare gezang te bont maakten.

Het interessantst vind ik de teksten die een soms uniek inkijkje geven in de maatschappij van een paar eeuwen terug. Namen als Lijsje Engelbrecht, Brabants Treesje en Manke Meu, die ik aantrof in een lofzang op Amsterdamse hoeren, waren terug te voeren op vrouwen die, zo ontdekte ik, echt bestaan hebben. Ook vond ik een liedje over de Amsterdamse tandheelmeester Joseph Lehman, die genitale zweren vaststelde bij een hoerenloper. Deze Lehman hield in de achttiende eeuw werkelijk praktijk aan wat nu de Oude Hoogstraat heet.

Terloops vergaarde ik 'kennis' over maagdelijkheid. Uit liedjes blijkt dat mensen destijds dachten dat je verlies van maagdelijkheid kon vaststellen door de lengte en krullen van het schaamhaar te bestuderen, en dat je verloren maagdelijkheid kon herstellen door te zorgen dat de geest vijf jaar lang niet oververhit raakte door onkuise boekjes of losbandig gezelschap. Het is overigens de vraag hoe breed deze ideeën destijds leefden.

Het zou natuurlijk prachtig zijn als dit boek de liedcultuur van onze voorouders dichterbij haalt. In de Nederlandse Liederenbank - een initiatief van het Meertens Instituut - is inmiddels van het overgrote deel van de teksten in mijn boek de melodie op te vragen. Het lijkt me dat de tijd rijp is dat we deze vieze liedjes opnieuw kunnen horen."

Annemieke Houben: Vieze liedjes uit de 17e en 18e eeuw. Vantilt. 246 blz. euro 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden